De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Slechte afloop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Slechte afloop

8 minuten leestijd

En Gideon maakte daarvan een efod en stelde die in zijn stad Ofra: en gans Israël hoereerde aldaar deze na en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik. Richt. 8 : 27.

Het was een geweldige gebeurtenis, waarover we de vorige keer nadachten. In het donker van de nacht was Gideon met 300 man het grote leger van de Midianieten te sterk af geweest. Zonder slag of stoot joeg hij ze op de vlucht. Een historisch ogenblik. Eeuwen later werd het nog gevierd als Midiansdag (Jes.9 : 3).

Wat hebben ze de vijand achtervolgd. Uit verschillende stammen komen mensen te hulp om de Midianieten te doden en... om buit te maken.

Nu hebben ze eindelijk vrede. Daar staan ze met blije gezichten. Hun handen vol goud en zilver. Ze zijn vrij.

Weet u wat ze zeggen? Gideon, jij moet koning worden! En je kinderen na jou. Een erfelijke dynastie. Is dat niet een geweldig aanbod? Een prachtige beloning. Mooier kan het toch niet? Bovendien heeft Gideon er niet om gevraagd. Het wordt hem aangeboden: Koning Gideon!

De mensen dringen om hem heen. Stil. Wat zal Gideon zeggen? Néén, luidt zijn antwoord. Geen koningsschap voor mij en voor mijn kinderen. Alleen de Here zal over u heersen. Is dat niet een mooie uitspraak? Gideon besefte: Wij zijn niet een volk zoals de heidenen rondom ons met hun heersers en vorsten. Maar het volk bleef aandringen, totdat het bij Samuel eindelijk gebeurde: Saul. Hoeveel teleurstellingen hebben ze echter niet met hun vorsten ondervonden. Het kwam pas echt goed, toen de grote Koning Christus Jezus ter wereld kwam.

Hij alleen mag de Koning zijn van de kerk. Alle ambtsdragers mogen slechts Zijn dienaren zijn. Paulus noemde zichzelf een dienstknecht, een slaaf van Jezus Christus. Op het graf van een predikant vond ik de simpele woorden: 'Dienaar van Jezus Christus'. Zou het niet goed zijn om daaraan steeds weer te denken? Wij verwijten de Rooms-Katholieke kerk wel dat daar een paus is. Maar onder ons is ook veel heerszucht. Mensen die de dienst willen uitmaken in de kerkeraad, in de kerkvoogdij, om maar bij het gemeenteleven te blijven. Zullen we ook in dit opzicht om bekering vragen? Als jullie tóch iets willen, zegt Gideon, geef me dan maar iets anders: Eén gouden voorwerp uit wat ieder geroofd heeft. Dat was geen probleem. Ze hadden blijkbaar genoeg. Spreid maar een kleed uit op de grond. Er kwam ongeveer 28 kg. goud in. In onze tijd rond één miljoen gulden waard. Alle andere kostbaarheden niet meegerekend. Wie van ons zou dat niet voor zichzelf willen hebben?

Neen, zegt Gideon. Ik behoef het niet voor mezelf. We maken er een 'efod' van. Een soort stola met prachtige gouden versieringen, de stenen met de namen van de 12 stammen, alsmede de Urim en de Thummim (orakelstenen). Kortom, het lijkt erop dat Gideon niet zozeer koning, alswel priester wil worden. Hier ging hij in de fout. Dat is wat: een kind van God, een knecht van God zijn, en tóch...! Zullen we maar nooit te hoog denken van een christen? Petrus ging ook verkeerd. Het was alleen Jezus' voorbede, die hem behield.

Misschien bedoelde Gideon het goed. Een soort monument, een hulde voor de Here. Maar al bedoel je het goed, dan kun je nog verkeerd zijn. De efod werd meegenomen naar de woonplaats van Gideon, Ofra. Een soort relikwie; een soort bedevaartsoord. In feite werd dus het priesterschap in Ofra ondergebracht, terwijl er een heiligdom van Aaron was in Silo, althans in de tijd van Samuel. Maar dat was in het gebied van Efraïm. En die stam was maar slap geweest. Het was met het heiligdom ook maar een magere zaak in Samuels jeugd. Het is niet ondenkbaar dat men het in Ofra beter wilde doen. Wij zullen hier de puntjes weer eens op de i zetten. Van Gideon ging tenminste wat uit.

Zo ging het toch de verkeerde kant uit. In feite een stukje kerkscheuring. Daarvan weten we ook in onze tijd wel iets af. Wat is er al niet gesplitst in de vorige eeuw? Welke scherpe verhoudingen zijn er ook niet in ónze dagen, soms in één gemeente; zelfs tussen mensen van één modaliteit? Moet dat zo blijven? De bijbel maakt een scherpe opmerking over het gedrag van de noordelijke stammen van Israël: Gans Israël bedreef er hoererij mee, overspelige afgoderij. Het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik. Is dat niet verdrietig? Zou het betekenen, dat hij voor eeuwig verloren ging? Als we hem zien staan in de Hebreënbrief onder de geloofshelden, menen we van niet. Maar een verkeerde weg ging hij wel.

Gideon wilde waarschijnlijk zijn volk wel vroom maken en houden, maar op zijn manier. Een eigenwillige godsdienst.

Er staat ook nog wat anders over hem geschreven. Gideon had heel veel vrouwen en daardoor ook wel 70 zonen. Onder hen voltrok zich later een verschrikkelijke moordpartij. Als we alleen letten op zijn huwelijksleven, dan moeten we zeggen: Het was niet goed. Weliswaar werd het in het Oude Testament niet uitdrukkelijk verboden, toch is het vaak een bron geweest van ruzie en moeite! Denk maar aan Jakob, Salomo en anderen. Tel dit eens op bij de andere fout van Gideon, dan ziet u een man die wel leefde in het geloof, maar toch niet bleef in de weg van Gods orde. Een onzuivere gang.

Is dat niet pijnlijk? Eerst zoveel goeds gedaan, en dan onzuiver met de efod, onzuiver met het gezin...! Wat een schade geeft dat op den duur. Gideon zelf is weliswaar nog oud geworden. Hij stierf op een gezegende leeftijd. God hield hem de hand nog boven het hoofd. Maar daarna ging het met zijn volk en familie weer snel bergafwaarts.

Zou daarin niet een les zitten voor u en mij? Bij hoeveel mensen merk je niet op huisbezoek dat er aan de ene kant wel geloof is, maar dat aan de andere kant er van alles mee door kan. Een slordig leven. Wat voor lektuur ligt er op tafel? Naar welke programma's wordt er gekeken? Op welke manier doen we zaken? Hoe vieren we onze feesten? Hoe brengen we onze vakanties door? Hoe is ons taalgebruik? Het probleem is dat we zo graag combineren. Niet: óf... óf, maar: én... én!

Gideons gedrag en huwelijk mogen u en mij wel tot waarschuwing zijn. Vergeet niet dat ons leven het stempel moet dragen van een wandelen naar Gods geboden. Een slordig en een ongeregeld leven maken op den duur het geloof dood. Het gaat misschien een poos goed. Maar de kinderen...! Kijk eens naar Gideon: Wat kan het eind veel stuk maken van een goed begin. Een goed begin is wel het halve, maar niet het héle werk.

Hebt u het al gezien? Met Gideon kun je ook niet zalig worden. Niet met een bepaalde predikant, een bepaalde kerk, een bepaalde gemeente. Alleen door het geloof in Christus Jezus. Hij is de meerdere Gideon, die niet alleen goed begonnen, maar ook goed geëindigd is. Hij was in alle dingen zonder overtreding, en dat om zondaren zalig te maken. Mag ik u vragen: Moet u het ook van Hém hebben? Hebt u al schuld beleden over het feit dat u zo dikwijls vertrouwde op zekere mensen of groepen of kringen ? Zouden we daar niet vanaf moeten? Christus heeft Zijn bloed ook daarvoor laten vloeien.

Groen van Prinstererzei eens: Christen is mijn naam, Gereformeerd is mijn bijnaam! Door alles heen Christus zien en vasthouden.

Daarmee is het andere niet van onwaarde. We mogen juist dankbaar zijn voor heel veel dat ons geschonken wordt. Maar als we daarin blijven steken, kunnen we nog voor eeuwig ten onder gaan. We zijn niet klaar met in de kerk zitten. We zijn niet klaar met strijden voor ons standje. Neen, het hart open voor Christus. Dan pas komen en zijn we waar we wezen moeten. Laat dat geloof nu samen gaan met een dagelijkse levenswandel, die klopt met het Woord. Ik weet wel, dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Soms is door te streng leven méér stuk gemaakt, dan door een wijze, soepele manier van omgaan met elkaar. Ik denk dat we allemaal wel eens moeten bijsturen. De één naar links, de ander naar rechts. De één naar strakker, de ander naar matiger. Je komt er nooit helemaal mee klaar. Vooral als het gaat om de opvoeding. Veel ouders zeggen in hun ouderdom: Had ik maar en... was ik maar. Terwijl die soms het meest serieus waren. Wat ik maar zeggen wil: probeer toch, als het even kan, er op te letten met welke vrienden en kennissen wij en onze kinderen omgaan. 't Is misschien moeilijk om te kappen. Maar toch ligt daar dikwijls de kiem van een slordig en ongeregeld leven. Het enige leven, dat goed is, draagt elke dag het stempel van: Leer Mij naar Uw wil te handelen. Het is een gebedsleven. Gevouwen handen, die schuld belijden, maar ook zich vastklemmen aan Gods beloften in Christus Jezus.

Dat geeft zegen, ook voor het nageslacht. Gideon ging vreemd. De scherven waren voor zijn kinderen en zijn volk. Waar als u de Here vreest, dan zal uw nageslacht de zegen daarvan ontvangen. Dat zegt de Here.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Slechte afloop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's