Verrechtsing van de kerk
Prof. dr. H. Berkhof
Het dagblad Trouw wijdde zaterdag 5 september vrijwel een gehele pagina aan het afscheid van prof dr. H. Berkhof als kerkelijk hoogleraar aan de Rijks Universiteit te Leiden. Verslag werd gedaan van zijn afscheidscollege, waarin hij bepleitte, dat het vak dogmatiek, als voluit wetenschappelijk, aan de rijksuniversiteiten thuis hoort. Daarmee ging hij in op de discussies, die de laatste jaren terzake gevoerd zijn. Sommigen willen, dat er aan de openbare universiteiten uitsluitend plaats is voor de godsdienstwetenschappen. Dogmatiek kan daarbij geen plaats hebben, want het berust op godsgeloof gebaseerd op openbaring. Dat is een zaak, die voor de wetenschap niet toegankelijk is; hetgeen Berkhof - terecht - betwistte.
Het grootste deel van de Trouw pagina wordt in beslag genomen door een interview, dat L.M.P. Scholten met prof. Berkhof had. Daarboven staat als sprekende titel 'Ik verwacht een verrechtsing van het predikantenbestand'. Belangrijk genoeg om er in deze kolommen aandacht aan te besteden.
Weergave
Eerst zegt prof. Berkhof, dat hij meent dat de secularisatie, zeg maar het verdwijnen van de religie, haar hoogtepunt nu wel heeft bereikt. Mensen gaan weer op zoek naar ervaring met God en komen dan met name bij het Hindoeïsme, in India. Berkhof vindt dat de kerk de mensen daar 'af moet halen', dat wil zeggen moet aansluiten bij die behoefte en dan de mensen met het kerkelijk eigene moet meenemen.
Vervolgens spreekt hij uit te betreuren, dat er zoveel verontwaardiging is gekomen over de houding van Youth for Christ tegenover de homofilie. 'Youth for Christ heeft veel mensen bij de Bijbel gebracht. En al geloof ik wel, dat ze op den duur niet kunnen blijven staan waar Youth for Christie gebracht heeft, toch ben ik daar diep onder de indruk van het werk van de Heilige Geest.'
En dan - na een passage over de kerken in het algemeen, waarvan hij zegt dat ze altijd minderheden zijn geweest maar dat 'de onverschillige kerkleden van vroeger (...) nu buitenkerkelijk zijn geworden - komt hij op de verrechtsing. Ik citeer letterlijk:
'Mijn grote zorg is wel, dat de kerken het "windstil midden" opzoeken. Heel verleidelijk in een tijd van polarisatie. Dat men de scherpe vragen van links en rechts niet meer oppakt om eraan te groeien. Dat een hervormde kerkeraad bijvoorbeeld met zorg de Gereformeerde Bond én het Interkerkelijk Vredesberaad buiten de deur houdt. De kerk moet een midden hebben, maar een vruchtbare spanning met de vleugels is nodig. Ik vind het fijn tot een kerk te horen, die die vragen op haar bord heeft. Maar dat moet ze dan ook echt willen. Het aantal hervormden dat voor alles rust wil, is jammer genoeg erg groot.
Wel type dominees kan de hervormde kerk de komende jaren verwachten?
Ik verwacht een verrechtsing van het predikantenbestand. Mensen die meer links staan, hebben vaak te weinig besef van het eigene van de kerk en weten dikwijls niet tot het hart van Jeruzalem te spreken. Rechts zal altijd de kerk trouw blijven. Linkse afhakers moeten dus niet over de verrechtsing klagen. Maar zodra mensen van rechts verantwoordelijkheid krijgen, zie je ze veranderen. De hervormde kerk is altijd gevoed door tradities uit de rechtse hoek die gedragen worden door mensen, die zichzelf toch grotere vrijheid verworven hebben. Ik verwacht dat de hervormde kerk kleiner zal worden, meer toegewijd ook. Maar in de structuur zal ze zichzelf gelijk blijven. Het is eigenlijk heel merkwaardig, dat zij zich er zo gemakkelijk bij heeft neergelegd dat ze geen volkskerk meer is, maar nu een gewone kerk als de anderen."
Hoopvol?
Wat prof. Berkhof hier schrijft is op het eerste gezicht hoopvol, al laat hij zelf er zich niet al te concreet over uit, omdat hij in feite een pleidooi voert voor alle stromingen en vleugels binnen de kerk. Hij neemt het bijvoorbeeld ook op voor de basisbeweging, die als gastlid tot de Raad van Kerken is toegelaten. Maar één ding is door prof. Berkhof onverbloemd gezegd, namelijk dat mensen die links staan, vaak te weinig besef hebben van het eigene van de kerk en dikwijls niet 'tot het hart van Jeruzalem' weten te spreken. Hier ligt de nood van onze tijd.
De politieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kerk zou ik niet graag ter discussie stellen. Die is er, en niét maar in de marge. In 'rechtse' kringen wordt het dunkt me te weinig beseft, dat de aarde 'des Heeren' is en dat daarom de ethische vragen, in het klein en in het groot, grondige bezinning vragen. Wat steekt het aantal preken, waarin óók op de concrete noden en levensvragen van de mens in het leven van elke dag wordt ingegaan, niet schril af tegenover het aantal preken, waarin van zondag tot zondag hetzelfde wordt gezegd over de geestelijke staat van de mens, hoe belangrijk dat ook is! Maar de Bijbel is het boek van de Openbaring aangaande het gehele menselijke bestaan.
Maar anderzijds, wanneer de bewogenheid om mens en wereld niet opkomt uit de ervaring van het Licht, dat in deze wereld geschenen heeft, dan blijft het bij puur menselijke woorden en daden. Ik schrijf dit bewust zó, omdat ik de dienst meemaakte in Putten, waar ds. H. G. Abma zijn veertigjarig ambtsjubileum gedacht. Het ging over de tekst 'Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou'(Joh. 1 : 18). Mij trof, dat enerzijds zo centraal stond het getrokken zijn van de mens uit de duisternis tot het wonderbaar Licht en dat het blijven in het Licht werd toegespitst op wat in de Eerste Algemene Brief van Johannes staat: Die zijn broeder liefheeft blijft in het licht' (1 Joh. 2 : 10).
Het is duidelijk, dat de hele Schrift ervan getuigt dat het leven mét God, het leven in het Licht, niet kan zonder het leven in liefde met de naaste. Maar de gemeente voelt dan ook wel of vanuit het hart van het evangelie gesproken wordt en zó ook gesproken wordt naar het hart van Jeruzalem.
Als verrechtsing - om met Berkhof te spreken - het gevolg zou zijn van een echt geestelijke vernieuwing, een réveil, waarbij én het hart van de mens én zijn hele leven onder de tucht van het Woord worden gesteld en waarbij het kerkelijke leven weer komt onder de norm van wat de kerk der eeuwen beleden heeft en wat met name in de Reformatie weer zo klaar aan de dag getreden is, dan is er alle reden om hoopvol gestemd zijn.
Reactie
Verrechtsing kan echter ook een andere kant hebben. Het kan ook een reactieverschijnsel zijn. Tégen links zijn behoeft namelijk nog niet te betekenen dat men naar het hart van Jeruzalem spreekt. Enerzijds kan het betekenen, dat men in een houding vervalt, waarin geen oog meer is voor de roeping van de christen in de wereld. Verder kan verrechtsing uitsluitend politiek-bepaald zijn. Het kan immers niet ontkend worden, dat voor velen - in reactie op politiek links - hun religie ook politiek gekleurd is geworden, maar dan in de zin van politiek-réchts. En met politiek rechts bedoel ik dan warempel niet het theocratisch beginsel, waarin beleden wordt dat God recht heeft op het hele menselijke leven, maar b.v. een liberaal beginsel of een principe dat - als uiterste consequentie, wanneer het erop aankomt - fascistisch blijkt te zijn.
Maar tenslotte, verrechtsing kan ook betekenen een opschuiven ten opzichte van elkaar. Mij staat voor de geest een evangelisatie in ons land. Toen de gemeente vrijzinnig was kwam er een rechtzinnige-zeg midden-orthodoxe evangelisatie. Toen de gemeente opschoof naar de middenorthodoxi werd de evangelisatie confessioneel. Toen de gemeente min of meer confessioneel werd, werd de evangelisatie 'van de Gereformeerde Bond'. Dat proces kan zich voortzetten tot uiteindelijk de uitschuifbankjes in het vizier komen.
Zo kan het in het geheel van de kerk ook gaan. We schuiven op ten opzichte van elkaar. Wanneer links opschuift naar meer rechts, schuift rechts op naar nog rechtser. Dat behoeft echter nog geen teken te zijn van echte geestelijke vernieuwing, want ook verrechtsing kan geesteloos zijn, kan plaats vinden zonder inspiratie, zonder verlevendiging door de levendmakende Geest. Verrechtsing kan ook een puur menselijke aangelegenheid zijn, waarin mensen meer bezorgd zijn om hun eigen zaak dan om de zaak des Heeren.
Welke weg?
De begrippen links en rechts zijn moeilijk hanteerbaar, omdat ze politiek en geestelijk vaak door elkaar liggen. Ik houd het maar graag op het woord van dr. Ph. J. Hoedemaker: 'Noch rechts, noch links maar de koninklijke weg'; dat is - dunkt me - de weg van de Koning!
Het gaat om de Koningsheerschappij van Christus. Hij trekt mensen in de kring van het Licht, het Licht dat Hijzelf is. Hij brengt de kerk ook onder Zijn heerschappij, waardoor de kerk - als zij op haar plaats is - buigt onder Zijn Woord, horig is aan Zijn Geest en acht geeft op Zijn stem. Hij vraagt ook de wereld te buigen onder Zijn heerschappij. Als het nu niet vrijwillig geschiedt, zal het eenmaal gedwongen zijn, omdat tóch ieder zich eenmaal onder Zijn koningsschap zal moeten voegen.
Ik hoop dat Berkhof gelijk krijgt als hij toenemende verrechtsing ziet, maar ik hoop dat hij dan ook zó gelijk krijgt, dat er sprake zal zijn van een geestelijke opwekking, van een ker kelijke vernieuwing en van een daarmee gepaard gaan nieuwe oriëntering op de maatschappelijke vragen, waarin de Koning der Kerk het ook voor het zeggen wil hebben. Zo niet, dan zal ook verrechtsing steriel zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's