De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (10)

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (10)

8 minuten leestijd

Het voorgaande wil niet zeggen, dat de Delftse periode hem alleen maar twist en narigheid opleverde.

Lichtzijden

Het voorgaande wil niet zeggen, dat de Delftse periode hem alleen maar twist en narigheid opleverde. De zegen op de prediking, de aanhankelijkheid van vele catechisanten, waarvan sommigen ook na zijn vertrek uit Delft hem schreven om te vertellen van hun belijdenis des geloofs en hoe die had plaatsgehad, de lust, waarmede hij toch ook hier het eigenlijke werk mocht doen, ook als pastor, verzoette veel van de bitterheid der bestaande tegenstellingen. Ook had hij een nogal genuanceerde vriendenkring. Deze was niet zonder meer onder één noemer te vangen. Als ik daarover nadenk zie ik voor me een reeks van namen van uit Delft afkomstige predikanten onzer kerk, die een vrij grote spreiding te zien ge­ven, en die toch afkomstig zijn uit gezinnen, die zich over het algemeen tot mijn vader en zijn prediking aangetrokken gevoelden.

Uit de Fontein des levens

Boven heb ik al even vermeld, dat mijn vader in zijn Delftse jaren een weekblad heeft uitgegeven dat bovenstaande 'sprekende' naam droeg. Fris, onweerstaanbaar, verkwikkend, helder, vruchtbaar makend. De gedachte aan zulk een uitgave was niet zozeer van hemzelf uitgegaan. Eigenlijk was reeds jaren geleden het verzoek tot het uitgeven van zulk een blad tot hem gekomen. En wel van de zijde van de heer C. Balke te Baarn, een van de 'vrienden' uit de Hoevelakense tijd.

Directe aanleiding tot het verzoek hing samen met de schriftelijke nalatenschap van een zekere mevr. M. M. de Roode-Böckeler, die 12 januari 1913 in een ziekenhuis te Baarn overleed. Eigenlijk was zij een Amsterdamse. In Amsterdam was zij geboren en daar had zij levenslang gewoond. Alleen de laatste tijd hadden welgestelde vrienden er voor gezorgd dat zij in Baarn een verzorging en daarna verpleging ontving. Daar heeft mijn vader haar ook eenmaal ontmoet en met haar samen met enige vrienden, gesproken, gezongen en gebeden. Daarna is zij met afnemende lichamelijke en geestelijke vermogens, het einde tegemoet gegaan.

De bovengenoemde schriftelijke nalatenschap bestond uit niet minder dan 52 grotere en kleinere delen. Ik zie de lange rij nog staan op de onderste plank van een boekenkast van mijn vader, die ik ook nog steeds in gebruik heb. Na de dood van mevr. De Roode kreeg mijn vader van haar vrienden het verzoek de uitgave van hetgeen zich daartoe leende, uit te geven. De uitvoering was niet eenvoudig. Het nagelatene was allerminst persklaar. De schrijfster had weinig schoolonderricht genoten, al had zij een heldere, sterke geest meegekregen. Het was in al deze delen ook niet gemakkelijk haar eigen werk te onderscheiden van allerlei aantekeningen, gedichten en verhandelingen, die haar bij haar lectuur getroffen hadden en in haar verzameling waren opgenomen. Soms staan er stukken in over een periode uit haar moeilijke kinderjaren, die op een latere, rijpere leeftijd wijzen. Mijn vader schrijft dat dan ook wel eens daarbij. De levensgeschiedenis is ook verre van compleet. Zij beslaat nog geen derde deel van haar 87 jaren. Toch was er genoeg opmerkelijks in dit leven en in haar beschouwingen, om dit niet zonder meer in een kast te laten staan. Bovendien lokte het mijn vader, die graag en vaardig de pen hanteerde, een eigen blad te hebben, waarin hij in wekelijkse meditatie zijn gedachten de vastere vorm kon geven, hetgeen het geschrevene vóór heeft op het gesprokene. Maar het werd 1917, en wel in Delft, eer mijn vader een uitgever vond. Dat was de heer W. Mathlener, die een christelijke boekhandel had, ik meen op de Voldersgracht. Het blad werd gedrukt bij de drukkerij Libertas in Rotterdam.

Tijdrovend werk

Het verzorgen van deze uitgave betekende een niet te onderschatten hoeveelheid arbeid. Het blad had de afmeting van onze Waarheidsvriend. Wel waren er slechts vier bladzijden. Maar mijn vader moest wel ervoor zorgen, dat wekelijks de 12 kolommen van ieder 80 regels volkwamen.

Zijn eigen meditaties besloegen zo'n 4 a 5 kolommen, de levensgeschiedenis van mevr. De Roode 7 á 8.

Laat ik nog opmerken, dat de 52 nummers van een jaargang zoveel mogelijk één ononderbroken geheel moesten vormen. Daarom werden geen advertenties opgenomen. Het weren van advertenties betekende meer schrijfwerk en minder inkomsten. Maar de bedoeling was dat iedere jaargang in boekvorm gebundeld kon worden. Gelukkig was mijn broer bereid voor het verzorgen van de kopij van mevr. De Roode, de helpende hand te bieden.

Toch kom ik in allerlei brieven, die nu ook wel in aantal verminderden, nogal eens de verzuchting tegen: 'Ik heb weinig tijd, omdat het Weekblad zoveel eischt'.

Johannes 21

De ruimte laat niet toe veel te citeren. Uitvoe­rig (in achtereenvolgende nummers) bespreekt hij het welbekende hoofdstuk Johannes 21. Opmerkelijk vond ik, dat mijn vader het aan boord blijven van Johannes, die trouwens het eerst van allen de Heere Jezus op de oever herkend had, stelt boven de spontane vaart, waarmede Petrus over boord springt en zich naar Jezus spoedt. De wonderbare visvangst na de opstanding is een hernieuwde levensles met het oog op de arbeid, die hen wacht als vissers des mensen. Dan gaat ook de zorg voor het hun toevertrouwde boven de bevrediging van de persoonlijke begeerte.

De gevangen vissen zijn hem een beeld van degenen, bij wie de roeping bindende kracht krijgt, die het Evangelie lief krijgen en Gods volk lief krijgen. 'Zij zijn zo geheel anders als degenen, die het Woord Gods wel op de tong, maar niet in het hart hebben, en bij wie daarom gemist wordt, dat kinderlijke, dat teere, dat ootmoedige, dat kleine, dat een kenmerk is van Jezus' lammeren'.

Deze tekening was hem lief. Zijn moeder was er een beeld van geweest. En bij anderen uit zijn allernaaste familie (vrouw, zuster e.a.) had hij dit gezien en liefgehad.

De Bijbel gebruikt immers zelf wel de uitdrukking 'troetelkinderen', die op de zijden gedragen en op de knieën zeer vriendelijk vertroeteld worden en als door een moeder getroost worden. (Jesaja 66 : 12, 13).

Mijn vader erkent de voorrechten van de bevestigden in het geloof, die de vrijsprekende kracht van het Evangelie van kruis en opstanding leerden kennen en daarin de zekerheid des geloofs vinden. Maar ook dat verzekerde geloofsleven is niet louter juichen. De bevestigde in het geloof heeft niet minder dan de bekommerde gedurig het werk van de Heilige Geest nodig, om het werk des Heeren toe te passen met de jubel: 'Die ons van God geworden is, tot wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking en verlossing'.

Anders dreigt het gevaar, dat men 'gaat zitten op een dode rechtvaardigmaking.'

Hij wilde die vrijspraak ook niet binden aan één bepaald, onherhaalbaar moment in het leven. Desgevraagd ontkende hij, dat hij zulk een uniek moment in zijn leven kon aanwijzen. Trouwens ook met een al te theoretiserend bespreken van de toestanden der bekommerden had hij niet veel op. Hij betrapte gaarne het leven zelf, hetzij hoog-of laaggestemd. Hij zou ook niet gemakkelijk verwijzen naar boeken met al te vele, te subtiele en te ingewikkelde opsommingen van kenmerken.

Laat men liever met al z 'n toestanden en onzekerheden de weg des gebeds inslaan naar de troon der genade en daarin volharden, ook al duurt wachten lang. (Ps. 130 : 5-8; Micha 7 : 7).

Mijn vader is bang voor alles wat hoog en groot is in eigen oog. Dat kan van alles wezen, op geestelijk en op natuurlijk terrein. Ik herinner me, dat we voor één van de grootste boekwinkels van Delft stonden. Mijn vader zette z'n bril op en zei: laten we eens kijken wat de dwazen weer geschreven hebben! Dat was een uitval op z'n Luthers! Zonder Gods gaven, die we ook via de wetenschap dankbaar in ons dagelijks leven gebruiken, te minachten, bedoelde hij te waarschuwen voor de neiging al deze wijsheid los te maken van Hem, Die de Opperste Wijsheid is. Zo spreekt hij ook in allerlei meditaties. Geen Baälstorens van welk materiaal ook! God gebruikt soms een prediking zo, dat het is, alsof de prediker tot in bijzonderheden omtrent onze conflicten, vragen en problemen van te voren was ingelicht; zó treffend raakt de prediking onze situatie. Maar dan moeten we achter de prediking Hem zien. Die de prediker zijn prediking als pijl en boog laat hanteren. Niet de prediker komt de eer toe, maar die God, Die de mens in Zijn Genade wilde treffen. Verleidelijk zou het zijn hier veel te citeren.

Een meditatie over het bekende woord 'bij U schuil ik', begint met de opmerking, dat Ps. 143 behoort tot de boetepsalmen. Maar het is niet de droefheid naar de wereld, die er in spreekt, maar die naar God. 'Ze is als het gouden zonlicht, zich spiegelende in de voorjaarsregen, droppelend van het pas ontloken lentegroen of als een schitterende juweelglans, wanneer het zonlicht straalt in de herfstdruppen van bruinende bladeren, die rijpe, kostelijke vrucht verbergen.'

U gevoelt, dat is niet de man om in eindeloos zich herhalende cliché's zich uit te drukken. Ook niet de man, die brokken dogmatiek desnoods onverteerd inslikt, zoals ik van de casuaris (een grote Australische vogel) las, die er niet tegenop ziet 'steentjes' in te slikken, terwijl z'n ogen er bij 'verschieten'. Neen, het ging hem altijd om het echte, het levende, ook in de manier van zich uit te drukken. Vaak haalde hij de dichtregel aan:

'Alfons, wilt gij den zangberg op, bereid een eigen paard; geen huurknol haalt den top.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een gezegend prediker (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's