De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

In des worggreep van Calvijn?

Dit opschrift is niet door mij bedacht. Het stamt van een scribent in de Haagse Post, en het vraagteken is afkomstig van ds. M.P. van Dijk die in Credo een artikeltje wijdt aan uitlatingen van moderne schrijvers over het Calvinisme en de Gereformeerden. Het zal de lezer wellicht bekend zijn dat in allerlei literaire produkten van hedendaagse auteurs een soort afrekening plaats vindt met een stuk gereformeerd verleden. Kennisname van dergelijke geschriften is niet altijd even aangenaam. Maar het kan met name om het huidig levensklimaat te peilen heilzaam zijn om te horen, hoe anderen ons zien. Is het altijd gerechtvaardigde kritiek? Of zit er ook iets onvolwassens in, een karikaturale afrekening met het verleden? Dat laatste is geen denkbeeldig gevaar. Toch moeten christenen eerlijk erkennen dat zij door hun gedrag ook menigmaal aanleiding geven tot kritiek. Wie gaat hierin vrijuit?

Van Dijk laat zien hoe auteurs als Maarten 't Hart, Siebelink, Wolkers, Biesheuvel zich afzetten tegen het Calvinisme zoals ze dat in hun leven, vooral in hun jeugd hebben meegemaakt, en waar ze tegelijk niet van los kunnen komen. Maar de kritiek gaat niet alleen tegen het Calvinisme. Ook de Schrift, ook Jezus en Paulus worden door moderne kritici onder het spervuur van hun kritische uitlatingen genomen, op een wijze die schokkend, ja soms godslasterlijk ons in de oren klinkt. Van Dijk geeft daarvan enkele voorbeelden en hij schrijft dan:

Uit deze woorden blijkt dat het niet maar tegen het Calvinisme gaat. Nog eens: was dat maar zo. We staan en vallen niet met het Calvinisme en zeker niet met een bepaald soort agressief gereformeerdendom. We moeten er van af zien te komen zo spoedig mogelijk. Maar er is veel meer aan de hand helaas. Ik kan ook zeggen dat de schrijvers die in het artikel van Brokken worden aangehaald en waaraan ik een en ander ontleen het (echte, ware) Calvinisme nooit van binnen uit gezien hebben. Ze hebben calvinisten gezien en welke! We komen ze tegen: agressief, fanatiek, onverdraagzaam. Gelijkhebbers van de eerste soort. Van het roddelen en kwaadspreken maken ze een sport, de gewoonste zaak van de wereld. Het echte Calvinisme is anders. Maar je moet het wel van binnen uit bezien! Het is als met een deftig huis waar je aan voorbij wandelt. Je bent buitengesloten. Je bent een vreemde, als je aanbelt zullen ze vragen wat je komt doen. Maar als je nu eens aanbelde en toegelaten werd in de huiskamer, opgenomen in de gezellige sfeer van de huisgenoten, Dan zou dat huis er heel anders uitzien! Voor het Calvinisme moet je gewonnen worden, je hart moet er op stuk breken, je moet je laten overwinnen en verwarmen door zijn gloed. Dan zieje dat er vuur van uitstraalt, dan merk je dat het teder is en liefderijk, hard, zeker, maar omdat het zo reëel en waar is, zo zonder enige opsmuk en show. Wat van het Calvinisme geldt geldt nog veel sterk van de bijbel en van Jezus. Je moet er door en er voor gewonnen worden. Je moet jezelf niet buiten sluiten want daar komt het eigenlijk op neer. Als je aanbelt wordt je toegelaten. Je kan jezelf ook buitensluiten. Het gevolg is een ondragelijk schuldgevoel! De schrijvers die ik aan het woord liet worden geplaagd door schuldgevoel. Ze geven de schuld aan het Calvinisme. Ik geloof dat niet het Calvinisme schuldig is aan het schuldgevoel maar het feit waarvan zijzelf onbewust weten dat zij zichzelf buitengesloten hebben. Vandaar ook hun panische angst voor de leegte. Als je niet gelooft kom je in een ontzaggelijke leegte terecht, sta je voor een afgrond waarvan je de diepte niet kan peilen.

Het merkwaardige is dat de genoemde auteurs dit zelf weten. Het geloof geeft geborgenheid en rust. 'Zonder God', schrijft Wolkers, 'kan je niet sterven. Je moet in zijn armen de laatste adem uitblazen ook al bestaat hij niet.' Maarten ' t Hart: Er gaat van het geloof een enorme rust uit en die rust ben je kwijt. Door de dood is het leven volstrekt zinloos. Brengt dit hem tot geloof? Jan Brokken schrijft: het zinloze heeft woede tot gevolg, machteloze woede omdat men zich aan de greep van het zinloze niet kan ontworstelen, de woede van iemand die in zijn jeugd een straat is ingestuurd die bij nader inzien blijkt dood te lopen.

Bij dit laatste wil ik een aantekening maken. Zijn deze mensen de doodlopende straat ingestuurd of hebben zij die straat moedwillig gekozen? Waarom zijn ze die andere straat niet ingegaan? In de worggreep van Calvijn of hebben ze zichzelf de das omgedaan?

O, die Calvinisten! Wat voor mensen zijn deze begaafde schrijvers toch tegengekomen? Voor zijn moeder heeft Maarten 't Hart groot respect, ze was iemand die zich geheel voor anderen opofferde. O, die Calvinisten. Geen oog voor de kunst, bang voor sex, mannelijk in hun optreden in tegenstelling tot de katholieken die veel meer dan de protestanten de vrouw vereren getuige de mariaverering.

O, die Calvinisten! Maar dan zeg ik op mijn beurt: ik heb met die calvinisten wie of wat zij ook mogen zijn tenslotte niets te maken! Ik word op God geworpen met heel mijn hebben en houwen op hoop tegen hoop, met mijn twijfels en angsten, mijn dood en mijn leven, mijn schuld en mijn problemen. Vandaar uit kijk ik dan wel eens op mijn calvinisme terug en merk ik dat ik maar een armzalig calvinistje ben. Misschien is dat ook wel het typerende van het echte calvinisme, dat het niet zweert bij het calvinisme, integendeel ervan afziet en met het geweld waarover de Geest beschikt zich in de armen van Jezus werpt.

Terecht wijst Van Dijk erop hoe belangrijk het is, welk voorbeeld we nalaten aan die na ons komen? Zien ze alleen maar religieuze ijver, moralisme, wetticisme? Of mogen we anderen tot Jezus leiden? Houden we het venster open naar Hem? Ik meen dat deze vragen alles te maken hebben met de evangelisatorische roeping van de gemeente anno 1981. Wij mogen wel gedurig bidden: Geef dat uw Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worde...

***

In gesprek met generaal Von Meyenfeldt

Hervormd Nederland van 5 september 1981 publiceerde een interview met de oud-gouverneur van de Kon. Militaire Academie, generaal M. H. von Meyenfeldt, die onlangs nog in het nieuws was naar aanleiding van zijn bezoek aan de DDR, in Dresden, ten tijde van de vergadering van de Wereldraad. De meningen over dit bezoek waren, nogal verdeeld. Van Meyenfeldt is atoompacifist, wiens denkbeelden zich geleidelijk aan in radicaler pacifistische richting gaan bewegen, al is hij niet tegen alle vorm van geweldstoepassing. Hij acht onbeheersbaar geweld iets wat leidt tot een chaos. Je moet z.i. verder gaan dan atoompacifisme. Ook wie dit standpunt niet deelt, kan respect opbrengen voor de ernst en bewogenheid, de integriteit ook waarmee iemand dit standpunt verdedigt. We zullen de argumenten stellig niet licht kunnen afdoen. Wat wel frappeert is de wijze waarop Von Meyenfeldt over de Sovjet en het Oostblok spreekt. Wij in het westen oefenen invloed uit, naar zijn mening op het geweldspotentieel van het Warschaupact. En hij zegt in antwoord op de vraag:

U gelooft niet aan een communistisch streven naar wereldoverheersing ?

'Ik denk, dat de Sowjet-politiek de normale politiek van een grote mogendheid is, die invloed wil hebben. Zo heeft Nederland ook altijd gehandeld toen het nog een grote mogendheid was. En Amerika doet dat ook. Het is niet goed te keuren, maar zo werkt het. De Sowjet-Unie wil natuurlijk invloed hebben in haar randgebieden en daar spelen ook historische ervaringen in mee. De eerste en tweede wereldoorlog, de agressie vanuit het Westen in de periode van de revolutie. Dat zijn indrukken die daar nog sterk leven. Ik vind het daarom erg begrijpelijk, dat de Sowjets sterk hechten aan invloed in hun randgebieden'.

Bedreiging

Is het niet begrijpelijk, dat wij op onze beurt beducht zijn voor de Sowjets?

'Dat hangt af van hoe je je opstelt tegenover de Sowjet-Unie. Als je zelf een bedreiging gaat vormen, dan worden ze daar ook een bedreiging voor ons. Ik meen, dat we tot normale verhoudingen met de Sowjet-Unie kunnen komen. Maar dat bereik je niet door te onderhandelen met het mes op tafel, vanuit een positie van kracht, zoals dat heet. Die oude filosofie van Churchill gaat gegeven de huidige ontwikkelingen op militair-technologisch gebied niet meer op. Een militaire overmacht brengt geen oplossing voor de problemen, omdat ook al is je tegenstander zwakker hij je met z'n kernwapens toch kan vloeren. Als ik met 25 kernwapens de Bondsrepubliek kan vernietigen, of Zweden, of met den kernwapens Nederland, dan is in een situade waarin je over twindgduizend of dertigduizend van die wapens beschikt, een positie van macht of zwakte van geen enkele betekenis meer'.

Behalve als je de kernwapens van je tegenstander in één klap kunt uitschakelen.

'Dat is onmogelijk. Maar ook als het mogelijk zou zijn, dan wordt de situatie alleen maar gevaarlijker. Want dan lok je noodsprongen van de zwakkere uit. Voor mij was die hele problematiek van de kruisraketten echt een breekpunt. Daarmee wordt de atoomtechnologie definidef aanvaard voor militair gebruik en is het onmogelijk geworden de rol van de kernwapens als afzonderlijk element in de strategie terug te dringen, zoals ons regeringsbeleid beoogt.

Vóór die tijd vond ik het atoompacifisme nog wel zinvol. Maar na het passeren van dat station geloof ik, dat je de kernbewapening alleen nog maar kunt terugdringen in het kader van een totale vermindering van het militaire geweld. Je moet radicaler gaan denken'.

In de richting van een ander samenlevingspatroon, een ander maatschappelijk systeem?

'Met ons systeem bereik je niet de bijbelse opdracht als rentmeester op deze aarde te zorgen voor gerechdgheid en vrede. Integendeel. Je roept er krachten mee op die je niet meer kunt beheersen. Het is niet zo, dat mensen op topniveau allemaal duivelse plannen zitten uit te broeden. Nee, je wordt geconfronteerd met ontwikkelingen die in ons maatschappelijk systeem een kans krijgen. Ons economische systeem, het hele maatschappelijke systeem werkt toe naar mensen, die graag veel willen verdienen, mensen die graag alles willen onderzoeken en een optimale kans krijgen dat ook te realiseren. Zo zet je ongewild ontwikkelingen in gang, die je niet meer kunt beheersen. Onder het mom van vrijheid permitteren we ons dingen, ook op het gebied van de wetenschap, die eigenlijk ontoelaatbaar zijn. En we stellen kernwapens op om deze westerse bandeloosheid in stand te houden. Dan zeggen ze: kijk eens naar die gevaarlijke Russen. Maar je moet naar je eigen systeem kijken en vragen, hoe je de kwaliteit ervan beter kunt maken, op allerlei gebied. Hoe kan ik het onderwijs zo verbeteren, dat mensen niet alleen maar voor zichzelf denken, of aan zichzelf denken, maar ook maatschappelijk verantwoordelijkheid gaan dragen. Dat mensen bijvoorbeeld in de technologie bij het onderzoek zich gaan afvragen: mag dat nu wel of niet? En moet dit nu wel of niet? Dit soort dingen, dit soort processen zal op gang moeten komen in ons systeem. Waarbij mensen ook betrokken worden bij de bepaling van de eigen situatie, bij de vaststelling van het bedrijfsbeleid, bijvoorbeeld als het gaat om militaire inspanningen.

Dat er veel is in ons westers samenlevingspatroon dat veranderd moet worden zal waar zijn. Dat bewustwording daarin een belangrijke zaak is, is evenzeer waar. Toch vraag ik me af: Kan men zo Amerika en de Sovjets parallelliseren? Is de dreiging van een communistische wereldheerschappij uit de lucht gegrepen? Is de Sovjet-politiek de normale politiek van een grote mogenheid? Wat moet ik dan aan met Boedapest, Praag, Afghanistan? Is bij alles wat men Amerika kan aanwrijven toch niet het grote verschil dat we hier een mogendheid hebben, die democratische grondrechten inzake vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid respecteert? Wordt hier niet te argeloos gesproken over de Oost-West verhouding? Heeft de geschiedenis ons dan niets te leren? Ik heb onlangs me nog eens verdiept in de jaren 1937-1938, toen ook goedwillende mensen meenden datje met een dictator als Hitler best tot normale verhoudingen kon komen. De man wilde toch alleen maar invloed hebben in de randgebieden en verder vrede onder de volkeren. De wereld heeft het geweten! Zeker, geen enkele situatie is 100% gelijk, dat zij toegegeven. Maar elk totalitair systeem is een bedreiging voor de vrijheid en de vrede. De uitlatingen van generaal Von Meyenfeldt dat de verdediging die we nodig hebben niet bestaat uit bewust handelen en verbetering van de samenleving, klinkt me toch te utopisch in de oren. Elders in het gesprek spreekt de generaal over de houding van de christenen en de burgerlijke ongehoorzaamheid:

Er wordt anders gezegd, dat christenen tot de meest agressieve en oorlogszuchtige groep behoren.

'Mensen zien strijd vaak als een projectie van eigen schuld. Ze hebben behoefte aan iemand om hun eigen schuld op te werpen, hun eigen tekortkomingen. Ik denk, dat dat bewustzijn van schuld en tekortkoming vooral bij christenen sterk leeft, ledere zondag werd je gezegd, hoe slecht je bent. En dat projecteer je, daar heb je een ander voor nodig om dat kwijt te raken.

Het christelijk geloof heeft niet geleid tot die bevrijding van mensen, die je ervan had mogen verwachten. We zijn altijd weer in de zonde blijven steken. Als je toch werkelijk gelooft in de mogelijkheid van de bekering, moet die zonde toch ook wat afnemen. Ik den daar echt kwantitatief over. We zijn zondig en niet bekwaam tot enig goed. Ja, ja. Maar we zijn wel bekwaam om geld te verdienen en mooie dingen te maken. Die bekwaamheid dichten we onszelf wel toe. Ik denk, dat dat praten over de zonde vaak een camouflagetechniek is, een uitvlucht om alles te laten zoals het is. Gelukkig zien we nu een meer op de wereld gericht christelijk geloof opkomen'.

Dat verzandt in activisme en van de persoonlijke verhouding tot God blijft niets over, zegt men dan wel.

'Die persoonlijke verhouding tot God is erg nodig om door te kunnen blijven gaan in een situatie waarin aan de feiten nauwelijks nog enige hoop valt te ontlenen. Maar die persoonlijke relatie mag geen doel op zichzelf worden. Die mag je niet misbruiken om vandaar uit te concluderen, dat het om jezelf gaat. De vraag hoe het met mij gaat, of ik in de hemel kom, is volstrekt oninteressant. Daar draait het niet om. Het gaat er om, of ik een zodanige relatie tot God heb, dat ik bezig kan blijven in de navolging van de Heer in de concrete situatie van nu'.

U gaat binnenkort een discussie leiden over burgerlijke ongehoorzaamheid.

'Via burgerlijke ongehoorzaamheid hebben we onder Willem van Oranje de vrijheid verworven.'

Maar toen was er geen parlementaire besluitvorming.

'In wezenlijke sectoren van onze samenleving die het voortbestaan ervan raken, functioneert die niet. Kijk naar de besluiten rond de nieuwe kernwapens. Partijpolitieke overwegingen spelen een belangrijker rol dan ons voortbestaan. Het kabinet-Van Agt moet koste wat het kost op de been blijven. Ik vind, dat het huidige parlementaire systeem de mensen onvoldoende mogelijkheden biedt om hun invloed te laten gelden.

De mate van je instemming met burgerlijke ongehoorzaamheid is afhankelijk van de werking der democratie. Alleen in een ideale, volmaakte democratie zou het niet mogen. Ik heb er echter geen behoefte aan die burgerlijke ongehoorzaamheid in een polarisatie te betrekken in de trant van de rotjongens aan de ene en de goede jongens aan de andere kant. Ze is veel meer een signaal voor overheden om zichzelf te bevragen, of ze wel op de goede weg zijn. Het is het laatste middel'..

Ook hier valt me het simplisme op, waarmee de vrijheidsstrijd in de 16e eeuw en de burgerlijke ongehoorzaamheid in een parlementaire ­democratie op een noemer gezet worden. Het is een merkwaardige zaak. Enerzijds scheldt men op de huidige parlementaire democratie - en natuurlijk daar is veel te laken! - , anderzijds kan men zich pleidooien en akties voor burg. ongehoorzaamheid permitteren dankzij deze democratie. Men zou dat eens aan de andere kant van het ijzeren gordijn moeten proberen! Is Von Meyenfeldt ervan doordrongen welke polariserende krachten en belangenpolitiek men kan oproepen door akties in het kader van burgerlijke ongehoorzaamheid? Ik zeg niet dat burgerlijke ongehoorzaamheid nooit gewettigd kan zijn. Maar in een rechtsbestel als in Nederland waar hoor en wederhoor worden toegepast, en beslissingen langs democratische weg plaats vinden, acht ik het een heilloze zaak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's