Een gezegend prediker (11)
Anders werd het toen in het vroege najaar enkele beroepen van de Veluwe kwamen. Mijn vader kende het land en de lieden, en een zeker heimwee werd wakker.
Beëindiging Weekblad
Alle inspanning en belangeloze toewijding konden niet voorkomen dat het Weekblad slechts één volledige jaargang en drie kwartalen van de tweede jaargang heeft kunnen bestaan. Het laatste deel van de eerste wereldoorlog met toenemende schaarste aan papier en andere materialen, gepaard met omhooggaande lonen, was de oorzaak van het stijgen der uitgaven tot boven het peil van de inkomsten. November 1918 bracht wel het einde van wereldoorlog no. 1 maar voorlopig bracht dit op drukkersgebied geen verbetering. De heer Balke bleef bereid borg te staan voor de tekorten. Maar mijn vader vond het moeilijk telkens de tekorten op hem af te wentelen.
Ook slorpte dit werk toch te veel tijd en energie van mijn vader op. Het nummer van 27 Juni 1919 was het laatste. Daarin beëindigt mijn vader de behandeling van de geschiedenis van Jozef, die plm. een jaar tevoren was aangevangen met Genesis 37 en nu juist met het slot van het boek Genesis beëindigd kon worden. Het was verleidelijk allerlei handelwijzen en wederwaardigheden uit het leven van Jozef en zijn broers toe te passen op de vernedering en de verhoging van de Heere Jezus Christus. En daarnaast het paedagogische optreden van Jozef tegenover zijn broeders te zien als afbeelding van de manier, waarop Christus de Zijnen op hun plaats brengt. Zoals Jozef niet op een pseudo-royale manier voortijdig, bij een eerste ontmoeting, zich aan hen bekend maakt en al hun verkeerde daden toedekt met een: alles is vergeven en vergeten, zo handelt ook Christus met de Zijnen, wier ogen vaak gehouden worden, dat zij Hem niet kennen. Stuk voor stuk worden de broers door Jozefs vragen en maatregelen met hun neus gedrukt op hun verleden. Zonder dat zij het weten, beluistert Jozef hun zelfbeschuldigingen en verheugt zich met een blijdschap, die hij bijna niet meester kan blijven. Zo kent Christus ons in onze zelfveroordeling en klachten reeds lang voordat wij weten, dat Hij ons kent en Zich in ons verblijdt. Zo, kort samengevat, een beknopte weergave van zijn beschouwingen omtrent Christus en de ziel, diep ontdekkend en warm vertroostend. Het laatste nummer bespreekt alleen maar Genesis 48, 49 en 50. De geschiedenis van mevr. De Roode is dan in de laatste tijd al minder plaats gaan innemen, en is in het voorlaatste nummer met een gedicht geëindigd.
De laatste maanden
Aan het omstreden beroepingswerk kwam in 1919 een einde door de beroeping van de bekende ds. P. Zandt, die dit beroep aannam. Ik herinner me nog, dat hij (rijzige figuur) bij ons, met zijn vrouw logeerde. Ik heb hem ook horen preken. De tekst was 1 Cor. 1 : 23 en 24: doch wij prediken Christus, den Gekruidigde, den Joden wel een ergernis en den Grieken een dwaasheid; maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods.
Eerst tekende hij de verwerping van de Gekruisigde door de Joden. Na de middenzang begon hij de antieke leefwereld van de schoonheidlievende Heleen te tekenen met de woorden: 'onder den blauwen Attischen hemel ...' Het deed mij even goed in de prediker iemand te zien, die niet zoals wij, predikanten allemaal, een gymnasiale opleiding had 'genoten', maar daarvan ook een klein beetje had genoten.
Verder bleef er noch van den Jood, noch van den Griek, een stuk heel. Ik kon dat wel waarderen, al waren er, die het maar een 'zanderige' preek vonden. En dat waren niet eens mensen uit een of ander vijandig kamp! Ik meen: ten onrechte.
Het einde nadert
Veel bijzonderheden vallen er overigens niet op te merken. Het gewone, belangrijkste werk ging gedurig voort. Ik herinner me soms wat gezelschapachtige samenkomsten in onze pastorie, woonde ze ook wel bij, maar wat er aan indruk van bij me overgebleven is, ligt noch in de lijn van het bruisende van de Waddinxveense zondagavonden, noch in die van de bezonken en eenstemmige samensprekingen, die later in Barneveld gehouden werden. Het was allemaal een beetje onregelmatig: de tijden waarop, de loop der gesprekken, de wat aarzelende toon. Maar ja, dit zijn vage herinneringen, van meer dan 60 jaar geleden. Toch zie ik verschillende figuren nog wel voor me, die een goede herinnering bij mij nalieten.
Van de scholen herinner ik me alleen de jaarlijkse bazars, waarvan de opbrengst gedurig steeg.
Tijdrovend is ook onze manier van beroepen, met z'n beroepingscommissies, z'n ontvangsten ter plaatse, vaak met predikbeurt en kennismaking, z'n bijzondere hoeveelheid post en velerlei bezoeken aan huis. Vragen kerkeraden van zichzelf wel die uiterste ernst, die ze van predikanten verwachten? Ik kan me niet herinneren, dat de eerste beroepen veel strijd meebrachten. Toen mijn vader in Schoonhoven beroepen werd, kreeg hij van ds. Van Grieken, de waarschuwing, zich daar, naar het voorbeeld van Albrecht Beijling, 'niet levend te laten begraven'.
Anders werd het toen in het vroege najaar enkele beroepen van de Veluwe kwamen. Mijn vader kende het land en de lieden, en een zeker heimwee werd wakker.
Eerst kwam Bennekom. Een vrouw uit die gemeente 'had' er iets voor, dat mijn vader komen zou. Maar mijn vader kréég niets en bedankte, al was het met een bloedend hart. Vlak daarop kwam Voorthuizen. Aantrekkelijk genoeg en nog bewaarde brieven spreken duidelijke taal. Toch ontbrak ook nu de overtuiging, dat dit Gods weg was.
En weer kort daarna, uit diezelfde Gelderse vallei, Barneveld. Tweemaal had mijn vader reeds 'neen' moeten zeggen tegen een verleiding. Toen we daarna eens wandelden in de Wippolder (toen nog bijna niet bebouwd) en mijn vader opmerkte: het is hier toch ook wel mooi, was ik ondeugend genoeg om met een Frans gezegde op te merken: wanneer men niet heeft wat men liefheeft, moet men maar liefhebben, wat men heeft.
Op een dinsdagmorgen moest voor Barneveld beslist worden. De avond te voren meende mijn vader, in de lijn van de vorige beslissingen, dat hij blijkbaar Delft nog niet mocht verlaten. Maar in die laatste nacht werd hij toch nog weer met dit beroep 'werkzaam'. Barneveld kwam op hem af. Hij stond vroeg op, at wat, bad om licht. Terwijl hij bad stond opeens de geschiedenis van de hoofdman te Kapernaüm hem voor de geest. Deze man wist alle dingen in de hand van Hem, Die zegt: ga, en hij gaat; kom, en hij komt; doet dat, en hij doet het. Zo heeft de Heere Zijn dienstknechten slechts te bevelen door het Woord. En mijn vader heeft de moed te vragen, dat, als hij werkelijk naar Barneveld geroepen wordt, zoals hij meent waar te nemen, bij het openslaan van zijn bijbel, deze geschiedenis voor hem zal liggen. En het gebeurde! Zoiets kun je niet zomaar doen. Je kunt het ook niet nadoen. Er was in dit geval ook geen mogelijkheid om het plotseling opgekomen roepingsbewustzijn nog eens te laten bezinken en te verifiëren.
Maar het is mogelijk, dat God de Heere Zich zo concreet inlaat met de behoefte van zijn dienstknecht, zich zó door Zijn wenk te laten leiden.
Zoals gezegd: Zoiets kun je niet nadoen. Vaak komt iedere beslissing op haar eigen manier tot stand. Als het waar is in volkomen afhankelijkheid en overgegevenheid aan Hem, Die Zijn kerk bestuurt en als albesturend God de plaats aanwijst, waar ieder werken moet, in het bijzonder in Zijn wijngaard.
Er waren vele Delftenaren, die het speet mijn vader te zien heengaan. Het afscheid had plaats op 25 november 1919. Tot mijn spijt heb ik de afscheidstekst niet kunnen achterhalen.
Met vertrouwen ging het de toekomst tegemoet. In Barneveld wachtte de laatste, maar ook een van de zonnigste perioden van zijn leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's