Globaal bekeken
Afzonderlijk bespreken we in dit nummer van ons blad het boek 'Wegwijs in Bijbelvertalingen', onder redactie van prof. dr. J. van Bruggen.
In dit boek zijn ook fragmenten afgedrukt uit verschillende vertalingen in onze taal. Naast elkaar zijn b.v. afgedrukt de weergave van Jesaja 50 : 4-11 uit de editie van de Statenvertaling van de Gereformeerde Bijbel Stichting (teruggaande op de Ravesteyn-editie van 1657) en uit de Editie-1977 (een revisie, die tot stand kwam onder een commissie, waarvan ds. W. L. Tukker voorzitter was). Hier volgen beide stukken:
G.B.S.
'De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreiden; Hij wekt alle morgen, Hij wekt Mij het oor, dat lk hore gelijk die geleerd worden. De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en lk ben niet wederspannig, lk wijk niet achterwaarts. Ik geef Mijnen rug dengenen die Mij slaan, en Mijne wangen dengenen die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel. Want de Heere HEERE helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden. Hij is nabij Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan: wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij. Zie, de Heere HEERE helpt Mij, wie is het die Mij zal verdoemen? Zie, zij zullen altemaal als een kleed verouden, de mot zal ze eten. Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN en steune op zijnen God. Ziet, gij allen die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt: wandelt in de vlam van uw vuur en in de spranken, die gij ontstoken hebt. Dat geschiedt u van Mijne hand, in smart zult gijlieden liggen.'
Editie-1977
'De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik weet met de moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt elk morgen. Hij wekt Mij het oor, dat Ik hoor, gelijk die geleerd worden. De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig. Ik wijk niet achterwaarts. Ik geef Mijn rug aan hen, die Mij slaan, en Mijn wangen aan hen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel. Want de Heere HEERE helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden. Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons tesamen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij Ziet, de heere HEERE helpt mij, wie is het, die Mij zal veroordelen? Ziet, zij zullen allemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten. Wie is er onder u, die de HEERE vreest, die naar de stem van Zijn Knecht hoort? Als Hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam des HEEREN, en steune op zijn God. Ziet, gij allen, die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt! wandelt in de vlam van uw vuur, en in de spranken, die gij ontstoken hebt. Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gij liggen.'
Uit hetzelfde boek volgt hier ook een weergave van Psalm 23 uit de Lutherse vertaling (na de Luthervertaling steeds gereviseerd) en van Gen. 1:1-5 uit een (joodse) vertaling van rabbijn J. Soetendorp.
Luther
'Een psalm van David -
De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij weidt mij op eene groene landouw, en voert mij tot een versch water. Hij verkwikt mijne ziel, en voert mij op de rechte straten om zijns naams wil. En al wandelde ik in een duister dal, zoo vrees ik geen ongeluk, want gij zijt bij mij; uw stok en uw staf vertroosten mij. Gij bereidt voor mij eene tafel tegenover mijne vijanden; gij zalft mijn hoofd met olie, en schenkt mij in tot overvloeiens toe. Het goede en de barmhartigheid zullen mij volgen mijn leven lang, en ik zal blijven in het huis des Heeren altoos.'
Soetendorp 'In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was wildrazende afgrond — vormloos. Duisternis dekte oeverloze diepte. Gods geest streek als een wind heetbroedend over 't watervlak. God zei: 'Er zij licht' en er was licht. God vond het licht goed, dus scheidde God het licht van het duister. God gaf het licht een naam: Dag. God gaf het duister een naam: Nacht. Avond werd het Ochtend werd het. EEN DAG.'
***
Afgelopen weken was in Nederland te gast Shadrach Maloka, evangelist in Zuid-Afrika. Hij sprak onder andere in een Pinksterzangdienst in de Zenderkerk te Huizen.
Uit een verslag in de Huizer Courant hetvolgende:
'Indringend was de meditatie van Shadrach Maloka die in zijn sappige Zuidafrikaanse taal stil stond bij het werk van de Heilige Geest en riep daarbij op het Evangelie van Jezus Christus, dat zoals hij zei-'jullie voorvaders naar Afrika gebrengt het om ons in donker Afrika die ware Licht van die Evangelie te bring' - niet prijs te geven. Daarnaast wees evangelist Maloka op de noodzakelijke persoonlijke keus die iedereen moet doen om zich open te stellen voor de werking van de Heilige Geest die vrede, blijdschap en ware liefde zal brengen. En daaraan heeft deze wereld meer dan ooit behoefte, zo stelde de bij velen zeer geliefde Zuidafrikaanse evangelist
Wie meer informatie wil hebben over evangelist Shadrach Maloka of het werk van hem en zijn kerk financieel wil steunen, kan informatie aanvragen bij het secretariaat van de stichting 'In Zijn Opdracht', Gazelle 8, Huizen, tel. 57575. Het gironummer van de stichting is:37233335, In Zijn Opdracht, Kortenhoef.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's