Het jeugdwerk in de Hervormde Synode
Enkele jaren geleden was er een rapport van de hervormde visitatie, waarin gezegd werd, dat God ook zonder de jeugd Zijn kerk bouwen kan.
Enkele jaren geleden was er een rapport van de hervormde visitatie, waarin gezegd werd, dat God ook zonder de jeugd Zijn kerk bouwen kan. Dat zal waar zijn! Maar het is intussen ook een bedenkelijke zaak als jongeren het in de gemeente laten afweten, als ze niet meer onder de verkondiging van het Woord komen, niet meer de catechese bezoeken, niet meer komen tot het afleggen van belijdenis des geloofs. De volgende stap is dat ze - als er nog een kerkelijke huwelijksbevestiging heeft plaatsgevonden - hun kinderen niet meer ten doop houden of dat ze het uit oneigenlijke overwegingen doen.
Zo verschraalt intussen het kerkelijke leven, dat toch juist in de jeugd het frisse groen van nieuw ontwaken vindt. Dan kan het worden - zoals men het nu in bepaalde plaatsen in het buitenland tegenkomt - dat de enige relatie met de kerk nog is de begrafenis (aan het eind van het leven), als er nog geweest is de doop (aan het begin).
Het bestaan van de Hervormde Jeugdraad (waarnaast de Hervormd Gereformeerde Jeugd Bonden) maakt intussen duidelijk, dat de kerk ook vandaag ernst wil maken met de jongeren. Op de vorige week gehouden synode was een 'discussienota' van deze raad ter tafel. Een nota, waaruit overigens duidelijk bleek dat er een uittocht van jongeren uit de kerk gaande is. Een nota, waaruit verder óók bleek, dat de hervormde jeugdraad zich meer bekommert om de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren vandaag dan om hun kerkelijke, geestelijke betrokkenheid. Dat kwam misschien nog het best uit in de woorden aan het begin van de synodezitting van ds. J. Langenbach, voorzitter van de Hervormde Jeugdraad, die stelde dat de jongeren, waarom het ging, die dag in Almelo hand in hand stonden (of zaten) om uiting te geven aan hun onbehagen over de ontwikkeling van de kernenergie. Op deze toegespitste stellingname van ds. Langenbach kwam nogal wat weerwerk, direct of indirect, gevoed intussen door de inhoud van genoemde nota zelf.
Uit de inhoud
We laten hier enkele essentiële punten van de nota van de H.J.R. volgen:
'Uit een Synode-discussie in 1943: "Wij moeten zonder de resultaten van het bestaande kerkewerk en verenigingswerk te onderschatten, vaststellen dat slechts een klein gedeelte van de Nederlandse jeugd onder de beademing van het Evangelie is gebracht"’.
Uit het jaarverslag 1951 van de Hervormde Jeugdraad:
”... dat zij (de kerk) zelf niet uitgaat tot de jongeren en hen in hun leven begeleidt, bij hen is op de plaatsen waar zij plegen te zijn, ja zelfs niet weet waar zij zitten en ook bijna niets er voor over heeft om uit te gaan en hen te begeleiden. Zij nodigt de jongeren vriendelijk gebarend of zeer hooghartig uit toch maar naar haar te komen, op te houden met hun spel, hun werk en zich te zetten rondom sprekers in de meest afschuwelijke lokalen waarvoor dan de jongeren nog huur toe moeten betalen". (...)
"Er is een grote uittocht van jongeren aan de gang uit het instituut Kerk. In één van de Kaskirapporten staat dit als volgt:
"Tengevolge van de voortgaande vergrijzing die het sterkst is onder de belijdende leden en tengevolge van de uittreding van jong-volwassenen zal het acdeve deel van de leden sneller blijven dalen dan hetgeen in de totaalcijfers zichtbaar is”.
De kerk heeft kennelijk de greep op een groot deel van de jongeren verloren. De situatie blijkt gecompliceerd. Immers nog tal van jongeren zijn te benaderen met de vertrouwde methoden. Zondagsschool en clubwerk bereiken nog vele tienduizenden kinderen.
De leeftijdsgroep boven 16 jaar begint echter steeds meer af te haken. Wie goed kijkt ziet dat dit proces reeds begint vanaf 12 jaar. De leeftijd dus waarop voor de meesten het vervolgonderwijs begint. Waar blijven deze jongeren?
Sommigen verdwijnen in "nieuwe religieuze bewegingen" (minder dan vaak gedacht wordt), sommigen vinden een (tijdelijk? ) onderdak bij evangelische jongerenbewegingen, anderen zijn terug te vinden in verschillende vormen van maatschappelijke en politieke actie.
De grootste groep van de afhakers is gewoon weg. Deze groep verdwijnt uit het zicht van de kerk, zonder dat we weten of en zo ja, waar ze onderdak vindt.’
Nadat in de discussienota allerlei zorgelijke ontwikkelingen naar de toekomst toe in de samenleving zijn gesignaleerd, zegt de nota:
'Er zijn tekenen dat jongeren - en zij niet alleen - op zijn minst vraagtekens zetten bij deze toekomst. Zij ervaren dat een technocratische samenleving die beheerst wordt door technologie op deze wijze dreigt dol te draaien. De toekomstperspectieven wijzen in die richting. De antwoorden, voorzover jongeren en ouderen daarnaar op zoek zijn, gaan in de richting van wat wel genoemd wordt een sociocratische samenleving waarin geloofd wordt in kleinschaligheid, het ontwikkelen van nieuwe modellen van samenleven, het zelf uitproberen van oplossingen, vertrouwen in de kracht van de kleine kring. In de sociocratische visie op mens en samenleving staat het sociale in allerlei vormen centraal. Ze is gericht op de leefbaarheid nu en in de toekomst.
Het gaat om relaties boven prestaties.'
Vele vragen
In de synodevergadering kwamen veel vragen los over het beleid van de Hervormde Jeugdraad. Diverse vragen cirkelden om de vraag óf en hoe er samerisprekingen waren met Youth for Christ en de H.G.J.B. Het rapport van de vaste synodale commissie, die een eerste aanzet tot discussie geeft over beleidsnota's als deze, had die vragen ook expliciet gesteld.
Het jaarverslag 1979-1980 stelde over het contact met Youth for Christ en de H.G.J.B. het volgende:
'Het geheel overziende kunnen de verschillen tussen Hervormde Jeugdraad en Youth for Christ wellicht als volgt getypeerd worden:
Youth for Christ gaat uit van een tamelijk tot geheel gesloten systeem, daarin zijn mens en samenleving ingepast. Alles staat daarin op zijn plaats, alles kan teruggebracht worden op de verstoorde relatie tussen God en mens. Om als mens te kunnen leven moet de relatie weer hersteld worden. Tot Jezus komen, betekent: herstel van de relatie.
Je hart aan Jezus geven, betekent: ingepast worden in het systeem, rust vinden. Alles op zijn juiste plaats zien. Daartegenover staat een open systeem. Dat is als volgt te karakteriseren: er is iets goed mis met de samenleving en de wijze waarop de mensen in de samenleving met elkaar omgaan, de bijbel en Jezus laten ons zien dat we daarin niet moeten berusten, maar dat we moeten proberen de samenleving en de mens een beetje te laten deugen en dat we ons daarvoor in moeten zetten. Natuurlijk zijn deze formuleringen onvolledig. Uit de gesprekken is een enorme afstand gebleken, die er zit tussen mensen, die zich in dat gesloten systeem thuis voelen en tussen hen die dat open systeem als onderdak willen zien. Als je meer vanuit dat open systeem leeft, kun je weinig begrip opbrengen voor de benadering van mensen, die in dat gesloten systeem zitten.
Als je in dat gesloten systeem denkt, begrijp je niet dat er mensen zijn die een andere benadering kiezen:
alles is immers toch duidelijk? Vanuit een open standpunt vraag je je af of het wel verantwoord is jongeren te benaderen op de zeer persoonlijke 'heilstoer'. Is dat ook ontwikkelings-psychologies niet een veel te goedkope manier? Verklaart dat ook niet dat veel jongeren, als ze ouder geworden zijn, de antwoorden die ze bij Youth for Christ vonden weer naast zich neerleggen? Zijn geloof en christendom op die manier niet te gemakkelijk ingevuld? Misschien kunnen de verschillende benaderingen van de Hervormde Jeugdraad en van Youth for Christ verklaard worden vanuit die twee systemen. Waardoor ook duidelijk wordt dat alle mogelijke aktiviteiten van Youth for Christ én van de Hervormde Jeugdraad weer een logies voortvloeisel zijn uit die keuze voor een meer gesloten en een meer open systeem. Juist dat maakt het zo moeilijk echt met elkaar te kommuniceren en echt begrip voor elkaar op te brengen. In de gevoerde gesprekken is dat van beide kanten toch redelijk gelukt. Ook al moet er onmiddellijk bij gezegd worden dat dat begrip ophoudt op het moment dat blijkt dat Youth for Christ door het innemen van bepaalde standpunten mensen schaadt.'
Gesprek met de HGJB
'De lopende gesprekken met de HGJB werden afgerond met een gezamenlijke verklaring, waarin - ondanks de gesignaleerde verschillen - duidelijk de wens werd uitgesproken om het gesprek voort te zetten: "Het zou goed zijn, zo is door de deelnemers ervaren, dat ook op andere nivo's ontmoetingen en gesprekken worden opgezet en ontwikkeld, tussen mensen van de HGJB en de Hervormde Jeugdraad. Kennisnemen van eikaars bedoelingen sluit misverstanden uit en verschaft een basis om met elkaar in gemeenschap te blijven en zou ook de kans op vormen van samenwerking in zich bergen".'
Verder vroeg het rapport van de synodalecommissie nog of de strekking van de nota van de H.J.R. niet te horizontaal was.
Wat de stemmen uit de synode zelf betreft het volgende.
Oud. J, Kuiken (Maassluis) stelde, dat de kerk niet meer hét oriëntatiepunt is van de jeugd. Op de pijpen van de kerncentrale in b.v. Dodewaard moet een kruis als oriëntatiepunt staan. Er is méér leven buiten de kerk dan in de kerk, stelde hij.
Dr. S. Meyers (Leiden) wilde vijf punten aan de orde stellen. Gezien de beperkte spreektijd kwam hij niet verder dan zijn tweede punt. De nota van de H.J.R. ademt niet de stijl van de gemeente van Christus (het gaat namelijk hoofdzakelijk om de maatschappelijke betrokkenheid) en voor het begrip geborgenheid is nauwelijks plaats. Wel wordt de angst gevoed door sombere beelden over werkloosheid, milieuproblematiek, oorlog, kernenergie.
Ds. B. C. Bouwen (Barendrecht) stelde, dat in de Rotterdamse agglomeratie tienduizenden jongeren 'weg' zijn. De roep 'kom maar in ons huisje' werkt niet meer. Daarom moet de kerk daar zijn waar de mensen vandaag zijn.
Oud. D. L. L. Kal (Alphen a. d. Rijn) vroeg aandacht voor de hoop. Ouderen moeten naar jongeren toe getuigen van de hoop die in hen is.
Mevr. A. Mulder (Hoorn) stelde in scherpe bewoordingen, dat ze in de nota van de H.J.R. wél de theologie van de bevrijding der armen ontwaarde maar niet die van de verlossing, de bevrijding van zonde en schuld.
Ds. W. Verboom (Waddinxveen) vroeg aandacht voor déze vragen (van jongeren): 'Wie is de God van de Bijbel, van mijn ouders, van mijn doop? ' Grote groepen jongeren verlangen naar relatie met God. Hij stelde dat het Windrooswerk van de HGJB, waar jongeren met jongeren spreken over die relatie, bloeit.
Ds. R. Holwerda (Apeldoorn) vroeg of allerlei groepen, waarmee de H.J.R. contact wil hebben, zich kunnen vinden in alle aktiviteiten van de gemeente. Wie God als Vader heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's