De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De grenzen van de tolerantie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De grenzen van de tolerantie

10 minuten leestijd

Dankzij het feit dat er nog tolerantie, verdraagzaamheid is onder de mensen is het leven in deze wereld nog mogelijk.

Dankzij het feit dat er nog tolerantie, verdraagzaamheid is onder de mensen is het leven in deze wereld nog mogelijk. Mensen van uiteenlopende overtuiging en visie, ras en cultuur moeten elkaar verdragen wil het leven niet één dóórlopende oorlog zijn. In het begrip tolerantie ligt besloten, dat men voor andersoortige opvattingen ruimte wil laten, ook al deelt men die opvattingen niet.

'In de sfeer van een volstrekt absolutisme is tolerantie ondenkbaar; in die van een volledig relativisme daarentegen is de vraag naar tolerantie niet meer als probleem aanwezig' (prof. dr. J. V. d. Berg). Onder absolute systemen als het communisme en het fascisme is er in feite géén of nauwelijks tolerantie. Anderzijds kan geen samenleving het zich permitteren de verschillen tussen opvattingen en ideëen zó te relativeren, zó betrekkelijk te stellen, dat in feite ook de weg vrij komt voor fanatieke ideologieën, die dankzij de tolerantie bepalend gaan worden voor de samenleving (men denke aan de opkomst van Hitlers Derde Rijk).

Het Handvest van de Verenigde Naties gaat uit van de 'rechten van de mens'! Hoezeer deze uitdrukking ook ontleend is aan de humanistische levenssfeer en zelfs wortels heeft in de Franse revolutie, het praktisch recht van het naast elkaar voorkomen van stelsels en overtuigingen zal niemand willen ontkennen.

Kerk-Wereld

Natuurlijk kan de kerk nooit principieel het recht van wereldse stelsels en overtuigingen erkennen. Zou ze dit doen dan zou ze haar belijdenis van de absolute heerschappij van Christus, de Kurios, de Heere der wereld, prijs geven. Vanuit de belijdenis dat Jezus Christus dé Weg (de enige), dé Waarheid (de enige) en het Leven (het enige) is, komt voort een hoge en heilige onverdraagzaamheid. 'Zorg om het heil van de naaste - zegt het hervormde geschrift, getiteld 'De politieke verantwoordelijkheid van de kerk' - gaat rakelings langs intolerante heerzucht.' De kerk kan dan ook niet anders dan proclameren, dat het ganse openbare leven dient te worden gesteld in het licht van de theocratie, de Godsregering en daarin de Christocratie: Christus is Koning!

Maar deze principiële onverdraagzaamheid ten opzichte van alles wat de knie niet wil buigen voor Koning Jezus betekent niet 'het opleggen van het christendom aan anderen' (zoals het in het Constantijnse tijdperk met het zwaard geschiedde); het betekent óók niet het letterlijk te vuur en te zwaard uitroeien van afgoderij en valse godsdienst (een misvatting van art. 36 van de N.G.B.), maar wil het 'nee' zeggen om het bestwil van de wereld. De principiële onverdraagzaamheid van de kerk naar de wereld toe, is niet anders dan hoogste uiting van liefde. Ze wekt op tot zending en evangelisatie, om te grijpen wie ten dode wankelen. Ze spoort aan om de proclamatie van Christus' Koningsschap uit te roepen, tot heil van mens en samenleving.

Wanneer we als christeiien de heilzame boodschap van het Evangelie naar de samenleving toe zouden gaan relativeren, dan kunnen we ophouden met de gemeente op te wekken aan haar missionaire roeping gestalte te geven. 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde', zegt Christus. Dat is zó absoluut, dat diegenen, die Hem toebehoren, het er in de wereld nooit bij kunnen laten zitten. Het gaat om vragen van leven en dood.

Prof. dr, H. Visscher schreef in zijn boek Kerk en Staat: 'De Kerk is het Rijk van Christus en vormt een contrast met het wereldrijk. Zij draagt een absoluut karakter en wil geen godsdienstige vereniging of boodschapper van een bepaalde godsdienst naast andere zijn, maar verklaart, dat zij als kerk van Christus God kent en dus de ware dienst van God bezit, waarvoor tenslotte iedere godsdienst wijken moet. Wel wendt zij tot bereiking van dit doel slechts geestelijke middelen aan. Maar haar doel blijft toch alle bestaande godsdiensten met wortel en tak uit te roeien. Er mag slechts één kerk zijn, de kerk met het Kruis'.

Zó intolerant is de kerk naar de wereld toe. Maar dan ook zó opkomend uit de liefde van Christus voor het verlorene. De Kerk heeft daarbij intussen slechts één wapen: de verkondiging van het reine evangelie!

Wereld-Kerk

In de wereld gelden de 'rechten van de mens'. Intussen wordt de kerk in haar uitzeggen van de koningsheerschappij van Christus vaak gekneveld. Kan de wereld eigenlijk wel een kerk dulden, die voluit die heerschappij uitzegt en daarmee geen ruimte laat voor allerlei ideologieën? Christus heeft gezegd tot Zijn volgelingen: 'In de wereld zult gij verdrukking hebben'; en 'Zij hebben Mij gehaat, zij zullen ook u haten'; 'Een discipel is niet meer dan zijn Heer.' De kerk is in de geschiedenis vaak kerk onder het kruis geweest. Ze was - om nog eens het woord van Visscher te citeren - Kerk mét het Kruis, maar kwam vaak onder het Kruis in de zin van lijden en verdrukking.

De eerste christenen hebben dat moeten ervaren. Ze verzetten zich tegen de keizercultus van het Romeinse Rijk, omdat ze God meer gehoorzaam moesten zijn dan de mensen. Daarmee waren ze principieel intolerant. Daardoor kregen ze evenwel te maken met de intolerantie van een staatssysteem, waarin verzet tegen de keizer niet geduld kon worden. Zo is het regelmatig voorgekomen in de geschiedenis, dat, de kerk, die slechts buigen wilde onder de heerschappij van Jezus Christus, de staat, die zichzelf verabsoluteerde, tégen kreeg. De Kerk in Oeganda onder Idi Amin. De Kerk in de Tweede Wereldoorlog onder het Duitse Nationaal Socialisme, die tegen de absolute pretenties van Hitler c.s., in de Barmer Thesen een zevenvoudig 'nee' uitsprak tegen dit demonische systeem en stelde geen andere heerschappij te kunnen dulden dan die van Jezus Christus. De kerk vandaag in communistische landen! Hoe vele berichten komen er niet uit de U.S.S.R. over mensen, die niet geduld worden omdat ze meer trouw aan Christus moeten betonen dan aan de overheid? De Stichting Comité Vladimir Boekovski geeft regelmatig berichten door van hen, die om des geloofs wil gevangen zijn. In het laatste nummer: Igor Ogoertsov (20 jaar), Vasili Romanjoek (10 jaar), Gleb Jakoenin (10 jaar), Rostislav Galetski (5 jaar), Tatjana Velikanova (9 jaar), Sergej Jermolajev (4 jaar), Alexander Ogorodnikov (11 jaar), Pjotr Roematsjik (5 jaar). Ik noem hun namen omdat ze representant zijn van broeders en zusters in het geloof, die ondervinden wat intolerantie is onder een absoluut politiek systeem.

Op deze wijze schetsten we de uitersten als het gaat om intolerantie van de staat ten opzichte van de kerk. In gematigder vorm kwam het voor, dat de stelregel gold 'cuius regio, eius religio'. Vrij vertaald: de godsdienst van de vorst bepaalt welke godsdienst getolereerd wordt in zijn rijksgebied. Wie niet tot die godsdienst behoorde kwam letterlijk onder zware druk te staan. Te denken valt aan de tijd van de Reformatie, toen de brandstapels rookten, terwijl de godsdienstigheid algemeen was. Of aan Engeland waar én Rooms Katholieken én Puriteinen vervolgd werden. Ook Bunyan kwam in de gevangenis.

De wereld - culminerend in de staat - verdraagt de kerk ten principale niet. Dat ervaren christenen wanneer ze opkomen voor hun belijdenis in de praktijk van elke dag. Dat ervaart de kerk als ze opkomt voor de getuigenis van de Ene Naam. In de eindtijd zal deze confrontatie tussen kerk en wereld alleen maar heviger worden. Naarmate de tijd voortschrijdt zal het beest uit de zee (Openb. 13) meer en meer de heiligen krijg aandoen. Het krijgt macht over 'alle geslacht en taal en volk' (vs. 7). Maar, de 'lijdzaamheid en het geloof van de heiligen' (vs. 10) zal dan juist blijken.

In de kerk

Het vraagstuk van de tolerantie in (binnen) de kerk is intussen wellicht het moeilijkst. In de kerk gaat het immers om de Waarheid? Daar vindt de worsteling plaats om de waarheid der Schriften te verstaan. En daar blijken telkens de afwijkingen van die waarheid voor te komen. De wereld kruipt niet zelden de kerk binnen en hult zich dan in schaapsklederen. Dan moet 'nee' worden gezegd. Dan moet de kerk het meest intolerant worden.

Toen in de 18e eeuw mensen pleitten voor meer tolerantie in leerstellige kwesties deden Nicolaas Holtius en Alexander Comrie een geschrift het licht zien onder de titel 'Examen van het ontwerp van tolerantie'. Het werd geschreven ten tijde van de tolerantie-strijd, toen sommigen zó ver gingen, dat ze zelfs de heidenen wilden zaligspreken of de godsdienst aanmerkten als een schadelijke zaak.

Er zal zelfs een tijd zijn - zo lezen we in de brief van Paulus aan Timotheüs - dat men de gezonde leer niet zal verdragen maar dat men 'kittelachtig van gehoor' zichzelf leraars vergadert naar eigen begeerlijkheid. Mensen die zich afkeren van de waarheid. Paulus laat daarop volgen 'Maar gij wees wakker in alles'. Geen tolerantie!

De grenzen van de tolerantie liggen ook binnen de kerk bij de grenzen van de Waarheid. Wat is Waarheid? Dat is de vraag die Pilatus al stelde. Maar Waarheid is geopenbaarde Waarheid, Waarheid der Schriften. Daaraan moet de kerk worden gehouden. Daaraan moeten we elkaar binnen de kerk óók houden. Onze tijd wordt gekenmerkt door een relativering van de Waarheids vraag. Wie voor de Waarheid opkomt wordt óf als zelfverzekerd of als angstig getypeerd. Wat het laatste betreft: hij durft - zo heet het dan - eigen zekerheden niet prijs te geven. Maar de (geopenbaarde) Waarheid maakt ten diepste vrij. En in die vrijheid van de Waarheid ligt dan ook de hoogste vorm van verdraagzaamheid.

Wanneer mensen buigen voor de Waarheid van de Schrift, wanneer ze Kruis en Opstanding als het wezenlijke van hun bestaan belijden, wanneer ze de Geest van Pinksteren mogen bezitten dan mag er - bij alle verscheidenheid, die er in de kerk en in de gemeente is - ook zijn het elkaar aanvaarden en het elkaar verdragen. Binnen de gemeente gaat het immers om de liefde. De liefde - zegt 1 Cor. 13 - is goedertieren, ze zoekt zichzelf niet en wordt niet verbitterd. De liefde verblijdt zich in de Waarheid. En de liefde verdraagt alle dingen. En dat terwijl wij 'ten dele' kennen (vers 9).

Me dunkt dat dit ons in de gemeente - binnenkerkelijk en interkerkelijk - het meest schuldig stelt, dat we ons te weinig verblijden in de waarheid en daarom zo weinig verdragen. Naar buiten toe vertoont de gemeente zo vaak niet het beeld van de liefde. Er is binnen de kerk en tussen de kerken vaak zo weinig verdraagzaamheid, terwijl men tóch zegt de Waarheid te belijden.

Zo staat de gemeente zelf vaak in een spanningsvolle relatie tot de wereld. Ze kan de wereld in haar wereldse uitingen in principe niet verdragen. Ze wórdt door de wereld vaak in haar zijn niet verdragen. En ze wordt door de wereld in de onderlinge liefde en verdraagzaamheid vaak niet herkend. De liefde van velen zal in het eind der dagen verkouden, zegt de Schrift. Dat zal ook door de wereld worden bemerkt.

Waar liggen de grenzen van de tolerantie? Bij de Waarheid, de Waarheid die vrij maakt en in de liefde stelt. De Waarheid, die afzondert van de wereld, die afzondert van de dwaalleer maar die verbindingen legt met allen die vóór de Waarheid buigen, ook al drukt men die waarheid - om een woord van Hoedemaker te gebruiken - anders uit dan wij van onze jeugd af gewend geweest zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De grenzen van de tolerantie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's