De verhouding van de Kerkeraad en Kerkvoogdij (1)
Regeren-Beheren
Onder de vierslag 'Verkondigen-Regeren-Dienen-Beheren' zou ik willen vangen: de dienaren des Woords - de ouderlingen - de diakenen - de kerkvoogden.
Onder de vierslag 'Verkondigen-Regeren-Dienen-Beheren' zou ik willen vangen: de dienaren des Woords - de ouderlingen - de diakenen - de kerkvoogden.
De onderlinge betrekking
Hoe onderscheiden de taken van de dienaar des Woords én de ouderling én de diaken ook mogen zijn, het mag niet komen tot een strikt gescheiden optrekken.
Het mag ook niet komen tot een bepaalde vorm van subordinatie. De Heilige Schrift en in navolging van haar onze Confessie, mitsgaders kerkenordeningen uit de 16e en 17e eeuw én de klassiek liturgische formulieren wijzen ons op het 'wederzijds op elkaar betrokken zijn'.
Gaarne wil ik op deze plaats 'de gouden grondregel' van het Gereformeerde kerkrecht citeren uit de Acta van de Synode te Emden - 4/13 oktober 1571:
1. Gheen Kercke sal over een ander Kercke, gheen Dienaer des Woorts, gheen Ouderlinck, noch Diaken sa d'een over d'ander heerschappie voeren, maar een yeghelijck sal hen voor alle suspicien, ende aenlockinge om te heerschappen wachten.
Hier is dus duidelijk geformuleerd, dat er gelijkheid onder elkaar is.
Hieruit mag nochtans niet worden geconcludeerd tot een gelijkheid van het ambt van dienaar des Woords én ouderling én diaken, mét dezelfde bevoegdheid. Ieder heeft een eigen taak! De Gereformeerde prof. dr. H. Bouwman heeft in zijn 'Gereformeerd Kerkrecht' (Kok-Kampen 1928) gezegd:
Elk dezer diensten, die van dienaar des Woords, ouderling en diaken, is een volledig ambt, met een eigen plaats in de kerk. Er is geen sprake van een hoger of lager ambt, wel van een ander ambt met een eigen werk, door de Koning der kerk opgedragen.
(Deell-blz. 357)
Inmiddels geldt - uiteraard - ook, dat er geen sprake mag zijn van heerschappij voeren van de dienaren des Woords onderling, en ook niet van de ouderlingen en van de diakenen onderling.
Omdat onze Kerkorde (1951) ook de ouderling-kerkvoogd kent, dienen de getrokken conclusies tevens op déze ouderling te worden betrokken.
Een en ander is in belangrijke mate ook van toepassing op de kerkvoogd die géén ambtsdrager is. Ook hij dient een geestelijk mens te zijn. Immers, ook zijn arbeid is een geestelijk werk!
De communicatie in de zgn. aangepaste gemeenten
De predikant(en) en de ouderlingen en de diakenen ontmoeten elkaar steeds weer op de kerkeraadsvergaderingen. Organisatorisch ligt de weg geplaveid om steeds weer nauw contact te kunnen hebben en even nauw overleg te kunnen plegen.
In de zogeheten aangepaste-gemeenten kent men niet alleen regerende-ouderlingen, maar weet men ook van beherende-ouderlingen. In die gemeenten is er óók voor hen de mogelijkheid via de ambtelijke vergaderingen - wijkkerkeraad/centrale kerkeraad - te komen tot nader contact en goed overleg.
Wijlen prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker schreef nogal hooggestemd, dat in 1951 bij de aanvaarding van de nieuwe Kerkorde 'na een bijna honderdjarige oorlog tussen 'Regeer en Beheer' de vrede werd gesloten met de intrede van de kerkvoogd in de kerkeraad'. ('Oorsprong en funktie van het ambt' (Boekencentrum-'s Gravenhage, 1971 (blz. 167).
Of de praktijk een bevestiging is van deze stelling, vermag ik niet te bevestigen noch te ontkennen.
De communicatie in de zgn. niet-aangepaste gemeenten
Deze bijdrage is geschreven met het oog op de vele gemeenten - vooral binnen de Gereformeerde Bond - waar de ouderling-kerkvoogd nog géén intrede heeft gedaan.
Ik schreef: vele gemeenten. Per 1 januari 1981 stonden er 275 gemeenten geregistreerd die 'vrij beheer' hebben en 211 gemeenten die onder 'oud toezicht' staan. Op een totaal van ong. 1380 gemeenten zijn de genoemde aantallen een niet te verwaarlozen categorie. En de kerkelijke praktijk kent niet alleen de kerkvoogd die geen ambtsdrager is, maar deze wordt door de Kerkorde ook erkend!
Welnu, de vraag doet zich dan toch wel voor hoe dat dan 'reilt en zeilt'. En deze éne vraag kan zonder moeite met vele gepreciseerd worden: Is er contact tussen kerkeraad én kerkvoogdij/kerkvoogdij én kerkeraad? En - zo dit er is - hoe loopt dit contact? En met welk een frequentie? Is zo'n contact min of meer vrijblijvend van aard? Wordt er tijdig of eerst tijdens een procedure overleg gepleegd? Worden de beslissingen die voor heel de gemeente in al haar geledingen van belang zijn, gezamenlijk genomen, dus 'in overleg', of slechts 'na overleg'? Of is 'overleg' een te sterk woord, houdt men soms slechts 'voeling' met elkaar? Wordt er... ? En-zo-voorts!
Het formuleren van deze vragen vergde geen speurzin. Zij stemmen rechtstreeks uit de praktijk.
De vragen zijn ook geen teken van de mode van de dag. Het is immers al weer vele jaren geleden, dat wijlen ds. G. Boer voor deze aangelegenheid de vereiste aandacht vroeg. In 'de Waarheidsvriend' van 1 augustus 1968 schreef ds. Boer een korte bijdrage onder de titel 'Vrij beheer'. De reacties die hij op dit artikel kreeg, brachten hem er toe in de editie van 19 september 1968 opnieuw hierover te schrijven - 'Vrij beheer II' kreeg het als titel. In het eerste artikel schreef ds. Boer: 'Laten de kerkvoogdijen rustig, nuchter en geestelijk hun werk doen'.
De volgende maal poneerde hij met betrekking tot de niet-aangepaste kerkvoogdijen:
'In de min of meer zelfstandige positie hebben de kerkvoogdijen een grote verantwoordelijkheid op zich genomen. Zij zijn verantwoordelijk voor de werving en besteding van de gelden. Elk college heeft de neiging zich te gaan verzelfstandigen. De kerkeraad zou dan de geestelijke, de kerkvoogdij de stoffelijke zaken hebben te behartigen. Dat is maar ten dele juist. Ook de werving en de besteding van de gelden zijn zeer geestelijke zaken, die door geestelijke mensen dienen te geschieden.'
En even later lezen we:
'Wat de contacten betreft tussen de kerkeraad en de kerkvoogdij, het gevaar van het uiteengroeien kan worden voorkomen, wanneer enkele leden van de kerkvoogdij als diviseurs alle vergaderingen van de kerkeraad bijwonen en omgekeerd.'
('Zo zijn onze manieren...')
Enig onderzoek heeft mij doen bemerken, dat er in verscheidene niet-aangepaste gemeenten vormen van overleg zijn. In een enkel geval zijn deze zelfs reglementair!
a. Soms is er sprake van een 'personale unie'. Ouderling A en diaken B zijn - bij 'toeval' - tevens kerkvoogd. En als extra verrassing geldt somwijlen, dat diaken B vanuit zijn wijkkerkeraad óók zitting heeft in de centrale kerkeraad. Aldus is er een bepaalde vorm van contact en overleg.
Edoch: deze constructie is niet alleen een 'toevalligheid', maar heeft rechtens geen handen en geen voeten. Deze cumulatie van 'functies' houdt niet in de bevoegdheid om binnen de kerkeraad de kerkvoogdij te vertegenwoordigen, noch binnen de kerkvoogdij de kerkeraad.
b. Soms is er sprake van een (vrij intensieve) correspondentie. Men schrijft elkaar - over en weer - als er wat te melden valt óf te vragen óf te vermanen.
c. Soms is er sprake van het - in nodige zaken - instellen van een 'commissie ad hoc'.* Men denke bijvoorbeeld aan het vraagstuk van het al dan niet bouwen van een nieuwe kerk extra. Omdat men dit als een gezamenlijke taak ziet, stelt men een breed samengestelde commissie ad hoc samen, die alle facetten moet bezien en - zo mogelijk - met een afgerond voorstel dient te komen.
Is het werk geklaard en is het voorstel aanvaard, dan betekent dat tevens het eind van het bestaan van de commissie. De heren worden (welgemeend!) bedankt!
Hierbij zij aangetekend, dat zo'n samenwerking wegens haar incidentele karakter, op langere termijn veelal weinig zoden aan de dijk zet. Gewoonlijk blijft het zo, dat men zich eikaars bestaan alleen herinnert, als er een bepaald belang op het spel staat. Alleen dan probeert men tot een zeker overleg te komen.
d. Soms is er sprake van een - wellicht bijkans traditioneel - 'gentleman agreement'. Men verplicht zich namelijk als kerkeraad én kerkvoogdij één of meer keren per jaar in gezamenlijke vergadering bijeen te komen. Een agenda is mogelijk niet eens ter tafel. Vrijwel iedereen heeft immers wel wat te zeggen en/of te vragen. De ervaring zal geleerd hebben, dat de avond steeds weer op een nuttige manier gevuld wordt.
e. Soms is er sprake van min of meer verregaande regelingen:
1. In de 'Plaatselijke regeling van de Hervormde Gemeente Nunspeet voor de Colleges van Notabelen en Kerkvoogden' - vastgesteld januari 1981 - lezen we in art. XXI onder het kopje 'overleg met de kerkeraad' :
1. Het College van Kerkvoogden houdt de Centrale Kerkeraad op de hoogte van alle belangrijke en financiële zaken en verschaft, voorzover gevraagd, informatie. (In de vorige 'regeling' - d.d. januari 1971 - was de redactie als volgt: 'Het college van kerkvoogden houdt inzake het algemene financiële beleid contact met de centrale kerkeraad, brengt deze op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen op zijn arbeidsveld en verschaft hem de verlangde inlichtingen en gegevens' - art. 3).
* Een prachtig voorbeeld van de prestaties van een commissie ad hoc biedt ons het rapport van een dergelijke commissie in de wel-aangepaste Hervormde Gemeente te Huizum, dat in november 1977 onder de titel 'Proeve van een toekomstig beleid' van de pers kwam. In totaal 63 pagina's wordt een duidelijk beeld geschetst van verleden , heden en - voorzover mogelijk - toekomst. Mr. H. A. Lassche wijdde in het blad 'De Kerkvoogdij' van oktober 1980 én december 1980 uitvoerig aandacht aan dit rapport.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's