Problemen bij de catechese
Ieder die zich enigszins probeert in te denken, wat er zoal vastzit aan een catechisatie-uur, zal spoedig tot de ontdekking komen, dat dit nu niet direkt zo'n eenvoudige zaak is.
Ieder die zich enigszins probeert in te denken, wat er zoal vastzit aan een catechisatie-uur, zal spoedig tot de ontdekking komen, dat dit nu niet direkt zo'n eenvoudige zaak is. Zeker niet in onze tijd. Er doen zich heel wat problemen voor. Grote en kleine hindernissen die het moeilijk maken om het doel dat je voor ogen staat te bereiken. Dat doel is toch vooral: de catechisanten helpen om de Schriften te verstaan. Opdat zij daaruit, door het geloof, de levende God leren kennen, die in Jezus Christus onze Verlosser en Leidsman wil zijn. Nu weten wij dat je elkaar het geloof niet kunt geven. Het is een gave van God. Maar dat neemt niet weg dat het onze taak is om zo goed mogelijk catechisatie te geven.
Maar er zijn nogal wat problemen. Wij willen er hier enkele noemen. Niet om ons daardoor te laten ontmoedigen. Maar om ze wat scherper in het vizier te krijgen. Om te zoeken naar mogelijkheden ze het hoofd te bieden, vooral ook samen met anderen: kerkeraadsleden, ouders, andere gemeenteleden.
Weet u nog van vroeger? !
Als je ouderen eens zou vragen naar hun herinneringen aan vroeger toen zij zelf naar de catechisatie gingen, zou je, denk ik, heel wat verhalen te horen krijgen. De reacties zouden erg verschillend zijn: leerzaam, gezellig, saai, waardeloos! De een heeft er weinig van opgestoken, een ander misschien erg veel.
Stellig zouden er ook de verhalen zijn over uitgehaalde streken of over hoe je de predikant/catecheet voor de gek kon houden, bijv. bij het overhoren. Was het vroeger beter of slechter? In elk geval waren er ook toen de problemen, evengoed als nu.
Het catechisatie-uur is op zichzelf al problematisch. Stel je voor: op een bepaald uur, op een bepaalde avond in de week, kom je met een groep leeftijdsgenoten in een localiteit bij elkaar voor: catechisatie. Meestal zomaar midden uit je huiswerk of andere aktiviteiten, waarmee je bezig bent. Of het is precies op een tijdstip dat je eigenlijk graag een bepaald programma op de t.v. wilt zien. Ja, het is te begrijpen dat jongelui dat niet altijd zo leuk vinden. Of misschien ook wel? Om er eens even uit te breken en je vrienden te ontmoeten. Maar dan ben je meer in de stemming om samen plezier te maken dan dat je je opnieuw intensief met iets gaat bezig houden. Met iets dat je mogelijk maar matig interesseert. En je komt, plichtmatig, omdat je van thuis moet. Of omdat er misschien iets te beleven valt? Wie komt echt gemotiveerd, behalve zij in wie jong geloof ontluikt? Zo was dat vroeger, zo is dat nu. Ook al zijn in vele gemeenten de grote drommen catechisanten vervangen door kleinere groepen.
Onderwijzen
Bij de doop beloven ouders hun kinderen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen 'in de leer'. Catechisatie is een vorm van onderwijs. Maar vergeleken met de school of een bepaalde cursus (waarvoor men zich opgeeft en cursusgeld betaalt) zit je bij de catechisatie meestal ineen veel moeilijker positie. Voor de school heb je tot een bepaalde leeftijd 'de leerplicht' (geldt dit in zekere zin toch ook niet van de catechisatie? ). Of je wilt zelf bewust een bepaalde opleiding volgen en een diploma behalen. Een school kan bepaalde opleidingseisen stellen, bepaalde regels verplicht stellen, effectieve strafmaatregelen nemen (strafwerk, schoolblijven, eventueel van school verwijderen). De school beschikt meestal over een voortreffelijk gebouw met goede lokaliteiten, vakkundig geschoold personeel, moderne apparatuur, een veelheid van voortreffelijk geïllustreerde leerboeken, nieuwe methodieken enz.
Daarbij vergeleken bevindt de catechese zich meestal in een veel ongunstiger positie, met minder mogelijkheden en meer moeilijkheden. Een vraag is bijv. in hoeverre het lukt aan de catechisanten 'huiswerk' op te geven en dan zo dat zij het ook werkelijk maken? En heb je daarbij de medewerking van de ouders? Nu weten wij wel, dat de catechisatie geen schoolopleiding is, maar toch... het onderwijs vanwege de kerk in 'de leer van Christus' is het waard, dat er ook gezorgd wordt voor een geschikte catechisatiekamer, voor goede leermiddelen en andere hulpmiddelen. Predikanten en catecheten zijn niet zelden te bescheiden om voor dit moeilijke onderdeel van hun werk uit zichzelf veel te veel vragen. Laten daarom kerkeraadsleden en kerkvoogden er op toezien en er een eer in stellen, dat er voor de catechisatie een goede ruimte beschikbaar is en het evenmin ontbreekt aan ander noodzakelijk lesmateriaal. Het 'onderwijs' in de dingen van Gods Koninkrijk is het echt ten volle waard!
Eenzaam avontuur?
Aansluitend bij het zojuist gezegde, mag de vraag niet achterwege blijven: de catechisatie is toch niet maar een 'eenzaam avontuur' van de predikant/catecheet? Dat hij het maar op z'n eentje moet klaarspelen en dat er zich verder niemand mee bemoeit, tenzij het helemaal spaak loopt? Nee, dat moet de predikant niet willen en dat moet zeker de kerkeraad niet willen. Het is een goede zaak als er regelmatig verslag wordt uitgebracht over de gang van zaken. Er moet toch overleg zijn, vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid? Anderen mogen en moeten meedenken, juist ook over de problemen. Om samen ook naar oplossingen te zoeken.
Al valt er gelukkig de laatste jaren enige verbetering te bespeuren, onze predikanten zijn tijdens hun opleiding niet of nauwelijks geïnstrueerd met het oog op het catechiseren. Hoe je dat moest doen, moest je zelf maar zien te leren. De een gaat dit beter af dan de ander. En ook een predikant heeft uiteraard zijn beperkingen. Maar je kunt wel alsnog het een en ander van elkaar leren, bijv. wat betreft het toepassen van nieuwe methoden om de te behandelen stof zo dicht mogelijk bij de leerlingen te brengen. Om daarbij elkaar een beetje wegwijs te maken worden er, onder meer door de HGJB, regelmatig regionale catechese-dagen georganiseerd.
Een ander probleem is: heeft de predikant, vooral in de drukke wintertijd, voldoende tijd en rust om zijn catechisatie-lessen goed voor te bereiden? Of heeft hij misschien te grote groepen en te veel catechisatie-uren (mogelijk ook nog op scholen)? Er zijn predikanten die er, wat de catechisatie betreft, bijna een halve leraarsbaan bij hebben. Zij worden geacht dit er wel even bij te doen. Kan dat en is dat verantwoord? Moet de kerkeraad/kerkvoogdij zich er dan niet op bezinnen hoe er hulp geboden kan worden en deze taak verlicht? Kunnen niet geschikte gemeenteleden worden ingeschakeld? De bekwaamheid daartoe houdt toch niet opeens na de zondagsschool op?
Verder is het van groot belang: kun je beschikken over goede en in deze tijd bruikbare catechisatie-boekjes, geschikt voor de verschillende groepen. Elke catechisatie-groep is immers weer anders, wat betreft leeftijd, kennis, opleiding. En trouwens ook elke predikant/catecheet is weer anders. De vraag is: waar vind ik goed les-materiaal, waarmee mijn catechisanten en ik zelf overweg kunnen?
Als predikant/catecheet moet je je overigens bewust zijn dat de problemen niet alleen liggen bij de leer-stof of bij de catechisanten, maar telkens ook bij onszelf. Hoe vinden wij de juiste houding, de goede toon, de geschikte aanpak? Begrijpen wij onze jonge mensen in wat hen beweegt? Nodig is veel wijsheid, bescheidenheid, duidelijkheid, geduld en vooral liefde. Wij mogen daartoe steeds weer in de leer gaan bij de Goede Herder! En je bent immers nooit te oud om te leren...
Wie zijn zij?
De catechisanten, gelukkig, zij komen nog. In de meeste plaatsen wel minder talrijk dan vroeger, maar zij zijn er nog! Kennen wij hen? Waarom komen zij en waarom komen de anderen niet (wat kun je daaraan doen)? Uit welke gezinnen komen zij? Hoe is het daar met de beleving van het geloof? Om daar een beetje achter te komen, daarvoor heb je tijd nodig. En persoonlijke aandacht.
Daarom mogen catechisatie-groepen ook niet te groot zijn, om zo elkaar echt te leren kennen en tot een goed gesprek te kunnen komen. Of dat lukt hangt ook af van de samenstelling van de groep.
Het is fijn als je jongens en meisjes van dezelfde leeftijd bij elkaar hebt in één groep. Maar de verschillen kunnen weleens erg groot zijn wat betreft ontwikkeling, geestelijke achtergrond in het gezin, bijbelkennis, betrokkenheid. Het probleem is dan: hoe bied je de leerstof zo aan, dat de één zich niet verveelt (omdat hij het al lang weet) en dat de ander ook echt kan meedoen? Of moet je, vooral in grotere gemeenten, de groepen mdelen, niet alleen naar leeftijd maar ook rekening hou dend met hun schoolopleiding?
En wat doe je met jongelui die zo'n sterke negatieve invloed hebben op de groep, zodat ze zelfs een goed verloop van de les blokkeren? Als uiterste noodmaatregel van de catechisatie verwijderen? Het kan nodig zijn terwille van de anderen.
Er zouden nog andere dingen te noemen zijn, die samenhangen met wat wel aangeduid wordt als het 'orde-probleem'. Nu is dat echter niet iets dat op zichzelf staat. Het is op allerlei manieren verbonden met al die andere problemen
Het eigenlijke probleem Het eigenlijke probleem is: hoe wek je belangstelling, zodat de catechisanten beseffen: het gaat om iets dat ook voor mijn leven betekenis heeft, om iets dat mij raakt? !
Onze jonge mensen groeien op in een tijd waarin de betekenis van het christelijk geloof in het dagelijkse leven steeds minder duidelijk wordt. Komen zij nog echt in kontakt met mensen, die op een levensechte manier iets van hun geloof in God, in de Here Jezus laten zien? In het gezin, bij hun vrienden, op school, op het werk? Is het een wonder dat vele van onze catechisanten zich afvragen: hebben de Bijbel, het geloof in God, de kerk nog wel betekenis voor ons jonge leven? Heeft daarom ook die catechisatie wel zin? Heb je daar echt iets aan?
Het grote probleem is: hoe kun je je catechisanten doen ontdekken, dat het toch echt zin heeft om samen de Bijbel te leren lezen, om daarin de stem van God te horen die ons roept? Daarbij gaat het telkens vooral om twee dingen: hoe leer je je catechisanten de kern van de bijbelse boodschap verstaan? En hoe kun je dat zo na aan hun hart brengen dat in hen het levend geloof gewekt of versterkt wordt, en daarmee samenhangend de verbondenheid met de gemeente van Christus?
Een menselijke onmogelijkheid. Maar God wil nog altijd door middel van mensen Zijn werk doen. Dat betekent dat wij geroepen worden om ook in de catechese ons werk zo goed mogelijk te doen. Dat houdt in dat wij ook dé problemen onder het oog moeten zien en daarvoor een oplossing zoeken. Laten wij daarover met elkaar spreken, in de kerkeraden, met de ouders. En laten vij vooral ook elkaar daarbij helpen, met de aan ieder geschonken gaven. Samen biddend om Gods zegen, die Hij belooft en telkens weer wil geven, dwars door onze problemen heen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's