De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (13)

Bekijk het origineel

Een gezegend prediker (13)

8 minuten leestijd

Hebben soms de 10 jaren, die mijn vader onderwijzer geweest is, moeten medewerken voor het vele werk dat hij later juist op onderwijsgebied zou moeten verrichten?

De Glind

Dat was een buurtschap op ongeveer een uur afstand, maar kerkelijk zowel als burgerlijk tot Barneveld behorende. Ook daar stond een Openbare School. De omzetting in een Hervormde verliep daar eenvoudiger, omdat er geen leerlingen voor een Openbare school overbleven. Daarom kon deze kleine Hervormde school nog heel wat vroeger geopend worden dan de grote school in het dorp. In een brief kom ik als openingsdatum 1 augustus 1921 tegen. Tot hoofd was benoemd de heer G. Mouw, een Veluwenaar in hart en nieren, maar die mijn vader had leren kennen - in Delft. Mijn vader was zeer ingenomen met deze ernstige, eenvoudige, eerlijke christen, aan wie ik ook persoonlijk goede herinneringen bewaar. De opening heb ik bijgewoond, om orgel te spelen. Ik herinner me speciaal de toespraak van de heer Blok uit Delft, hoofd van de school, waaraan de heer Mouw daar had gewerkt. Hij vergeleek de taak van de man of vrouw voor de klas met hetgeen de Israëlieten spontaan en uit alle macht deden, toen in de woestijn in het tentenkamp de slangen rondslopen met hun dodelijk vergif. Toen hebben ze niet geredeneerd of uit een zwakker of sterker plichtsbesef gehandeld, maar met uitgestrekte arm en innerlijke drang elkander en vooral hun kinderen heengewezen naar de hoog opgerichte, overal zichtbare koperen slang, opdat zij zouden leven en niet sterven. Dan denk je aan Joh. 3 : 14, 15. De eerste onderwijzeres aan deze school was mej. E. Geijtenbeek, nicht van de reeds genoemde mej. J. Zondag, die in Hoevelaken bij mijn vader belijdenis deed. Mej. Geijtenbeek deed dat eveneens bij mijn vader in Barneveld. Ik zie haar nu nog steeds als mevr. wed. Van Schalk in de kerk hier in Hilversum en kom af en toe bij haar op bezoek, waarbij zij mij heel wat van mijn vader kan vertellen, die ook voor haar geestelijke vorming van grote betekenis was. Ook bij deze schoolopening op maandag 1 augustus 1921 vertelde mijn vader van zijn breuk met het Openbaar Onderwijs in zijn jeugd.

Nog meer Delftenaren naar Barneveld

Voor de grote school in het dorp met z'n tien klassen, kwam wat meer kijken om de rechte mensen op de rechte plaats te krijgen. Maar zowel voor de functie van hoofd als voor die van één van de belangrijkste onderwijzersplaatsen, mocht mijn vader putten uit Delfste bronnen.

Als hoofd voor de grote school werd benoemd de heer B. J. 't Jong, die behalve over de hoofdakte, beschikte over de akten wiskunde, frans en engels. Hij was in Delft al één van onze bijzondere kennissen geweest en in mijn leven één van mijn beste vrienden. Enig kind uit een eenvoudig gezin in de Hoekse Waard, maar gesierd met vele gaven en belangstellend naar vele kanten: muzikaal, theologisch, opvoedkundig. Ik zie zijn heldere ogen, hoor zijn welluidende stem, genoot van zijn trouwe en warme vriendschap. Hij heeft met volle liefde en ambitie dit nieuwe werk aangevat. Hij bleek er de rechte man voor. Helaas, in datzelfde Barneveld werd hij, 41 jaar oud, weggenomen. Maar dat heeft mijn vader niet meer meegemaakt.

De andere bedoelde Delftse leerkracht is ook één van mijn vrienden geworden. Ik heb zijn huwelijk bevestigd en hij is jaren lang hoofd van een Chr. School voor U.L.O. geweest, waarvan ik vele jaren voorzitter was op Flakkee. Het was de heer B. van der Veere, nu ook al overleden. Zo bleek de overgang van Delft naar Barneveld verstrekkende gevolgen te hebben voor het christelijk onderwijs. Hebben soms de 10 jaren, die mijn vader onderwijzer geweest is, moeten medewerken voor het vele werk dat hij later juist op onderwijsgebied zou moeten verrichten?

Chr. U.L.O. school en contact met andere kerken

Want, het onderwijshoofdstuk is nog niet ten einde.

Mijn vader was wel erg gesteld op samenwerking tussen kerk en school, zozeer dat op zijn initiatief de in Hasselt en in Barneveld gestichte chr. lagere scholen kerkeraadsscholen werden.

Dat wil niet zeggen, dat hij te allen tijde zou weigeren met anderen samen te werken, wanneer dit wenselijk was. Er was in Barneveld geen Chr. U.L.O. school. Toen mijn vader van kerkelijk Gereformeerde zijde aangezocht werd om samen te werken op dit terrein, heeft hij zich daaraan niet onttrokken. Ik lees zelfs in een brief van 5 december 1924, dus ruim een week voor zijn sterven op 13 december, dat hij het druk heeft met allerlei vergaderingen vooral voor Christelijk U.L.O. 'We schieten daarmede goed op. De vereiste stukken zijn al bij B. en W. en de advertentie komt de volgende week in 'Onze Vacatures'. Wij denken eerst eenige jaren te nestelen in 'De Prinses Julianaschool', immers we hebben maar drie lokalen nodig'.

Deze vergaderingen werden dus bij ons aan huis gehouden met het been, dat 2 november gebroken was, in het gips. Ook deze school ging hem wel zeer ter harte.

Het bracht hen in aanraking met een aantal Gereformeerden. Ik meen, dat deze samenwerking met de Hervormden in die (Gereformeerde) kring niet aller instemming had. Gereformeerd predikant was toen ds. W.L. Korfker, die nog niet eens zo lang geleden, op zeer hoge leeftijd overleed, in wie mijn vader wel een aangename collega had.

Merkwaardig is, dat ds. J. Fraanje, die toen ook al predikant der Gereformeerde gemeente in Barneveld was, en mijn vader elkander in die 5 jaren nooit ontmoet hebben, zonder dat zij om bepaalde redenen die ontmoeting uit den weg gingen.

Over het algemeen heeft mijn vader weinig contact gehad in zijn 5 gemeenten met andere kerken, al had hij hier en daar wel persoonlijke vrienden. Als merkwaardigheid wil ik nog wel even vertellen, dat in Waddinxveen de Remonstrants-Gereformeerde ds. Van der Pot, op woensdagavond naar de Bijbellezingen van mijn vader kwam luisteren. Dat was de laatste 'rechtzinnige' remonstrantse predikant. Toevallig ontmoette ik een dezer dagen de Hilversumse Ziekenhuispredikant dr. L. J. van der Hof, die enkele jaren Remonstrants predikant was geweest, om principiële redenen daarmede brak, maar, voordat het zover kwam, in Waddinxveen nogal eens gevraagd werd, om­ dat men in zijn prediking trekken herkende van die van de vroegere ds. Van der Pot. Een bekende huisvriendin van ons, die vele ouderen zich zullen herinneren, mej. Mas Kort, was trouwens uit de Remonstrantse gemeente afkomstig.

Aan alle creaturen

Mijn vader was weinig geneigd mensen a priori af te schrijven. Juist vanuit de door hem beleden verkiezende liefde, sloeg hij niet mak'lijk iemand over 'omdat die toch nergens aan deed'. Wij zeggen vaak, met de mond: 'waar genade valt, valt ze vrij', maar we houden er toch in ons achterhoofd van die waarschijnlijkheidsrekeningen op na, die meer Remonstrants dan Gereformeerd zijn. Een voorbeeld. In een buurtschap onder Barneveld was zich een familie komen vestigen op een boerderij. Een wat uit de toon vallend gezin, dat probeerde een bepaald Barnevelds product te veredelen. De man was uit een buitenlandse groot-industriële familie. Zijn vrouw was de dochter van een vroegere Hollandse consul in dat vreemde land. Kerkelijk leefden ze niet mee. Vandaar dat de ouderling, die mijn vader vergezelde, voorstelde, deze woning maar over te slaan. Mijn vader dacht dan: dit zijn mensen, tot wie het Woord gebracht moet worden. Het bezoek was voor deze vreemdelingen een verrassing. Mijn vader kreeg al dadelijk een flinke gift mee. En tevens het verzoek ook eens met mijn moeder en mij nader kennis te mogen maken. Dat zijn herhaalde bezoeken geworden. Maar dan deed mijn vader al het mogelijke om het gesprek te kruiden met het zout van het Evangelie, de uitkomst in 's Heeren hand leggende.

Eens reisden we vele uren in de trein met een zoon van het Oude Volk. De opperrabijn was ook in de trein en het zoontje van onze medereiziger moest er nogal eens heen om een 'rokertje' of iets anders te presenteren. Mijn vader bracht het gesprek op godsdienstig terrein. De Jood tegenover ons was een wetsgetrouwe Israëliet. Maar hij las toch ook wel in het Nieuwe Testament en had, naar zijn zeggen, een hoge achting voor de persoon van Jezus. Daarop ging mijn vader uit de volheid van zijn hart aan deze man zeggen, wat de Heere Jezus voor hem betekende als zijn Zaligmaker. Ik zie de Israëliet nog met zijn hand op zijn knie slaan en uitroepen: wat bent u dan toch gelukkig? Het deed ons onmiddellijk denken aan het woord, dat Paulus in Rom. 10 : 19 aanhaalt uit Deuteronomium 32 : 21: door degenen, die geen volk zijn (hier: en afstammeling uit een Germaans volk), zal Ik u, kinderen van Abraham, tot jaloersheid verwekken.' Wij beantwoorden daaraan veel te weinig.

Het kon gebeuren, dat mijn vader de twee uur durende reis met de raderboot op de Lek gebruikte om te evangeliseren. In een brief vertelt hij, dat hij, op een morgen, bijna onafgebroken van 6-8 uur dit had mogen doen, vooral goed sprekende van zijn Koning en tot Diens dienst opwekkende.

Eens kwam een zwarte stoker uit de machinekamer naar boven. Hij had aan de kleding de dominee herkend en kwam met de vraag, die in zijn hart brandde, naar boven. Deze had betrekking op de zondagsdienst, die hem al te zeer bezwaarde.

Zo wilde mijn vader gaarne allen alles worden, opdat hij enigen mocht gewinnen, uit welke kring dan ook.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een gezegend prediker (13)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's