Wandelen met God
'Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg.' (Genesis 5 : 24)
Zoals een ster in de nacht de duistere hemel verlicht, zo staat Henoch als een vuurbaken in de duistere wereld van de oude dag. In deze tomeloos drukke wereld van vandaag word je er stil van als je dit woord leest en is het alsof een roos openbloeit in de woestijn: Een mens die wandelt met God!
De paradijselijke harmonie tussen de Schepper en de mens was verstoord, de kinderband met de hemelse Vader was gebroken. Toen de poort van het paradijs gesloten werd, begon de droeve reis door de wereld, die eindigen zou in de dood. De zonde breidde zich uit als een olievlek op water en haar brutaliteit werd steeds driester. Gods Woord schildert heel duidelijk dat de uitbreiding van het menselijk geslacht zich voortbewoog langs twee lijnen: de lijn van Kaïn en de lijn van Seth, die aan Adam en Eva geboren was na de dood van Abel. Kaïn's familie is volkomen vermaterialiseerd en godloos geworden, maar in de familie van Seth riep men de Naam des Heeren aan, daar was de moederbelofte bewaard gebleven van de komende Verlosser. Later echter kwam er een heilloze vermenging tussen deze geslachten, toen men huwelijken ging sluiten met partners uit elkaars familie. Het gemengde huwelijk met al de fatale gevolgen daarvan werd regel met het gevolg dat een geestelijke en zedelijke verwildering zich baanbrak. Het leven werd een hete en wilde jacht ter bevrediging der hartstochten, de dienst des Heeren werd verdrongen en de vermetele mens waande zichzelf een god.
Zomaar ineens, lezen wij dan van iemand die anders was dan de meerderheid, Henoch. Wij weten van deze man niet zo heel veel, maar toch genoeg om ons tot godvruchtig mediteren te bewegen. Wanneer wij wellicht zouden menen dat Henoch een asceet of kluizenaar geweest is, die zich uit het leven had teruggetrokken en met een boekje in een hoekje verborgen omgang met God genoot, vergissen wij ons toch wel. Henoch was profeet en hij deed zijn mond open om te getuigen. In de brief van Judas lezen wij wat hij sprak tegen zijn tijdgenoten: 'Zie, de Heere is gekomen met zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden tegen allen en te straffen alle goddelozen onder hen vanwege al hun goddeloze werken'. Hij zag het oordeel Gods in de zondvloed reeds gekomen en hij heeft de mensen uit die tijd opgeroepen tot bekering en daarin staat hij voor ons als een profeet. Zien wij de overeenkomst met onze eigen tijd? Toen werd het geruis van de zondvloed gehoord en vandaag horen wij de echo van Jezus ' profetie: 'Van nu aan zult gij zien de Zoon des mensen, gezeten aan de rechterhand Gods en komende op de wolken des hemels'. Ook vandaag wordt God uitgeschakeld, ja zelfs dood verklaard en de verwaten mensch maakt zichzelf tot god in de grote wereldpolitiek, maar ook in de engere verbanden van volk, staat en maatschappij. En waar is Henoch die profeteert, vermaant en waarschuwt? Of laten wij dat aan de predikanten over? Gods kinderen hebben allen de roeping om te getuigen in deze wereld. De Heere heeft ons niet geroepen om rustig in te dommelen bij het luiden van de alarmklok, ook niet om weg te duiken in een gezelschap van mensen die dezelfde mening hebben, maar wij zullen met Amos moeten meezeggen: 'De Heere heeft gesproken, wie zou niet profeteren? '
Het profeteren van Henoch was geen zaak die hij zichzelf had aangeleerd, maar was het gevolg van zijn intieme en verborgen omgang met God: Henoch dan wandelde met God. Een woord om stil van te worden. Toen welhaast iedereen in die tijd de leiding Gods van zich afschudde, mocht deze man zijn hand leggen in de sterke hand des Heeren en mocht hij door het geloof rusten in de belofte van het toekomstige Vrouwenzaad en evenals Abraham heeft hij de dag van Jezus Christus in dé verte gezien en is verblijd geweest. Voor Henoch was God geen dood begrip, maar een levende werkelijkheid. Wandelen met God! Geen hollen en jachten, maar rustig kalm genieten. Tijdens het wandelen spreken de dingen om ons heen meer aan. Zoals een kind aan rnoeders hand zich veilig weet in het drukke verkeer, zo ging Henoch aan Gods hand. Gedurig, dat is: bestendig, voortdurend verkeerde hij in gemeenschap met de Heere. Over zijn ziel wiekte de stilte en de rust van de levensharmonie, die hij weer hersteld zag in de Verlosser Die komen zou, in een levend geloof. Met de Heere wandelde hij over de hoogten, aan Gods hand ging hij door de diepten.
Vindt u dat niet een begeerlijke zaak, in deze onrustige tijd? Te mogen vluchten tot en te mogen rusten in de trouw des Heeren? 'Gij zijt mij een verberging. Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding? ' Dan weten wij dat dit wandelen met God het gevolg is van Gods wandelen met ons. Dat is het wonder van deze verborgen omgang, dat de Heere zich overbuigt in een liefde die niet te peilen is. Henoch wordt niet verteerd door Gods vurige heiligheid, omdat de Heere het bloed van Christus, dat zou vloeien, voor hem laat gelden.
Ach, de vraag doet pijn hoe dit vandaag is, of deze zaak nog gevonden wordt. Mij dunkt, velen stellen zich te gemakkelijk tevreden met genietingen en ervaringen uit vroegere jaren. Als het leven niet dagelijks gevoed wordt, gaan we verkommeren en krijgen wij geestelijk een vale kleur, verspreiden niet meer een welriekende geur en vertonen weinig fleur! Sommigen spreken over het geestelijk leven gelijkt op een veel gebruikte grammofoonplaat, 't is altijd hetzelfde. Hebben wij dan zulk een karig God? Neen toch? Zijn arm heeft kracht en Zijn hand is uitgestrekt in Jezus Christus. Verontschuldiging helpt niet, ook niet een beroep op deze waanzinnige tijd, die het wandelen met God zo tegenwerkt. Een mens kan zich voor God nooit en nergens verontschuldigen. Altijd blijft de Heere vragen: 'Waar is uw geloof? '
Kom, laten wij nog eens op Henoch letten. Hij was geen man van één of andere monnikenorde, maar een man midden in het leven. Hij was getrouwd en had kinderen, wellicht met al hun kinderen. Zijn geloof openbaarde zich naar buiten, midden in de wereld, waarin hij zijn taak moest vervullen. Ook de aardse verhoudingen en verbanden zag hij onder het licht der eeuwigheid. Moeten wij niet veel dichter bij de Heere leven? Hoeveel zaken doen wij en hoeveel beslissingen nemen wij met de gedachte dat wij daarbij God niet nodig hebben? Komt er niet steeds erger een grotere tegenstelling tussen geestelijk en natuurlijk leven? Tussen werkdagen en zondagen? Dat fnuikt het leven en het wandelen met God. Niet alleen voor onze 'arme ziel', maar ook voor ons werk, voor de huishouding, voor de levensinrichting hebben wij nodig te bidden: 'Zij Uw oog op mij Heere en geef Gij mij raad'.
Laten wij vrezen voor een godsdienst die slechts een etiquette is om een vermolmde ziel te camoufleren, ja laten wij tot in ons diepte zijn luisteren naar Henoch's profetie, die wij mogen samenvatten in de woorden van de psalm: 'Hij komt. Hij komt om de aard' te richten!' In Henoch's tijd was het ruisen van de zondvloed te horen en vandaag horen wij het knetteren van de vuurgloed die Jezus' wederkomst zal voorafgaan. Ik hoor Paulus roepen: 'Wij dan, die de schrik des Heeren weten, bewegen u tot het geloof.' Er is beveiliging tegen de nabije wereldcatastrofe in Hem, Die Henoch in de verte zag. Die gekomen is en wederkomen zal, de Heere Jezus Christus. Wie met God wandelt in het leven, die zal ook in de dood niet alleen zijn. Voor Henoch heeft de klok niet geluid, hij heeft geen sterfbed en geen doodsworsteling gekend. Zó maar nam God hem weg, de Heere nam hem bij Zich. De wandelaar met God wordt binnengelaten in de vreugde. Het monotone refrein van Genesis 5: 'en hij stierf', wordt even onderbroken door de klanken van het leven.
Reeds hier op de eerste bladzijden van de Bijbel, zien wij het licht rijzen van de heerlijkheid van Jezus Christus, Die de dood achter Zich gelaten heeft. Wij horen Hem zeggen: 'Ik leef en wie in Mij gelooft zal leven'. Henoch ging het leven in, doordat Christus Jezus de dood zou overwinnen. Hier is een wonderlijke voorkeur Gods: Henoch mag reeds de volle buit wegdragen. Hoewel Adam en Seth, David en Jesaja, Paulus en Petrus gestorven zijn, hoewel ook in de toekomst de gelovigen zullen sterven, toch mogen wij hier horen dat het laatste woord niet is aan de dood. O neen, het leven breekt met majesteit de droeve dodengang.
Hoe zal mijn einde zijn? Vraagt iemand dat? Dan breng ik die vraag terug tot een wedervraag: 'Hoe is uw wandel? '
Geef daar eerlijk antwoord op. Leeft u heden zonder God, zonder Jezus, en de dood zou komen, dan... vul het zelf maar in. Wie met de Heere wandelt, wie door Gods Geest de koers mag bevaren van Gods Woord en inzettingen, die mag weten dat hij in het sterven niet alleen gelaten wordt. In de donkere poort van de dood staan bekende voetstappen, de voetstap van de Voorganger, onze Zaligmaker en Overwinnaar.
Toen Hij onder ons verkeerde gaf Hij de handen over in de banden en sprak: 'Indien gij Mij zoekt, laat dezen heengaan'. En nu Hij boven is, hoor ik Hem zeggen: 'Waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn'.
De analogie tussen Henochs tijd en de onze is bijzonder groot. Het geslacht van Kaïn maakt zich breed en groot, het maakt het Henoch zeer moeilijk. Jezus heeft ook heden Zijn schapen onder de wolven. Het kan ons waarlijk benauwen, zeker, maar Asaf, een andere Henoch, zag dit: 'zij storten van de top van eer in eeuwige verwoesting neer'. Kom, droefgeestige wandelaar, laten wij goede moed hebben en onze hoofden opheffen, want waarlijk is onze verlossing nabij! Laten wij wandelen achter Hem aan totdat de dag aanlicht, als wij horen mogen: 'Welkom thuis'. Maar laten wij het profeteren niet vergeten, laat er geen stilzwijgen bij ons zijn, want wij hebben een Koning, Wiens lof te zingen, een lichte last en een lieve lust is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's