Beproefde Trouw
75 jaar Ger. Bond in de N.H. Kerk
Hoe komt het dat er na Afscheiding en Doleantie nog Gereformeerd bloed kon overblijven in de Ned. Herv. Kerk?
In Ameide waren rond 1886 twee godzalige ouderlingen. De éne ging met de Doleantie mee, de andere bleef in de Ned. Herv. Gemeente. Hoe is dat te verklaren? De éne was de aktieve man van de daad, meer op leer en plicht gericht, de andere was meer de mystiekzachtmoedige, die bang was om de Heere voor de voeten te lopen. De eerste vertegenwoordigde meer de orthodox-gereformeerde, de tweede meer de piëtistisch-gereformeerde lijn.
Aldus prof. Graafland in zijn bijdrage 'Hoe en waarom kwam de Gereformeerde Bond rond de eeuwwisseling op', het eerste en grootste hoofdstuk in 'Beproefde Trouw', 75 jaar Ger. Bond in de N.H. Kerk.
Vanwaar?
Graafland stelt hier dus de intrigerende vraag, hoe het komt dat er na Afscheiding en Doleantie, twee enorme aderlatingen, nog Gereformeerd bloed kon overblijven in de Ned. Herv. Kerk. Waar komt die stroming nog vandaan? Waarom ging men niet mee met de Doleantie? Op 't eerste gezicht zou je denken: ze stonden niet achter Kuyper maar achter Hoedemaker, zijn tegenhanger. Toen Kuyper zei: 'Al Gods volk gaat met mij mede, Jan Rap en zijn maat blijven achter', werd het Hoedemaker duidelijk, dat hij niet mee mocht gaan. 'Toen jubelde het in de ziel: dat duldt Gods glorie niet. (-) Van nu aan behoor ik bij Jan Rap en zijn maat'. Maar nee, Hoedemaker was de leidsman niet van de straks te vormen Ger. Bond. Oprichter was... de Kuyperiaan Hugo Visscher. In de politiek was Kuyper hun aanvoerder. De Ger. Bond is opgericht, toen de Confessionelen, Christelijk-Historisch, Kuyper hadden laten vallen (1905). De Bonders vonden Hoedemakers volkskerkgedachte een gevaarlijke illusie. Van Kuyper erfden wij enkele shibboleths: Gods volk zingt geen gezangen; niet Heer, maar Heere.
Als u dit met verbazing leest, hebt u de juiste gesteldheid gekregen om het artikel van Graafland te gaan lezen. Het is een boeiende studie geworden over een onderwerp dat veel ingewikkelder is dan u wel dacht, 't Zou een onderwerp zijn voor een dissertatie! Ik attendeer de kerkeraden nog op Graaflands suggestie: zo spoedig mogelijk de plaatselijke geschiedenis trachten te achterhalen. Pas dan kan de landelijke historie geschreven worden.
Voormannen
De voormannen van de Bond wezen natuurlijk wel Kuypers visie op de kerk af. Maar evenzeer Hoedemakers visie. Welke visie hadden ze dan? Men zegt: 't was een publiek geheim dat Hugo Visscher een tweede Doleantie wilde. Is dat zo? Drs. Exalto corrigeert dat in zijn bijdrage: De visie op de kerk. Vooraanstaande figuren passeren de revue: Hugo Visscher en zijn leerlingen Severijn en Kievit enerzijds, Jongebreur, Van Grieken, Woelderink anderzijds. Hun kerkbeschouwing hangt duidelijk samen met hun verbondsbeschouwing. Volgens ds. Exalto bij de eerstgenoemden wat smal, bij de laatsten wellicht wat te breed. Zijn artikel is helder, overzichtelijk, onomwonden. De tegenstellingen van toen lijken achteraf betrekkelijk, hoewel de beoordeling van Woelderink diens volgelingen niet zal behagen.
Heel de kerk
Hoe kijken we nu aan tegen de ontwikkeling van de hele Ned. Herv. Kerk van de laatste honderd jaar? Daarbij is ds. Den Boer onze gids. Uitgangspunt is... Hoedemaker, diens Schriftgebonden, verbondsmatige en theocratische inzichten. Opnieuw passeert de (vermoeiende) geschiedenis van Kerkherstel en Kerkopbouw de revue, maar dan komt het keerpunt: de oorlog, de nieuwe kerkorde van 1951. Is dit nu een triomf van Hoedemakers inzichten? Den Boer zegt eerlijk, dat het nieuwe gewaad van 1951 een kerk van de Reformatie oneindig veel beter past dan dat van de organisatie van 1816. Dat zij nu beter kerk kan zijn, stellen wij dankbaar vast. Er kwam leefruimte voor Hoedemakers inzichten. Daarmee is 1951 zo positief mogelijk gewaardeerd. Ook van de daarna volgende synodale geschriften is er z.i. veel te waarderen. Maar dan volgt toch de beschijving van de gebleven kwaal, en het speuren naar de eigenlijke diagnose. Er is toch te weinig geluisterd naar Hoedemakers Schriftgebonde, verbondsmatige en theocratische inzichten. De stelling van Hoedemaker: 'eerst reorganisatie, dan reformatie' is zeker achteraf minstens omkeerbaar. De onder ons bekende bezwaren tegen o, zo veel in de kerk vindt u hier uiteraard terug. Moeder, ik klaag u aan! Toch valt het genuanceerde ervan op: waar ligt de kwaal? 'Ten principale niet in het apostolaire bezig-zijn zelf, net zo min als in een oecumenische bedrijvigheid op zich. Want dat mag er allemaal zijn. Als het er maar recht bijbelsconfessioneel is.'
Bevinding
Wat is nu de veelgeroemde 'religie van de belijdenis' ? Daarover schrijft dr. Van Brummelen. Ineens verlaten wij de richtingsstrijd. Een pastor neemt ons mee op huisbezoek bij markante kinderen Gods. Hij gunt ons een blik in hun hart. Hier komt de bevinding aan de orde. Van Brummelen noemt dat een 'trinitarische spiritualiteit'. Hoe men zijn Rechter om genade leert smeken. Hoe Christus hen dierbaar wordt. Hoe de Geest werkt in de ziel. De tekening is treffend. Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is heeft een schok van herkenning, van ontroering bijna. De schrijver geeft toe dat hij een ideaalbeeld schetst; dat deze spiritualiteit niet overal zo gevonden wordt. Hij maakt de indruk meer te spreken over vroeger, over koningskinderen die hun lichtende sporen nalieten. Hij beschrijft, veelal zelfs in de derde persoon: 'zij', 'hen', soms in de eerste: 'wij', 'ons'. Hij roert een teer punt aan: zijn wij bezig dit te verliezen?
Hij laat klemmende vragen liggen: in hoeverre is deze spiritualiteit normatief? Hij zegt ergens dat het recht Gods een trek is die geenszins mag verdwijnen. Maar hij wil toch ook niet schematiseren. De vraag rijst, in hoeverre deze spiritualiteit ook die van de Reformatie was. De schrijver wijst op artikel 9 van de N.G.B, over de Drieeenheid: 'Dit alles weten wij, zo uit de getuigenissen der Heilige Schrift, als ook uit degene die wij in ons gevoelen'. Een vondst! Maar verder wordt de belijdenis er niet meer naast gelegd. Het ging nu ook echt om de beleving.
Politiek
Ir. Van der Graaf bespreekt de Ger. Bond en de politiek. Opnieuw blijkt hoezeer de Bond van huis uit op Kuyper georiënteerd was, toch ook wel inzake art. 36. Wel gaat Hugo Visscher later positiever oordelen over art. 36 van de N.G.B. Prof. Severijn beperkte zich ertoe te zeggen dat dit een geloofsartikel van de kerk is. Maar wat betekent dat voor een chr. politieke partij? beter: voor de overheid zelf? Severijn bleef de A.R.P. nog trouw. Anderen gingen over naar de S.G.P. Van der Graaf constateert dat de G.B.-kring politiek meer kleurloos is geworden en betreurt de verminderde participatie. Ook de houding tegenover de Duitse bezetter komt in dit hoofdstuk ter sprake. Daarna de houding tegenover de Doorbraak. Een boeiend artikel!
Ik ben blij dat ook de politieke zijde in dit boek aan de orde komt. Een niet-theoloog heeft toch vaak meer venster op de buitenwereld! Ik ben het eens met zijn klacht over kleurloosheid en afzijdigheid. Maar in welk mijnenveld begeeft zich een predikant die kleur zou bekennen en deelneemt! Ook de schrijver zelf laat (hier) de meest recente voetangels en klemmen liggen: het C.D.A., de R.P.F., de kernbewapening...
Vooruitzien
Dat was dan het verleden. Maar nu de toekomst. Regeren is vooruitzien. Ds. Maasland waagt zich eraan. Hij verwacht dat de oude tweesporigheid binnen de Bond in de toekomst minstens zo sterk zal doorwerken. Ja, 'het volgen van deze beide sporen is de route die ook in de toekomst gegaan móet worden', zegt hij. Hij bedoelt: verdedigen én verbreiden. De deelgemeente enerzijds, de vraag naar gereformeerde prediking anderzijds stelt ons voor de roeping het geheel van de kerk in het oog te houden. Met alle spanningen van dien. De kwestie van Samen op Weg zal z.i. de meeste spanning en zorg opleveren. De tweesporigheid binnen de Bond vertoont zich ook in de prediking en dat mag, als er maar geen polarisatie was. Wij kunnen rechts en links ontsporen. Maasland constateert dat onder ons de middenstroom aan het verdwijnen lijkt. Wat de 'brede' oecumene betreft vreest hij toenemende vervreemding, t.a.v. de Geref. Gezindte voorziet hij weinig verandering in het (verdeelde) patroon.
Je kunt vragen: tweesporigheid en... middenstroom? Is het dan niet eerder een driéstromenland? Of is het zo, dat de oude tegenstellingen bij gezaghebbende figuren ten onder gehouden werden, maar dat die hogere synthese nu begint te breken? Intussen weerspiegelen de koersbepalende hoofdstukken in dit boek de eenstemmige wens van het huidige hoofdbestuur om polarisatie te voorkomen en de middenkoers te vervolgen. Geve God dat de middenweg hoger dan tussenweg mag zijn: koninklijke weg, weg van de Koning, weg voor de Koning!
Andere geluiden
Na het eigen geluid komen ook andere geluiden: stemmen uit andere kerken, d.w.z. verwante kerken. Eerst een artikel van de Chr. Ger. ds. J. H. Velema. Hij is verworteld in de Afscheiding, maar worstelt met de aangrijpende vraag, hoe het mogelijk is, dat binnen de verlaten Vaderlandse kerk zoveel goeds uit God gevonden wordt, terwijl binnen de eigen afgescheiden kerk vervlakking intrad. Toch kan hij niet begrijpen hoe wij het erkennen van vrijzinnigheid kunnen verantwoorden voor de Koning der kerk, en blijft hij de Afscheiding een reformatie noemen. Tegenover het beroep op Israels profeten stelt hij dat het Pinksteren is geweest. De band en de pijn over de scheiding voelen wij van harte mee. Het klassieke chr. geref. kerkelijke standpunt heeft plaats gemaakt voor een 'afscheidingsvisie tussen ja en nee'. Een eerlijk artikel! Maar men kan Velema's eigen elders geuite hartekreet des te meer bijvallen: profeet, sta op. Hoe lang houdt een kerk dit balanceren tussen ja en nee vol? Het beroep op Pinksteren is goed, maar de Nieuw-testamentische kerk vertoont toch weer hetzelfde beeld als Israël: staan de zeven gemeenten in Klein-Azië niet model? Een man als Brakel beriep zich tegenover het Labadisme niet alleen op de profeten maar juist ook op de Apostelen die nóch in Corinthe noch in Laodicea opriepen tot afscheiding, maar profetisch terugriepen tot bekering. Versterk het overige dat sterven zou!
Ook het Ledeboeriaanse geluid wordt gehoord. M. Dankers vertolkt dat treffend. Tevens laat hij voelen hoe dat oude heimwee naar de Vaderlandse kerk, dat diepe schuldbesef, allang onder de as ligt. En als Samen op Weg doorgaat zal het totaal uitgeblust zijn, zo waarschuwt hij ons.
Prof. Runia vertelt hoe hij vanuit de Gereformeerde Kerken tegen de Ger. Bond aankijkt. Eerst geeft hij zijn kijk op Doleantie en eigen kerkelijke ontwikkeling. Anders dan de N.H. Kerk worstelen de Geref. Kerken nog met de belijdenis, zegt hij. Intussen erkent hij dat de prediking veelal midden-orthodox is geworden... Hij respekteert bij de G.B. sterke punten, maar stelt ook kritische vragen. Sterk is de eerbied voor de Schrift, maar ligt de belijdenis er niet als een vast raster bovenop? Sterk is de band aan de belijdenis, maar is die 'het einde' ? De Geest heeft ons sindsdien heel wat meer laten zien: koninkrijk, zending, evangelisatie, samenleving, Israël enz. Sterk is de liefde voor de kerk, maar is de Bond in feite geen kerkje in de kerk? De Bond heeft er z.i. nooit echt voor gevochten dat art. 10 van de nieuwe kerkorde nu ook werkelijk wordt uitgevoerd. Sterk is nadruk op de bevinding maar is dat iets extra's naast het geloof? een nieuwe wet? in de kortste keren subjectivisme? Sterk is de nadruk op de Wet Gods tegenover alle wetteloosheid, maar blijft de uitleg niet hangen in het individuele? Wat doen Bonders in de praktijk, in de samenleving? Zijn kritische vragen zijn gesteld vanuit het besef dat wij elkaar hard nodig hebben.
Ik ben blij dat een G.B.-boek ruimte geeft aan deze vragen. Alleen: ze blijven onbeantwoord in dit boek. Wie geeft Runia nu antwoord? Ik zou hem willen wijzen op wat zijn collega Veenhof in de Waarheidsvriend schreef: deze somt op wat er door Bonders aan theologische bezinning en inbreng plaats vindt. Dat mag er toch zijn? Juist ook over genoemde thema's: zending, Israël enz. En wat art. 10 betreft: hoe vaak hebben wij er ons plaatselijk en synodaal niet op beroepen? Is Runia helemaal op de hoogte? Zijn artikel doet wat shablon-achtig aan: een Wapenveldartikel over Evangelicals volgt hetzelfde patroon. Zo'n raster kun je over elke orthodoxe stroming leggen. Maar daarmee wil ik de vragen niet onschadelijk maken. Er is in onze praktijk ó zo veel beneden peil. Runia heeft ook duidelijk kritiek op zijn eigen kerk en dat herkennen wij. Kunnen wij nu op hem rekenen, als het gaat om het reformatorisch belijden en beleven bij Samen op Weg?
Groen bekeken
Door een pijnlijke vergissing is onder de rubriek 'Uit andere kerken' ook de bijdrage terechtgekomen van ds. Groenenberg. Ook hij kijkt terug naar 1951. Hij betreurt dat in 1951 de richtingsorganisaties niet zijn opgeheven, dat er wantrouwen was i.p.v. vertrouwen; zelfhandhaving i.p.v. bekering. In 1951 heeft de kerk overigens niet voorzien de daarna gekomen ontkerkelijking. Des te meer respekt heeft Groenenberg voor wat er in G.B.-gemeenten nog is, kwalitatief en kwantitatief. Maar de G.B. moet z.i. oppassen geen machtsorganisatie te worden, door b.v. te streven naar meer Bonders in de synode. Het is belangrijk dat er een groep in de kerk is, die de gereformeerde noties bewaart. Ook naar rechts.
Een sympathiek artikel. Lezens-en behartenswaardig voor Bonders en niet-Bonders. Maar de achterliggende modaliteitenvisie, hoe bekoorlijk ook, laat net de waarheidsvraag liggen. Groenenberg gelooft door alles heen in Gods trouw. Maar doen dwaling, uitholling en ontkerstening hem nooit denken aan het apostolische woord, dat het oordeel begint van het huis Gods?
Het slotwoord is van ds. Geluk. Het 75-jarig bestaan is, zegt hij, geen reden tot vreugde of feest, maar tot verootmoediging, doch ook tot dank, en aansporing tot gebed om de Heilige Geest.
Ons treft hierin de zuivere toon. 'Zulk een kritisch staan in de kerk en volgen van de kerk in haar beleid en aktueel belijden vergt veel. Allereerst wel gebed. Gebed om licht, wijsheid, zuiverheid, bezonnenheid, ootmoed.'
Complement
Het boek bevat geen foto's uit die afgelopen 75 jaar. Daarvoor kunt u terecht in het boek 'Delen of helen' van ir. Van der Graaf. Beide boeken lijken mij elkaars complement: daar de levendige kroniek, hier de diepere achtergronden. Hopelijk vindt dit boek een brede lezerskring: binnen en buiten de Bond. Wij danken de scribenten voor hun bijdragen. Wij zijn blij voor het bredere kader: de Geref. Gezindte!
En de wereldkerk?
Wij blijven met dit boek (met de Bond zélf) wel binnen de grenzen van ons vaderland. Dat is vertrouwd... en benauwd.
De Reformatie zelf, waarop wij ons beroepen, was een internationale beweging. Calvijn correspondeerde met half Europa. Ook de Synode van Dordrecht, waarop wij teruggrijpen, had Europese Allure. Daar kwamen Duitsers, Zwitsers, en zelfs een Anglicaanse bisschop. Waar is dat aspekt gebleven? Het Réveil uit de 19e eeuw was ook internationaal: leest u maar het boeiende boek van Elisabeth Kluit. Er bestond al vroeg een gebedsgemeenschap van Zwitserland tot Amerika toe. De Evangelische Alliantie bundelde dat. Waardoor is dat brede zoekgeraakt? Als Kuyper zoveel invloed had op de voormannen van de Bond, waarom dan niet hierin? Hij hield Stone-lezingen in Amerika. Keken Bonders niet over de grens? Is dat brede zoekgeraakt in de worsteling om in eigen kerk het hoofd boven water te houden? Maakte valse oecumene ons kopschuw? Is er in het buitenland niets meer van de Reformatie over? ! Geen geestverwachtschap? Maar Goddank, er was in elk geval zending! De G.Z.B. is zelfs ouder dan de G.B. Ik had graag een hoofdstuk in deze bundel gelezen over de zending. Dat had een raam open gedaan naar Azië en Afrika. Dat is het verrassende van onze zendingsdag in Driebergen. Daar openen onze zendingsmensen voor ons een andere wereld. Daar spreekt altijd wel een inheems predikant van overzee. Zending is onze enige 'oecumene' . Werkte dat niet door? Staat dat helemaal los van onze vaderlandse problematiek?
Wij hebben - gelukkig - ook nog een andere vorm van (niet-kerkelijke) 'oecumene': verscheidene stichtingen onderhouden kontakt met de kerk achter het IJzeren Gordijn. Wij horen dan de Lutherse ds. Wurmbrandt uit Roemenië of de Baptist ds. Vins uit Rusland spreken en ervaren dan emotioneel sterk de band met Gods verdrukte volk in Oost-Europa, ook uit niet-Calvinistische tradities. Ook dat verruimt de horizon. En dan zijn er de persoonlijke kontakten: door emigratie naar Amerika, door conferenties in Engeland b.v., door vakanties in Duitsland of Zwitserland enz. In de tijd van het Réveil was het alleen de élite die zich zoiets kon permitteren. Nu reist het gewone gemeentelid overal heen, en ontdekt dat Gods kerk groter is dan onze kerk. Intrigerende vraag: waarom zijn er in de Schotse of Zwitserse Hervormde kerk geen rechtervleugels als bij ons? Is het waar dat wij in het buitenland altijd afgescheiden in de armen lopen? Een parallel zou kunnen zijn de 'Evangelicals' in de Anglicaanse kerk. Daar zit ook een stuk 'beproefde trouw' in: denk aan John Stott. Maar zouden wij daar Anglicaans worden - of toch nog eerder Baptist? Wonderlijk. Onze stevige verbonds-en kerkvisies reiken niet ver dan... de Nederlandse grens. Dat kan toch niet? Ons ontbreekt het aan grondige bezinning op de 'oecumene' - vanuit waarlijk Reformatorische visie. Het blijft in het incidentele steken. Het hoofdbestuur zond een delegatie naar Zuid-Afrika. In welk kader? Vanuit welke totaalvisie? Stel eens - wat Runia en Groenenberg even opperen - dat de G.B. in de toekomst de leiding moest 'overnemen', wat zou dan het internationale beleid zijn? ... Er ging van ons een waarnemer naar de G.O.S. (Geref. Oecum. Synode). Dat lijkt iets!
Maar ook het 'grondvlak', onze gemeenten, hebben voorlichting nodig. Zodra ze over de grens zijn, komen ze niet toe met onze vaderlandse kerkvisie. Laten wij ons verdiepen in kerken elders, en ontdekken wat Hollandse eigenaardigheden zijn. Dat zuivert. Daarbij vrees ik geen identiteitsverlies. Want dit is ook waar: wie van vakantie terugkeert in het vaderland en de vaderlandse kerk, staat des te meer versteld van Gods beproefde trouw in onze kerk der vaderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's