De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vele talen, één lied

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vele talen, één lied

8 minuten leestijd

. . .wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken. (Handelingen 2 : 11b)

De verkiezingen zijn weer voorbij. De borden in de tuinen, langs de wegen en op de pleinen zijn weer weggehaald. Zij waren beplakt met kleurige papieren en wij hebben kunnen lezen, hoe evangelisch, hoe liberaal, hoe rechts en hoe links, hoe redelijk, hoe zedelijk de vele politici beloofden ons lieve landje te zullen besturen. Ze zouden het allen democratisch doen, zoals dat past in 1981, hoewel de taal van sommigen nogal dictatoriaal klonk.

De verschillende 'grote' mannen hebben veel gereisd, vele redevoeringen gehouden, veel gebruik gemaakt van de moderne communicatiemedia; zij hebben met elkaar en vooral tegen elkaar gedebatteerd over de zaken van wel en wee voor ons landje aan de zee! In allerlei toonaarden is het volk de weg gewezen, die het moet gaan om de veelzijdige crises te boven te komen. Zij spraken wel allemaal de Nederlandse taal, maar toch spraken zij niet dezelfde taal. Dat kon ook niet, want er was geen gelijk grondvlak, geen zelfde fundament, waarop staande, zij hun 'taal' verkondigden.

Wanneer dit nummer verschijnt, staat de pinksterdag voor de deur: de talendag van de kerk van Jezus Christus. Kunt u begrijpen dat ik aan de voorbije verkiezingen dacht, toen ik nadacht over het woord boven deze meditatie? Op de dag die wij straks hopen te vieren, werden vele talen gesproken, maar al die talen zongen hetzelfde lied. Al die ongeletterde en politiek-ongeschoolde mannen en vrouwen, die het gezelschap en de volgelingen vormden van Jezus van Nazareth, Israels Messias, zongen hun lied in heilige solidariteit, omdat zij allen leefden uit dezelfde wortel en stoelden op dezelfde grondslag. Zij hadden allen hun innerlijke rust gevonden en het anker hunner hoop laten vallen in Zijn bloed en wonden en wisten zich voor het hiernumaals en voor het hiernamaals beveiligd en geborgen in hun verheerlijkte Heere en Koning, Die een Naam had ontvangen boven alle naam! Van Hem en van Zijn arbeid waren zij gans vervuld op die doorluchte dag en door de stuwende macht van de Geest, Die over hen was gekomen, zongen zij van Hem in vele talen hetzelfde lied, met een levenslust die niet gevoed werd door stervensangst.

Het was op die dag erg druk in Jeruzalem. Van heinde en ver waren zij gekomen, om in de oude stad het blijde feest mee te vieren dat de eerstelingen van de oogst in de tempel aan de Heere God werden 'aangeboden' en om met elkaar te bidden: 'Och, dat men op deez' eerstelingen een rijke oogst van voorspoed zag'. Velen van hen leefden in de diaspora (verstrooiing) en hadden onder allerlei volken en in allerlei windstreken hun huisgezinnen gesticht. Daar hadden zij hun arbeid, maar op de grote feestdagen kwamen zij naar 'huis' om de God van Abraham, Izaak en Jacob te dienen naar Zijn wetten. Jodengenoten zijn van oorsprong heidenen, die toegetreden waren tot het volk des verbonds. Ook zij waren tegenwoordig op het feest. Calvijn zegt zo schoon: 'God verdient onze aanbidding dat Hij midden in de zo vreselijke verstrooiing van Zijn volk, toch onder alle windstreken enige overblijfselen heeft bewaard en het heeft bewerkt dat. zelfs vreemdelingen zich bij hen aangesloten hebben.' Zo zijn Israël en de heidenen vertegenwoordigd op deze doorluchte dag en zij zullen verkeren onder een gans bijzondere dienst des Woords, die duizenden van hen tot eeuwige zegen zal worden. Op deze dag wordt de grote aanval ingezet om Jezus van Nazareth te brengen tot de absolute overwinning over de wereld. Sinds Pinksteren wordt de wereldgeschiedenis beheerst door de grote vraag hoe mensen, machten en systemen staan tegenover Jezus, de Gekruiste en opgestane Heere.

Met Pinksteren wordt de wereld en haar historie gezet onder het stralende licht van kruis en opstanding. En vóór deze Christus zal eens de ganse wereld geknield liggen, hetzij verzoend door Zijn bloed, hetzij onverzoend. Daarom worden wij opgeroepen onze tijd niet allereerst te zien als de historie van grote mensen, noch als een geschiedenis die afhankelijk zou zijn van machtig oorlogspotentieel of van een verfijnde mechanisatie, neen in onze tijd (en het zijn de laatste dagen!) maakt de Heere God geschiedenis, want aan Jezus Christus is het bewind gegeven in hemel en op aarde. Wat wij heden zien is de opééndromming van de wereldmacht, bezield door haar eigen geest, die zich verzet tegen de Geest van de Vader en de Zoon. O, de vraag klemt of wij reeds gecapituleerd hebben voor de kracht van deze Geest, of wij het éne, nieuwe lied reeds leerden zingen, waarin met hart en mond de grote werken Gods worden verheerlijkt en geprezen. Indien niet, wees dan gewaarschuwd dat het ontzettend zal zijn om toch te moeten belijden dat Jezus Christus, de Heere is, maar dan noodge­dwongen en tandenknarsend in eeuwige duisternis.

Op de Pinksterdag vinden wij de jonge kerk des Heeren bijeen in Jeruzalem, ongeveer 120 mensen. De Geest was daareven over hen uitgestort. Geen keurkorps van geweldenaars, niet omhangen met eretekenen of ridderornamenten. Gods vrijwilligers die voor Zijn dienst goedgekeurd zijn, omdat het bloed van Christus hen genas van de dodelijke ziekte der zonde. Buiten Christus zijn ze bevreesd en ongelukkig, omdat zij uit ervaring weten dat in hen geen kracht is om te strijden, maar zij zijn tot alles in staat, wanneer hun handen gevouwen zijn en hun ogen de Koning zien in heerlijkheid. Hun tongen komen los en de harten stromen vol en zij profiteren in een wondere, hemelse extase van de werken des Heeren in Christus Jezus. In vele talen zongen zij hetzelfde lied. Het is treffend onderwijs omtrent het internationale karakter van Gods kerk. Een getuigenis dat de Goede Herder in de grote volkerenwereld nog andere schapen heeft dan uit de stal van Abraham, schapen die ook moeten worden toegebracht tot de éne kudde, door dezelfde Geest. Alle talen worden dienstbaar gesteld aan het Evangelie en het wordt de kerk des Heeren op het hart gedrukt dat zij deze schat moet uitdragen aan alle streken en haar heilsbezit moet bekend maken aan de ganse wereld.

Met droefheid moet de vraag gesteld worden of de kerk in onze wereld (zullen we maar in eigen huis blijven? ) nog gelijkenis vertoont met de jonge gemeente in Jeruzalem. Hebben wij het waarachtige bidden en offeren niet verleerd? Hoe staat het met de eendracht in Gods kerk en met het bezielde getuigen van de grote werken des Heeren. Moet het oordeel ons niet treffen van het Schriftwoord dat Jezus in een bepaalde stad geen krachten kon doen vanwege het ongeloof'? Is het niet te vrezen dat de Heilige Geest in Zijn werk, niet alleen door de tegenstanders, maar ook door de kerk zelf wordt tegengehouden? Hebben wij wel oog voor de geestelijke matheid en dorheid, die als grauwe sluiers over de gemeenten verspreid liggen? Laten wij toch schrikken voor het vermaan: 'Blust den Geest niet uit en bedroeft den Heilige Geest Gods niet.'

Voor de verkiezingen liepen de temperaturen hoog op en wellicht zijn ze nog hoog, maar wie heeft zich warm gezongen vanwege de glorie van God en Zijn Zoon?

Laten wij tot onszelf inkeren en belijdenis doen van onze persoonlijke zonde en kerkelijke schuld, want hoe klein en gering wij ook in onszelf zijn, wij worden toch uitgenodigd om in onze eigen taal mee te zingen met de kleine gemeente in Jeruzalem, te zingen het éne lied, hef nieuwe lied. De kerk heeft geen andere opdracht dan als een evangeliste in deze wereld te staan en heen te wijzen naar Hem in Wien al Gods werken samengebundeld zijn. Vale angst en grauwe nood kijken ons aan als duivelse monsters en niemand weet raad om uit de diepe radeloosheid op te staan, maar aan Gods kerk is het voorrecht gegeven als een brandende gouden kandelaar te staan in deze wereld, opdat het haar verleende licht zal schijnen dichtbij en veraf en velen zouden komen, uit alle talen, van alle volken, tot het zingen van het éne lied. De inhoud van het lied is: de grote werken Gods. Alle werken des Heeren zijn zeer groot. Met ontroering zingt de psalm: 'Als ik uw hemel aanzie, de maan en de sterren die Gij gemaakt hebt, o Heere, wat is de mens dat Gij hem bezoekt.'

Maar alle werken Gods culmineren hierin dat Hij Zijn lieve Zoon overgaf aan de dood om zondaren levend te rnaken, hierin dat Hij hemel en aarde weer verbond door het opge­richte kruis. Dat grote werk werd op Pinksteren gepredikt en het werd gezongen als het hoogste lied. Het bloed van Christus drupte af op de grote schare en enkele duizenden gingen hetzelfde lied meezingen. Hoe klein en betrekkelijk worden dan vele dingen, dan verzinkt iedere menselijke grootheid en voornaamheid.

Sinds Babels torenbouw is de spraak der volkeren verward, maar de Geest des Heeren spreekt alle talen. Geen enkele taal is voor de Geest ooit een belemmering om met het Woord tot die volken te komen. Daarom is Gods kerk ook zendingskerk en stuurt zij haar kinderen uit om les te geven in de grote werken Gods. O, alle talen worden door de Heilige Geest opgevoerd tot de hoogte van het lied: 'Te Deum laudamus!' Dat is het éne lied, waarmee de wereldgeschiedenis zal worden afgesloten. Kom, laten wij opstaan uit droef gepeins en sombere klachten, laten wij bidden om de juiste toonhoogte om dit lied te zingen en laten wij bij vernieuwing geloven en beleven dat deze verkondiging het feest helpt voorbereiden van het Lam, Dat wereldoverwinnaar is en eeuwig wezen zal.

Vele talen, maar het éne lied. Hier is de toonhoogte: 'En gij mijn ziel, loof gij Hem bovenal!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vele talen, één lied

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's