De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een kleine wolk als eens mans hand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een kleine wolk als eens mans hand

(over een conferentie te Oxford-1981 van de C.E.R.F.)

9 minuten leestijd

Wie in Engeland komt, vindt welhaast overal, in grote en kleine plaatsen, een kerkgebouw van de grote Anglikaanse kerk, de zg. Church of England.

(over een conferentie te Oxford-1981 van de C.E.R.F.)

Wie in Engeland komt, vindt welhaast overal, in grote en kleine plaatsen, een kerkgebouw van de grote Anglikaanse kerk, de zg. Church of England. Prachtige kathedralen vaak. En wie in één daarvan een dienst meemaakt, zal allicht wel een predikant het spreekgestoelte zien beklimmen met een mooie rode toga en enig stemmig zwart. Misschien wel een samenkomst, waarin die predikant een huwelijk sluit. Ja, want de man is daar ook wat wij zouden noemen: ambtenaar van de burgerlijke stand, die niet slechts huwelijken inzegent, maar ook sluit. Dat zegt iets over de verhouding kerk en staat.

Over deze grote kerk van Engeland zou uiteraard veel meer te vertellen zijn. Veel meer ook dan wat ons drietal ervan meemaakte (drs. W. van Laar, ds. F. Luitjes en ondergetekende), toen wij op woensdag 1 Juli jI., voordat wij ter conferentie in Oxford togen, nog een paar uur in het hartje van Londen rondwandelden en het genoegen smaakten om een korte dienst mee te maken in de Westminster Abbey tegenover de bekende Big Ben. Een imposant bouwwerk, stralende Engelse hymns onder begeleiding van het machtige orgel.

Gereformeerd en evangelisatorisch

Ik zou u echter liever even willen meenemen naar die conferentie in Oxford. Daar kwamen van 1 tot 3 Juli jl. zo'n 35 conferentiegangers bijeen uit verschillende delen van Engeland, voorgangers van de Anglikaanse kerk grotendeels, onder het motto 'Kerk en zending'. Zij vertegenwoordigden wel een zeer speciale groepering uit de Church of England. Een Reformed Fellowship in die kerk, zeg maar: Gereformeerde Bond. Klein in getal. Van de 11.000 predikanten, die de Anglikaanse kerk telt, zijn er wellicht niet meer dan een kleine honderd lid van deze Fellowship, al zijn er stellig veel meer sympathisanten. Geboren uit verontrusting over de gang van het kerkelijk leven: wassend modernisme in theologie, prediking en gemeentevorming. Bezield met een heilige hartstocht voor de gereformeerde beginselen, die van oudsher in belijdenisgeschriften en liturgische formulieren van de Anglikaanse kerk verwoord zijn. Bewogen bovendien over de schrikbarende afval van de kerk en van het geloof in Engeland (nog negen procent gaat ter kerke). Opvallend is die combinatie: grote liefde voor de gereformeerde waarheid, maar ook een grote ijver om te evangeliseren. Dat laatste hebben de mannen van de C.E.R.F. gemeen met de 'evangelicals', die in de Engelse kerken goed vertegenwoordigd zijn. Van de 43 bisschoppen kan in elk geval een bisschop nl. Wood van Norwich daartoe gerekend worden. De leden van de Fellowship onderscheiden zich evenwel toch ook van deze zg. evangelicalen in het algemeen. En dat zit hem dan vooral in wat wij zouden noemen de leer. 'Er is', zeggen zij, veel meer... Het kan dieper, meer naar de zin en inhoud van de Reformatie'.

Wat ons een grote verbondenheid aan de broeders van de Reformed Fellowship deed beleven, was hun liefde voor de nationale kerk. Die verlaat je niet zomaar. Tevens de sterke begeerte om trouw te zijn in een bijbelse prediking en in een intensief pastoraat, hoe gering het aantal kerkgangers en meelevenden ter plaatse ook is (niet meer vaak dan tachtig à honderd kerkgangers vaak 's morgens; 's avonds, als er nog een avonddienst is, de helft). De leden van de Fellowship legden er ter conferentie bij elkaar de nadruk op, dat men in een trouwe bediening vooral zijn kracht moest zoeken en niet in een sterk georganiseerd zijn als groep of bond. Zulke zaken zijn ook ons niet onbekend.

Wetenschappelijk-bemoedigend

Maar nu dan de boodschap van de Oxfordconferentie zelf. Lezingen zeker, die op hoog wetenschappelijk niveau stonden? Dat mag toch zeker een keer in een plaats als Oxford, waar je haast struikelt over de eeuwenoude ' college 's halls' en over de studenten, en waar je een boekwinkel kan binnenstappen, waarin het aantal voorradige boeken ver in miljoenen loopt. Ja toch was het op de conferentie-Oxford weer wat anders dan vorig jaar in 'Shallowford' (Stafford), waar de lezingen behoorlijk pittig waren. De Fellowship zoekt graag een wetenschappelijk verantwoorde toerusting van haar leden in gereformeerde zin en is hoogst dankbaar, als er één van haar leden benoemd wordt aan een theologisch college of aan één of andere universiteit. Toch lag deze keer op de conferentie duielijk de nadruk op wat de Engelsen noemen het element van de 'encouragement'. Elkaar bemoedigen in de vervulling van de hoogst gewichtige, maar ook zo zware taak van de bediening des Woords in de gemeenten. Een golflengte als van de Leicester conferentie, waar elk jaar ruim 250 voorgangers uit ettelijke denominaties van Engelse kerken bijeen zijn (telken jare ook bezocht door 15 tot 20 predikanten en studenten uit onze kring). Op deze golflengte was in Oxford in elk geval ook de Bijbelstudie afgestemd, gegeven door mr. Colin Brown (lector in de theologie).

Kerk en zending

'Kerk en zending' was het thema van de Oxford-conferentie. Reverend Pat Dearnley hield ons zijn gedachten voor over 'Sociale actie als zending'. Belangrijke vragen over de opdracht om het Evangelie gestalte te geven in woord en daad kwamen aan de orde. Maar de hoofdschotel bestond uit een drietal lezingen van reverend George M. Philip (Glasgow), die zich bewogen op het pastorale vlak. Vooral zijn laatste lezing over de 'Pastorale zorg voor zendelingen' had een heel praktische spits en was in feite een gedurig pleidooi om zendelingen te omringen met goede zorg. Hen gedurig dragen in de voorbeden, hen dragen vanuit het grondvlak van de gemeente (schriftelijk in kontakt blijven met hen). Zij hebben het vaak moeilijk en hoe rijk is het, als zij een werkelijk geestelijk thuisfront achter zich weten.

Maar die hoofdschotel van de conferentie bestond uit verschillende gerechten. George Philip betrok in zijn lezingen vooral ook het evangelisatiewerk (het éne grote zendingswerk van Christus' gemeente in de wereld). Ik laat een aantal uitspraken, die ik uit zijn mond optekende, hieronder volgen. Ze zijn wellicht goed om te overdenken ook in onze Nederlandse situatie.

Ds. George Philip

- Wat is ons recht om zending te bedrijven? (veelgestelde vraag). Antwoord: Wij hebben geen keus; de mens is dood in zonden en misdaden en Christus leeft.

- De duivel mikt op ons, maar het gaat hem om veel meer dan om ons; hij zoekt een koninkrijk. Denk eraan, dat de wereld niet neutraal is, ze is vijandig, ze ligt onder Gods oordeel. Geloven we dat? Prediken we het ook? Wedersta de macht van het boze (zich in onze tijd ondermeer uitend in sexualisme en naaktcultuur).

- Evangelisatie is de meest 'hart-brekende job', die er bestaat. Maar we brengen het Woord. Dat Woord staat buiten diskussie. Wij hebben het te proclameren, niet er over te discussiëren. Zullen we bidden? Nee, 'let us pray'. Onze kracht ligt in de hoge tegenwoordigheid van de levende God Zelf in onze erediensten (worship). Die mogen God transparant maken. Hoe betrouwbaar is die God. Wat zijn we bevoorrecht, dat we de heilige bediening hebben.

- Een bijbelse prediking is prediking in de kontekst van de komende wereld. Wij zijn vreemdelingen op aarde.

- Predik zoals altijd, ook als er 'groten' onder uw gehoor zitten. Predik zo, dat de eenvoudigsten het verstaan kunnen.

- Ik heb in mijn gemeente alle aktiviteiten gestaakt, zelfs een koffiebar. Wij hebben op zondag onze erediensten (tweemaal), we hebben een 'prayer-meeting' en Bijbelstudiewerk. En de jongeren komen. Wij moeten met de mensen heel de Bijbel door (hele Bijbelboeken). En we moeten al de raad Gods hen verkondigen. Daarnaast is een trouw pastoraat van een geweldig belang. In de gemeente speelt de 'fellowship' (ware broederliefde) een hoogst belangrijke rol. Wat zijn we voor elkaar?

- Wij doen het werk altijd in historisch perspectief. Met anderen vóór ons en met ons. 'Wij gaan in tot hun arbeid' (Joh. 4 : 38). Gods grote werk in de wereld.

- In onze gemeente zijn het altijd verschillende mensen (ouderlingen), die oordelen over de geschiktheid van iemand om in de zending te gaan. Het oordeel daarover kan niet bij een enkeling berusten.

Zo ongeveer ging het toe in de praktische inleidingen van George Philip. De man was afkomstig uit Glasgow. Predikant van de Church of Scotland, in tegenstelling tot de Anglikaanse kerk in Engeland, een presbyteriaal geordende kerk, geen bisschoppelijke kerk dus. En mr. Philip bond het de broeders ook op het hart, dat zulk een presbyteriale ordening van het kerkelijk leven minder hindernis voor de voortgang van het Evangelie betekent dan een bisschoppelijke. Van de plm. 1400 voorgangers, predikanten in de grote Schotse kerk zijn er zo'n honderd evangelisch-bijbels naar zijn zeggen.

China, Peru...

Nu, en dan was daar nog de informatie over China, gegeven door reverend John Wallis. Nieuwe mogelijkheden in een land, dat heel lang alle deuren gesloten heeft gehouden voor het Evangelie. God gaat door. Ook waar wij er niet van weten. God gaat door. In China. In Peru (Lima), waar (dichtbij het werkterrein van de G.Z.B.) een enkele zendingsman van de B.C.M.S. (Bible Churchmen Society) werkzaam is. Ds. Gordon Fyles, de director van dit kerkelijke zendingsinstituut vertelde dat men bij hen niet minder dan 95 zendingsmensen in dienst had.

Hoe groot is God

God gaat door. Als is het op de wijze van een kleine wolk als eens mans hand. Toen wij ter conferentie iets mochten vertellen over de Gereformeerde Bond in de N. H. Kerk en over het werk van de G.Z.B, hebben we samen gevoeld, welke nauwe banden ons aan elkaar verbonden. En we hebben dat gevoeld, toen de conferentiegangers na onze toespraken voor ons in gebed gingen en God vroegen om geloof en kracht om in Zijn Naam voort te gaan. We hebben het bovenal gevoeld, toen in de dienst, waarin het heilig Avondmaal werd gevierd, de deelnemers aan de conferentie neerknielden en als ware bedelaars hun opengevouwen handen ophielden om een stuk brood te ontvangen. Als kinderen, die iets heerlijks krijgen. Houd je handen maar op. Je kunt het weten en ook geloven, dat God groot is. Maar als Zijn grootheid weer nieuwe ervaring wordt in de weg van de eenvoudige tekenen van brood en wijn, dan zou je 't iedereen wel willen toeroepen: 'Wat is God groot'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een kleine wolk als eens mans hand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's