De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gideons bende

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gideons bende

9 minuten leestijd

En de Here zeide tot Gideon: door deze 300 mannen, die gelekt hebben, zal Ik u verlossen. Richteren 7 : 7a

Het moment is aangebroken om de strijd tegen de Midianieten aan te vangen. De aarzelende Gideon is door de tekenen zozeer in zijn geloof gesterkt dat hij nu manmoedig de oorlog durft te beginnen.

Maar voordat het handgemeen losbreekt voltrekt zich een wonderlijk gebeuren. Na de geloofsversterking volgt eerst de geloofsbeproeving. 't Is alsof de Here Gideon nog duidelijk wil maken, dat hij zich geheel en al aan de Hére dient toe te vertrouwen, en niet aan de mens. Is dat niet een veelbetekenend woord voor u en mij? Hoor eens wat er gezegd wordt! Je hebt teveel mensen bij je, Gideon. Tevéél? Is 32.000 man tegen 135.000 teveel? Dat zou toch niemand denken? Jawel, klinkt Gods Woord: Al wie bang is, kan beter terug gaan. 22.000 soldaten nemen die opmerking ter harte: ze gaan...! Welgeteld 10.000 blijven er over.

Weet u waarom? God wil Zijn eer niet aan een ander geven. Bij ons is er zo'n groot risico van zelfverheffing. We willen overwinnen door ónze capaciteiten. Maar ook in het leven van het geloof moet het altijd weer zijn: door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen. Mooi gezegd, maar ondertussen. Daar gaan ze:22.000 van de 32.000. Ze waren toch mee opgetrokken achter Gideon aan? Dat wel, maar als ze de vijandelijke tenten in de verte zien... Je kunt best enthousiast beginnen, maar bij nader inzien, en alles nog eens overwegende... Is dat bij u en mij ook niet soms zo? Hoevelen trekken zich niet terug, als het erop aan komt in de strijd van het geloof? Eerst 'ja' zeggen bij het trouwen in de kerk; bij het dopen van een kind... maar als het erop aan komt; als het gaat om volhouden, doorgaan, dan rijzen er bezwaren.

Wie kent die tegenwerpingen niet? Als het hele volk maar meegekomen was, dan zou ik wel durven. Als allen zich maar eens echt bekeerden. Als het maar eens helemaal goed zat in die gemeente, dan ging ik wel. Als... als... als... En als het met mij misgaat, hoe moet het dan met mijn gezin? En je moet toch de kosten overrekenen, alvorens een toren te bouwen? Dat staat ook in de bijbel? Waar of niet?

Alles goed en wel, maar hier gaat het om een duidelijke opdracht van God. Een sterke roe­ping, die voor geen misverstand vatbaar was. Vergeet ook de tekenen niet, die aan dit gedeelte voorafgegaan zijn: het vlees dat verbrandde door vuur uit de rots; het wollen schapevacht. Dan toch teruggaan? Werd de berekening toch sterker dan het geloof? Hoe is dat met u?

Gideon heeft alle reden om verdrietig te zijn. Zijn niet al te grote leger werd nu nóg kleiner. 't Was toch niet zijn zaak, maar die van de Hére. 't Ging toch ook om hun eigen vrijheid en vrede in het land der belofte? Maar ze willen voor hun eigen zaak nog niet eens strijden. Ziet u het? Als het van óns afhing, werd het nooit wat met de kerk en met het Koninkrijk Gods. Ook vandaag niet met onze slapheid en lauwheid. Dit willen we nog eens aanzien en daarover nog eens denken.

Nu is de eer ook alleen van God. Gideon moet het leren: als je ooit wat wordt, dan alleen door 's Heren kracht. God neemt hem examen af: Heb je je les geleerd, Gideon? Eerst geloofsversterking, dan geloofsbeproeving. Weet u daar ook iets van? Gideon mag ontdekken: er loopt nog niets mis. Ook al wordt het klein, toch zal de Here zijn werk volvoeren.

Zullen we dat ook in onze tijd vasthouden? Als we met menselijke ogen blijven zien op de kleinheid van de kerk, dan ontzinkt ons de moed. Kinderen vragen soms: Waarom gaan wij nog naar de kerk, als zoveel anderen die loslaten? Om dan toch door de dingen heen te zien en te weten dat de Here voor Zijn zaak zorgt. Toen Jezus aan het kruis ging was - menselijk gezien - ook alles verloren. Toch was het des Heren welbehagen: Christus zou zich geven als een offer tot verzoening van onze zonden. Door die Ene werd de overwinning behaald. En in de geschiedenis van de kerk komt het steeds weer naar voren: de kleine groep, die toch overwint.

Over klein gesproken, het blijft niet bij de 10.000. Neen, er klinkt nóg eens een stem uit de hemel. Wat zegt God: nóg te veel? Hoe kan dat? Van de 32.000 al 20.000 weg. Slechts 10.000 tegenover 135.000. Hoe kan dat nu teveel zijn? Dan kun je toch net zo goed ophouden. Dan hoeft het voor mij niet meer. Zo denken wij altijd weer: Als wij het niet kunnen, dan kan God het ook niet. Is dat niet de grondfout van ons allen? Waarom bidden we dan: Van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid? Wat zegt de Here? Ik zal ze beproeven. Er vindt een soort onderzoek plaats. Hoe het zich voltrekt is ons niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk verliep het als volgt: Een groep bleef staan en slurpte inderhaast het water op uit de kom van de hand. Ze waren op doortocht en stonden te dringen naar de strijd. Gauw even water... De anderen schenen er min of meer bij te gaan liggen. Ze stelden zich meer op hun gemak en letten zo minder op de vijand. Ze wilden wel strijden, maar waren tegelijk op hun comfort gesteld. Ook dit hout bleek geen timmerhout.

Is dat niet iets voor ons om over na te denken? Durven en kunnen wij alles missen voor dat ene? Ook als het gaat om het verkrijgen van de eeuwige zaligheid kunnen we alleen ingaan door de enge poort. We moeten alles loslaten en prijsgeven om dat éne. Of bent u net als die man die zei: Ik heb een juk ossen gekocht... Ik heb een vrouw getrouwd... Een stuk land gekocht. .. ? Of hebt u het geleerd: zalig worden is alles overgeven voor de parel van grote waarde?

Dat geldt voor het léven van het geloof. Het kenmerk van het Christenleven is toch alles opofferen. En dat terwijl wij ook zo gehecht zijn aan ons comfort. De spreuk luidt wel: Een rijke Christus voor een arme zondaar. In de praktijk is het vaak andersom: Een arme Christus voor een rijke zondaar. We hebben aan geen ding gebrek. Dan is er geen strijd, omdat we ons goede leven te lief hebben. Luister liever naar Paulus: Ik heb geleerd alles schade en drek te achten om wille van de uitnemendheid van Christus.

Kijk goed, Gideon. Hoeveel staan er te drinken? Slechts, 300? Meer dan 9500 laten teruggaan? Durf je dat, Gideon? Ja, de tekenen zijn niet voor niets geweest. Hij durft te strijden met 300 tegen 135.000. Zulk durven is een wonder van de Heilige Geest. Verliest u die Geest niet uit het oog? Hij is het die kracht geeft aan moedelozen. Hij geeft ogen om te zien, waar we van onszelf blind zijn. Hij schenkt moed en vertrouwen, waar we van onszelf zwak en vol vrees zijn. Crediet voor het Woord, dat zegt: Door deze 300 man zal Ik u verlossen. Dat is de belofte. Gods belofte. Met dat Woord kun je het wagen. Als je daarvan weet in je leven, och dan is het ten diepste geen wagen meer, het is een overtuigd zijn: Wij zullen overwinnen. Want de Here is met ons.

Vertrouwt u ook op dat Woord? Vanzelfsprekend is dat niet. Van nature hebben we meer op met andere dingen. Maar weet u wat hier gebeurt? God snijdt alle andere wegen af. Uiteindelijk blijft slechts één ding over: Uw Woord. Dat is nu het wonder van het geloof in de God van Israël. De God die Zijn eigen Zoon, de meerdere Gideon, gezonden heeft om de strijd te voeren.

Bij Hém waren zelfs geen 300 man meer. Hij was alléén! Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Ja, toen had Hij alles tegen. Alle vijanden kwamen op Hem aan. Toch heeft de Heiland overwonnen. Hij riep het uit: Het is volbracht. Daarom stond Hij op ten derden dage. Hem is gegeven een Naam boven alle naam. Hoe is het met u, lezer(es), verwacht u het van Christus alleen? Voor leven en sterven? Zegt u het: Here Jezus, zonder u kan het met mij nooit iets worden. Maar mét u alles!

Strijdt u de strijd achter Hem aan? Of kijkt u meer naar de mensen, naar de vijand, naar uzelf? Dan is er alleen maar nederlaag, verlies, eeuwige ondergang. Vergeet dat toch niet. Al hebt u dan uw verstand mee, u hebt God toch tegen.

Of gaat u in vertrouwen op Gods belofte. Ook al voelt u zich maar arm en klein. Al bent u vol zonden en gebreken. Toch niet anders kunnen dan de lege hand van het geloof leggen op Gods Woord alleen? Het daarvan moeten hebben en van niets anders?

Bedenk wel: iedereen zegt dat u het verliest. Iedereen zegt: wat een arme stakker, 't Is onbegonnen werk met 300 tegen 135.000. Dat wordt nooit wat. Wat heerlijk als u toch moogt ervaren: De Heer verlost en spaart zijn volk dat op Zijn hulp vertrouwt. Niet dat je zoiets in alle omstandigheden precies eender mag doen. In andere gevallen worden ook in de bijbel alle mannen te wapen geroepen. Maar hier wil de Here er de vinger bij leggen: alleen door Mijn kracht en door Mijn genade. Dat kan soms betekenen: alles durven loslaten als het gaat om de zaak van Gods Koninkrijk, en geheel en al uit geloof leven.

Zo mag een Christen ook vandaag zingen:

Want Uwer is het Koninkrijk, de kracht de heerlijkheid (wat Satan moog' beramen). U zij de lof, de glorie toegebacht van nu tot in all' eeuwigheden. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gideons bende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's