De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof en cultuur (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof en cultuur (2)

8 minuten leestijd

In onze eigen samenleving en in het geheel van de westerse cultuur leefde het besef dat het ganse leven zich voltrok voor Gods aangezicht, het theocratisch besef: alles moet Hem eren!

Aalders schrijft in z'n boek 'In verzet tegen de tijd', over het tijdsgebeuren: 'Wie enigermate oog heeft voor het tijdsgebeuren zal het niet vreemd zijn als ik de gedachte uitspreek dat in onze eeuw het christelijk geloof opnieuw gedood en begraven wordt. Het is de materialistische welvaartsreligie die de kerk uitholt en ondermijnt. En bij die graflegging zijn de bezoekers van de menigvuldige Mattheüspassion-uitvoeringen, de deelnemers aan reizen naar de gotische kathedralen, de ijverige verzenders van de kerstkaarten met reprodukties van middeleeuwse schilderijen, de toegewijde slippendragers. Het graf, waarin het geloof wordt gelegd, is het overbezette en meer dan drukke leven waarin de vrije zaterdag en zondag ons geen andere mogelijkheid laten dan om haastig de stad uit te trekken om in campings, jeugdherbergen en caravans het gestoorde zenuwgestel weer tot rust te laten komen. En de steen waarmee het graf toegesloten en verzegeld wordt is de wetenschap die zoveel historische, psychologische en natuurkundige argumenten aanvoert voor de absurditeit van het geloof, dat we allemaal moedeloos zeggen: 'Wie zal ons de steen van het graf afwentelen?' ' Dat past hij dan verder toe op het hele culturele leven van vandaag.

Politiek

Secularisatie in de politiek; de polis, dat is de stad van God. In onze eigen samenleving en in het geheel van de westerse cultuur leefde het besef dat het ganse leven zich voltrok voor Gods aangezicht, het theocratisch besef: alles moet Hem eren! De wet van God een plaats in het politieke leven, kom er vandaag nog eens om! Thans is de polis, waar het in de politiek om gaat, de stad van de mens geworden. Elk theocratisch besef is nagenoeg verdwenen. En het mensbeeld in onze tijd: de mens is zichzelf tot norm geworden. De mens duldt geen gezag meer van bovenaf. De mens beschikt over zijn eigen leven, baas in eigen huis, baas in eigen leven. Hij beschikt zelf over leven en dood. Ik ga daar niet af te uitvoerig op in. Dat thema is de laatste tijd al zoveel aan de orde geweest, ik noem het slechts. Het is er een uiting van dat de wet van God een storend intermezzo is geworden voor de mens, op weg naar de stad van de mens. Het 'ni Dieu, ni Maitre' is dominerend in deze tijd. De hybris, de overmoed van de mens, die de touwen van zich geworpen heeft, die vrij wil zijn, die ongebreidelde vrijheid wil hebben en die geen gezag en normen van buitenaf meer aanvaardt. Ik weet best dat het gezag functioneel moet zijn, dat gezag dienend moet zijn, maar de overheid is Gods dienares u ten goede en de vrijheid mag niet gebruikt worden tot een oorzaak voor het vlees. God past niet meer in het moderne denken. Zonen van de verloren zoon weten niet meer dat er nog een vader is; en in die tijd leven wij, waarin vele zonen van verloren zonen opgroeien. Zo is er voor steeds meer mensen de ontwikkeling naar het nihilisme en naar de normloosheid. We hebben geen wet meer van de andere zijde, van Eén Die gezag heeft. Dan is ook het jagen naar vrijheid het jagen naar een vrijheid die nooit tot echte vrijheid leidt. Augustinus heeft gezegd: 'Onrustig is ons hart, totdat (doner) het rust vindt in U, o God'. In onze tijd is er voor velen geen totdat meer, totdat rust gevonden wordt in God. We leven bij het heden, morgen sterven wij, pluk de dag. De mensen hebben vaak geen gemeenschappelijke beleving meer. Zowel de individualiteit, of liever nog het individualisme, als de massaliteit geven vereenzaming. Want de massa, en er zijn nogal wat massale dingen in deze tijd, is altijd nog wat anders dan wat de bijbel de schare noemt, de schare die bij Jezus was en door Jezus werd aangesproken. We vinden bij velen de ontevredenheid en de ontroostbaarheid. Men gaat, op in de verdovende en de verslavende middelen en intussen wordt de mens een wolf.

Mondigheid-revolutie

Het moderne levensgevoel, dat mondigheidsdenken spitst zich in onze cultuur, in onze wereld zelf toe in revolutionair denken. Juist in onze dagen krijgt deze revolutiegedachte vanuit het christendom, vanuit bepaalde theologieën bepaalde impulsen: God is de grote revolutie in de geschiedenis begonnen. Calvijn heeft gezegd: 'God kan door op zichzelf ongeoorloofde opstanden slechte overheden door betere vervangen. Daar zit dus iets raadselachtigs in. De revolutie is vandaag echter in en daar bedoel ik mee: het denken dat alles omver moet, dat alles telkens weer anders moet. Algra heeft een boekje geschreven dat 'De permanente revolutie' heet, de voortdurende omwenteling. Het revolutionaire denken van deze tijd wil telkens weer naar nieuwe dingen, wil telkens weer het bestaande omver werpen; de status-quo moet omver en de nieuwe maatschappij moet er van dag tot dag komen, met geweld of geweldloos. Dat krijgt dan in onze tijd een theologische onderbouw, in een bepaalde, zich breedmakende theologie, waarbij het exodus-motief wordt gebruikt: Abraham trok uit Ur der Chaldeën. Trok uit! Israël trok uit uit Egypte, en God is de God van de uittocht. God is de God Die de verandering wil, zegt prof. dr. A. J. Rasker. Door de evoluties en revoluties van de geschiedenis heen komt het Rijk van God. We vinden dat terug in, wat dan jaren geleden heette, de theologie van de revolutie, wat later heette de theologie van de bevrijding en watje vandaag vindt in de feministische theologie. Het krijgt telkens een andere naam, maar het is een ander jasje voor dezelfde zaak. Het gaat daarbij om de hele mensheid, om een mondiaal denken waar de hele mensheid bij betrokken is; om recht en gerechtigheid met vaak ideologische bepaalde trekken, met de Bijbel daaronder als een bepaalde hefboom. Jezus Christus is al overal present in deze wereld. Het gaat er om dat we nu verder met christenen en niet-christenen in dialoog zijn, waarbij de inzet is, een hele bewoonbare wereld. We sluiten als christenen vandaag helaas al te gemakkelijk aan bij allerlei ideologiën die zich wereldwijd breed maken. Dan denk je aan Openb. 13: de hele wereld verwonderde zich achter het beest.

Hoe te leven?

Hoe hebben we nu als christenen te leven in een teken-arme tijd? In een tijd en cultuur waarin Christus steeds meer het kleed van de tekenen heeft afgelegd, waarin we steeds minder tekenen zien van het evangelie en dart ook steeds meer anti-christelijke tekenen gaan ontdekken? Nu ga ik er maar niet op in dat onze cultuuropdracht blijft. Ik denk dat dat al voldoende aan de orde is geweest. Maar ik zou een woord willen gebruiken van Berkhof: 'We zullen van het horizontale weer verticaal moeten terugkoppelen.' Maar ik zeg het dan liever met een woord van prof. Bakhuizen van den Brink, die een paar jaar geleden op een predikantenvergadering van de Hervormde predikanten sprak. In de discussie zei hij toen: 'Wat we nodig hebben is het besef van de verborgen omgang, de verborgen omgang met God.' Dat we daar de tijd voor nemen in een gejaagde, geseculariseerde tijd, waarin ons alle tijd ontbreekt om stil te zijn voor God. Zoeken we dan de stille tijd? Ik herinner mij dat ik jaren geleden een theologisch student sprak die mij vertelde dat hij uit de R.K.-kerk kwam. Hij had in een klooster gezeten, had een hele priesteropleiding gehad en 40 keer gepreekt in de R.K.-kerk. Hij las een kerkelijk blad uit 'onze kringen' zoals dat heet. Dat blad vond hij in het klooster, en daar werd hij getroffen, geraakt door een meditatie. Die meditatie veranderde zijn leven. Hij is (ik zei het al) gaan preken in de R.K.-kerk, maar intussen ging hij van zondag tot zondag kerkdiensten bezoeken in een gemeente waar hij de prediking aantrof, die hij in dat kerkelijk blad had aangetroffen. En toen zei hij: 'Toen ik in de R.K.-kerk ging preken was ik voorde oude Roomskatholieken te vrijzinnig en voor de moderne te reformatorisch.' Hij is nu predikant in onze kerk, maar wat hij zei en wat ik daarom ook wil doorgeven is: 'Eén ding zal ik toch houden van de tijd dat ik in het klooster zat, en dat is dat wij elke dag onze stille tijden hadden, dat we elke dag, weliswaar verplicht, onze tijden hadden dat we bezig waren met de Bijbel, dat we bezig waren in meditatie en gebed.' Ik denk dat het nodig is voor ons allen als christenen om in deze teken-arme tijd onze stille tijden te hebben, de verborgen omgang met God te beoefenen, de omgang met Zijn Woord, het gebed, om op deze wijze ook in de vreze des Heeren te mogen leven. Luther trok 6 uur per dag uit voor bijbelstudie en gebed. Dat was Luther, zeggen we dan en het was in die tijd, en ik zeg het méé, want dat kunnen wij niet meer opbrengen, maar zijn wij in vergelijking daarmee niet vaak minuten-mensen geworden? En zijn we daarom als christenen soms niet te zouteloos geworden, te weinig het zout der aarde?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geloof en cultuur (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's