Globaal bekeken
Een vurig predikant, bekend in vele streken,zou in een zeker dorp, dan ook eens komen preken.
Een zeer lezenswaardige rubriek is die van 'Hannie' in het Reformatorisch Weekblad 'De Schakel'. Ze hult haar tweewekelijkse ontboezemingen helaas onder een schuilnaam. Haar pennevruchten mogen immers best het daglicht zien. In het nummer van 14 augustus geeft ze het volgende verhaal door van 'Dove Toon':
Een vurig predikant, bekend in vele streken,
zou in een zeker dorp, dan ook eens komen preken.
Hij preekte 'op beroep' zoals dat meestal heet,
en had aan zekere tekst, veel aandacht ook besteed.
Toen hij aldaar verscheen, zou zeker kind des Heeren,
geoefend in het Woord, van wie men veel kon leren,
ook eens gaan horen naar die nieuwe predikant.
Er werd van hem gezegd: "t Zat enkel in 't verstand.'
Maar Toon wou aan geen praat van mensen zich nu storen.
Ja, Toon was wel wat doof, maar had doorboorde oren.
Voorts had hij dit gebrek, dat hij hardop vaak dacht!
Toon werd in 't avonduur, dus naar de kerk gebracht.
Een stoel was heel vooraan, voor hem toen neergezet.
Men zong, men las Gods Woord, toen volgde het gebed.
En toen de predikant nu aan de preek begon,
bleek o zo spoedig weer, dat Toon niet zwijgen kon.
De predikant bleek pas nog maar aan 't woord te zijn
of Toon, hij knikte eens, en zei hard 'van Calvijn'.
De dominee werd bleek, en preekte toch maar door.
Hij boeide ook nu weer, zeer velen van 't gehoor.
Toen hij die mensen weer veel zaken had gemeld,
zei dove Toon hardop: 'Dat is van Smijtegelt'.
'Zwijg man' riep de dominee 'ik ben hier aan het woord'.
Hij preekte weer een poos toen werd weer wat gehoord.
De dove zei hardop, dat dit van Comrie was.
De dominee verbleekt, wacht even en zegt ras:
'Ga alsjeblieft maar weg, of wil voortaan hier zwijgen.'
Zie, dove Toon staat op en zegt: 'Da's van z'n eigen!'
***
In het Kerkblaadje, orgaan van de 'Stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge' stond het volgende van dr. J. C. S. Locher, overgenomen uit diens publicatie 'Toelichting en Verweer' (1908), over de zogeheten Kohlbrüggianen:
'Kohlbrüggianen bestaan er niet. Zij kunnen niet bestaan. Kohlbrugge zelf schreef 5 mei 1834 aan Jonkvrouwe U. Ph. van Verschuer, die eenigen tijd daarna zijne tweede huisvrouw werd: 'Mijne geliefde vriendin! Wat hebt gij toch al voor verwachtingen van mij, en wat is dat, dat broeder N.N. zegt, wij zijn Kohlbrüggianen in leven en in sterven, - o slaat mij toch in 't geloof dood, en sterft mij af in uwe harten, zoals gij der wet afgestorven zijt; mogt gij mij voor dood houden, zoals gij de wet voor dood houdt; mogt ik u dood zijn, zooals de wet u dood is; heb ik, een arm en ellendig zondaar, de voornaamste van u allen, u eenigszins den weg mogen wijzen naar onzen overzoeten, overschoenen en algenoegzamen Heere Jezus, zoo houdt mij als staande nu achter den troon, maar uzelven als die er voor staat; - wat heb ik van den kruier te praten, als ik voor mijnen Weldoener sta. Het is een bewijs dat men nog niet ten volle verzekerd is, als men zich gaat beroepen op een handvol stof'.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's