De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wees Gij mijn Borg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wees Gij mijn Borg

5 minuten leestijd

'Mijn ogen verhieven zich omhoog; o Heere! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.' Jesaja 38 : 14b.

Wat kan er plotseling een wending optreden in het leven van een mens. Het kan gebeuren, dat hij ineens op zijn ziekbed wordt neergeworpen.

Dit behoeft nog niet zo erg te zijn, als hij weten mag dat hij na een aantal weken weer van zijn ziekbed zal opstaan en dat hij dan weer gezond en krachtig door het leven kan gaan.

Ontzettend veel erger is het als na een medisch onderzoek blijkt, dat zijn ziekte ongeneselijk is.

Wij kunnen ons nauwelijks indenken wat er dan allemaal in het hart van zo'n man of vrouw omgaat.

Het is te begrijpen dat de artsen er tegen opzien om de uitslag van het medisch onderzoek aan zulke patiënten mee te delen. Het is zeker geen gemakkelijke taak om iemand zijn dood aan te zeggen.

De profeet Jesaja moet het doen bij koning Hiskia. De vrome koning Hiskia is dodelijk ziek geworden. Wat voor een ziekte hij heeft, weten wij niet. Hij is er zeer ernstig aan toe.

Daar ligt hij op zijn ziekbed en krijgt van de profeet Jesaja de boodschap te horen: Alzo zegt de Heere, geeft bevel aan uw huis, want gij zult sterven en niet leven. Dit is een zeer harde boodschap. Koning Hiskia moet zijn zaken zo snel mogelijk in orde maken, want zijn tijd is kort. Zijn levensdraad wordt afgesneden. Het is een goede zaak om voor het sterven nog zoveel mogelijk te regelen, zodat je alles in de best mogelijk toestand kunt achterlaten. Heel wat narigheid kan daardoor voorkomen worden. Op waardige wijze kan afscheid worden genomen van het aardse leven.

Het allerbelangrijkste is echter of ook ons hart toebereid is om God te ontmoeten. We kunnen alles wel keurig in orde hebben gemaakt wat betreft de aardse dingen, maar hoe staat het er met ons voor wat betreft de eeuwigheid? Hebben wij vrede en verzoening met God gevonden? Als de zaak met God in orde is, dan kunnen wij werkelijk in vrede sterven. Hoe staat het er nu met koning Hiskia voor?

Wij weten dat hij een man was, die altijd vroom en oprecht leefde. Hij wandelde voor Gods aangezicht in waarheid en hij deed wat goed was in Gods ogen. Hij roeide alle afgoderij uit. Zelfs verbrandde hij de koperen slang van Mozes. Want met die koperen slang bedreef het volk afgoderij. De deuren van het huis Gods gingen weer open. Kortom, koning Hiskia ijverde voor het geestelijk welzijn van het volk.

In zijn tijd begon het geestelijk leven weer op te bloeien en dat na een tijd van diep geestelijk verval onder koning Achaz.

En toch is de vrome koning Hiskia zeer bezorgd over zijn eigen ziel. De dood moet maar eens in volle hevigheid op je afkomen, dan komt het erop aan of je werkelijk sterven kunt. En al heb je altijd keurig geleefd door in Gods geboden te wandelen, dan is daarmee nog niet de vrees voor het oordeel des Heeren weggenomen. De vrees wordt alleen weggenomen als wij weten dat wij een Borg hebben voor onze ziel.

De meest vrome zal moeten belijden dat hij bij God in de schuld staat en dat hij niet voor Zijn aangezicht kan bestaan. Dat weet ook Hiskia maar al te goed. Hij verkeert in grote zielenood, hij worstelt met zijn zondeschuld voor Gods aangezicht.

Maar in zijn nood mag hij zijn ogen opheffen naar omhoog. Want bij de Heere God zijn uitkomsten, zelfs bij het naderen van de dood. Hoe hoog de nood in de ziel ook mag stijgen, hoe zwaar hij wordt onderdrukt door de last der zonde, er is uitkomst bij de Heere.

Verwacht uitkomst van de Heere, uw God. Al zijn uw ogen omfloerst door tranen, laten ze nochtans naar de hemel geslagen zijn.

In onze diepste nood kunnen de omstanders ons niet helpen. Hooguit kunnen zij wat troostwoorden spreken, maar verlossen kunnen zij niet. De mens staat dan eenzaam en alleen voor God.

In de hoogste nood roept koning Hiskia: o Heere! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.

Vanuit de onderdrukking klimt deze bede omhoog.

Wie tot deze bede komt, heeft alle mogelijkheden tot zelfverlossing opgegeven. Hij weet dat hij zichzelf op geen enkele manier uit deze onderdrukking kan bevrijden. De zonde blijft hem benauwen, de verberging van Gods aangezicht blijft hem terneerdrukken, de dood grijpt hem aan met vreze en beven. In deze grote zielsbenauwdheid blijft er maar één bede over: Wees Gij mijn Borg.

Deze bede van koning Hiskia is verhoord. Hoe kan het ook anders. Zo'n bede wordt altijd verhoord.

De Heere heeft zijn ziel liefelijk omhelsd en alle zonden van Hiskia heeft de Heere achter zijn rug geworpen. Wat een heerlijk wonder van Gods genade. Heeft dit wonder ook al in uw leven plaatsgevonden?

Dit wonder vindt plaats waar de bede in het hart geboren wordt: o Heere! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wees Gij mijn Borg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's