De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Solidariteit in de hulpverlening (3)

Bekijk het origineel

Solidariteit in de hulpverlening (3)

8 minuten leestijd

Morele keuzen kunnen dermate botsen, dat er aan deze solidariteit een grens is.

In het vorige artikel, gewijd aan het opstel van drs. W. Speelman in de GSA jubileumbundel, bespraken we de visie op de solidariteit zoals deze door de auteur verwoord werd. Morele keuzen kunnen dermate botsen, dat er aan deze solidariteit een grens is. Maar zo verklaart Speelman met nadruk, dat is niet van toepassing op het alternatief: trouwen of duurzaam samenwonen. Want bij alle verschil van huwelijksvorm is naar zijn mening het gemeenschappelijke bij beide vormen overheersend. Een beroep op de Bijbel is op dit punt nauwelijks mogelijk, omdat de Overheid bij de huwelijkssluiting in de Bijbel geen rol speelt. Bovendien moeten we rekenen met het feit dat een tweetal bevrijdingslijnen, namelijk de bevrijding van natuurdwang en de bevrijding van dwingende autoriteit aanleiding geven tot verandering van de huwelijksvorm. En ik meen de auteur geen onrecht te doen, als ik zeg dat de auteur deze ontwikkeling niet afkeurt, maar gerechtvaardigd vindt als de functie van het huwelijk, te weten de beleving van het unieke van het mens-zijn, gewaarborgd blijft.

Feit en norm

De redenering zoals die door Speelman gevolgd wordt zal velen wellicht bekend in de oren klinken. Kenmerkend voor deze wijze van redeneren is dat men heel sterk uitgaat van de feitelijke ontwikkeling. Speelman noemt twee dingen: de ontdekking van de 'pil' heeft het samenwonen mogelijk gemaakt, omdat men de betekenis van de sexualiteit kan losmaken van de voortplanting. Terwijl voorts moderne mensen zich niet meer iets laten voorschrijven door een dwingende autoriteit. Er zouden verschillende auteurs te noemen zijn die dezelfde gedachten ontvouwen als drs. Speelman. Het is een redenering die zeer aanlokkelijk lijkt. Vooreerst staat men met beide benen op de grond, anders gezegd: men ziet niet voorbij aan de feitelijke situatie.

Wie niet vreemd staat in de samenleving, kan hetgeen door Speelman, te berde gebracht wordt, keer op keer constateren. De moderne mens acht zich mondig, ontslagen van dwang en autoriteit.

Het aanlokkelijke schuilt voorts in het feit dat men op deze wijze tot een moraal lijkt te kunnen komen die niet boven de werkelijkheid blijft zweven. Vaak wordt aan moraalfilosofen en theologen verweten: Uw moraal of uw zedelijke opvattingen landen nergens in de werkelijkheid.

En wie zou voor zo'n argument niet gevoelig zijn? De zedelijke normen staan immers niet los van de situatie. En allerlei zeden van vroeger worden immers vandaag door niemand meer nagevolgd. Het zou toch van weinig besef voor de realiteit getuigen als men zich stijf en strak zou vastbijten op het verleden.

We willen allerminst een pleidooi voeren voor een levensvreemde en werkelijkheidsvreemde ethiek. De normen van Gods wet haken in op de situatie en vinden daar hun toepassing. Dat betekent een voortdurend spanningsveld. We hebben te toetsen wat de Here welgevallig is. Op helder inzicht en fijngevoeligheid komt het aan, zo lezen we in Filippenzen 1 : 9 om de wil des Heren in de situatie van vandaag te verstaan.

Maar inhaken in de situatie is wat anders dan de norm laten opkomen uit de situatie. Ik kan met niet aan de indruk onttrekken dat bij Speelman de feitelijke ontwikkeling min of meer de huwelijksmoraal dicteert. Het is dan ook typerend dat het Schriftgetuigenis in dit artikel nagenoeg niet aan bod komt. We willen graag honoreren dat dit te maken heeft met ruimtegebrek, zoals Speelman aan het slot van zijn verhaal schrijft. Maar dat is naar mijn mening niet het enige motief. Mijn bezwaar tegen zijn wijze van redeneren is dat nergens de huidige ontwikkeling die hier aangegeven wordt met het woord 'bevrijding' - we zouden ook kunnen zeggen: emancipatie, mondigwording, - kritisch getoetst wordt aan de normen van Gods Woord.

Zit in de bevrijdingsgeschiedenis, zoals de auteur deze schetst, ook niet een geweldig stuk invloed van de huidige secularisatie? Is bevrijding in Schriftuurlijk licht niet altijd bevrijding tot een leven in gehoorzaamheid aan de Here en Zijn Woord?

Kan men volstaan met te zeggen: 'Geplaatst binnen het grote kader van onze cultuur kan samenwonen dus niet uitgelegd worden als moreel verval'? Wie alleen let op de culturele ontwikkeling kan tot zo'n uitspraak komen. Maar wie de cultuurontwikkeling toetst aan Gods Woord dat boven alle culturen staat, zal hier toch moeite mee hebben. Destijds heeft prof. dr. K. Runia aan het adres van dr. P. J. F. Dupuis, die ook van mening was dat door de pil de sexuele moraal ingrijpend gewijzigd was en bijbelse argumenten tegen voor-echtelijk geslachtsverkeer en samenwonen, daardoor veel van hun geldigheid verloren hebben, de vraag gesteld of we hier alleen maar te maken hebben met een menselijke, cultuurgebonden zede, of met een stuk goddelijke normativiteit. Runia koos toen - en m.i. terechtvoor het laatste. Genesis 2 : 24 en Efeze 5 : 25-33 laten zien hoe de geslachtsgemeenschap zijn plaats krijgt in het huwelijk. Men kan dit niet wegexegetiseren met een beroep op historische en sociale verschuivingen.

Nu wordt niet geheel duidelijk of Speelman zich in dezelfde lijn bevindt als Dupuis, al krijg je wel die indruk. Maar in elk geval missen we de doorlichting vanuit de normativiteit van Gods getuigenis.

De aard van het gezag

Dat alles werkt ook door in de visie op autoriteit zoals deze in dit artikel naar voren komt. Voor mijn gevoel legt Speelman te gemakkelijk een verband tussen het opkomen van de zelfbewuste burger, de visie van de Reformatie op de plaats van de mens ten opzichte van gezagsinstanties en het huidig gezagsdenken. Zeker, de Reformatie heeft de mens rechtstreeks voor God geplaatst, zonder bemiddeling van kerk en priester. Dat betekende inderdaad een protest tegen de bevoogding van de kerk en een begrenzing van het staatsgezag. Maar een blik in de gereformeerde belijdenisgeschriften kan ons leren dat de Reformatie wel degelijk geweten heeft van het gezag van de ambten, en van hen die van Godswege over ons gezet zijn. Ik denk aan artikel 36 van de Ned. Geloofsbelijdenis, aan de uitleg van het vijfde gebod, en voorts aan wat er gezegd wordt over de kerkelijke ambten. Artikel 36 zet m met de woorden: 'Wij geloven dat onze goedertieren God wegens de verdorvenheden van het menselijk geslacht koningen, vorsten en overheden ingesteld heeft, omdat Hij wil, dat de wereld geregeerd wordt door wetten en regels, opdat de ongebondenheid van de mensen bedwongen worde en alles met goede orde onder hen toega'. En in zondag 39 is sprake van eer bewijzen, liefde en trouw aan ouders en allen die over mij gesteld zijn.

Dat is een andere denklijn dan het denkkader van de geseculariseerde mens die alleen gezag wil aanvaarden als het zich legitimeren kan voor de autonome mens. Natuurlijk is er een autoriteitsdenken dat eerder mensen knevelt dan hen dient. Natuurlijk dient bijbels gezien gezag ook ten goede te zijn en zijn gezagsdragers verantwoording schuldig aan Hem die hen met gezag bekleedt. Het laatste woord is aan het Woord. Ik heb daarom nogal moeite met de uitspraak van Speelman op blz. 94 van de bundel: 'Want niet alleen in geloofszaken heeft de Staat sindsdien niet meer het laatste woord, in alle kwesties heeft uiteindelijk voor de burger alleen God gezag. Wat er natuurlijk op neer komt dat alleen datgene gezaghebbend is, dat de burger zelf voor Gods aangezicht meent te kunnen verantwoorden'.

Het probleem in dit citaat ligt in de koppeling van de eerste aan de tweede zin. Uiteindelijk heeft alleen God gezag... daarmee ga ik volledig accoord. Maar betekent dat nu dat alleen gezaghebbend is wat de burger meent te kunnen verantwoorden? Wordt op die manier de gezagserkenning niet overgelaten aan het subject? Wellicht zal men mij tegenwerpen dat de auteur spreekt over een 'verantwoorden voor Gods aangezicht'. Maar ook dan blijf ik zitten met de vraag: Hoe is dit bedoeld? Is dan in laatste instantie het geweten van de christen beslissend? Is het Woord van God niet de laatste en beslissende gezagsinstantie?

Ook ten aanzien van de betekenis van de staat of de overheid rijzen dezelfde vragen. Dat de Staat zijn goddelijk aureool verloren heeft, is alleen maar toe te juichen. In het licht van het Evangelie is de Overheid, ook waar het de keizer van Rome betreft, die zich als god liet vereren, niet meer dan dienaar. Maar dan toch dienaar of dienares van God. Dat gaat dieper dan dat we zeggen dat de staat een menselijk maaksel is, berustend op een contract. Men kan dit laatste wellicht in een goede zin interpreteren, gelet op de betekenis van een parlementaire democratie. Maar het riekt me toch teveel naar het beginsel van de volkssouvereiniteit.

Te weinig laat de auteur naar mijn mening uitkomen dat de bevrijding van dwingende autoriteit zoals die zich in onze samenleving voltrokken heeft, naast positieve kanten ook negatieve kanten heeft. Te onkritisch wordt gesproken over de zelfbewuste burger die zelf bepaalt hoe hij handelen zal.

In het licht van de christelijke ethiek gezien zal ook deze zelfbewuste burger geconfronteerd dienen te worden met de normen van Gods geboden. Dat raakt ook de vraag van huwen of samenwonen. Doch daarover willen we graag in een vierde artikel nog een en ander zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Solidariteit in de hulpverlening (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's