De Heilige Geest en de prediking (3)
De Heilige Schrift
Het Woord van God blijft altijd nieuw, krachtig, geladen. Dat is dankzij de bemoeienis des Heren door de Heilige Geest met de wereld. Hij maakt het oude woord nieuw en heft het uit boven de alledaagsheid zonder verrassing en zonder overvloed. Soms kun je mensen ontmoeten die de prediking niet nodig hebben omdat ze het allemaal al weten, er zou voor hen geen nieuws meer te melden zijn. Hun geestelijk leven is er ook naar, er is nooit enig nieuws te melden, er zijn geen verrassingen en van overvloed is geen sprake.
Het Woord van God blijft altijd nieuw, krachtig, geladen. Dat is dankzij de bemoeienis des Heren door de Heilige Geest met de wereld. Hij maakt het oude woord nieuw en heft het uit boven de alledaagsheid zonder verrassing en zonder overvloed. Soms kun je mensen ontmoeten die de prediking niet nodig hebben omdat ze het allemaal al weten, er zou voor hen geen nieuws meer te melden zijn. Hun geestelijk leven is er ook naar, er is nooit enig nieuws te melden, er zijn geen verrassingen en van overvloed is geen sprake. Er bestaan geen nieuwe schatten die uit de Schriften worden opgehaald. Het is zonder meer een ramp als zo'n instelling zich meester maakt van een prediker. Dan verliest het Woord zijn zeggenschap voor hem en de prediking wordt een uittreksel en het besef van de betrokkenheid van de Geest op het Woord leeft niet meer. Zo kan het Woord geen zwaard des Geestes zijn, dat scherper is dan enig tweesnijdend zwaard. Zo is het geen appèl, alle spanning is verloren en de prediking komt nauwelijks meer als Woord van God over. Naar de klank kan het wat schijnen, maar het leeft niet meer, er is geen vrezen en beven voor het Woord, verlegenheid en blijdschap zijn er evenmin. Er is geen ontmoeting van God en mens. En als het bij de prediker niet is, kan het bij de gemeente niet over komen. Er zijn woorden wellicht in overvloed, maar zonder het ene Woord, waarin de betekende en betuigde zaak mee komt om het leven te zegenen en te bevrijden. Wil de prediking Woord van God zijn dan is het zonder meer noodzakelijk dat de Gekruisigde voor ogen wordt geschilderd in zijn alles beslissende betekenis. Doel is ook nu te komen tot leven door de Geest en tot vrijheid in Christus. Zonder dat is immers ook in het heden het nieuwe leven onmogelijk. Waar de prediking van het kruis van Christus als zoenoffer achterwege blijft, zal ook de prediking van de overwinning van Christus vervagen. Het zal niet meer duidelijk zijn waarom het gaat. Daarom is het van levensbelang voor de gemeente dat de Christus naar de Schriften wordt gepredikt. Dan is de prediking Gods Woord. Dan blijft de zegen niet uit en geeft God elke morgen nieuwe goedertierenheden.
Als we belijden dat de Schrift Gods Woord is en instrument blijft van de Heilige Geest brengt ons dat als vanzelf op het terrein van het werk van de Geest. In en door de werking van de prediking krijgt dit werk gestalte. Hij maakt Christus bekend in de wereld en verheerlijkt Hem. Jezus zeide dat Hij niet uit zichzelf zou spreken, maar dat Hij het uit het zijne nemen en het verkondigen zou ter voorbereiding van zijn komst. Dit is een onmisbaar gezichtspunt en dit moet de structuur van de prediking in belangrijke mate bepalen. Paulus beoordeelde de prediking van anderen op deze structurele inhoud. De persoon van degene die verkondigt, acht hij secundair. Wel veracht hij hen die door winstbejag worden gedreven. Maar hij verblijdt zich dat in benarde omstandigheden Christus toch op allerlei wijzen wordt verkondigd. (Fil. 1 : 18). Waar Christus wordt gepredikt, is de Geest werkzaam.
De continuïteit van de prediking
De grote veronderstelling van de prediking is dat het evangelie er voor alle tijden is. Er is een nood die elke mens heeft, van welke tijd hij ook is. En op die nood is het evangelie gericht: Jezus Christus is in de wereld gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. We denken hier aan de nood van de zonde. We weten dat hier vraagtekens worden gezet. De rechtvaardiging van de goddeloze zou in de moderne tijd niet meer het artikel zijn waarmee de kerk staat of valt. De mensen stellen nu andere vragen dan die naar een genadige God. De vraag naar de mogelijkheid en de zin van het leven spreekt nu velen meer aan. Heeft de bijbel antwoord op deze vragen? Berkouwer vertaalt de vraag naar de zin van het leven met de vraag of we uit Gods goedheid mogen leven. Daarmee brengt hij de vragen van nu dichter bij de vraag van vroeger. Het lijkt me juist dat we de noden van vroeger tijden niet moeten bagatelliseren, maar het gaat er nu wel om spannen of de wereld kan blijven bestaan. De verborgenheid Gods werd ook vroeger zeker door velen doorleden, de bijbel leert het ons, maar in onze moderne gesaeculariseerde wereld kan de vraag: waar is God? verstikkend worden. Ik denk dat ook dit behoort tot de weeën die de komst van het Koninkrijk aankondigen. In ieder geval lijkt me de prediking van het evangelie van het Koninkrijk ook nu onmisbaar om ook het lijden van de laatste dagen in het geloof te kunnen dragen. Terecht is er verzet gerezen tegen de prediking die het heilsegoïsme bevordert, waarbij het ethos of de dienst aan naasten nauwelijks aan de orde komt. Die prediking wordt door velen als steriel ervaren. Het heil wordt hier versmald tot persoonlijk behoud. Nu lijkt het velen goed de vragen van het persoonlijke heil te laten rusten. Maar dan laten we de mensen met hun levensvragen zitten of we houden ze van hen weg. Het is nodig te stellen dat het heil des Heren de mens verlossing schenkt, maar dat hem dat niet isoleert. De mens wordt terdege opgewekt om het heil te zoeken, maar het wonderlijke is dat Christus wordt ontdekt als degene die te zijner tijd voor de goddelozen is gestorven. Het volle heil is dat Hijzelf gekomen is om te zoeken, te zoeken en zalig te maken wat verloren is. En als het heil geschiedt komt de dienst mee. In de geschiedenis van Zacheüs vinden we het woord over het zoeken van Jezus. (Luk. 19 : 10). Maar daar blijkt tevens dat het heil ook levensvernieuwing inhoudt, wat in feite neerkomt op leven voor de ander. Het evangelie sluit de persoonlijke gestalte van het heil in en in dat evangelie ligt de overwinning van het heilsegoïsme. Er kunnen omstandigheden zijn waarbij het wellicht noodzakelijk is hierop het accent te leggen. Het moet in ieder geval in de hele hervormde kerk duidelijk zijn dat de gereformeerde prediking heilsegoïsme niet bevordert, maar overwint. Het gaat in de prediking waarlijk om Jezus Christus die gisteren en heden dezelfde is en in der eeuwigheid. (Hebr. 13 : 8). Daarop rust in de eerste plaats de continuïteit van de prediking. Jezus blijft actueel in alles als belofte en uitzicht. En laten we niet vergeten dat het Luther met zijn vraag naar een genadige God ook te doen was om het volle uitzicht op de verschijning van de totaliteit van het heil. Kruis en opstanding getuigen van dat heil. De Geest omspant in de Schrift de toekomst en wil door de prediking de (toe)komende dingen verkondigen. Hij wil de komst van Christus verkondigen en daarop de wereld voorbereiden. Zo blijft de Schrift bron en norm van de prediking en richt de mens op de komst des Heren. 'Bereidt de weg, in Hem verblijd'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's