Drie vragen rondom het Avondmaal (10)
Pastorale overwegingen
Onze gehandicapten
Hoevelen onder ons, of van onze kinderen zijn niet op de een of andere wijze gehandicapt, ook verstandelijk? ! Sommigen konden niet of kunnen nu niet meer thuis blijven. Ouders laten soms heel moeilijk zulk een kind ergens plaatsen, en kunnen er geen afstand van doen. Ze zijn toch zo lief. Maar hoevaak lijden andere kinderen in het gezin eronder, omdat zij te weinig aandacht krijgen. Sommige ouders schamen zich ook, lijkt het wel, voor zulk een kind, laten het opnemen en kijken er nimmer meer naar om. Gelukkig groeit in verschillende gemeenten het besef, én diakonaal én pastoraal ook voor hen verantwoordelijke te (willen) zijn. Veel kerkgebouwen zijn voor lich. gehandicapten niet of slecht toegankelijk. Binnen gemeentelijke samenkomsten zijn er diensten voor geestelijk gehandicapten. Aangrijpend om in zulk een dienst te zijn, zeker, om zulk een dienst te mogen leiden!
Een vaak verkeerd gebruikte tekst
Voor de taak van de gemeente en elk gemeentelid tegenover onze gehandicapten en voor hun plaats in de kerk van Christus wijst men nogal eens op een der zaligsprekingen, de eerste zelfs: Zalig zijn de armen van geest...' Jammer, dat men ook hier weer op de klank afgaat en niet leest wat er staat. Om te beginnen: er staat niet: zalig zijn de armen aan geest, maar van geest. Ongetwijfeld, Jezus noemt zalig, die wij zielig zouden noemen. Onder de armen van geest mogen we vatten zij, die overtuigd werden van hun geestelijke armoede, wier eigen en oude trots is gebroken, die besef van hun diepe nood en schuld kregen en de Heere niet meer kunnen missen. Ze zijn tevens bij de wereld niet in tel, ze worden miskend, achteruitgezet en verdrukt, zonder zich met wereldse methoden en vleselijke wapenen te weer te stellen. Hun verlossing verwachten ze in diepe afhankelijkheid van Gods ingrijpen. We hebben hier dus niet te denken aan verstandelijk zwak begaafden of geestelijk gehandicapten.
Gehandicapten aan het Avondmaal?
Ik wees er al op, hoezeer men onder de indruk ervan komen kan, hoe vrijmachtig de Heere is en werkt, als men merkt hoezeer ook onze gehandicapten bij het Woord kunnen leven en oprecht de Heere kunnen liefhebben. Treffende voorbeelden zijn ervan. In een van de gemeenten, die ik gediend heb. Ede, durfde ds. Kalshoven geen meisje te weigeren, hoewel gehandicapt, die niets kon leren, maar wel kon belijden: de Heere heeft gewerkt, en ik heb altijd tegengewerkt. Als men wijst op wat Paulus leert aan de gemeente van Korinthe, wat we de vorige keer t.a.v. de kinderdeelname opmerkten, dan moet men niet vergeten, dat het niet om een begrijpen gaat, maar wel om geestelijk verstaan en de gehele levensinstelling. Wonderlijk is, dat wijzen en verstandigen het geheimenis ontgaat maar dat kinderkens, zoals de Heiland Zelf zegt, het inzicht kennen. De geboorte van boven maakt de dingen van Gods Koninkrijk toegankelijk. Ik zou persoonlijk niet durven zeggen: verstandelijk gehandicapten mogen nimmer aan de dis. Is dat niet verbazend hoogmoedig? Matigen we ons dan niet een oordeel aan dat ons niet toekomt? Gelukkig als we ook in het pastoraat zelf mogen zien en leven van de wonderen van God. De Heere staat niets in de weg. We zijn zo gauw geneigd onze inzichten als voorschriften te doen gelden voor de Heere en de wijze van Zijn handelen.
Goddelijke ontferming
Steeds weer valt het bij het lezen en biddend bestuderen van de Bijbel op, dat de Heere in Zijn verkiezende liefde en vrije ontferming voorbijgaat aan hen, die er voor in aanmerking komen naar hun gedachten. Het verachte en onedele heeft God uitverkoren... En dan neem ik een opmerking over uit een opstel van dr. C. P. V. Andel, over de plaats van verstandelijk gehandicapten in de gemeente: armoede, ziekte, gehandicapt-zijn, het heeft evenwel in zichzelf niets verdienstelijks. Ik geloof, dat het zeer nuttig is, deze terechte opmerking ter harte te nemen, want ik vrees, dat nogal eens zo gedacht wordt. God staat aan de kant van de armen, de onderdrukten, de misdeelden, dus... eigenlijk... is het beter arm dan rijk te zijn, want dan heb je een streepje bij God voor. Leggen we dan toch niet juist de grond voor goddelijke ontferming in de mens, een bepaalde eigenschap of situatie? Neen, de Heere ontfermt Zich over die Hij wil. Al wat de mens bezit, wat dan ook, moet hij eerst kwijt om als een arme uit genade het Rijk in te gaan. Wie alle pretenties laat varen, niets verdiend heeft, is geschikt voor het Koninkrijk der hemelen. En dat is de wondere boodschap, nog altijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's