Catechese en gemeente
'voor mij is het geven van katechese een eenzaam avontuur'
Een zijn medewerking verlenende katecheet aan een enquête over de katechese schrijft veelzeggend: 'voor mij is het geven van katechese een eenzaam avontuur'. Een rake typering. Wie heeft weet van wat zich, afgezien van de katecheet en de katechisant, binnen de muren van het katechese-lokaal afspeelt? Is het katecheselokaal niet een gesloten ruimte geworden binnen het geheel van de gemeente? Jongeren vertellen er misschien iets over aan hun ouders, een predikant laat zich over het gebeuren enigszins uit in de bevriende kring van kollega's. Meestal blijft het daarbij.
Het gevaar dreigt m.b.t. al het kerkelijk werk voor jongeren, dat dit werk een geïsoleerde positie inneemt binnen de gemeente. Sterker nog; het gevaar dreigt dat jongeren geïsoleerd raken binnen de gemeente. Dat heeft én voor de jongeren, én voor de ouderen negatieve effekten. De geïsoleerde positie van de katechese versterkt deze effekten.
Een taak van de gemeente
Er zijn vele omschrijvingen van de doelstelling van de katechese gegeven. Op één punt stemmen ze allen overeen. De katechese is het onderwijs van de gemeente aan haar (jonge) leden. Om deze reden schrijft bijv. de kerkorde voordat m.b.t. tijd, plaats en inhoud van de katechese overleg dient plaats te vinden tussen katecheet en kerkeraad (Ord. 9, art. 6). Bij de taakomschrijving van de herder en leraar wordt de katechese genoemd onder de aanduiding: 'met medewerking van de ouderlingen'. Zo vinden we de katechese ook terug in de omschrijving van wat aan de ouderlingen is toebetrouwd.
In dit alles klinkt door: katechese is geen taak van een daartoe opgeleide katecheet, het is de taak van de gemeente. Dat deze taak kan worden toevertrouwd aan bepaalde personen in de gemeente doet aan deze fundamentele stelling niets af.
Wie met het oog op de katechese de Schrift ter hand neemt, vindt daarin dezelfde gedachte. Katechese... geloofsonderricht... is in de eerste plaats een taak van de ouders. Zij zijn geroepen om binnen het kader van het Verbond het jonge geslacht Gods Woorden en daden door te geven (Deut. 6 : 6, 7; Ps. 78 : 5 e.v.). Later lezen we van het onderricht van de priesters en levieten. Ook de profeten verzamelden leerlingen om zich heen. In het Nieuwe Testament zijn het rabbi's, die voor onderricht zorgen. Zeker mag in dit verband ook de synagoge als 'leer-huis' worden genoemd, Maar dit alles neemt nooit de plaats in van het gezins-onderricht. Eerder kunnen we zeggen dat het een aanvulling is op het onderricht dat de ouders gehouden zijn te geven,
M.b.t. de plaats van de catechese in de eerste christelijke gemeente is ons weinig bekend. De eerste gemeenten waren huis-gemeenten. Gezin en gemeente waren organisch met elkaar verbonden. Dat het onderricht ook in de gezinnen plaats vond is duidelijk. De opvoeding van Timotheüs is wat dit betreft een lichtend voorbeeld. Uit deze (summiere) gegevens blijkt dat we moeten denken aan twee sporen. Het ene spoor van de gezins-catechese, aangevuld door het spoor van de katechese door daartoe aangestelde leraren. Deze twee sporen zijn nauw met elkaar verbonden. Zoals het gezin is ingevlochten in het geheel van de gemeente, zo is ook het onderricht ingevlochten in het gemeente-zijn.
Doop-belijdenis-Avondmaal
Deze verbondenheid van katechese en gemeente wordt ook duidelijk wanneer we een andere invalshoek kiezen. Ouders beloven bij de doop van hun kind 'hun kinderen naar hun vermogen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen'. Katechese en Doop horen onlosmakelijk bij elkaar (Matth. 28 : 19, 20). Uit deze formulering blijkt tevens dat de opstellers van de doop-vragen de al genoemde twee sporen als uitgangspunt hebben gehanteerd.
Het uiteindelijke doel van dit geloofs-onderricht is dat de jonge leden van de gemeente worden geleid tot een persoonlijke belijdenis aangaande Jezus Christus, uiteraard met alle konsekwenties van dien voor het totale leven. Anders gezegd: de catechese is er op gericht dat de (jonge) leden ook werkelijk, door een persoonlijk geloof, deel uitmaken van de gemeente. De koppeling van de openbare belijdenis des geloofs en het toegang verkrijgen tot het Heilig Avondmaal bedoelt toch niets anders te zeggen.
Scherp geformuleerd: wanneer de katechese geen taak van de gemeente zou zijn, maar een privé-aangelegenheid tussen katecheet en katechisant, dan zou de Doop in een kapelletje achteraf kunnen plaatsvinden en niet 'in het midden van de gemeente'. Hetzelfde geldt voor de openbare belijdenis des geloofs. Juist het feit dat, op goede bijbelse gronden, de katechese een plaats krijgt op de weg van Doop-belijdenis-Avondmaal, geeft aan hoezeer catechese en gemeente op elkaar betrokken zijn.
Praktijk
Van deze betrokkenheid is nauwelijks iets merkbaar. Natuurlijk... in vele gezinnen vinden we iets terug van de huis-catechese. Het is zelfs zo dat de eerste aanraking met het Evangelie binnen de gezinnen plaats vindt. Het voorlezen uit de kinder-bijbel, de 'huisdienst' rond de maaltijden is in dit verband van onschatbare waarde. Overigens liggen hier ook vragen genoeg. Laten we als gemeente ouders in dit eerste stadium al niet te veel alleen staan? Het is bepaald niet eenvoudig om jonge kinderen op de juiste wijze in aanraking te brengen met het Evangelie. Kinderen kunnen moeilijk te beantwoorden vragen stellen. Van belang is dat we deze vragen niet afdoen met 'dat zul je later wel begrijpen', maar, er serieus en eenvoudig tegelijk, met de kinderen over door praten. Dat is niet gemakkelijk, wel nodig.
Op latere leeftijd wordt het voor vele ouders nog moeilijker. Het verschil qua opleiding en leef-wereld tussen ouders en kinderen is in vele gevallen groot te noemen. Daardoor weten ouders niet goed raad met de vragen, die bij hun kinderen leven. De uitspraak: 'dat moet je maar aan de dominee vragen' is begrijpelijk, maar tegelijkertijd tekenend voor een situatie, waarin de godsdienstige opvoeding wordt 'uitbesteed' aan de katecheet. Opnieuw de vraag: komen ouders m.b.t. de godsdienstige opvoeding niet te veel in de kou te staan?
Van kontakt tussen catecheet en ouders is nauwelijks sprake. Een enkele maal komt het voor dat er kontakt wordt gelegd via de catechese, maar het behoort tot de uitzonderingen. Niet veel beter is het gesteld met de betrokkenheid van de gemeente in haar totaliteit bij de catechese. Noch catecheet, noch kerkeraad is het gewoon om een catechese-plan aan het begin van het seizoen op de agenda van de kerkeraads-vergadering te plaatsen. Het catechese-plan wordt hoofdzakelijk door de catecheet alleen opgesteld en ten uitvoer gebracht. Dat is tekenend voor de gegroeide situatie. Catechese lijkt een zaak te zijn van de catecheet, niet van de gemeente.
Twee-richting-verkeer
Om de catechese weer enigermate binnen het geheel van de gemeente te plaatsen, moeten we denken in twee richtingen. De ene lijn loopt van de gemeente naar de catechese. Het inschakelen van de gemeente in de catechese. We denken dan in de eerste plaats aan de kerkeraad. Verder valt te denken aan het inschakelen van andere gemeenteleden, die qua opleiding en beroep hun bijdrage kunnen leveren in de katechese. Ook het kontakt met ouders vraagt, denkend in deze richting, onze aandacht.
De andere lijn loopt van de catechese naar de gemeente. Het behoort toch tot de doelstelling van de catechese dat de catechisant wordt binnengeleid in de gemeente. Voor beide lijnen willen we enkele suggesties aanbieden. Suggesties, die bijna nog niet aan de praktijk zijn getoetst. De praktijk zal in een later stadium moeten uitwijzen in hoeverre deze suggesties reëel zijn.
Inschakelen gemeente
Het betrekken van de gemeente bij de catechese behoort m.i. te beginnen met een plaats van het catecheseplan op de kerkeraadsvergadering. De kerkeraad draagt de verantwoordelijkheid voor de catechese. Wil dit niet alleen een formele aangelegenheid zijn, dan zal een kerkeraad zich ook moeten buigen over de inhoud van de catechese. Het doet tevens bij de catecheet het gevoel van 'een eenzaam avontuur' afnemen.
Het is ook denkbaar dat ambtsdragers worden ingeschakeld bij de uitvoering van het plan. Een les over de ambten kan uitstekend worden verzorgd door een ambts-drager. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Wanneer de missionaire roeping van de gemeente ter sprake komt kan er een evangelisatie-ouderling aanwezig zijn en, sprekend vanuit de eigen ervaring en de eigen situatie, deze taak toelichten. Hetzelfde geldt voor het onderwerp diakonaat.
In sommige gemeenten zijn er goede ervaringen opgedaan met een zgn. katecheseteam. Zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van het catechese-plan zijn gemeente-leden betrokken, die op een of andere wijze, qua opleiding en beroep de catecheet kunnen ondersteunen. Te denken valt bijv. aan onderwijzend personeel. Of gemeente-leden die geruime tijd ervaring hebben in het jeugdwerk. De catecheet, met zijn geringe didaktische opleiding, kan veel van hen leren. Met name in grote gemeenten is het voor de predikant onmogelijk om aan alle groepen catechese te geven. Met als gevolg: geen tijd voor goede voorbereiding en veel te grote groepen. Een catechese-team kan de oplossing bieden. Het kontakt met de ouders zou gelegd kunnen worden d.m.v. een ouder-avond. Voor de vulling van zo'n avond valt te denken aan een toelichting van de catecheet m.b.t. het catechese-programma en het gesprek daarover met de ouders. Te overwegen valt ook een kursus van vier a zes avonden voor ouders, waarin de vragen van godsdienstige opvoeding ter sprake komen. Ouders kunnen, vanuit hun eigen ervaring, met andere ouders deze zaken bespreken. Zo wordt ook de verbinding gelegd tussen gezins-catechese en 'gewone' catechese. Uiteraard kan de catecheet aan zo'n kursus leiding geven, maar is het is ook denkbaar dat bijv. een lid van het catechese-team deze taak op zich neemt.
Catechisant-gemeente
De meeste catechisanten komen wel op een of andere wijze in aanraking met het geheel van de gemeente. De meest zichtbare schakel tussen catechisant en gemeente vormt de kerkdienst. Daar ligt tevens het centrum van het gemeente-zijn. Van wezenlijk belang is dat de catechisant zich bij de kerkdienst betrokken weet. We denken dan niet zozeer aan allerlei bijzondere kerkdiensten (m.i. versterkt dat juist het isolement van jongeren). Wel lijkt het me zinvol en nodig om af en toe de prediking ter sprake te brengen binnen de groep catechisanten, hetzij vooraf, hetzij erna. Een serie lessen over de betekenis van de kerkdienst in al haar onderdelen is in dit verband aan te prijzen.
We hebben ook goede ervaringen met het in kontakt brengen van een groep catechisanten met oudere gemeente-leden. De neiging is groot de gemeente op te delen in allerlei leeftijds-groepen. Soms is dat ook nodig. Maar het is evenzeer nodig deze opdeling in leeftijds-kategorieën met een zekere regelmaat te doorbreken. Waarom bijv. niet een gemeenteavond belegd, waarvoor ook de oudste groepen van de catechisanten worden uitgenodigd?
Met name voor de belijdenis-catechisanten is het van belang kennis te maken met het gemeente-zijn in al haar facetten. Te denken valt aan een soort stage-periode van de belijdeniscatechisant in de eigen gemeente. De catechisant woont bijv. een vergadering bij van de diakonie, van de zendings-kommissie, van de evangelisatie-kommissie. Hij of zij bezoekt een kerkvoogd en in een gesprek met een ouderling wordt hem/haar duidelijk gemaakt wat dit ambt betekent. Dit alles vraagt wel enige voorbereiding en organisatie. Maar het doen van belijdenis in het midden van de gemeente wordt er wel door geconcretiseerd.
Uiteraard moet er plaats zijn in het catecheseleerplan voor de vraag: 'wat is de gemeente? '. Wanneer ik me niet vergis is er in onze tijd onder jongeren een diep verlangen naar het beleven van de gemeenschap. Een positief te waarderen verlangen. Het is de taak van de catechese aan dit verlangen tegemoet te komen. Niet alleen vanwege dit eerlijke verlangen. Vooral vanwege onze overtuiging dat catechese en gemeente zo nauw op elkaar betrokken zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's