Boekbespreking
Francis MacNutt: De macht van het gebed, uitgave Novapres-Laren, 224 pag., ƒ 19, 90.
Eén van de vele boeken over gebedsgenezing. De ondertitel is 'Het gebed als bron van genezing'. Dit boek is een vervolg op het eerder door MacNutt geschreven 'Genezing'. Hier wordt vaak naar verwezen. Aan de hand van vele genezingen staaft de schrijver zijn vorige getuigenis. Vele ongewone dingen heeft hij meegemaakt. Enkele schijnbare mislukkingen. Wat dat betreft geeft dit boek niet veel nieuws. Gebedsgenezing is in feite een 'heel eenvoudige theorie, die berust op een letterlijke interpretatie van die passages uit het Evangelie, waar verteld wordt hoe Jezus mensen genas'. In de toepassing daarvan moet aan twee voorwaarden voldaan worden. De genezer moet geloven in Jezus' Naam de macht te hebben om door gebed de genezende kracht van Jezus te laten indalen in de zieke. Zij, die genezen willen worden moeten zelf geloven dat God hen genezen wil. Zij moeten zelf mee bidden. Anders werken zij tegen. Zij willen niet genezen worden.
In tegenstelling tot vele andere gebedsgenezers gaat de schrijver er van uit dat niet elke zieke genezen wordt. Dat is geen gebrek aan geloof van de zieke. Het hangt af van Gods volmaakte inzicht in de situatie. Hierin neemt de schrijver stelling tegen Pinkstergemeenten, die zeggen dat God wil dat alle zieken genezen. De genezer moet zich bewust zijn van zijn afhankelijkheid van Gods wil. Het doet wat vreemd aan als de schrijver later zegt dat de oorzaak van het niet genezen worden toch ligt aan het gebrek aan geestelijke kracht en bezieling. Is hier dan toch sprake van gebrek aan geloof? Het tijdstip van genezing moeten we aan God overlaten. Niet te haastig denken dat er geen genezing komt. Mogelijk moet men wachten tot de dood. De dood is een vorm van uiteindelijke genezing. We houden dan op te zondigen. Ziekte behoort bij onze gevallen staat. Daarom is ziekte niet het grootste kwaad. Wie dit ziet en toestemt wordt bevrijd van de kramp ten koste van alles genezen te worden. God kan ons ziek-zijn gebruiken voor Zijn eigen doeleinden. 'Ziekte, als een minder kwaad, kan altijd beschikt zijn voor een groot goed'.
Wie meer wil weten over genezing op het gebed leze dit boek. U moet dit wel met de gave des onderscheids doen. Het roept veel vragen op. Wie eens een massabijeenkomst van Osborne (door MacNutt met instemming aangehaald) heeft meegemaakt weet dat Gods Woord ons dit nergens leert. Zó genas de Heere Jezus niet. Anderzijds zijn wij niet klaar door te zeggen dat elke genezing met behulp van medicijnen of een operatie ook genezing op het gebed kan zijn. Na het lezen van dit boek bleef voor mij de vraag over: Geloven wij nog in de kracht van het gebed? Het is toch een bijbels woord: Een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. Jacobus schrijft dit dan toch maar met het oog op genezing van zieken. 'De macht van het gebed' is goed verzorgd uitgegeven.
C. V. d. B
Dr. Cees Klapwijli: Nachtboeli voor Eenzamen, uitgave J. H. Kok Kampen, 120 pag., prijs ƒ 17, 50.
Dit stevig gebonden boekje is een verzameling korte opstellen over verschillende onderwerpen die, zoals de titel aanduidt, met eenzaamheid te maken hebben. Soms is het volgende hoofdstukje op het vorige afgestemd. 'Eenzaam dus niet alleen' wordt opgevolgd door 'Alleen dus niet eenzaam'. Zo is er ook een drietal: Begin; Midden en Einde. Het is een boekje dat men niet in één keer uit leest, al nodigt het daar wel toe. Het is erg vlot geschreven in de taal van elke dag. Beslist geen kanseltaal. Soms vraag je je af of het zo wel moet en kan. Vaak zeggen wij hetzelfde anders. Soms bedoelen wij met hetzelfde te zeggen ook werkelijk iets anders. Onder het opschrift 'Begin' b.v. schrijft Klapwijk 'Er moet eerst iets gebeuren, 'n Bulldozer, 'n ijsbreker moet voorafgaan: Johannes de Doper, 'n Roepende in de woestijn. Dat is geen in-de-luchtprater, maar een, die mensen uit de vaart van het leven in de bezinning haalt en tot bekering roept. Glashard en messcherp is zijn oproep. Bekering? Is dat geen maffe, miezerige kerstboekjeszaak? Nee, dat is haast militair: rechtsomkeert en mars! Helemaal en zélf de andere kant op.'
Onder het opschrift; 'Verdiepte eenzaamheid' schrijft hij op treffende wijze over de eenzaamheid van de Herder, de Here Jezus. In zijn eigen taal. Maar wel waar. Een boekje (120 bladzijden) om zo nu en dan eens open te slaan. Niet voor iedereen. Wel voor degenen die het goede er uit bewaren.
C. v. d. B
Dr. J. D. te Winkel: 't Zit in de lucht, uitgave Zomer & Keuning, 160 pag.
Iemand, die in een beschermde omgeving is opgegroeid, heeft er geen notie van wat er allemaal te koop is. Wie zijn oren niet overal te luisteren legt, weet niet half wat er allemaal in de lucht zit. Dr. Te Winkel heeft een poging gewaagd al die geluiden, die de laatste decennia de lucht vervulden (soms ook vervuilden) op te vangen en analyseren. Hij ging daarbij uit van de vraag: Welke invloeden zou ik allemaal ondergaan kunnen hebben, als ik alle boodschappen had kunnen opvangen. Hij gaat er van uit dat in alles wat aan muziek en zang, woord en beeld, de lucht wordt ingezonden een boodschap zit. Een boodschap, die inspeelt op het levensgevoel van de jongeren, van wie niet meer geldt: Zo de ouden zongen, piepen de jongen. Zij geven nu een eigen geluid. Maar dit eigen geluid van de jongeren heeft, volgens dr. Te Winkel, wel de zelfde inhoud als van de ouderen. Hij vindt dat deze jongeren aan het oude, vertrouwde geloof op een volkomen andere wijze dan hun vaderen deden, gestalte geven. Daarom zit hij met de vraag: Wat kunnen of moeten we met alle boodschappen, die dagelijks bij ons thuis worden bezorgd, doen. Het is een opdracht er naar te luisteren om onze tijd te kunnen verstaan. We moeten er antwoord op geven. Het gaat om: 'de communicatie van het evangelie in eigen omgeving'. Het onderschrift van de titel van dit boek is dan ook: Het evangelie en het moderne levensgevoel.
Dr. Te Winkel heeft daarvoor niet alleen geluisterd naar de Jesus-people, Children of God, Taizé-jongeren en Youth for Christ, maar ook naar provo's, hippies, popmuziek en cabaretiers.
Nu is dr. Te Winkel stafmedewerker van het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken. In zo'n functie ontkom je niet aan de vraag wat jongeren, die zich van de kerk hebben losgemaakt of nooit een band met de kerk gehad hebben, bezig houdt. Je kan geen evangelisatie werk doen met oogkleppen op en watjes in je oren. Ieder, die met open-evangelisatiewerk te maken heeft, doet er goed aan dit boek ter hand te nemen. Wie zelf geen t.v. heeft en zelden naar de radio luistert, maar toch wil en moet weten wat er allemaal via deze communicatiemiddelen de huiskamers binnen kan komen, wordt uitvoerig ingelicht. Op verdienstelijke wijze heeft dr. Te Winkel alles gerubriseerd. Hij heeft daarbij ook verwerkt wat er door velen gezegd en geschreven is over het levensgevoel van de moderne jeugd. Het is goed hiervan op de hoogte te zijn. We leven niet op een eiland. De lucht is ijl en dringt overal door heen. Ook de geluiden, die in de lucht zitten. Laten we weten waar ook de kerkelijke jeugd soms naar luistert. Dr. Te Winkel weet waar hij over schrijft. Bij het doorlezen van dit boek kwamen er wel wat vragen bij mij boven. Wat bedoelt hij met het woord 'boodschap' als hij schrijft dat er in al die geluiden en beelden boodschappen zitten? Dat bewegingen als Jesus-people, Children of God en Youth for Christ de kerk voor vragen stelt, wil ik graag toegeven. De belangstelling voor oosterse religies heeft ons zeker iets te zeggen. We doen er goed aan hier een antwoord op te geven.
Maar moeten we nu ook luisteren naar cabaretiers? Als zij de Naam des Heeren gebruiken om de mensen aan het lachen te brengen, bedoelen zij dan de Heere God, zoals Hij zich openbaart in Zijn Woord? Dan moesten zij toch weten hoe heilig die Naam is.
Het zal waar zijn dat zij ons in het hart van tijdgenoten laten kijken door hun gevoelens tegenover God, geloof en kerk zeer direct en zeer scherp onder woorden te brengen. Gods Woord doet het nog scherper. Het openbaart ons het gevoelen van de mens aller tijden als het zegt: De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk. Asaf blikt in zijn eigen hart en zegt; Ik ben een groot beest bij U. Dat is de spiegel die God ons voor houdt. Wie zó in zijn eigen hart gekeken heeft, kent de mens van toen en nu. Maar die weet ook hoe heilig de Naam des Heeren is. Ik wil dr. Te Winkel graag gelijk geven als hij zegt dat de mens aangesproken moet worden in de taal van zijn tijd. Maar het gaat mij te ver als hij zegt dat we naar popzangers en cabaretiers moeten luisteren om het evangelie, de boodschap van genade, te verwoorden voor de moderne jeugd. Is het werkelijk waar dat 'bij de vertaling van het evangelie in het taaleigen van de moderne mens 'sterren' ons goede diensten kunnen bewijzen' ? Zij mogen dan hun gevoelens tegenover God en het geloof kenbaar maken. Maar weten zij dan soms ook de diepste gevoelens van God tegenover de mens? Hoe zullen zij woorden als genade, vergeving en verzoening vertalen?
Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dr. Te Winkel het belangrijker vindt te luisteren naar alles wat er in de lucht zit, dan naar wat er in Gods Woord staat. God geeft ons toch geen cabaretliedjes in de hand om de houding van de kerk in politieke en sociale kwesties ter sprake te brengen. Ik vind het eigenlijk banaal om het zo te zeggen. Maar dr. Te Winkel doet alsof. Je kan dan bewust insnuiven van wat er in de lucht zit. Verspreiden zij dan ook een reuke des levens ten leven?
De Heere Jezus zond Zijn discipelen ook dè wereld in. Maar Hij gaf ze het evangelie mee waarin glashelder de grens getrokken wordt tussen vlees en Geest, tussen dat wat uit de mens is en dat wat uit God is. Of is de tegenstelling, zoals God die aangaf in de moederbelofte, niet meer van toepassing? Alleen de Heilige Geest kan ons leren hoe het evangelie beleden, beleefd en vertolkt moet worden. Daar hebben we geen popzangers of cabaretiers voor nodig.
Dr. Te Winkel eindigt dit boek: 'Een volgeling van de Here die bij de tijd wil blijven zal dan ook moeten blijven zoeken om te ontdekken of, waar en hoe flarden van die nieuwe bevrijdende taal te horen zijn en in de praktijk van alledag voelbaar en tastbaar aanwezig zijn.' Is dit nu echt de opdracht, die God geeft om Zijn getuigen te zijn? Is dit het antwoord op de nood, waarin zoveel jongeren verkeren? De Heere zendt Zijn evangelisten toch niet met flarden van de nieuwe bevrijdende taal de wereld in. Hij geeft hen het volle evangelie in het hart en in de hand. Dat evangelie is voelbaar en tastbaar als we levende brieven van Christus zijn. Hij geeft voeten, geschoeid met de bereidheid van het evangelie des vredes. Zo kunnen en moeten we de geestelijke boosheden in de lucht tegemoet treden. God geeft daar Zijn zegen op.
't Zit in de lucht. Een boek vol informatie. Hoe fris en verhelderend ook geschreven, vond ik het niet moedgevend. Handelingen 2 geeft meer moed en hoop. 'En er geschiedde haastelijk een geluid, gelijk als van een geweldig gedreven wind... wij horen hen in onze talen de grote werken Gods
C. v. d. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's