‘Met troostelijke redenen’
(...) dat de diakenen niet alleen 'met uiterlijke gift' maar ook 'met troostelijke redenen' uit het Woord van God de armen en ellendigen hulp moeten bewijzen.
De kersverse minister van ontwikkelingssamenwerking, drs. C. P. van Dijk, zei dezer dagen in een interview, dat we ons in onze samenleving weliswaar in een proces van economische neergang bevinden en dat daarom allerwegen de klacht van het inleveren waarneembaar is, maar dat onze welvaart nog altijd schril afsteekt tegen de honger, de armoede, de nood in de (twee-) derde wereld. Me dunkt dat deze uitspraak weinig commentaar behoeft. Wij, in onze welvaartssamenleving, kunnen nog heel wat inleveren alvorens we op een bestaansniveau zijn terecht gekomen, waarop de arme landen zich bevinden. En - als ik deze stelling omkeer - de arme landen moeten nog ver opklimmen, alvorens ze in materieel opzicht op ons bestaansniveau zijn gekomen. Een minister van ontwikkelingssamenwerking heeft dan ook de niet gemakkelijke maar wel verantwoordelijke taak om wegen te zoeken, waardoor in nood verkerende delen van de wereld mee mogen delen in de welvaart, die wij hier in het Westen, ondanks de recessie, nog steeds kennen.
Diakonaat
Het diakonaat in onze westerse kerken stond in de naoorlogse jaren, met de toenemende welvaart, voor de vraag hoe men de gaven van de gemeente zou moeten aanwenden om nood te lenigen. De materiële nood werd steeds minder. Mensen 'hadden het goed'. Daarom richtte het diakonaat zich in toenemende mate op de sector van de verzorging, het maatschappelijk werk, de gezinszorg, de bejaardencentra. Of altijd voldoende de arme naaste ver-weg in het vizier was is de vraag. Altijd weer is er namelijk ook de argwaan of de gelden, die bijeen worden gebracht om mensen in de derde wereld te helpen, wel goed besteed worden. We vragen ons veel minder af of de gelden dichtbij wel zo goed besteed worden. Ik zwijg dan maar over diakonieën, die wel diakonale gelden inzamelen, maar ze niet uitgeven maar ze in een zweetdoek bewaren.
Het geestelijke aspect
De titel van dit artikel is intussen 'Met troostelijke redenen'. Dat is een formulering, die te vinden is in het bevestigingsformulier voor de diakenen. Verwijzend naar Rom. 12 vers 8 en 2 Cor. 9 vers 7 wordt gezegd, dat de diakenen niet alleen 'met uiterlijke gift' maar ook 'met troostelijke redenen' uit het Woord van God de armen en ellendigen hulp moeten bewijzen. Het diakonaat is niet alleen een materiële aangelegenheid, het is een voluit geestelijke zaak. Daarom is de onderschikking van het diakenambt aan het ambt van ouderling ('je kunt makkelijker diaken worden dan ouderling') ook zo geesteloos. De diaken is immers ook geroepen tot 'troostelijke redenen'. En wat zou de inhoud van die troostelijke redenen anders kunnen zijn dan de inhoud van het volle evangelie? En hoe zouden die troostelijke redenen gegeven kunnen worden, wanneer niet de woorden van het evangelie door de diakenen zelf zijn heengegaan?
Diakonaat ver weg en dicht bij is een voluit geestelijke aangelegenheid. Diakonaat is niet een kwestie van het overmaken van een cheque naar het buitenland of het (laten) bezorgen van een kerstattentie of het bouwen van een bejaardencentrum of een gebouw voor een stichting voor gezinszorg. Al deze dingen behoren óók tot het diakenambt maar ze mogen niet worden geïsoleerd van het geestelijke. Het gaat ook om het element, waarvan de Schrift zegt: 'Hebt de broederschap lief. Die liefde is niet alleen een materiële zaak, het is voluit een geestelijke zaak.
In onze tijd
Wanneer ik één en ander doorvertaal naar onze tijd, naar onze samenleving, dan zou ik willen zeggen dat het wel eens zo zou kunnen zijn, dat in ons eigen land de nadruk wel eens meer op het geestelijke aspect dan op het materiële aspect zou moeten liggen. Het materiële aspect - samen dan met het geestelijke - in de (twee-) derde wereld staat niet ter discussie.
Maar in onze eigen samenleving, in onze eigen gemeenten ook komen steeds meer mensen in de problemen. Dat zijn meestal geen materiële problemen. Ook al zijn er vandaag mensen, die er moeite mee hebben om financieel de eindjes aan elkaar te knopen en ook al zijn er mensen die daardoor vandaag flink in de problemen zitten, vergeleken met de hongerlanden is dat niets. De problemen zijn in onze samenleving ten diepste van een andere orde. Ze raken het wezenlijke van het menselijke bestaan. Ze raken de verhouding tot de ander, tot de medemens, tot degenen met wie het leven gedeeld wordt. Hoeveel huwelijksnood is er niet in deze tijd. Mensen liggen samen op de knielbank en na verloop van tijd kunnen ze het niet meer met elkaar uithouden. Mensen raken in de greep van verslavingen. Anderen raken werkloos. Weer anderen kunnen de weelde van de welvaart niet aan en kunnen dan ook niet terug als ze terug moeten. Welk een levensleed ligt niet achter al deze dingen. Juist hierin heeft het diakonaat vandaag een geestelijke taak, om inderdaad met 'troostelijke redenen' diegenen, die in klemsituaties zijn geraakt, bij te staan.
Wij hebben in onze samenleving een dermate georganiseerd en wijd vertakt net van sociale voorzieningen, dat niemand in echte materiële nood verkeert, in die zin, dat het iemand aan brood behoeft te ontbreken, in wélke problemen hij dan ook gekomen mag zijn. Iemand, die vandaag werkloos is, heeft toch zijn inkomen, al wil ik niet zeggen dat het altijd zo is dat men royaal kan rondkomen. Het diakonaat staat vandaag weliswaar voor toenemende lasten in materieel opzicht als het over de knelgevallen in de samenleving gaat. Maar een toenemend appèl op geestelijke betrokkenheid, op echt meeleven in de problemen, waarin mensen komen die aan de zelfkant van de samenleving zijn terecht gekomen, die terzijde zijn komen te staan of terzijde zijn geschoven, is van meer belang.
Ambt der gelovigen
Het is wat het diakenambt betreft intussen zo gesteld als met de andere ambten. De dominee kan niet alles doen, de ouderling evenmin. Zo is het ook met de diaken. De ambten vormen een 'tegenover' van de gemeente, ze representeren dunkt me intussen ook de gemeente. In de ambten wordt zichtbaar wat de gemeente naar haar wezen is. Wat het diakonaat betreft betekent dit dan ook dat zichtbaar wordt wat dienende liefde betekent. We kunnen de liefdedienst binnen de gemeente niet uitsluitend aan de diakenen delegeren en als gemeenteleden dan menen onze verantwoordelijkheid te hebben verstaan. Ik schrijf dat hierom zo, omdat het me zo vaak overkomt, dat mensen spreken of schrijven over specifieke problemen, waarin ze terecht gekomen zijn, problemen als werkloosheid, vereenzaming, ontwrichte relaties, terwijl er nauwelijks een helper is of er helemaal geen helper is. Het diakonaat moet in de gemeente wortelen. Mensen moeten met elkaar meeleven. Daar moet dan direct bij worden gezegd, dat van individuele gemeenteleden hetzelfde geldt als van diakenen. Diakenen kunnen niet alle noden van de gemeente ter harte nemen. Men kan een uur bij de mensen, die in de problemen zitten, zijn, men kan er een dag zijn en het is altijd nóg te kort. Zo kunnen ook leden van de gemeente met elkaar meeleven en het is altijd nóg te kort. Want het grootste deel van de tijd leven mensen, ook zij die in problemen zijn, toch in hun eigen situatie, met hun eigen problemen. Maar het is belangrijk als op een bepaald moment iemand erbij is, meevoelt en meeleeft. Daarin mag het diakonaat, daarin mag ook het afzonderlijke gemeentelid representant zijn van Christus, die niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen. Hij is er intussen altijd bij.
Liefde is een diep begrip in deze wereld. Het zal - als het goed is - in de gemeente het diepst worden verstaan. Als de liefde in de gemeente niet functioneert, waar zal het dan wel functioneren? Kenmerk van de eindtijd is dat de liefde van velen zal verkoelen. Wanneer de eindtijd is weten wij niet. Toch zullen we ook in deze hebben te beseffen dat we waakzaam moeten zijn, opdat ook in deze het oordeel niet over de gemeente gaat maar de gemeente kenbaar zal zijn aan het lief hebben van elkaar en daarin het meeleven met elkaar en zo naar buiten toe kenbaar wordt de oud-christelijke belijdenis 'ziet hoe lief ze elkander hebben'.
Anders kan het zijn dat de wereld de christelijke gemeente in dienstbetoon en liefdebetoon voorgaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's