Een gezegend prediker
Nalezing
U moet niet verwachten, dat deze beter wordt dan de oogst (Richteren 8:2). Maar ik mag niet nalaten met een enkel woord dank te zeggen voor de vele reacties, die mij langs allerlei wegen toekwamen, na lezing van de levensschets van mijn vader.
Een lezer uit Rosmalen verblijdde mij met de intreetekst van mijn vader in Barneveld. Het was het slot van Jesaja 11:6: 'en een klein jongske zal ze drijven'. Ik herinnerde me wel, dat mijn vader dat woord bij een intrede gebruikt had. Maar waar kon ik niet meer nagaan. Daarom: hartelijk dank! Echt een woord om mijn vader te treffen en spontaan te gebruiken. Verder denk ik aan tal van telefoongesprekken en brieven. Die kwamen niet alleen van zeer ouden, die hem zelf nog gekend en gehoord hadden. Maar ook van een volgende generatie, die toch wel zóveel van hun ouders gehoord hadden, dat er een overdracht in de zin van het bijbelse 'van geslacht tot geslacht' had plaats gehad. Ik denk b.v. aan die mevrouw uit het Oosten des lands, die als meisje meermalen getuige was geweest van zijn ziekenbezoek bij haar moeder. Soms was hij zelf tot tranen bewogen, wanneer het woord der vertroosting doel getroffen had bij de zieke. De toen als kind ontvangen indrukken hadden ook mogen medewerken om een stempel te zetten op het latere leven van haar en haar gezin.
Bij conflicten betrokken
Dat wil niet zeggen, dat er alleen maar zachtmoedige of zelfs wekelijke trekken waren op te merken. In den regel had mijn vader iets opgeruimds en blijmoedigs over zich.
Maar hij kom soms ook scherp uit de hoek komen bij bepaalde conflictsituaties. Ik dacht daaraan nu ik van meer dan één zijde attent werd gemaakt op een studie van dr. J. Haitsma over Boskoop's kerkelijk leven. Boskoop was, althans rondom de eeuwwisseling een vrijzinnige gemeente. Rechtzinnige gemeenteleden kerkten in Waddinxveen of elders. Maar op den duur trachtte men ook in eigen gemeente diensten te krijgen. Dat gelukte. De Kerkeraad stond maandelijkse beurten af, in het bijzonder voor de bediening van de sacramenten.
Met tegenzin zag men toen echter geld van Evangelisatiemensen in de kas van de Boskoopse Kerkvoogdij terechtkomen. In het bijzonder had men daarbij de giften op het oog. Per afkondiging waarschuwde het Bestuur van de Evangelisatie daarvoor. Dit leidde weer tot minder vriendelijk gestelde krantenberichten, beantwoord door nieuwe afkondigingen, waarvan er één al te scherp gesteld was. Onder pressie van de vrijzinnige kerkeraad moesten toen bepaalde dingen in een volgende afkondiging gerectificeerd en bepaalde personen gerehabiliteerd worden. Voor mijn vader, die blijkbaar vaak een beurt vervulde, was het nare, dat hij telkens met het afkondigen van de bekendmakingen belast werd. Of hij het met de inhoud eens was of niet, hij kon de inhoud van de boodschap aan de gemeente voor rekening van het Bestuur laten, zonder persoonlijk verantwoordelijk gesteld te worden.
Persoonlijk verantwoordelijk
Dat was hij wel voor de woorden, die hij sprak aan het einde van een doopsbediening in de Boskoopse kerk. De gemeente stond al om de slotzegen te ontvangen, toen mijn vader opeens de wens uitsprak, dat zijn komen naar Boskoop eenmaal overbodig zou zijn, omdat de tegenwoordige predikant, die hij een 'Christusloochenaar' noemde, vervangen zou zijn door een opvolger, die de Christus der Schriften recht zou prediken.
Dat was de Hervormde Kerkeraad teveel. Aan de Evangelisatie werd verboden mijn vader voortaan voor een beurt in de kerk te vragen. Het merkwaardige feit deed zich daarbij voor, dat de ontkenning van de wezenlijke heerlijkheid van de Koning der kerk in Zijn kerk verdragen en zelfs begeerd werd, en de man, die daartegen protesteerde de toegang tot de kansel ontzegd werd!
Jammer was dat de rechtzinnige ouderlingen ook nogal verdeeld waren. De kruitdamp verduistert dan dikwijls veler ogen, zodat de rechte verhoudingen en houdingen niet juist gezien worden.
Geen scherpslijper
Ik denk aan het verhaal, dat ik eens van mijn vader hoorde. Hij had in een vrijzinnige gemeente gepreekt. Ook de plaatselijke vrijzinnige predikant was onder het gehoor. De tekst was het bij mijn vader zeer geliefde woord uit Joh. 3 : 16 'alzo lief heeft God de wereld gehad...' Na de dienst kwam ook bedoelde predikant naar de kerkeraadskamer, was blijkbaar nogal onder de indruk van het gehoorde en betoonde mijn vader een klein blijk van behulpzaamheid. Mijn vader was dan geneigd de beste uitleg te geven aan hetgeen er in het hart van deze vrijzinnige collega omging met hoop op blijvende vrucht.
Neen - een scherpslijper was hij niet. Op een middag kwam in de Hoevelakense pastorie iemand, die door haar aanstaande huwelijk de gemeente binnenkort zou verlaten, om raad vragen. In de gemeente waar haar huwelijk haar bracht was in de Hervormde gemeente geen gereformeerde prediking zoals zij van mijn vader gewend was. Het advies van mijn vader werd beheerst door de vraag naar het gehalte van de Christusprediking daar ter plaatse. Zolang Christus als de Eniggeborene van den Vader en als de enige en volkomen Zaligmaker van zondaren werd gepredikt met de twee wegen voor de gelovige en de ongelovige, moest zij de kerk der Hervorming niet voorbijgaan om elders voedsel te zoeken. Wel bleef hij aandringen op zelfonderzoek naar waarheid in het binnenste. Leerstellige betweterij vooral bij jonge mensen kon hij moeilijk waarderen. Toch heeft hij ook onder de jongeren veel liefde opgewekt. Niet alleen door zijn persoonlijke manier van omgaan ook met de jeugd, maar omdat God zijn Evangelieprediking kennelijk heeft willen zegenen voor jongeren en ouderen, gezonden en zieken, trouwe kerkgangers en ver afgedwaalden. Wanneer dat maar de drijfveer en de inhoud van de prediking was, kon hij over vele andere dingen heen stappen.
In alles bleek hij een door God geroepen, door Hem beproefde, maar ook door Zijn Zender rijk gezegende prediker te zijn, wiens beeld bij zeer velen, die hem kenden en hoorden, maar niet wilde verbleken. Daardoor spreekt hij nog nadat hij gestorven is. Zelf begeerde hij niet anders te zijn dan een zondaar voor God; die al zijn hulp en heil verwachtte van de enige Naam, Die onder de hemel gegeven is tot zaligheid.
Dienaar des Woords te zijn in de meest verschillende levensomstandigheden was zijn levensvreugde en zijn levensroeping.
De Schrift roept ons de voorgangers, die ons het Woord Gods gesproken hebben te gedenken, hun geloof navolgende en aanschouwende de uitkomst van hun wandel (Hebr. 13 ; 7). Dan mag er ook geen spoor van helden-of heiligenverering in overblijven. Alle dankzegging komt toe aan Hem, Die riep. Die vormde en aan Wiens zegen alles gelegen was en bleef.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's