De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

De IZB en de gemeente

In het blad Uitdaging had Johan Th. Bos een gesprek met ds. J. Vroegindeweij, de opvolgervan ds. Snoei als predikant-directeur bij de IZB. Naast punten als de relatie tot de Hervormde kerk, de missionaire eenheid van woord en daad en de verhouding tot het Instituut voor Evangelisatie komt ook de verhouding IZB-plaatselijke gemeente aan de orde.

De IZB wil evangelisatie bedrijven van de plaatselijke gemeenten uit. Zij wenst geen afzonderlijke organisatie te zijn, waar hervormde gemeenten hun evangelisatietaak bij kunnen uitbesteden. 'Wij zijn een dienstverlenend orgaan voor de gemeenten, maar we komen niet in plaats van die gemeenten', betoogt de dominee vanaf zijn direktiestoel. 'Wij dropppen ook geen evangelisten bij gemeenten; zij moeten er zelf om vragen. Evangelisatie moet van de gemeente uit plaats vinden. Die moet zo'n evangelie als het ware uitzenden'.

Hij beschouwt het als zijn taak het werk van de IZB binnen de kerk meer bekendheid te geven. 'De vele facetten van ons werk moeten nog veel meer in de gemeenten worden geïntegreerd. In het kader van de aktiviteiten voor het evangelisatorische jaar gaan we ook regionale instruktie geven. Het is overigens verheugend dat de belangstelling voor evangelisatie in hervormde kring sterk toeneemt'. In de bonte wereld van de evangelicals, verenigd in de EA, voelt de IZB zich - naar zijn zeggen - een typisch kerkelijk gezelschap. Met de openheid naar allerlei kanten, het overleg en de samenwerking, is men duidelijk verheugd.

Een vurige wens van ds. Vroegindeweij is dat de hervormde kerk ooit ook met andere kerken samen op weg gaat, zoals de christelijk gereformeerde. Zegt: 'Over het samen op weg gaan met de synodaal gereformeerden wordt gezegd dat het een opdracht van God is. Maar ik kan niet begrijpen dat samenwerking met de christlijk gereformeerden dant dan niét is. Dat heb ik ook herhaaldelijk betoogd in de commissie Samen op Weg'.

De vraag rijst natuurlijk hoe hij tegen de niet aan kerken gebonden bewegingen aankijkt, zoals Youth for Christ. Navigators, Jeugd met een Opdracht, e.d. Ds. Vroegindeweij: 'In die bewegingen mist men kennelijk warmte in de kerk. Daar moeten wij wat van leren. Ik denk dat kerkeraden zich in hun beleid moeten afvragen: hoe komt dat? Het positieve van een organisatie als Youth for Christ vind ik toch dat men er uitgaat van de belijdenis van een driënige God. Dan heb je toch een basis'.

Intussen blijft hij geloven in de toekomst van de kerk. Zij is géén aflopende zaak, meent hij. 'Afgelopen zondag sprak ik in een Noordhollands dorp. Daar waren meer jongeren in de kerk dan ouderen. Zoiets geeft mij hoop'.

Het is een verheugende zaak dat éen zo centraal punt als het missionair karakter van de gemeente steeds meer in de aandacht komt. Het Nieuwe Testament met name spreekt hierin duidelijke taal. Zeker, we zijn er niet met boeken, brochures, conferenties etc. over deze zaak. Als de gemeente leeft uit het wonder van Pinksteren zal ze zich gezonden weten. Zoiets kun je niet organiseren. Maar wij weten dat de Here wil werken door de verkondiging van Zijn Woord. En het zou niet voor het eerst in de geschiedenis zijn dat een hervinden van Schriftuurlijke accenten zegenrijk is geweest. Daarom hoop ik vurig dat het appèl wat uitgaat van het evangelisatorisch jaar in die zin weerklank moge vinden. Onze God is een God van wonderen. Daar wil Hij om gebeden zijn. Ook in een tijd waarin prognoses somber zijn. Maar we behoeven niet af te gaan op prognoses. Wij mogen veel verwachten van de kracht van Woord en Geest. Wat zou het een zegen zijn als we zo meer en meer ons bewust werden van onze zendingsroeping.

***

De gemeente op Irian en in Nederland

Op Irian Jaya werkt ds. C. G. Vreugdenhil, zendingspredikant van de Geref. Gemeente. Het blad Daniël van 12 juni had een gesprek met hem. Ds. Vreugdenhil wijst o.a. op het verschil in cultuursituatie tussen de wereld waarin de nieuwtestamentische gemeenten ontstaan zijn - een hoogontwikkelde romeinse beschaving en hellenistische cultuur - en de primitieve cultuur op Irian. Gevraagd naar de verschillen tussen Irian en Nederland zegt hij:

Dat is een interessante vraag. Een paar verschillen zijn al aan de orde geweest. Er is nog meer te noemen.

Sommige mensen denken, dat de ouderlingen op Irian ook met streepjesbroeken lopen... Wie de zendingsfilms heeft gezien, weet natuurlijk wel beter.

Er zijn grote verschillen door het enorme onderscheid in kulturele, sociale en vooral kerkhistorische achtergronden. Veel dingen, die in Nederland vaak zo absoluut worden gezien, ga je daar relativeren. Je kunt bijv. denken aan liturgische kwesties of aan het dragen van een 'hoofddeksel' (hier een hoedje, daar een netje). Ach, er zijn zoveel dingen die in feite niets betekenen, maar waarvan soms principe-kwesties gemaakt worden.

Laat niemand denken, dat onze gemeenten op Irian, wat het uiterlijke betreft, getrouwe kopieën zijn van onze gemeenten in Nederland!

Maar er zijn geen verschillen als het gaat om de wezenlijke dingen van het geloof. De kerk op Irian heeft dezelfde grondslag, nl. het Woord van God en de daarop gefundeerde belijdenis. Ik moet hier wel aan toevoegen, dat de worsteling van het geloof een verschillend front heeft. In Nederland is vaak één van de punten het komen tot geloofszekerheid ('Ben ik wel een kind van God.'). Op Irian is de strijd vooral gericht tegen het terugvallen in het heidendom.

U beziet het kerkelijk leven in Nederland in de regel op een afstand (heel letterlijk opgevat). Zijn er ook dingen die u, vooral in vergelijking met de toestand in de eerste christengemeenten en de situatie op Irian Jaya, verontrusten?

Wat ik in Nederland schrijnend mis is saamhorigheid, onderlinge eenheid en verbondenheid. Dat bedoel ik dan met name binnen één en dezelfde gemeente.

In het boek Handelingen lezen we het zo anders: de gemeenten hadden vrede, werden gesticht, enz. Ook op Irian hebben we (nog) geen last van tweedracht binnen één gemeente. Er is een band van liefde, men is behulpzaam en niet kritisch.

In plaats van dat we hier één front vormen tegen de werkelijke vijanden, neemt men de strijdbijl tegen elkaar op. De liefde tot de naaste en het aanvaarden van medebroeders en-zusters, die er soms iets anders over denken, ontbreekt helaas vaak. Het ergste vind ik, dat broeders van hetzelfde huis elkaar soms achter eikaars rug om verdacht maken. Daar wordt Gods gemeente door verwoest.

Verder ben ik ongerust over de soms vrij sterke systematisering van de heilsweg die aan de zondaar wordt voorgehouden. Niet ieder beleeft hetzelfde of in dezelfde mate. Terecht schrijft ds. C. Harinck in zijn boek 'De bekering': 'Het is dan ook zo belangrijk dat een predikant niet naar voren komt met zijn eigen gedachten over hoe God mensen bekeert, maar steeds vanuit het Woord Gods spreekt.'

Vreugdenhil wijst erop dat we erg voorzichtig moeten zijn met te zeggen dat de Heilige Geest spaarzamenlijk zou werken. De Here gaat door met het bouwen van Zijn kerk. Ook vroeger was het lang niet alles goud wat er blonk.

Zeker, de ontwaarding van de christelijke cultuur gaat door. En we kunnen Gods Geest bedroeven. Maar laten we beginnend geestelijk leven niet weggooien. Op een vraag naar de inhoud van de prediking wordt het volgende gezegd

We gaan nog even terug naar Irian. Heel andere mensen, een totaal andere kultuur, maar hetzelfde Woord en dezelfde Geest. Preekt u daar nu anders dan hier? Legt u misschien andere aksenten?

Een leuk vraagje! Ik preek daar inderdaad heel anders. Laat ik een paar verschillen noemen:1. in een andere taal (beperkt je in je uitdrukkingsvermogen); 2. in een heel andere kulturele kontekst ('t moet erg eenvoudig zijn); 3. in een andere vorm (meer een soort bijbellezing); 4. veel korter (omdat er twee sprekers zijn in iedere dienst). De grondslag van de prediking is natuurlijk dezelfde als hier. En wat die aksenten betreft: op Irian leg ik veel meer de nadruk op de kenmerken van het ware geloof. Je hebt daar soms te maken met een massale overkomst van een stam naar het christendom. Het blijkt later heel moeilijk te zijn om uit te leggen wat het verschil is tussen wat wij noemen een 'historisch geloof' en het 'zaligmakend geloof', 'k Ben wel eens bang, dat velen het historisch geloof voor het zaligmakend geloof houden. Ze zeggen dan: ik geloof alles wat u vertelt en wat in de Bijbel staat... Als dat echter niet meer is dan een verstandelijk beamen, is het niet genoeg.

Het is altijd weer belangrijk dat wij hier in ons land horen hoe de gemeente daar overzee leeft en werkt. Want het werk van de Pinkstergeest is wereldwijd. Dat geeft bij alle verschillen van land, cultuur, taal, situatie toch verbondenheid.

***

Bijbel, ethiek en huwelijk

Deze drie zaken kwamen ter sprake in een gesprek met dr. A. Dekker, docent ethiek in Kampen, in Scheps' Kerknieuws van 26 juni. Dekker vindt de nieuwe visie op de Schrift, waarin we zorgvuldig onderscheiden tussen norm en tijdgebonden elementen en niet meer van kaft tot kaft de Schrift aanvaarden, bevrijdend. De ethiek is juist meer bijbels geworden, zegt hij:

Als ik zeg dat de ethiek thans meer bijbels is geworden, dan bedoel ik daarmee dat we hebben ontdekt dat het helemaal niet van eerbied voor de Bijbel getuigt, als je een tekst zo maar uit zijn verband haalt en dan zegt: zo staat het er. Dat is volstrekt oneerbiedig. Het is eerlijker en meer bijbels om na te gaan wat de Bijbel zelf wil, wat haar teneur is. Je moet er goed op letten dat de Geest, de kerk en de Heer onderweg zijn. Dan weet je dat je ook vandaag die Bijbel mag gebmiken die op heling, op heil is afgestemd, die een wereld bewoonbaar wil maken en die mij mijn eigen verantwoordelijkheid nooit ontneemt. Vroeger betuttelde de ethiek m.i. de mensen meer. Nu legt men veel sterker de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de mens in het personele, maar ook in het sociale vlak. De maatschappij komt meer te voorschijn. Men ziet nu ook dat wat toen autoritair gebracht werd, omdat men dacht dat het van boven werd gedropt, niet van boven kwam, maar door een meerderheid cultureel gebonden en emotioneel bepaald opgelegd werd.

Wat bedoelt Dekker met zijn opmerking dat de Geest, de kerk en de Heer der kerk onderweg zijn? En dat de Bijbel op een bewoonbare wereld is afgestemd. Het is verhelderend eens na te gaan hoe hij dit toepast op de huwelijksethiek. Op een vraag over samenwonen zegt hij:

- Als pastor zul je dan in de eerste plaats met ouders en kinderen moeten praten. Vaak zullen die dat zelf in zo'n situatie niet meer kunnen. Je zult dan als theoloog óók aan de ouderen moeten uitleggen dat je hier niet te maken hebt met hoererij. Echtbreken betekent in het Oude Testament de echtgenote van je volksgenoot stelen. Samenwonen mag je dus geen hoererij noemen. Je moet verder bedenken dat er thans een generatie opgroeit die voor een groot deel gescheiden ouders heeft. Er zijn samenwonende jongelui die zoveel trouw en warmte voor elkaar opbrengen dat veel getrouwde mensen daar niet aan kunnen tippen. Ik heb dan ook grote bezwaren tegen de term hokken. Als je dat woord gebruikt, geef je al te kennen dat je samenwonen iets beestachtigst vindt. Beesten hokken immers. Dan heb je eigenlijk al een ethisch oordeel geveld.

- U vindt niet dat geslachtsgemeenschap uitsluitend binnen het huwelijk mag plaatsvinden?

- Het bestaande huwelijk is nog maar anderhalve eeuw oud. Men heeft het sexuele zó losgemaakt van de belevingswereld van de totale mens dat het opgeladen werd met een inhoud die wel moest teleurstellen. Voor de sluiting van een huwelijk mocht er niets, daarna móest alles. De sexualiteit op het laatste moment, die plotseling moet, zoals dat vooral in rooms-katholieke kringen het geval was, viel zo vreselijk tegen dat men er een kater van kreeg. Zij die voorspellen dat de op het stadhuis gesloten huwelijken omstreeks 2000 in de minderheid zullen zijn, kunnen wel eens gelijk krijgen. Het gezin wordt wel een hoeksteen van de samenleving genoemd, maar over tien jaar zullen we waarschijnlijk andere samenlevingsvormen ook als een hoeksteen beschouwen. Daarmee wil ik niet ontkennen dat het gezin een heel belangrijke zaak is. Het is duidelijk dat je een grote chaos zou krijgen, als de hele maatschappij zou bestaan uit losse individuen. Maar er zijn méér hoekstenen dan het gezin. Het is een bewijs van culturele gebondenheid als je het gezin exclusief als hoeksteen beschouwt. Dat we daar nu anders over denken, vind ik helemaal niet zo erg. Het gaat om de inhoud, de intentie. Je moet weten dat je er niet mee klaar bent als je op het stadhuis 'ja' zegt, het gaat vooral om de relatie. Daar wordt wel eens negatief over gesproken, maar je kunt dat ook positief doen. Je geeft iets aan elkaar wat bij de intimiteit hoort, je schenkt elkaar vertrouwen, ook in de zin van eerlijkheid en openheid, je mag tegenover je partner het achterste van je tong laten zien. Het lichaam is geen proefstation, maar wel degelijk een stukje van je zelf, dat je aan die ander ook in een goede relatie meedeelt. Vroeger toen je alleen maar met elkaar mocht sarnenleven binnen het kader van het huwelijk, gebeurden er ook minder mooie dingen. Denkt u maar eens aan mishandeling van vrouwen en kinderen.

- Legt u nu niet veel te nadruk op de ongunstige gevallen van vroeger? Alleen maar ja-zeggen op het stadhuis, dat is inderdaad ook niet alles. Dat wisten ze vroeger ook wel. Kan dat een argument zijn in de discussie over trouwen of samenwonen?

- Op die schaduwkanten van de vroegere situatie wijs ik juist die mensen die vinden dat tegenwoordig iedereen alles maar doet en dat alles maar mag. Dan zeg ik: pas op. Als twee mensen samen door het leven willen gaan, dan mag de staat daar best bij zijn, gezien de orde die we met elkaar hebben. Dat is een goede zaak, maar dat kan ik niet met een bijbeltekst bewijzen.

- Wat vindt u ervan als uw studenten later, wanneer ze predikant zijn, ongehuwd met hun partner gaan samenwonen?

- Als ze het goed doordacht en serieus overlegd hebben, heb ik niet het recht hun dat te verbieden. Ik zie de relatie van een verbond net zo goed terug in een verhouding tussen twee mensen die elkaar door dik en dun trouw zijn als in een huwelijk, waarbij men zegt; de maatschappij mag het óók weten. Instituties staan niet meer in aanzien. In zo'n tijd leven wij. Maar ik vind wel dat ze voorzichtig moeten optreden. Ze moeten het goed met hun partner en ook met de gemeente bespreken.

- En als de gemeente het nu zou accepteren?

- Als die er geen bezwaar tegen zou hebben, dan moeten ze hun eigen beslissing nemen. Wanneer mensen elkaar trouw beloven, wie zijn wij dan om uit te maken dat ze deze vorm niet mogen kiezen? Ik ken een predikantsvrouw wier ouders gescheiden waren. Zij was ook liever gaan samenwonen.

'Als ik niet met een predikant getrouwd was' zei ze, 'dan had ik dat ook gedaan'. Het was de maatschappelijke dwang van het dorp waarom ze besloten te trouwen. Ze hebben jaren nodig gehad om aan elkaar te wennen.

Ongetwijfeld spelen allerlei pastorale elementen mee en heeft Dekker gelijk als hij wijst op onzuiverheden in de vroegere moraal. Maar men kan de ene misstand niet gebruiken om een andere goed te praten. Het bezwaar is dat de verbondsrelatie en de verbondssluiting binnen het huwelijk van elkaar worden losgemaakt, en dat nauwelijks gevraagd wordt naar de schriftuurlijke normering vanuit Genesis 1 en 2. Eigenlijk wordt de bijbelse norm opgelost in de dynamiek van het gebeuren en de situatie. Kan men vorm en inhoud zo scheiden als Dekker doet? Is samenwonen in wezen niet een vorm van concubinaat waar de christelijke ethiek altijd neen tegen heeft gezegd, omdat ook de Bijbel dergelijke vrije verhoudingen afkeurt? We krijgen toch de indruk dat Dekker ondanks de sympathieke voorzichtigheid de situatie min of meer als filter gebruikt voor het normatief karakter van de bijbelse gegevens.

Niettemin zij hem toegegeven dat het Schriftberoep in de ethiek geen simpele zaak is. Maar zo alles zetten op de kaart van verbond en relatie ondergraaft naar mijn mening het bijbels bestek van het huwelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's