Boekbespreking
G. J. v. d. Heide: Christendom en Politiek in de tijd van keizer Constantijn de Grote, 148 blz. ƒ 24, 50. Kok Kampen, 1980.
Deze dissertatie handelt over hetzelfde onderwerp als Aalders aan de orde stelt in zijn boekje: 'De grote vergissing'. Terecht wijst Van der Heide erop hoe de wereld na Constantijns dood een gedaanteverwisseling heeft ondergaan. Het christendom is begunstigde geloofsrichting geworden. Na een inleiding waarin de auteur de verschillende standpunten uit het onderzoek schetst volgt in hoofdstuk 1 de visie van de vroege kerk betreffende de plaats van de overheid. Op het verschijnen van een christelijke keizer zijn kerk en theologie niet voorbereid. Hoofdstuk 3 gaat over het beroemde edict van IVIilaan. De kerk wordt onmisbaar geacht ook vanwege het staatsbelang.
Hoofdstuk 4 en 5 gaan over Constantijns rol ten aanzien van het conflict met de Donatisten en de Ariaanse strijd. Constantijn ziet zichzelf als van Godswege op de verantwoordelijke post gesteld om in te grijpen in binnenkerkelijke kwesties. Eenheid achtte Constantijn een groot goed, zulks in verband met de antieke vredesconceptie.
Hoe heeft de kerk dit alles getaxeerd? Daarover gaat hoofdstuk 6. Mij frappeerde in dit hoofdstuk hoe de verschillende visies ten aanzien van de verhouding van Christus tot God ook van invloed zijn op de visie ten aanzien van de relatie tot de staat. Een interessant voorbeeld van de politieke betekenis van het dogma! Mannen als Athanasius zijn een sterke tegenstroom geweest tegen een al te zware overheersing van de kerk door de keizers. Hoofdstuk 7, 8 en 9 gaan over kerkbouw en kerkopbouw, over allerlei ethische vragen, alsmede over de positie van heidenen, ketters en Joden. Van der Heide is van oordeel dat het christelijk geloof wel degelijk invloed gehad heeft op de wetgeving.
In de slotbeschouwingen gaat hij o.a. in op Boerwinkels visie over het einde van het Constantijnse tijdperk. De schrijver is nogal gereserveerd tegenover deze term. Spreken over 'einde' doet z.i. tekort aan de Reformatie en tegelijk ziet het voorbij aan vele feiten, die vandaag nog evenzovele blijken te zijn van de verbondenheid van kerk en staat. Op blz. 130 komt de schrijver tot de conclusie: een kerk die zich afzet tegen de overheid is evenmin in staat zich te handhaven als een kerk die haar leden bijeen houdt dankzij de krachtige hand van een welgezinde regering, wanneer zo'n overheid van beschermer weer vijand wordt.
Van der Heide pleit voor het eigen recht van de overheid als dienares van God. Hij waarschuwt voor overschatting van de kerk, al geeft hij toe dat de kerk vaak te weinig kritiek gehad heeft op de overheid. Kerk en overheid staan beiden onder Gods gezag en dragen eigen verantwoordelijkheid. De vraag blijft of de moderne, secularisatie toch niet een zo ingrijpend gebeuren is dat we toch kunnen blijven spreken van een einde van de met Constantijn ingetreden situatie, al blijft het beeld uiteraard genuanceerd. Maar daarmee overschrijden we de grenzen van een kerkhistorische studie. Het Iaat overigens wel zien hoe de auteur een onderwerp behandelt dat direkt in de aktualiteit staat.
Hij heeft Constantijn zoveel mogelijk recht proberen te doen, voorzichtig de verschillende standpunten wegend. Een plus van deze dissertatie is ook dat het een zeer leesbaar boek is, dat blijft boeien. Onze welgemeende gelukwensen aan de auteur die op dit boek promoveerde. Moge het hem gegeven zijn de lijnen die hij hier heeft uitgezet nog eens uit te werken. Ik denk b.v. aan een vergelijking van de Constantijnse eeuw met de Reformatietijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's