Het geheime boek der Openbaring (3)
Ik beperk me tot de uitleg van het mannelijk wezen uit vers 5. 'De zoon is Jezus gebaard door de Heilige Geest.'
Ik moet de verleiding weerstaan om uit het hoofdstuk waar we vorige week over schreven veel meer over te nemen. Ik beperk me tot de uitleg van het mannelijk wezen uit vers 5. 'De zoon is Jezus gebaard door de Heilige Geest.'
Bij zo'n regel krijg ik, maar het zal wel ten onrechte zijn, de indruk van een zeker docetisme in de leer over Christus. Dan ben ik toch meer geneigd ook met joodse christenen de Vrouw te zien als de kerk en vind ik het niet stotend op deze plaats aan Maria te denken. Verder geeft Quispel van het vervolg van dit vers een ook opvallende uitleg. 'De Messias zal de heidenen hoeden met ijzeren staf.' Die staf verschrikt me. Maar nu lees ik: Hij zal de afdwalende schapen een kluit aarde toewerpen die hij met zijn ijzeren staf uit de grond heeft losgewoeld.' De ijzeren staf herinnert aan Psalm 2 : 9. De Zoon slaat er daar pottenbakkers werk mee stuk. Hier wordt over hoeden met ijzeren staf gesproken. De uitleg van professor Quispel is het overdenken waard. Of dwingt de idee van alverzoening tot deze uitleg? Dit vraag ik me af omdat ik steeds meer de indruk krijg dat de schrijver tenslotte alle dualisme ziet overwonnen. Hierover na deze meer.
Het behoort tot de stijl van de schrijver zoveel mogelijk paralellen aan te wijzen uit de religieuze literatuur van de oudheid. Zo ook hier. Het kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon, staat er. Daarbij wordt opgemerkt: 'Voorlopig wordt hij 'opgetrokken' naar de wereld van God, omdat hij bedreigd wordt zoals alle brengers van heil: Mozes, Cyrus, Romulus, Heracles enz.' Daar er verder niets bij staat, wekt zo'n reeks - toch ongelijksoortige - namen, verwarring en dat is een slechte zaak voor een commentaar.
Met het beest uit de zee bedoelt Johannes uiteindelijk Nero van wie het volk geloofde dat hij nog leefde of ook wel dat hij uit de dood was teruggekeerd, 13 : 1. Bij 13 : 18 blijkt 666 de getalswaarde te zijn van de hebreeuwse letters NRWNQSR oftewel Nero Kaisar.
Prachtig is de opmerking bij 14 : 1 over de naam van de Messias. Het gaat hier om de Godsnaam HEERE die God en de Messias dragen. Het gaat hier om een typisch joodse gedachtengang: De Naam is verborgen en mag niet worden uitgesproken, maar de Messias heeft hem.'
In de hoofdstukken 15-17 gaat het weer over Nero die uit het oosten komt en Rome verwoest, Israël aanvalt, maar door de Messias bij Jeruzalem verslagen wordt.
En ik zag een vrouw (11 : 3): het gaat hier om het grote Babylon, moeder van de hoeren. Quispel houdt ons bij dit vers voor dat het hier en in 12 : 1 en in 21 : 9 steeds om dezelfde vrouw gaat. Waarom zal later blijken. Maar op het eerste gezicht, lijkt het verbazingwekkende onzin.
We naderen het einde van het commentaar. Maar de Vrouw blijft ons nog even boeien. Bij de uitleg van de bruiloft des Lams (19 : 7) komen we de uitlegger nader op het spoor. We leren van hem dat joodse en Syrische christenen de doop beschouwden als een Heilige Bruiloft. De gedoopte werd de bruid van Christus. De doper gaf waarschijnlijk aan de dopeling een kus. Ook schijnt het dat hij bij de doop toevertrouwd werd aan zijn beschermengel, die niet alleen zijn evenbeeld, maar ook zijn hogere Zelf was. In ieder geval is dat zo in het gnostisch sacrament van het 'Bruidsvertrek' dat op joods-christelijke voorstellingen teruggaat. 'De mythe van de Heilige Bruiloft en de rite van het Bruidsvertrek leidden tot de ontdekking van het Zelf door de mens en de synthese van Ego en Zelf, bewustzijn en onbewuste. Johannes en de zijnen kenden de doop als een Heilige Bruiloft.'
Ook bij het heilige Jeruzalem gaat het weer om de Vrouwe. Zij heeft de heerlijkheid, de lichtglans van God, 21 : 11.
God is reëel tegenwoordig onder de mensen omdat Zij tegenwoordig is, aldus de uitlegger. De Geest en de bruid zeggen: Kom (22 : 17). In het commentaar bij deze woorden komt alles nog eens kort aan de orde. 'De Geest in 12 nog in de hemel en daarna gevlucht in de woestijn, is nu gewoon op aarde. Zij spreekt, is persoonlijk gedacht, zij is de mater (Moeder) die de materie doordringt en heiligt.' Op het eind der tijden is de Heilige Geest naar Jeruzalem teruggekeerd.
De bruid, het Nieuwe Jeruzalem, de dochter Sion, werd zoëven nog aangeduid als 'de tent van God bij de mensen', dat wil zeggen de Schechina. De Vrouwe heeft zich verdubbeld in 'Moeder en Dochter'. Johannes wordt helemaal op het einde ingewijd in het visioen van de twee vrouwen, de Heilige Geest en de dochter Sion. De toeschouwers van de mysteriën van Eleusis werden ook ingewijd in de mysteriën van Moeder en Dochter (Demeter en Kore). Nu is de Vrouwe tot in de diepte van de realiteit afgedaald. God woont helemaal bij de mensen.'
Bij 22 : 18 en 19 lezen we het volgende: De eigenlijke echtvereniging van de Ram en de Vrouwe heeft de kuise Johannes niet beschreven. Onder dit aanstotelijke beeld verbergt zich het grootse visioen van de paring van God en de wereld, hemel en aarde, manlijk en vrouwelijk, bewustzijn en onderbewuste, ziel en lichaam, geest en stof, als uiteindelijke hoofdsom der historie en voleinding van de evolutie op deze wereld.
Een van de vier conclusies is dan ook dat Johannes 'hoewel hij een gespleten persoonlijkheid was, toch aanschouwd heeft een zogenaamd verenigend symbool, de Vrouwe die een kind baart. Zij is de Heilige Geest. Op die wijze wijst de strenge presbyter ons op een probleem dat eerst thans actueel kon worden: de integratie van het onbewuste zieleleven. De Vrouwe, vooral de Zwarte Madonna, is het symbool van de aarde, van de materie, van het vrouwelijke in de man en van het Zelf in de vrouw. Zonder de bewustwording en religieuze integratie van dit donker oerbeeld is er geen oplossing voor het materialisme, het racisme en het feminisme mogelijk. Daarover gaat het volgende deel van dit boek.' Zo zet professor Quispel uit Utrecht de zaken uiteen met de allure en verve die we bijna dertig jaar geleden al van hem leerden kennen.
De vraag is gewettigd waar de wortels liggen van zijn opvallende uitleg. We hebben m.i. het antwoord nog niet gevonden als we door hem worden gewezen op joods-christelijke bronnen, tenminste niet geheel, psychologie en filosofie blijken de hooggeleerde schrijver zeer te boeien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's