De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

9 minuten leestijd

Dr. G. Bos: Christus de gekruisigde voor en in ons, Gunning's getuigenis van het verzoende leven, diss., uitg. J. P. V. d. Tol, Dordrecht, 1981, prijs ƒ 32, 50.

Het is bepaald onmogelijk om binnen de beperkte ruimte van een boekbespreking een volledige weergave te geven van de hoofd gedachten van het proefschrift van dr. Bos (Zeist). Wie nader met Gunning kennis wil maken, leze dit proefschrift zelf. Bos vat aan het slot van zijn dissertatie zijn werk samen door te zeggen, dat het er hem om begonnen is de hoofdlijnen van Gunning's gedachten onder christologisch gezichtspunt uit verschillende tijden en in confrontatie met verschillende gesprekspartners weer te geven. In de jaren zestig: zijn verweer tegen het modernisme, rond 1880 vooral de discussie met de orthodoxie. In steeds weer andere bewordingen en steeds verder gravend ontwikkelt Gunnings denken zich met betrekking tot de Gekruiste Christus (in een reeks geschriften over het kruis des Verlossers, van 1861 tot 1904). Ook Gunning's 'Blikken in de Openbaring' betrekt Bos in zijn onderzoek. Verder twee getuigenissen uit de jaren tachtig: 'Het leven van Jezus' en 'Jezus Christus de Middelaar Gods en der mensen'. En tenslotte nog een aantal andere geschriften van Gunning. Halverwege in het proefschrift passeren J. Boehme, F.. C. Oetinger, B. F. X. Baader en Spinoza de revue, zonder welke Gunning niet recht te verstaan is. Met een werkelijk minutieuze speurzin gaat Bos Gunnings ontwikkeling na op een aantal punten. Zijn conclusie is, dat er van een wending in Gunning's gedachtenleven geen sprake is, wel van ontwikkeling en verbreding en vooral van een steeds grotere concentratie op de betekenis van het Hoofd-zijn van Christus en een duidelijker inzicht in de noodzakelijke gevolgen daarvan voor het leven van de kerk. Gunning heeft heel sterk nadruk gelegd op de centrale betekenis van de persoonlijkheid (1-ste stelling van het proefschrift). De dingen zijn bij hem geconcentreerd op de persoon (van Jezus en van de gelovige), op het geweten, op de gemeente (het geloof der gemeente). De waarheid is ethisch (d.w.z. slechts in een persoonlijke relatie kenbaar). Zij heeft ook alles te maken met het volle (natuurlijke) leven, zoals Christus als Scheppingsmiddelaar daar ook alles mee te maken heeft. Vanuit deze theologische positie trekt Gunning zijn grenzen. Ten eerste naar de kant van het modernisme van zijn dagen. De modernen zou hij als groep in de kerk geen rechten willen geven, hoewel hij hen persoonlijk, al zijn ze geen broeders in het geloof, toch broeders in Christus wil noemen. Ten tweede naar de kant van de orthodoxie, bij wie Gunning het juridische gispt. Hij wil een radicale confrontatie met Christus Zelf aan elk begin van het kerkelijk bezig-zijn. Gunning's positie is te typeren met woorden als oecumenisch, irenisch, on-partijdig, verdraagzame (overigens niet los van een hartelijke betrokkenheid op de gekruiste en opgestane Christus als centrale heilsboodschap).

Maar Gunnings theologie is vooral, zo onsystematisch als ze is en niet vrij van gevarenzone's (pantheïsme o.a.), vooral existentieel-gericht. Veel minder zijn houding tegenover de modernen (zie boven), maar wel heel in het bijzonder zijn benadrukken van de existertiële ervaring (bevinding) van de waarheid als enige ingang tot de waarheid zelf is het, dat mij in Gunning boeit. Ik denk, echter dat dat toch niet los te maken is en ook niet losgemaakt moet worden van het confessionele en juridische van bv Hoedemaker, waarin ook plaats is voor verdediging-en verbreiding van de waarheid (stelling 5). Een diepere verbinding van dat existentiële en confessionele zou wellicht én de reformatie én de reorganisatie van de kerk meer ten goede zijn gekomen. Maar met deze opmerkingen ben ik eigenlijk bezig een eigen oordeel over Gun­ning te geven, wat Bos in zijn proefschrift niet doet. Hij heeft kennelijk maar één doel: Gunning recht te laten wedervaren. Zijn proefschrift helpt ons uitermate om heel nauwkeurig te luisteren naar wat Gunning met heel zijn wezen zocht. En als zodanig is ons deze wetenschappelijke bijdrage bijzonder welkom.

A. Noordegraaf: Gods Bouwwerk, aspecten van het gemeente-zijn in bijbels-theologisch licht, uitg. Boekencentrum-Den Haag, 1980.

In dit boek van drs. A. Noordegraaf wordt het gemeente-zijn belicht vanuit verschillende invalshoeken. Het gaat over de kerk als belijdende kerk, over de prediking, over eenheid en verscheidenheid in de gemeente en gemeenschap, over het ambt. Koninkrijk Gods en kerk, de roeping van de kerk in de wereld en de toekomstverwachting. Daarbij haalt Noordegraaf telkens bijbelse kernwoorden naar voren, die hij bijbels-theologisch uitdiept en van waaruit hij licht laat schijnen op de situatie van de gemeente in onze tijd m.i. ligt vooral in dat laatste de sterke zijde van zijn boek. Hoe rijk is het om de woorden van de Schrift als op een goudschaal te wegen en er dan zo zijn voordeel mee te doen in de tijd, waarin wij leven. In ieder hoofdstuk van dit boek blijkt bovendien de grote belezenheid van de auteur (en literatuuropgave sluit elk hoofdstuk af), die hij dienstbaar maakt aan een informatie van de lezer, zodat men grondig op de hoogte raakt van eigentijdse opvattingen. Op deze wijze is het een boek geworden met een schat van gegevens. Graag wens ik het in handen van vele lezers. Ieder geïnteresseerd gemeentelid zal in staat zijn dit helder geschreven boek te volgen. De gemeente van Christus staat op allerlei manier in onze tijd op de tocht. Er zijn ontelbare visies bovendien, waarin het bijbelse beeld van de gemeente wordt vertekend. En dat alles uiteraard betekent m.i. een heldere bijbelse bijdrage in ons spreken over de gemeente. Een handzaam geschrift ook voor gesprekskringen. Als ik bij mijn grote waardering, die ik voor dit boekwerk heb, tenslotte ook nog een vraag stel, dan doe ik dat, omdat ik geloof, dat nadere doordenking op dit punt van belang is. Ik doel op het hoofdstuk over de 'Belijdende Kerk vandaag'. Als Noordegraaf stelt, dat allerlei vragen rondom Israël en zijn toekomst, rondom de toekomstverwachting, rondom wat de Schrift zegt over de Geest en de genadegaven... Nauwelijks of onvoldoende in de belijdenisgeschriften? En wat van dat voortgaand getuigenis aan te tasten? Deze en vele andere vragen roepen om doordenking. Noordegraaf zocht op deze punten zijn weg tussen 'de Scylla van verstarring en verabsolutering van het verleden en de Charubdis van relativisme, waarin op historische wijze de waarheid zo betrekkelijk wordt gesteld, dat alles wat ons uit het verleden wordt aangereikt hoogstens nog historisch belangrijk genoemd wordt'. Ik denk, dat daarmee een goed spoor is uitgezet.

C. den Boer

Thijs Booy: En dan zijn er nog de generaties.... beeld van de Nederlandse generaties in deze eeuw, Kok, Kampen, z.j.

Vele zijn de publicaties van Thijs Booy gedurende de laatste 35 jaar van zijn leven. Vooral de problemen van de jeugd hebben hem bezig gehouden. Hij gaf in 1944 de stoot tot de oprichting van de Werkgemeenschap van Gereformeerde Jongeren (tot vernieuwing van het Gereformeerde leven) Aan die tijd herinnert zijn boek: Er is werk aan de winkel, jonge Nederlanders spreken met elkaar (1945).'Verder: De jeugd in West-Europa, een terugblik en een boodschap (1946). Daarnaast zijn er bekende door hem geschreven boeken als: Gereformeerden, waarheen? (1951) en 'Het is stil op Het Loo'... overpeinzingen in memoriam Koningin Wilhelmina (1963). Thijs Booy was van 1 april 1953 tot het overlijden van Koningin Wilhelmina op 28 november 1962 haar particulier secretaris. In zijn laatste bovengenoemde boek houdt de auteur zich bezig met het probleem van de generaties, een voor hem erg aangelegen zaak. Hoe hebben de verschillende generaties zich in deze eeuw opgesteld? Een man, die zelf de woordvoerder van de zg. oorlogsgeneratie was, beoogt met dit boek de communicatie tussen de generaties, die naar zijn inzicht nogal gestoord is te bevorderen. Hij levert heel wat historisch interessant materiaal. Om één voorbeeld te noemen: Van de Werkgemeenschap Gereformeerde Jongeren, tegen het einde van de oorlog op gericht, schrijft hij: 'Zij had als enig doel het Gereformeerde leven te tranformeren... zij bleef pleiten voor een nieuwe spiritualiteit, oecumenisch denken en het ontdoen van de Gereformeerde zede van haar inziens niet op de bijbel gefundeerde dat.... zij voelde zich zeer betrokken bij de Hervormde kerkvernieuwing... Ik beweer geenszins, dat onze generatie de omwenteling in de Gereformeerde wereld op haar rekening kan schrijven, maar zij leverde wel de avant-garde. 'Thijs Booy is thans onder meer curator van de VU te Amsterdam. Hij heeft op de ontwikkelingen, ook onder de jongeren, zo zijn eigen visie. De mijne verschilt daar nogal van. Maar zijn pleidooi, dat generaties van elkaar leren, is een goede zaak. Nog beter lijkt mij, dat wij ons geslacht het enige houvast prediken, dat de vaderen, van deze eeuw kennelijk zo kwijtraakten. De zin van ons menszijn: de levende God.

C. den Boer

Dr. W. J. Ouweneel: Bijbel en Bijbelkritiek? Uitgave van de Stichting tot ' Bevordering van Bijbelgetrouwe Wetenschap, 1978, prijs ƒ 4, —.

Dr. Ouweneel geeft in deze brochure een historisch overzicht van de ontwikkeling van de Bijbelkritiek, bespreekt verschillende Bijbelkritische methoden en geeft daarop zijn uitvoerig weerwoord. Hij ziet de sertel van de Bijbelkritiek vooral liggen in een wijsgerig vooroordeel, dat gekenmerkt wordt door afkeer van het bovennatuurlijke. Daardoor wordt de Bijbel ten principale verlaagd tot een feilbaar mensengeschrift. Het is een rationalistisch verwerpen van de pretentie van de Bijbel zelf, nl. gezaghebbend, geïnspireerd Woord van God te zijn. We vinden in deze brochure veel nuttige informatie over Bijbelkritiek en Bijbelkritische methoden. En tegelijk helpt dr. Ouweneel ons aan een aantal argumenten om verantwoord kritisch in te gaan op wat de Bijbelkritische wetenschap ons voorschotelt. Alleszins het lezen en het bestuderen waard, zeker nu o.a. door het Gereformeerde synodalerapport over het Schriftgezag de discussies over de in deze brochure genoemde zaken weer druk gevoerd wordejn. Wel meen ik, dat wij niet alle theorieën over het ontstaan van de Bijbelboeken over één kam te kunnen scheren en als een produkt van wijsgerig vooroordeel van de hand moeten wijzen. Men kan bv. geloven, dat Matheus als evangelist verantwoordelijk is voor het schrijven van het eerste Evangelie (onder de inspiratie van de heilige Geest), maar dat hij bij het samenstellen van zijn Evangelie toch wel degelijk net als Lukas (vgl. Luk 1 : Ivv.) van bepaalde bronnen gebruik heeft gemaakt en dat hij in de opzet van zijn Evangelie duidelijk anders te werk gaat dan bv. Johannes, zonder dat dat alles afdoet van het geloof, dat we in het Mattheus-evangelie het onfeilbaar en betrouwbaar Woord van God voor ons hebben, dat ons de 'historische' Jezus als de Christus verkondigt. Verder moet dr. Ouweneel, denk ik, wat voorzichtig zijn met zijn methode. Zijn beroep op de 'overtuigende bewijzen van de archeologie' klinkt mij te absoluut en ook wat al te rationeel in de oren. Bij alle verdediging van het gezag van de Heilige Schrift mogen wij wel mee denken, dat het tenslotte Gods Geest is. Die in onze harten getuigenis geeft, dat zij van God is (art. 5 N.G.B.).

C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's