De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geheim van de stilte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geheim van de stilte

'Zwijgen als kracht'

8 minuten leestijd

Hoe ervaren wij, mensen van de twintigste eeuw, de stilte?

Enkele jaren geleden moest ik van Haifa (Israël) naar Beiroet (Libanon). Vanuit het hooggelegen hotel in Haifa zag je in de verte Beiroet liggen, een uur gaans per auto misschien. Maar de grenzen tussen Israël en Libanon zijn gesloten. Dus moest gevlogen worden van Tel Aviv naar Athene en van Athene naar Beiroet. Vertrek 's morgens 4 uur, aankomst 's avonds 8 uur! Bezeten wereld, denk je dan. In Athene moest de nodige tijd worden gewacht op het vliegtuig naar Beiroet. Het vliegveld in Athene ligt aan de kust van de Middellandse Zee. Daar brachten we een aantal uren door. Vlakbij ons, op het strand, zaten Nederlandse vakantiegangers. Ze zaten urenlang uit te kijken naar de vliegtuigen, die om de paar minuten overdenderden met een geraas, zodat ieder er het zwijgen toe moest doen. Ze zaten, om zo te zeggen, permanent te wachten op het nieuwe lawaai.

Ik moest daaraan denken toen ik het fijnzinnige boekje las van Hans Jürgen Baden, als theoloog verbonden aan de universiteit van Munster. Het boekje heet 'Zwijgen als kracht'.

Hoe ervaren wij, mensen van de twintigste eeuw, de stilte? We worden immers door het lawaai omspoeld? Sinds de technische revolutie in de negentiende eeuw denderen de machines met oorverdovend lawaai. Letterlijk oorverdovend; want hoeveel mensen zijn er niet, die door te werken in bedrijven, waar voortdurend de machines hun aanwezigheid luid kenbaar maken, letterlijk doof zijn geworden?

Het kan gebeuren dat mensen verhuizen van de drukke stad - waarom zoeken mensen overigens altijd weer de drukte van de stad op? - naar het stille dorp, waar dan óók. Ze beseffen opeens, dat ze de geluiden in dat dorp missen, die ze in de stad al niet meer hoorden. Zó gewend is men aan het lawaai, dat men de stilte als vreemd ervaart. Er is wat een geluid in deze wereld. Niet alleen van de stampende machines en drilboren, die de aarde doorploegen, maar ook op vergaderingen en congressen, in de voortsuizende vervoersmiddelen, ter land, ter zee en in de lucht, in de wereld van het amusement.

En als het vakantie wordt zoeken talloos velen nog liever het lawaai dan de stilte. Liever de juke-box dan de berghelling, liever het barretje dan het plekje aan het water, waar men wel het klotsen van het water hoort, wat echter geen lawaai is, maar natuurlijk geluid, waarin de stilte hoorbaar is. Zoals op de plek in het bos, waar boomtoppen ruisen, die daarin het geluid van de schepping vertonen, wat iets anders is dan het lawaai van onze moderne technische produkten.

Hoe vinden we stilte?

Het is best goed om aan het begin van de vakantie onszelf de vraag te stellen hoe we echt rust, stilte vinden. Het is een levenskunst, liever nog een genadegave om in de jacht van het lawaaierige leven écht rust te vinden. Zoals mensen, die het arbeidsproces achter zich moeten laten, het moeten leren altijd vrije tijd te hebben, zó moeten mensen óók leren omgaan met hun vrije dagen en weken.

Zwijgen is evenwel nog niet hetzelfde als stilte (zegt ook het boekje van Baden). Zwijgen kan er zijn bij gebrek aan woorden. Zwijgen kan er zijn als verbijstering over ons komt vanwege een ramp, een plotseling gebeuren. Zwijgen kan er zijn als er opperste vreugde is. Zwijgen kan er zijn als het imposante van de natuur indrukwekkend op ons afkomt. Dit laatste kan inderdaad in de vakantie gebeuren, als men zit op een berghelling, als men de luister van Gods goede schepping ondergaat.

Maar het diepste zwijgen is er als het innerlijk van ons mens-zijn bloot komt voor God. Dat kan zich - jawel! - voltrekken tussen de geluidsgolven van de dagelijkse arbeid. Het voltrekt zich ook in de stilte van de binnenkamer. Het kan zich met name voltrekken als we enige tijd afstand mogen of moeten nemen van het dagelijkse werk en 'tot onszelf' mogen komen. Hoe vaak zeggen mensen het niet, dat ze in de drukte van het werk, in het lawaaierige leven niet aan zichzélf toekwamen? Totdat God aan (en in) hun leven kwam, in ziekte en nood, en ze er noodgedwongen buiten kwamen te staan.

Zou zó, in gezonde dagen, het leven juist in vakantietijd niet de vulling moeten krijgen van de stilte tot God? Het lichaam en de geest - toch overigens een twee-eenheid voor Gods Aangezicht - strijden hier soms met elkaar. De geest is gewillig, het vlees zwak! Maar de Psalm zegt: Mijn ziel is immers stil tot God! Dat stil zijn, dat zwijgen voltrekt zich in het leven hier en nu. Vakantietijd mag er echter ook een oefening in zijn. In de rechte en echte ontspanning voor het lichaam ontspant juist ook de geest en in de overdenking van één en ander is de stilte tot God bepalend. Vakantie voor een christen wordt mede gestempeld door de levensheiliging, die zich ook dan voor Gods Aangezicht voltrekt. Het gezochte lawaai is dan, dunkt me, voor wie bij en mét God wil leven, contrabande. De gezochte stilte is heilzaam, recreatief, herscheppend.

'Kracht'

We knoopten deze beschouwingen - als gezegd - vast aan het boekje van Hans Jürgen Baden, 'Zwijgen als kracht'. We geven er geen echte bespreking van. Het lezen ervan - zoals het lezen van ook andere boeken - kan op zich uren van stilte geven. Ik citeer er nog enkele dingen uit:

'Nergens is echter het zwijgen zo onontbeerlijk als op het gebied van het religieuze. Ieder spreken over God begint met zwijgen. In dit zwijgen slaat het besef van schuld neer, van vergankelijkheid en onbelangrijkheid. Wanneer de mens zich naar zijn Schepper toekeert bemerkt hij eerst alleen de afstand, die hem overweldigt en dreigt uit te doven. Wat is de mens, vergeleken met zijn oorsprong? Elke maatstaf schiet hier tekort: het schepsel - een zandkorrel, een blaadje, een vluchtige rimpeling - verdwijnt weer in de afgronden van het niets.

Maar in dit zwijgen, dat uit de schuld en nietigheid van het schepsel ontstaat, mengt zich een andere toon. Het is niet langer een zuiver negatieve ervaring; zwijgend begint de mens een vermoeden te krijgen van de grootheid en de majesteit Gods. In die stilte vormen zich woorden van aanbidding, die nog niet worden uitgesproken; de stilte houdt als zodanig al lof, prijs en eer in.

Dit zwijgen bergt nog een element in zich: de verwachting, het verlangen dat God Zich naar de mens zal neerbuigen. Zich zal verwaardigen hem aan te spreken. In de oneindige dialoog tussen God en de ziel heeft God steeds het eerste woord. Daarom begint ook vroomheid niet met speculaties over God of met een poging Zijn wezen in een net van begrippen te vangen, maar met het luisteren naar God. De voortdurend orerende en discussiërende theoloog die daarmee het goddelijke mysterie stukpraat verwijdert zich heel ver van de eeuwige bronnen. Hij zou er beter aan doen steeds weer de zones van het zwijgen te doorschrijden en zich te onthouden van al die woorden, om het Woord te vernemen dat God van eeuwigheid gesproken heeft.'

'Het hoogtepunt van het zwijgen echter bereiken we daar, waar we alleen nog mogen luisteren en waar de voortdurende verkondiging van God ons als muziek tegemoet schalt. Zo kan God tot ons spreken door Zijn schepping, door de aanblik van een landschap of van een menselijk gezicht, door de sterrenhemel; evenzeer demonstreert Hij Zijn wonderen in de meest nietige dingen: in een bloemkelk, een knop, in de opbouw van een kristal. Of wij ervaren de leiding van God in ons eigen leven; wij bereiken een punt waar de categorie van het lot, het toeval niet meer toereikend is, maar waar ons diepste wezen een weerklank vormt op de aanraking die we alleen aan 'Gods hand' kunnen toeschrijven.'

God trekt in het leven van een mens soms voorbij als in het suizen van een zachte stilte. Zó kan vakantie ook zijn. Tot jezelf komen, én tot God. Weg van het lawaai en het gedruis van de wereld. Weg van de beslommeringen van alledag. Niet de wereld ontvluchtend maar er juist voor lichaam en geest het goede van genietend.

Het boekje van Hans Jürgen Baden geeft goede aanzetten tot het overdenken van de waarde van de stilte, de kracht van het zwijgen. Het is - en dat is op zich al een goed ding - in een boeiende en sprankelende stijl geschreven.

Er zijn theologisch bij dit boek best vragen te stellen: is het christologisch en pneumatologisch element, d.w.z. het werk van Christus en de Geest voldoende aanwezig? Maar in de aandacht, die het vraagt voor het stilzijn tot God in meditatie en zelfinkeer biedt het verrijkende stof, waarbij de raadselen van het leven niet ongenoemd blijven.

Hans Jürgen Baden: Zwijgen als Kracht; Uitgave J. H. Kok, Kampen, 77 pag., ƒ 11, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het geheim van de stilte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's