De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

Cornelis Verhoeven, Merg en been, polemische overwegingen over intimiteit, uitg. Ambo-Baarn, 119 blz.

De titel van deze bundel essays geeft de rode draad aan die door deze verschillende beschouwingen van de filosoof en classicus Verhoeven heen loopt. 'Been' staat voor de buitenkant, de schil van de mens, de aktieve mens die in overmoed kan menen dat hij 'vaart op eigen kompas over een zee die hij zelfgemaakt heeft.' Maar er is ook het 'merg', de passieve zone van het leven. Nu stelt Verhoeven terecht dat er in onze tijd een groot taboe rust op de passiviteit. Toch is het zó dat mensen in minstens even hoge mate de getuigen van hun leven als de auteurs daarvan zijn. Wij kiezen het niet, maar krijgen het. Het leven is tot op grote hoogte, tot in de toppunten toe, een receptieve, passieve aangelegenheid . Vanuit deze optiek schrijft hij over onderwerpen als pornografie, de lijdende vorm (integratie van lijden en dood in ons bestaan), reïncarnatie, relaties met overledenen enz. Het is verrijkend de kritische beschouwingen vanuit het genoemde grondmotief te lezen en te overwegen. Het is echter wel jammer dat de auteur die zelf christen wil zijn een zo strikte scheiding aanbrengt tussen geloofsovertuiging enerzijds en wijsgerige doordenking anderzijds. De opstellen zouden aan diepte en waarde hebben gewonnen wanneer de aan de orde gestelde onderwerpen in het licht van Gods Woord waren gezet. Niettemin aanbevolen aan de liefhebbers van een goed essay.

J. Hoek

Tim La Haye, De Geest en ons temperament, uitg. Novapres-Laren, 167 bIz.

Onder temperament wordt verstaan 'de combinatie van trekken waarmee we geboren worden'. Er zijn volgens La Haye vier basis-temperamenten te onderscheiden, die ten tonele worden gevoerd als Sander Sanguinisch, Gerrit Cholerisch, Maestro Melancholisch en Flip Flegmatisch.' Sterke en zwakke eigenschappen van deze typen worden geanalyseerd. Aan de hand van Galaten 5 : 22-23 stelt de schrijver hier de met de Geest vervulde mens tegenover. De Geest heiligt de verschillende temperamenten en doet telkens de eigenaardige kracht van elk type uitkomen, terwijl met de bijzondere zwakheden een strijd wordt aangegaan. Op verantwoorde wijze worden wegen aangewezen om meer en meer door de Heilige Geest geleid te worden.

J. Hoek.

Mink van Rijsdijk, Voordat de stoet vertrekt, over het brengen van de laatste eer, uitgave Kok-Kampen, 88 blz. ƒ 12, 90.

Met journalistieke vaardigheid hanteert mevr. van Rijsdijk haar pen. Ze schrijft in dit boekje over twee zaken. In 19 korte hoofdstukjes of schetsen bespreekt zij allerlei aspecten van 'de laatste eer': Het gaat over de kist, de rouwcirculaires, het rouwcentrum, de financiële consequenties, transplantaties, grafzuilen enz. Naast helderheid in formulering is ook een bepaalde zakelijkheid kenmerkend voor dit geschrift. Ik zou die zakelijkheid positief willen waarderen. De schrijfster doet een oproep om onze eindigheid onder ogen te zien en tijdig de nodige regelingen te treffen, zodat straks onze nabestaanden niet in verlegenheid worden gebracht. Deze nuchterheid heeft bijbelse papieren. Maar daarmee is lang niet alles gezegd. Er is ook de huivering voor de dood, de verschrikking voor de rechterstoel van Christus, de vrees voor het oordeel en daartegenover pas récht het evangelie van vrije genade. Maar die diepgang moet u in dit boekje niet zoeken. Geen principiële beschouwingen, wel praktische adviezen en wenken. De ondertoon is mild en sympathiek.

J. Hoek

Abortus ons probleem, door Joke Gosker.
Confrontatie met homofielen in evangelisatie en zielzorg, door Jacob Zondag, (resp. ƒ 3, 75 en ƒ 3, 90 Uitgave: Pieters-Groede).

Reeds eerder werd de aandacht gevestigd op deze brochures. Het betreft scripties die hebben gediend voor het behalen van het einddiploma van het Bij belinstituut België te Heverlee. Actuele problemen worden principieel belicht. Aanbevolen.

J. Hoek

Psalmberijmingen, 6-de cahier van de Stichting ter verkrijging van een Schriftgetrouwe psalmberijming, te verkrijgen bij de stichting (Lindelaan 37, Zaandijk).

Genoemde stichting publiceert in dit cahier een aantal nieuw berijmde psalmen (in totaal zijn er thans 126 gereed gekomen), waaraan ondermeer meegewerkt hebben mw. M. J. Bakker v. d. Schoor (Zaandijk), mevr. J. M. Benschop-Verspuy (Rijswijk), J. D. W. Veltkamp (Lisse), mw. E. Yskes-Kooger (Heemskerk), drs. J. Luijkenaar Francken (Baarn). In het stichtingsbestuur komen we de naam van ds. J. H. Velema (Nunspeet) tegen en in het comité van aanbeveling o.a. de namen van ds. J. C. Maris (Soest) en ds. J. B. van Mechelen (Urk). De berijmers hebben nauwe aansluiting gezocht voor hun berijmingen bij de schrifttekst en melodie. Dat blijkt ook wel uit het feit, dat het aantal uitwijdingen, nodig voor de berijming zo gering mogelijk is gehouden, terwijl tegelijk de tekst niet wordt ingekort, waar mogelijk. Dit geeft vaak een aantal verzen per psalm minder dan in de berijming van 1773. Wat de taalkeuze betreft is ernaar gestreefd een aanvaardbare taal te gebruiken voor mensen, die de berijming van 1773 niet goed bruikbaar meer achten. Ik sluit mij graag aan bij het advies van de Stichting om deze proeve van psalmberijming critisch te beoordelen door deze psalmen te niet alleen te lezen, maar ook te zingen. Wie met het werk van de stichting wil meedenken en deze berijming wil toetsen (b.v. in huiselijke kring), kan eventuele critische opmerkingen aan het adres van de Stichting doorgeven. Mijn voorlopige indruk is, dat hier gesproken kan worden van goed werk, zowel wat betreft de weergave van de bijbeltekst als wat betreft de dichtkunst en stijl. De afstand met de berijming van 1773 zal denk ik als minder groot ervaren worden dan die van de zg. Nieuwe Berijming, die in de N. H. en Ger. Kerken in gebruik is, met die van 1773. In deze SSP-berijming is bv. het woord gramschap (o.a. Ps. 85) gebruikt (een voor onze tijd niet al te gebruikelijk woord immers). Inmiddels is tegelijk gepoogd om b.v. van 'het pad der deugd' (één van de bezwaren tegen 1773) af te komen. Blijft uiteraard de grote vraag, wat hervormde mensen met zo'n nieuwe psalmberijming aan moeten. De in de Nederlands Hervormde kerk onlangs aanvaarde nieuwe psalmberijming zal niet voor deze worden ingeruild. Tegelijk zal dat deel van de N.H. kerk, dat 1773 is blijven zingen, niet zondermeer overschakelen op nieuwe, schriftgetrouwe psalmberijming, die duidelijk uitsteekt boven 1773, los van kerkelijke beslissingen. Hoeveel groter zou de verwarring worden? Groot zou trouwens ook de verwarring zijn, als binnen afzienbare tijd in de gereformeerde gezindte twee berijmingen in omloop en in gebruik waren (1773 en die van SSP). Een deugdelijke aanzet tot een nieuwe schriftgetrouwe berijming als die van de SSP zou in een eerder stadium althans wat betreft de hervormde kerk een bruikbare inbreng hebben kunnen betekenen in het werk van de nieuwe psalmberijming. Eenheid in het kerklied binnen de kerken van reformatie is zeker waar het de psalmen betreft, een aangelegen zaak.

C. de. Boer

Prof. dr. W. H. Velema: Discussie over de mensenrechten, uitg. Willem de Zwijgerstichting-Apeldoorn, 1980.

In deze brochure van de Willem de Zwijgerstichting wordt door prof. Velema bepaald diepgravend ingegaan op een actueel vraagstuk als dat van de zogeheten mensenrechten. Vooral sinds 'de universele verklaring van de rechten van de mens van 1948', aanvaard door de Verenigde Naties, duikt het begrip mensenrechten telkens weer op in de discussies, niet in het minst ook in kerk en theologie. Na duidelijk gemaakt te hebben, op welke manieren de kerk zich in deze discussie heeft gemengd en na uitvoerig ingegaan te zijn op de hantering van het begrip o.a. in de klassiek-liberale opvatting, de marxistische opvatting, in bevrijdingsbewegingen, enz. en op de inhoud van het begrip zelf (omvang en fundering), komt prof. Velema tot een uitvoerige bijbelse oriëntatie, waarin hij het spreken over mensenrechten ge­ grond wil zien in het gebod Gods. Daarin zijn de rechten van de mens, door God gunstrijk verleend, verankerd. Velema wil zijn uitsluitend uitgangspunt kiezen in het bijbelse mensbeeld en niet in een antropologie, waarin de Bijbel buiten spel is gezet en waarin (zoals in de moderne theologie) mensenrechten en heil zonder meer geïndentificeerd worden. Vooral wat hij aan het slot van de brochure schrijft over de betekenis van Jezus Christus voor het spreken over mensenrechten, waarin hij verbindingen legt met wat hij eerder schreef over het gebod Gods en de algemene openbaring, lijkt mij voor zijn theologische positiename van belang. Daardoor wordt een (dubbele boekhouding voorkomen en komt het begrip mensenrechten werkelijk binnen christelijk handbereik, terwijl daardoor tegelijk duidelijk wordt, waar de grenzen liggen met opvattingen, die ten diepste uit humanitaire bronnen putten. Als prof. Velema op blz. 42 over vrijheid van godsdienst, geweten en godsdienstoefening spreekt, zou ik trouwens nog wel even door willen vragen. Vindt de vrijheid van godsdienst en heel de democratie niet zijn grens in de theocratie? Ik denk aan wat in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis (onverkort) beleden wordt over de plicht van de overheid met betrekking tot de ware godsdienst. Het theocratisch appèl op de overheid moet, denk ik, ingebouwd worden in een bijbels spreken over vrijheid en democratie. Kan het vanuit artikel 36 N. G. B. ook roeping van de overheid heten om b.v. het mohammedanisme aan onze grenzen een halt tot te roepen? Ik noem alleen dit voorbeeld om duidelijk te maken, dat de door prof. Velema geschreven brochure ons aan het denken zet. Ik zou deze bijdrage aan de discussie, in deze brochure gegeven, een broodnodige en bijzonder verhelderende willen noemen, waar ook de lezers van ons blad (al zullen zij enige moeite moeten doen om het te volgen, hier en daar) beslist kennis van moeten nemen. Graag hartelijk aanbevolen.

C.den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's