De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Enkele weken geleden maakten we melding van de benoeming van dr. A. v. d. Beek, voorheen predikant In Lexmond en Vriezenveen, thans te Raamsdonksveer, tot kerkelijk hoogleraar te Lelden als opvolger van prof. dr. H. Berkhof. We schreven toen dat dr. v. d. Beek op 'bewuste en eerlijke wijze' afstand nam van de Gereformeerde Bond. In een interview met hem in Hervormd Nederland verwoordde hij het zelf als volgt:

'Wat mij gestempeld heeft, is in de eerste plaats mijn opvoeding geweest. Ik kom uit een Veluws gezin, een echte gereformeerde bondsgemeente.' Mijn vader was, zo lang ik weet, ouderling. De sfeer thuis werd bepaald door de kerk. De godsdienstige vorming was intensief. Godsdienstige zaken werden ontzaglijk serieus genomen. Godsdienstig was ons milieu gesloten, maar als kinderen werden we verder wel vrijgelaten.

Veel invloed heeft ook de middelbare school in Veenendaal gehad. Daar heb ik de tweesporigheid gekregen dat ik zowel voor de alphavakken als de bèta-vakken belangstelling kreeg. Ik wilde theologie studeren en biologie. Daarom heb ik in beide kanten examen gedaan. Daarna ben ik in Utrecht theologie gaan studeren bij Van Ruler. Ik werd een geweldige fan van hem. Wat ik daar leerde, sloot ook redelijk aan bij de opvoeding die ik gehad had en de gesloten godsbeleving die daarbij hoorde. Maar dat werd anders toen ik voor mijn dissertatiestudie met Berkhof te maken kreeg. Van hem begreep ik dat ik niet meer op de oude manier bezig kon zijn met de goddelijkheid van Christus en met de uitleg van bepaalde bijbelgedeelten. Toen kwam de ommezwaai. Ik besefte dat ik niet meer in de gereformeerde bond paste. Het was het moment dat je inziet, dat je ook wel eens kunt schelden tegen God, dat de doorslag gaf. Ik was toen predikant in Vriezenveen.

Het heeft me veel pijn gekost uit de bond weg te gaan, veel meer dan ik gedacht had. Ik verliet het veilige nest en dat was een grote stap. Het is immers de claim van de gereformeerde bond: wanneer je eruit stapt verlies je alles.

Daarna ben ik hier in Raamsdonksveer terechtgekomen en ik ben zo vrij als een vogel. Dat is nu tweeëneenhalf jaar geleden. Ik heb gemerkt; als je eenmaal de drempel over bent, gaat het hard. Dan verander je snel. Vorige week had ik er nog een gesprek over met een collega van de gereformeerde bond. Tussen de gereformeerde bond en de andere modaliteiten in de hervormde kerk zijn er maar heel weinig predikanten. Als je niet meer wordt geremd doordat bepaalde dingen onbespreekbaar zijn, zoals de vrouw in het ambt in de bond, schuif je een eind door in een andere richting.'

***

Dr. A. A. Spijkerboer heeft voor zijn benoeming tot kerkelijk hoogleraar te Leiden bedankt. Hij voelt zich meer dominee dan professor. Het siert de mens als hij eigen kwaliteiten kent en onderkent. Intussen plaatsten wij de benoeming van Spijkerboer onder de noemer Providentie, Leiding. Dat is in de (kerkelijke) pers aangevochten. Ik heb daar best begrip voor. Al te gemakkelijk kunnen we onze zaken vereenzelvigen met Gods wil. Maar als we er In de kerk niet meer van uitgaan dat er Leiding is van Hoger Hand waar blijven we dan?

In leder geval werden we tot heden voor de benoeming van een notoir marxistisch theoloog als kerkelijk hoogleraar (t.w. dr. G. H. ter Schegget) bewaard. Wat er nu verder zal gebeuren inzake de Leidse vacature staat weer voor de verantwoordelijkheid van de commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs, én van de synode. Leiding en verantwoordelijkheid hebben intussen ook alles met elkaar te maken.

***

In De Reformatie, het orgaan van de Vrijgemaakt Gereformeerden, stond een uitvoerig artikel over de kerkelijke stand van zaken in die kring met vele cijfers en statistieken. Er stond ook een staatje in over 'kerkelijke overgangen'. We laten dat overzicht hier volgen met de opmerking dat het opmerkelijk is hoe gering in feite het grensverkeer met andere kerken is, zeker ook met de Hervormde Kerk. Het grensverkeer met de Gereformeerde Kerken, waaruit de vrijgemaakten afkomstig zijn, is kennelijk nog het sterkst.

Als onderstaande getallen positief zijn, is er een grotere toestroom naar onze kerken. (Zie origineel voor staatje)

***

Uit het boek van ds. P. Lugtigheid. Waaraan we in dit nummer aandacht geven, het volgende zijn, onder de titel 'Zondag':

't Is zondag; in de kerken
Wachten de mensen op het Woord;
En onder 't wachten gaan mijn ogen
Peinzend langs de rijen, voort
'k Zie ze zitten: stil eerbiedig,
Hier is immers 't huis van God.
't Is voor Hem, dat zij hier komen,
Luisterend naar Zijn gebod.
'k Zie een deftige notaris
Naast een jongen van de straat;
Daar zit naast een rijke dame
Iemand, die met schillen gaat.
Die vrouw heeft op sluike haren
Een verschoten hoed gezet,
Met haar dunne, kale mantel
Zit ze naast het groot-toilet
Van een dame in een bontjas,
Dun gekousd en duur geschoeid.
Met haar ingewikkeld kapsel
Heeft de kapper zich bemoeid.
'k Zie een oude man daar zitten:
Vol van groeven zijn gelaat;
'n Mond, gerimpeld, zonder tanden,
'n Hand, die even beven gaat
Als hij in zijn kerkblad bladert
Is gehard en ruw van eelt;
Hem zijn in z'n werkersleven
Strijd en zorgen toebedeeld.
En 2 vragen zijn gebleven
Na mijn rondblik door de kerk.
Bij de eerste gaat mijn denken
Naar dat echte christenwerk,
Toen die jonge Kerkgemeenschap
Na het grootse Pinksterfeest
Al haar geld en goed verdeelde
Onder leiding van de Geest!
Daar liep niemand zonder mantel
Want een ander had er twee...
'Waar is dat vuur gebleven!? '
Vraagt beschaamd en droef mijn bee.
En mijn tweede vraag is deze:
Waarom moet het toch bestaan
Dat, wie 's zondags samen zitten,
's Maandags eigen wegen gaan?
Telt in 't oog van de notaris
Dan dat straatjoch niet meer mee?
En bekommert dan de dame
Zich niet om het wel en wee
Van de vrouw, die elke vrijdag
Bij haar huis de trappen schuurt?
Kijkt de doktersvrouw dan spottend
Naar een bruid, die een bruidsjurk huurt?
En de straatventer kijkt smalend
Naar een grote Chevrolet,
Die parkeren wou, waar hij nu
Gauw zijn oude handkar zet!
Al die mensen buigen 's zondags
Samen voor dezelfde Heer.
Maar op maandag, dinsdag, woensdag
Zien z' elkander nauwelijks meer.
Veel te veel wordt door ons mensen.
Op het uiterlijk gelet.
Maar eens wórden onze harten
Door God, op een rij gezet!
Hij ziet door de kale mantel
En dwars door de bontjas heen...
Want bij Hem is dikwijls bijzaak
Wat bij ons de hoofdzaak scheen.
Stuk voor stuk moet elk verschijnen
Eenmaal, voor dezelfde Heer..
Kijk dan nooit in trots of hoogmoed
Op Uw medemensen neer.
Maar wil veeleer blij bedenken.
Dat we allen, groot of klein,
Arm en rijk, geleerd, eenvoudig,
van één Vader zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's