De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

Ds. R. van Kooten over: De Heilige Oorlog van John Bunyan, 6 cassettes-Gouden Harpen, Postbus 135, Lisse.

Wie op een rustig moment, ter voorbereiding op de zondag of ter afsluiting daarvan, gaat zitten om te luisteren naar ds. Van Kootens behandeling van Bunyans Heilige Oorlog, zal daar geen spijt van hebben. Dit is een oorlogsverklaring die de vrede dient. Collega Van Kooten heeft de gave om direkt en pakkend te formuleren. In verrassende beelden weet hij de aandacht te boeien. Maar niet alleen door de vorm. Er zit een bewogen hart achter deze 'preken'. Wat er telkens uit oplicht, is iets van de herderlijke hartstocht om alle verdachtmaking van het betrouwbare Woord te bannen en om de waarachtigheid van de veelbelovende God aan te prijzen; iets van apostolische ernst om niemand rust te gunnen behalve in Christus.

Ten derde, niet alleen de vorm ervan en het hart erachter, maar ook de inhoud van deze vertolking van Bunyans klassieke allegorie is verrijkend. Zoals ds. C. den Boer Bunyans Pelgrimsreis zo heel dicht bij het hart heeft gebracht, zo doet ds. Van Kooten het met de Heilige Oorlog: twee op 't eerste gezicht totaal verschillende geschiedenissen, maar bij nader inzien twee gestalten van de oude geschiedenis die telkens weer goddelijk nieuw is, nl. de verovering van het zondaarshart door Koning Jezus.

Een echt oorlogsboek schreef Bunyan! Legers en listen, liefde en haat, alles vindt men er. Een heilige oorlog echter, omdat het initiatief heilig is en de afloop heilig. Maar hoeveel onheiligs speelt zich intussentijdenshetverloop van de oorlog af in stad Mensziel! Juist dit contrast speelt door alle zes verhandelingen heen: Gods erbarmen tegenover onze weerbarstigheid. Er is een complete oorlog uit de hemel voor nodig om het bolwerk van ons verzet tot overgave te dwingen. Hoe dat toe kan gaan, hoort men hier. Kan gaan! Niet: gaat en moet gaan. Bunyan was geen schematisch dwingeland. Van Kooten is dat ook niet. Al zijn er constanten, al is er orde, - het zijn constanten van de Geest, dus niet voor-en na te rekenen, laat staan voor te schrijven.

Mij trof de door en door Calvijnse, beter, Bijbelse inzet: niet bij de zonde(val), ook niet bij de genade. maar bij Gods goede schepping. 'Wie vanuit de zonde denkt, kan alleen maar meedenken met Diabolus (duivel)!' Laat dat gezegd zijn! Inzet van theologie, prediking en... geloof kan slechts zijn: het welbehagen van de goede God. Het is naar dit welbehagen dat Prins Immanuël het beleg slaat om de stad van ons leven die wij aan Diabolus hebben uitgeleverd. Diabolus zegt overigens: dit 'welbehagen' is een wraakzuchtig en toeslaand noodlot - dan weten we gelijk uit welke koker het komt, als de verkiezende God wordt voorgesteld als een verdervende daemon! - Maar Immanuël breekt met zijn generaalsstaf - geloof, hoop, liefde - de oorpoort open. 't Geloof is uit het gehoor dat crediet krijgt voor het Woord!

In de derde preek - 'Bekering en Rechtvaardiging' staat er boven - valt het zwaartepunt van de cyclus, dunkt me. Het is Christus Die de zondaar tot boetvaardig schuldenaar maakt: buiten Christus om wenen wij ook wel over de zonde, maar over de gevolgen ervan. Vanuit de ontmoeting en verstrengeling met Christus echter wordt dit onze smart: zonde is schending van Gods liefde, - dat God smart heeft, wordt onze droefheid. Er is Van Kooten veel aan gelegen, te verzekeren dat niemand ons dit leert dan Christus alleen. Met recht! Hoe zou de dodelijke kwaal van onze onboetvaardigheid genezen zonder de enige Geneesheer? Hoe kan sneeuw smelten zonder zon?

Als Van Kooten stelt: 'in de ware boetvaardigheid komen wij zover dat wij verloren kunnen gaan', meen ik zijn bedoeling wel te kunnen volgen, maar deze formulering lijkt me voor misverstand vatbaar. In de Schrift gaat het er veel meer om, dat wij het eens met God worden over Zijn Zoon Die het verlorene zocht en kocht op grond van recht. Bijbelser komt het me daarom voor om (met Calvijn overigens) te belijden: Heere, U zou rechtvaardig zijn, als U mij verstootte. Er is er maar Een geweest Die verloren kon gaan. Hij was Borg. Dat zijn wij niet. Hij was wel op alle plaatsen waar wij hadden moeten geraken. Maar wij zijn - laten wij het ons niet verbeelden! - bepaald niet op alle plaatsen waar Hij was. Er blijft een steenworp afstand... Overigens blijkt Van Kooten de uniciteit van Christus allerwegen aan te prijzen.

Ter zake van de rechtvaardiging signaleert Van Kooten twee (actuele!) gevaren: enerzijds de objectivering (Woord zonder Geest), anderzijds de subjectivering (Geest zonder Woord). Is er niet ook nog een derde gevaar: de rechtvaardiging van de boeteling i.p.v. goddeloze? Wij vallen Van Kooten graag en geheel bij als hij zegt: 'Het geloof doet afstand van alles wat van zichzelf is. Het schrijft op alles van zichzelf de dood'!

In de preek over rechtvaardiging en heiliging worden beide onopgeefbaar en onlosmakelijk aan Christus gebonden: Christus de grond en de bron. Persoonlijk acht ik het beeld van trouwdag en huwelijksleven (resp. rechtvaardiging en heiliging) niet helemaal bruikbaar: het fixeert de rechtvaardiging te zeer op één punt. Zondag 23 van de Heid. Catechismus doet dat althans niet. Hoewel het zeker waar is, dat wij in geloof op een gegeven (!) moment de bruid van Christus worden, wij blijven zwart (doch lieflijk) en tot aan de grens van de hemelse bruiloftzaal op vergeving van zonde aangewezen. Overigens blijkt dit in het vervolg van Van Kootens preken ondubbelzinnig.

In de laatste preken wordt de menselijke capaciteit - ook na bewezen genade - wel tot het nulpunt herleid. Maar ons nulpunt is het beginpunt van Gods belofte. 'Moed mogen wij putten uit het beloven van Immanuël. Het Koninkrijk der hemelen is te allen tijde een zaak van het nochtans.' En: 'Wie met zijn bevinding of gevoelens ten strijde trekt, zal danig gehavend weer terug moeten vluchten, maar wie gelovig het Woord beaamt, mag satan tegenstaan. Maar... de strijd, wordt pas beslecht wanneer van de andere kant Immanuël komt'!!

Dit laatste typeert de teneur van alle preken: ze zijn een pleidooi voor Schriftuurlijke bevinding, bevinding die tenslotte niet rust in zichzelf maar in het Amen op het Woord, nee, in het Woord van het Amen Zelf!

Deze preken staan in de reformatorische spanning, om de genade kosteloos én kostbaar te houden: haar als onvervalst, onversneden en onvoorwaardelijk te verkondigen, zonder haar als een vanzelfsprekende, niet-bevindelijke stand van zaken te ont-wonderen. Wie deze spanning niet kent, zal hier weinig van zijn gading vinden. Wie van het geheimenis vernomen heeft, zal zich gesterkt en gesticht weten.

A. de Reuver

F. de Graaff, Nietzsche, Voorhoeve, Den Haag 1979, 316 blz.

Wijlen de bekende Kamper professor T. Hoekstra heeft eens over Nietzsche geschreven: 'er kan van deze filosofie voor twijfelaars een heilzame werking uitgaan, wanneer ze zien, waar de koude Noordenwind van de scepsis heenvoert. Bij hen zuivert de koude de lucht van het geestelijk leven. Voor de christen is deze filosofie van betekenis, omdat hij opnieuw leert, dat de diepste grond van zijn filosofie ligt in de religie, en dan wel in de Christelijke religie met haar absolute waarheden en haar absolute waarden'.

Dit oordeel heeft misschien wel de auteur geleid bij de bestudering van het werk van de filosoof, die leefde van 1844-1900. Nietzsche is de wijsgeer van de levensroes, de verheerlijking van de macht, de Uebermensch. Gaan wij nu het boek van De Graaff lezen, dan worden wij in een bijzondere wereld geleid. De auteur betoogt dat het grove, agressieve bij Nietzsche als het ware een masker is, waarachter Nietzsche zich verbergt. De doorsnee-interpretatie van Nietzsche duidt hem in een afbrekende, vernietigende, nihilistische zin. Daarmee is De Graaff het niet eens. Langdurige studie heeft hem ervan overtuigd dat Nietzsche geheel wat anders bedoelt. Hij gebruikt weliswaar een gruwelijke vermomming, maar dat is maar schijn. Nietzsche wijst op Eén, die mens is en meer dan mens. Uiteindelijk Jezus Christus, de Enige, die de wereld overwinnen kan.

Het ontbreekt ons aan de bevoegdheid om hier juist te beoordelen. Wij kennen het werk van Nietzsche slechts fragmentarisch. Wij schrijven ook neer, dat de vrees, teveel uit de woorden van een waanzinnige te lezen - op het einde van zijn leven was Nietzsche waanzinnig - zeker recht van bestaan heeft. Het doet ons althans de knellende vraag aan de hand: waarom volhardt Nietzsche toch al maar door in dat vermommende taalgebruik? Goed, wij verstaan dat iemand het teerste enkel maar verhullend aanduidt. Maar om dit jaar in jaar uit te doen en een totaal verkeerd begrip te kweken, dat verstaan wij niet.

Wij treden dus terug ten opzichte van de beoordeling. Maar dat neemt volstrekt niet weg, dat wij uit dit boek veel kunnen leren. Wij lezen er vooral uit, na te denken over de westeuropese geestescultuur en over de wereld om ons heen. Nietzsche moge dan wezen wie hij wil, hij heeft wel een boodschap. Wat hier de auteur uit de bronnen opdelft doet ons huiveren en duizelen. Nietzsche was een genie en daarom een man met een sterk emotioneel leven. Hij was een buitengewone effectieve persoonlijkheid. Dergelijke mensen voorvoelen soms de dingen, die anderen helemaal niet vermoeden. Wij hebben bijvoorbeeld een diepe indruk ontvangen van Nietzsches visie op het socialisme, het vulgaire van de moderne wetenschap en vele andere stukken meer - het zijn allemaal aanwijzingen van een geniale geest, die de wortel van het cultuurverval doorgrondde. Wanneer wij nu eens een advies mogen meegeven: dit is een boek om lang over na te denken. Er zit stof in voor onthullende preken en zelfs ontbreekt het hier niet aan stof voor een pastorale diagnose. Maar 't is wel een boek, dat alles van u vraagt!

A. v. Brummelen

C. den Boer, Fundamenteel belijden, Opmerkingen over het Schriftgeloof in de Nederlands Geloofsbelijdenis, Kampen 1980, 157 blz.

Opnieuw is de Reformatie-Reeks uitgebreid met een lezenswaardig nummer. Deze reeks brengt actuele bijbelse thema's tot ons nader door een bijbelse, dogmatische en praktische beschouwing te geven over het behandelde onderwerp. In het bovenstaande boek geeft collega Den Boer een verklaring van een aantal fundamentele artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, met name de artikelen 3 tot en met 7. Deze artikelen over het gezag van de Heilige Schrift voor het leven van het geloof, worden door de schrijver van verhelderende verklaringen voorzien. Hij doet dat niet door een gedetailleerde verheldering te geven van woord tot woord, maar door bij ieder artikel enkele hoofdzaken aan te stippen. Deze worden dan behandeld in aparte paragrafen. Daarom vindt u bij het ene artikel meer paragrafen dan bij het andere. Wij achten deze paperback een goede greep. Geheel de moderne theologische problematiek is op allerlei manieren vervlochten met het Schriftgezag. De lezer vindt hier alle informatie, die hij wenst en nog veel meer daarbij.

Dit geschrift is bijzonder geschikt voor ambtsdragers. Er staan behartenswaardige wenken in. Zeer helder vonden wij wat de auteur schrijft op blz. 118 over het krijgen van teksten. Graag hadden wij er meer van gehoord, juist in verband met allerlei doperse tendensen. Maar het gezegde als zodanig is reeds genoeg duidelijk.

Wij zien opnieuw weer bewezen, dat wij heus niet behoeven, allerlei dingen krampachtig of verwrongen nieuw te zeggen, maar dat wij veilig varen, wanneer wij de heel oude dingen met gewone woorden van onze tijd zeggen aan de generatie van nu. Daarin is de grootste actualiteit gelegen. De schrijver heeft een hoofdstuk laten voorafgaan, waarin hij wetenswaardige zaken schrijft over het leven van de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis Guido de Brés. Daarin stonden voor ons geheel nieuwe dingen, die wij dankbaar noteerden.

Waar is deze studie nu voor geschikt? In de eerste plaats biedt hij stof te over voor een serie voordrachten op gemeenteavonden. Wij menen nog steeds dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis niet geschikt is om te worden behandeld op de kansel. Daarvoor is hij te stellend geschreven. Maar dat neemt niet weg, dat voordrachten dé plaats zijn om een bepaald welomschreven deel van de belijdenis tot klinken te brengen. Schrijvers kracht is juist zijn beperking en als zodanig zal ook de vertolking winnen.

In de tweede plaats: wij hebben al genoemd ambtsdragers, maar wij denken voorts aan meelevende gemeenteleden. Zij allen zullen in deze studie informatie ontvangen en verder worden geholpen in veel vragen.

Ondeugend is het misschien om na de lectuur direct een vraag te stellen. Maar vooruit dan - wie waagt het onder ons eens een soortgelijke verklaring te bieden maar nu over de artikelen 27 tot en met 32 van dezelfde belijdenis? Juist met het oog op diverse toestanden op kerkelijk erf scheen ons voorlichting zeer geboden.

A. V. Brummelen

W. Aalders, Wet, Tragedie, Evangelie, Een andere benadering van het Boek Job, J. N. Voorhoeve, Den Haag 1979, 393 blz.

Een boek als dit vraagt van de lezer veel geduld en denkkracht, maar wanneer hij dat kan opbrengen wordt hij rijk beloond. Het probleem komt hier aan de orde of de gerechtigheid door ons nog gekend wordt en erkend als een heilige waarheid boven of buiten ons, die ons bestaan met goddelijk gezag normeert en richt. Wij kunnen het ook anders bepalen: Wie heeft het in de wereld voor het zeggen: de autonome mens of de Schepper van hemel en aarde? De auteur keert zich tegen de filosofen, die menen dat in de horizontale geschiedbeschouwing het heil van het mens-zijn ligt besloten. Het geluk wordt alleen gezocht binnen de wanden van het wereldhuis. Daarentegen poneert Aalders zonder meer, dat alleen de oude weg van wedergeboorte en bekering het heil schenkt. Hij onderkent duidelijk dat het christendom zelfs verstaan kan worden als een ideologie, met behulp waarvan men een ideale wereld dwingend tracht tot stand te brengen, desnoods met gebruik van geweld.

Deze gedachten illustreert de auteur aan de hand van een nieuwe benadering van het boek Job, dat hij een bijbelse tragedie noemt. Het voert ons te ver om dit allemaal in een recensie te bespreken, maar het is een feit, dat de vele parallellen uit de antieke tragedies van de Grieken zeer overtuigend aandoen. Ook klinkt het niet gezocht om de invloed van de Griekse tragedies weerspiegeld te vinden in het levensdrama van Job. Eén vraag is bij onze lectuur wel opgekomen: kent de auteur de antieke treurspelen openbaringsniveau toe? Zij zijn toch uit een geheel andere achtergrond geschreven en weerspiegelen toch zeer sterk het fatale levensgevoel? Wij erkennen volmondig: nergens poneert de schrijver zulks, maar hij waardeert toch de antieken wel zeer hoog. Nu is dit van het oogpunt van weergave van menselijke gevoelens begrijpelijk, maar wij hebben hier veel moeite mee.

Een ander punt, waar wij niet mee klaar konden komen is het feit, dat de schrijver wel het hedendaags levensgevoel in cultureel opzicht weergeeft, zelfs ook nog in religieus aspect: de idee van de zelfverwerkelijking, maar het niet breder en dieper uitwerkt in gewoon alledaags opzicht. Er zit in dit aspect nog wel een boek achter dit boek. Het had dan meer gesproken tot de kerkmens, dat was ontdekkender geweest. Nu blijft het alles hoog-erudiet, cultureel, trefzeker en juist, maar het raakt een gewone lezer zo weinig. Zulk een begrijpt dit boek haast niet en dat is toch zo jammer. Want het is bij alle vragen en twijfels zulk een prachtig boek. Het vat de gevaarlijke tendensen van onze tijd in een geniale greep van de bijbel uit samen en zet lang aan het denken. Ik meen dat de auteur aangevoeld heeft: wij raken de rechtvaardiging door het geloof als het leerstuk van de reformatie kwijt, nu komt de goedwillende, vrome religieuze activist en revolutionair op de troon. Daar ligt het knelpunt van de heilloze polarisatie van onze tijd. Wij bevelen dit boek aan voor geschoolde lezers. Wij danken de auteur voor zijn doorwrochte studie. Wie een tijdsbeeld wil ontvangen kan hier terecht. Als altijd geldt ook nu: de waarheid ligt in de diepte.

A. v. Brummelen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's