De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (8)

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (8)

7 minuten leestijd

Maar, naast allerlei beroepen, die op hen afkwamen en waarvoor telkens werd bedankt, bleek er in Delft bijzondere belangstelling voor deze predikant te bestaan.

Vader bevestigt zoon

Het was op 18 oktober 1914 dat mijn vader zijn oudste zoon bevestigde in Lopik. De weg naar die gemeente was mijn broer wel op overduidelijke wijze gewezen.

Mijn broer was ongetrouwd de pastorie ingegaan. Toen hij in Lopik ging 'kijken', heeft mijn vader hem vergezeld. Ze werden ontvangen bij een ouderling, die echter die dag opeens bedlegerig was. Na de maaltijd werd de Bijbel ter hand genomen door de oudste zoon, die die dag in uniform thuis was uit militaire dienst. Hij gaf die Bijbel noch aan de oudere, noch aan de jonge beroepen predikant, maar las zelf. En wel het hoofdstuk, dat meer dan enig ander betekenis gekregen had voor mijn broer en waaruit hij ook de tekst voor zijn proefpreek gekozen had: 'Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus'. Deze woorden daar in die omstandigheden te horen lezen trof mijn broer, maar ook mijn vader zo, dat het voor beiden duidelijk was, dat de weg hier verder ging.

De intreetekst was: Want wij prediken niet onszelve, maar Christus Jezus den Heer; en onszelve, dat wij uwe dienaren zijn om Jezus wil (vs. 5). Er is daarna geen ambtsjubileum geweest of de tekstkeuze was uit dit hoofdstuk. Zelfs toen mijn broer zijn 60 jarig ambtsjubileum herdacht in een weeksluiting in het rusthuis 'de Nudehof' in Wageningen. Toen was nogmaals de tekst 2 Cor. 4 : 6 met, naar zijn gewoonte, de Griekse tekst voor zich op de katheder.

Voortaan werden er vele brieven geschreven niet alleen naar Groot-Ammers, maar ook naar Lopik. Met vele adviezen omtrent ambtelijke werkzaamheden, die nu voor het eerst moesten verricht worden.

Uit die briefwisseling ontdek ik, dat mijn vader in die jaren ook reeds lezer was van de Waarheidsvriend. Hij adviseert mijn broer getrouw de beschouwingen van 'deze vriend der Waarheid', te volgen, in zonderheid over allerlei voorstellen, die in 'de Synode van 19' vaak beurtelings met de kleinst mogelijke meerderheid aangenomen en later verworpen werden. Dat betrof toen het al of niet schrappen van de woorden 'in geest en hoofdzaak' uit de proponentsformule Als deze geschrapt werden zou de belijdenis weer onverkort geldigheid hebben gekregen!

Ring Wageningen

Daar hoorde Hoevelaken bij.

Het was een merkwaardig geval in de indeling van kerkelijk Gelderland. De dichtsbijzijnde plaats van dezelfde Ring was Lunteren, een kilometer of acht voorbij Barneveld, dat tot de Ring Putten en de Classis Harderwijk behoorde. Hoevelaken ressorteerde onder classis Arnhem. In een brief van 12 mei 1911 lees ik: 'gisteren hadden we de eerste ringvergadering te Wageningen. En we hebben daar Paauwe en Schippers en Lammerts mogen ontmoeten'.

De eerste indruk van ds. Paauwe op mijn vader was blijkbaar gunstig. Hij schrijft: 'vooral met Paauwe heb ik aangenaam kennis ge­maakt. Hij komt binnenkort eens een bezoek brengen'. Later kan mijn vader toch de houding van Paauwe in de zaak van de inschrijving van lidmaten, die in het vrijzinnige Tiel belijdenis hadden gedaan, wèl begrijpen, maar niet goedkeuren. Mijn vader heeft hem ook gewaarschuwd, omdat zo licht een element van persoonlijke onverzettelijkheid mee gaat spreken. In 'Delen of Helen' bespreekt ir. Van der Graaf deze kwestie, verwijst naar het standpunt van de Gereformeerde Bond: 'geen eigen rechter willen zijn', en neemt een uitvoerig ingezonden schrijven op van dr. J. G. Woelderink, die scherp de wantoestand aan de kaak stelt, dat een kerk zich van een gewetensbezwaar afmaakt met de verwijzing naar een reglementsartikel!

De afstanden vormden voor de Hoevelakense dominee wel een heel probleem. De reis naar Wageningen begon met een wandeling van plm. ander half uur naar het Amersfoortse station, dan een treinreis naar Rhenen en vandaar per tram naar Wageningen.

En dan 's zondag de Ringbeurten! Per paard en rijtuig 2 a 3 uur rijden naar b.v. Otterloo of Bennekom (warme stoof mee en onderweg rusten).

Thuis werd dan een preek gelezen. Eén van de ouderlingen deed dat voortreffelijk. Mijn vader koos daarvoor graag één van de oefeningen van Wulfert Floor, liever dan b.v. preken van Philpot, die naar het oordeel van mijn vader teveel van de verborgen raad Gods uitging.

Delft werpt zijn schaduwen vooruit

Zo leefde mijn vader mee met alles wat in zijn gemeente en in zijn kerk gebeurde. Over het algemeen zijn deze Hoevelakense jaren aangename jaren geweest. Wel kwamen de gemeenteleden weinig aan de pastorie, dan alleen om wat van de slacht, fruit of honing te brengen. Misschien heeft de afstand met het huis 'Weldam' daar ook toe bijgedragen.

Maar mijn vader voelde zich eensgeestes met velen in zijn gemeente, waar hij van hart tot hart mee spreken kon. En verder kon hij volop genieten van bos en beemd, waaraan hij vooral zijn beelden voor het wassende geestelijk leven en het vergankelijke aardse leven ontleende.

Maar, naast allerlei beroepen, die op hen afkwamen en waarvoor telkens werd bedankt, bleek er in Delft bijzondere belangstelling voor deze predikant te bestaan.

Er waren een paar Delftse heren, die in verband met hun maatschappelijke arbeid, gedurig het land bereisden. Maar die dan vaak een uitstapje maakten naar het kleine Hoevelaken. Ik zie ze nog voor me, hoor gesprekken over Oude Schrijvers, ken hun namen nog wel, evenals die van vele Hoevelakers; maar ik nam mij immers voor weinig namen te noemen, om niet te kort te doen aan degenen, bij wie mijn geheugen mij misschien in de steek zou laten.

Zo kwam aan deze mooie, en toch in vele opzichten vruchtbare tijd en einde.

Want Delft beriep! En hoewel de situatie daar wel een heel andere werd (een veel meer gevarieerde gemeente en een geenszins onbewolkte kerkelijke hemel), meende mijn vader aan deze roeping gehoor te moeten geven.

12 maart 1917 nam hij afscheid. Met dezelfde mooie afscheidstekst Hebr. 13 : 20, 21, die hij bij het heengaan uit Hasselt gebruikt had. Met weemoed werd afscheid genomen. Hoevelaken zal altijd een bijzonder plaatsje in het hart van mijn vader houden. Mijn 90-jarige briefschrijfster stuurde mij een fotokopie toe van een pastorale brief uit Delft aan haar gericht. Ik lees daarin van de zegen, die de Heere overal aan de middelen wil verbinden. Hij schrijft dan uit Delft (mei 1918): 'Dat mogen wij hier ook weer ondervinden; wij beginnen hier al hoe langer hoe meer thuis te raken, hoewel het nog nooit Hoevelaken is, hoor!' Overigens meent hij, volgens datzelfde schrijven, dat die Hoevelakense jaren wat al te gemakkelijk waren.

De verhuizing naar Delft heb ik niet meegemaakt. Ik bleef in verband met mijn eindexamen gymnasium (half juni) achter 'op kamers'. Ik kan me bijna niet zulk een prachtige mei-en junimaand in mijn leven herinneren als die van het jaar 1917.

In deze vacature kwam ds. A. Dekker, al weer uit hetzelfde Dekkersgeslacht als mijn grootmoeder Van der Wal, met ook iets van diezelfde poëtisch-gevoelige aanleg. Geen wonder, dat één van zijn zoons, de nog levende 'neef' Arie Dekker, die ook preekbevoegdheid had en die vaak mocht gebruiken, gedichten heeft uitgegeven. En wel met niemand minder dan de nu overleden, maar nog vaak besproken en geciteerde, dichter Gerrit Achterberg. De bundel kreeg de titel mee: 'gedichten van twee twintigers', en ds. Dekker schreef er een inleidend woord bij.

De lezer vergeve mij deze familiebijzonderheid. Het bloed kruipt, waar het niet gaan kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een gezegend prediker (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's