Een gezegend prediker (9)
Het was een grote overgang. Van het landelijke Hoevelaken met z'n fraaie, vrijstaande dorpspastorie, naar de oude, stedebouwkundig inderdaad bijzonder mooie stad Delft.
Delft
In Delft is het niet ds. Bouthoorn geweest, die mijn vader bevestigde. Hij was nog wel in leven en stond nog volop in het ambt. Hij zal later, na de dood van mijn vader, als 77-jarige, nog mijn broer bevestigen in Wageningen.
Maar nu ging mijn broer vóór. Hij heeft er nogal tegenop gezien. Het was in de Nieuwe Kerk, dat de bevestigingsdienst plaats had. Als tekst had mijn broer gekozen Jesaja 41 : 27b: 'Ik zal een blijde boodschapper geven.' 's Avonds deed mijn vader zijn intree in de Oude Kerk met het bekende woord uit Jesaja 55 : 10 van het Woord, dat niet ledig zal wederkeren, evenmin als de regen en de sneeuw, die de aarde zaad voor de zaaier en brood voor de eter doen voortbrengen.
Het was een grote overgang. Van het landelijke Hoevelaken met z'n fraaie, vrijstaande dorpspastorie, naar de oude, stedebouwkundig inderdaad bijzonder mooie stad Delft.
Er was geen pastorie. Er moest een huis gehuurd worden. De eerste wereldoorlog had nu al een paar jaar geduurd. De woningbouw stagneerde. De vraag overtrof het aanbod. Per telegram kregen we bericht, dat er door overlijden een mooi grachtenhuis aan de Oude Delft (31) opengekomen was. De huur betekende wel een flinke hap uit het matige inkomen , maar er was geen keus. En mooi was het! En dan die kerken! De Oude Kerk met de blinde, bekwame organist van Thienen. Soms schrijft mijn vader in brieven over zijn spel: 'Ik heb hem nog nooit zo mooi horen spelen'. Het kon gebeuren, dat de harmonisatie van de als middenzang gezongen Psalm, met z'n voor-en naspel op mijn vader een uitwerking had, die mij doet denken aan de speelman in 2 Kon. 3 : 15 en Elisa. Ik kan niet nalaten ook de naam te noemen van de voorlezer van de Oude kerk, de heer J. Noorlander, afkomstig uit Waddinxveen en later hoofd van de Barneveldse Julianaschool, waarvan mijn vader de eerste voorzitter zou zijn. Ik bezit nog de condoleantiebrief van de heer Noorlander, na het overlijden van mijn vader, waaruit hun diepe verbondenheid blijkt. Ik hoor zijn klare stem nog door de brede kerkruimte.
En dan de Nieuwe Kerk. Toen nog niet gerestaureerd. Maar de kerk van de graftombe van de Vader des Vaderlands en met de grafkelder der Oranje's! Dan was er nog de, nu niet meer gebruikte, Schoolstraatkerk. Daar waren de 'kleinere' beurten. Toch preekte mijn vader daar wel graag, vanwege het meer intieme karakter van de gemeentelijke samenkomst.
Verdeeld
Maar die verdeelde kerkelijke gemeente! Er waren toen 5 predikantsplaatsen. Mijn vader kwam er in de vacature van ds. G. H. Beekenkamp. Hij trof er aan als collega's de predikanten Benes (later als Beens geschreven), Van Grieken, Rooseboom en Grundlehner, waarvan de laatste al spoedig als predikant van Delft zou heengaan.
De vraag werd toen, wat de signatuur moest zijn van diens opvolger. Moest dat in de lijn van de zgn. 'evenredige vertegenwoordiging' een confessioneel predikant zijn, of een gereformeerde? En indien voor het laatste werd gekozen, moest die gereformeerde dan iemand zijn van 'voorwerpelijke' of 'onderwerpelijke' ligging. Uiteindelijk werd deze vraag beslist door de samenstelling van het kiescollege. Dat gaf strijd. De gemeente koos daarvan immers de leden. Familietwisten plegen nogal eens hoog op te lopen. Dan dreigen alle verschilpunten geschilpunten te worden.
Mijn vader was helemaal niet iemand met een strijdlustige natuur. Hij was breed van opvatting wat betreft de werkingssfeer van 's Heeren Woord en Geest. Hij heeft altijd veel sympathie gekoesterd voor de tijd van het Réveil. Juist in die Delftse periode stelde ik, jong student, mijn vader de vraag, of een 'ethische' met zijn geloof ook zalig zou kunnen worden. Het antwoord was: 'Och jongen, het leven van de ene mens is zo geheel anders dan dat van de andere'.
Daar zat het hem dus niet in, dat mijn vader zozeer ook persoonlijk bij de Delftse strijd van die jaren betrokken werd.
Wat de vervulling van de predikantsvacature aangaat, kwam de vraag aan de orde: is de zgn. evenredige vertegenwoordiging een bijbels verantwoorde regel bij de keuze van een herder en leraar der gemeente? Of is dit een, aan werelds-democratische verhoudingen ontleende, compromis-formule? Moet men niet, bij het openkomen van de plaats van een dienaar des Woords, eenvoudig het beste voor de gemeente zoeken? En dan is toch het beste een predikant, die het leven van de kudde kent en deelt, die in zijn prediking het wel en wee van de schapen en de lammeren van de grote Herder der schapen blijkt te kennen, zodat ze in die prediking ook hun eigen leven herkennen ('verklaard vinden') en daarin leiding, waarschuwing en vertroosting ontvangen. Zijn hart ging ook persoonlijk sterk uit naar de verzorging van nieuwgeborenen in de gemeente. Ik lees in een brief uit de eerste tijd in Delft, dat onder één prediking twee mensen tot nieuw leven kwamen. Ook onder zijn catechisanten, in het bijzonder zijn belijdenis-catechisanten, speurde hij naar sporen van uitbottend geestelijk leven. En wanneer hij die warme belangstelling in een prediker miste, dat element van verheuging over en de zorg voor dat lenteleven van nieuwgeboren kinderkens, met al de beproevingen, waarmede nachtvorsten, stormen en langdurige koude dat lenteleven bedreigen, dan kon een predikant misschien een 'kei' zijn in dogmatisch en kerkrechterlijk opzicht, maar als prediker kon mijn vader hem niet waarderen. Dan verdacht hij zo iemand al gauw van vijandschap tegen het eigenlijke ontdekkende en vertroostende werk des Geestes. Dat gevaar dreigde vooral in situaties, waarin de tegenstelling óf-óf de plaats dreigde in te nemen van het noodzakelijke én-én.
Onderwerpelijk-voorwerpelijk is als tegenstelling uiteraard een vals alternatief. Hij, Die het grote Voorwerp des geloofs is (en tegelijk eigenlijk het grote Onderwerp, van Wie alle licht en kracht, genade en verzoening uitgaat), moet ik niet zoeken in 'de stelsels' van schriftgeleerden van welke eeuw of soort, maar in het heilig Evangelie van de Heere Jezus Christus, in Wie al Gods beloften ja en amen zijn. Alleen dit Voorwerp des geloofs heeft, zoals J. A. Wormser terecht heeft opgemerkt levendmakende kracht. Niet de lampen en de elektrische bedrading in huis geven licht uit zichzelf. De stroom moet ontvangen worden van de grote centrale en via kabels en toevoerdraden ontvangen worden, opdat het huis licht en kracht en warmte ontvange.
Enkele gezichtspunten
Juist in de jaren 1917-1919, de Delftse periode dus, gaf mijn vader een blad uit: 'Uit de fontein des levens'. Daarin geeft hij in zijn wekelijkse meditaties soms uiting aan hetgeen zijn hart bewoog.
Hij doet dat b.v. in een meditatie over het bekende gesprek van de Heere Jezus met Petrus na de opstanding. Na een driemaal herhaalde vraag omtrent Petrus' liefde tot zijn Heiland, en na een driemaal herhaald schuchter, maar toch positief antwoord, krijgt Petrus een drievoudige opdracht tot het weiden en hoeden van de kudde des Heeren, te beginnen met de lammeren! (Joh. 21 : 15-17).
Tot deze hoge eer wordt nog wel de discipel der verloochening geroepen! God gebruikt daarvoor geen engelen, maar zwakke mensen, die toch heiligen en beminden zijn, door de in hen wonende liefde Gods.
Zij mogen en moeten dan wel bedenken, dat het schapen en lammeren zijn, voor wie de grote Herder Zijn leven gaf, de prijs van Zijn bloed aan het kruis betaalde, terwille van wie Hij Zich tot de dood en zelfs tot in de hel vernederde.
Hij herinnert aan het oordeel Gods in Ezechiël 34 over degenen, die het zwakke niet sterken, het kranke niet helen, het verbrokene niet verbinden, en het weggedrevene niet wederbrengen. In plaats van teerheid en liefde regeren dan strengheid en hardheid. In een meditatie over Lucas 5 : 17-26, de geschiedenis van de 'geraakte', die door zijn vrienden door het dak neergelaten werd, merkt mijn vader op, dat de vijandschap der Farizeërs en Schriftgeleerden zich hulde in een godsdienstig kleed. Zij verklaren Jezus' zondenvergeving als godslastering. Dat godsdienstige kleed wordt nog vaak aangedaan, al kan de stof er van verschillen van modern tot calvinistisch-gereformeerd. In deze handen wordt de waarheid Gods vervormd tot een 'stelsel'. En geen stelsel, hoe mooi en waar ook kan redding aanbrengen, maar alleen Gods genade in Christus.
Namaak
Dat de gevaren overigens niet aan één kant lagen merkt mijn vader op in het vervolg van deze zelfde meditatie in een volgend nummer. De afkeer van de 'zielservaringen' van de christen wordt z.i. in de hand gewerkt door allerlei 'namaak', die op de markt van het godsdienstig leven te koop is. Waar de Heere Zijn kerk bouwt, bouwt de duivel er zijn kapel naast. Hij schrijft dan: Wij kunnen in het leven zo weinig generaliseren, dan lichtelijk tot eigen schade. Want we zullen Scylla vermijden en in Charybdis vallen, of, in duidelijker taal gesproken, het ene gevaar ontlopen en in het andere verward raken.'
Ook van die 'namaak' herinnerde ik me voorbeelden, die bij ons thuis werden besproken en verworpen.
Intussen ging het beroepingswerk voort. Het speet mijn vader, dat ds. Batelaan bedankte. Zo ook ds. P. van Toorn. Eenmaal werd de confessionele ds. Veldhoen beroepen. Ook deze nam Delft niet aan.
Later herinnerde ik me zestallen, waarbij een herhaald op elkaar volgen van de namen Bus en Kruyt een glimlach teweegbracht. Jammer dat de tegenstellingen zich zo toespitsten, dat er ingezonden stukken in de Delftse Courant kwamen. Maar het duurde niet lang of mijn vader ging zijn 'ingezonden' terughalen van de drukkerij, overtuigd dat dit geen goede weg was. Hij schrijft er over, dat dit hem grote vrede van binnen schonk.
C v. d. wal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's