De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is er nog hoop?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is er nog hoop?

Project ’82

11 minuten leestijd

Afgelopen zaterdag is Project '82, een grote interkerkelijke evangelisatiecampagne, gestart met een gebedssamenkomst in Hilversum.

Afgelopen zaterdag is Project '82, een grote interkerkelijke evangelisatiecampagne, gestart met een gebedssamenkomst in Hilversum, die door drieduizend mensen werd bezocht. Sprekers waren prof. dr. ir. J. H. van Bemmel, voorzitter van de Evangelische Alliantie, waarbinnen deze evangelisatiecampagne is gekanaliseerd, Ben Hoekendijk, Gien Karssen, drs. G. van Leyenhorst (staatssecretaris, C.D.A.), H. van der Waal (zakenman) en prof. dr. J. P. Versteeg, verbonden aan de Theologische Hogeschool van de Chr. Geref. Kerken te Apeldoorn.

Elk van de deelnemende kerken zal onder eigen verantwoordelijkheid aan de evangelisatiecampagne deelnemen. Het is ook bij voorbaat duidelijk dat, bij alle overeenstemming die er is als het gaat om het besef, dat het geloof in Christus beslissend is voor het heil van de mens (en daarin voor de wereld) er ook zodanige verschillen in achtergronden en accenten zijn tussen de verschillende deelnemende kerken en geloofsgemeenschappen, dat de wijze waaróp aan de evangelisatiecampagne wordt deelgenomen bepaald ook duidelijke verschillen te zien zal geven.

Veertien stellingen

Men heeft elkaar intussen kunnen vinden in een veertiental stellingen over evangelisatie, die in verkorte vorm werden afgedrukt in het blad idea van de Evangelische Alliantie. Voor alle duidelijkheid laten we deze verkorte stellingen hier volgen.

1. Evangelisatie is het doorgeven van 'het evangelie van het koninkrijk van God': de boodschap dat God in de persoon van Jezus Christus tot ons is gekomen tot vergeving van zonden en tot vernieuwing van het leven door geloof en bekering tot Hem. In Hem is een nieuwe orde begonnen, waarin de verhouding tussen God en mensen en tussen mensen onderling wordt rechtgezet. Die orde zal door de Heilige Geest worden voleindigd in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont,

2. Evangelisatie is een deel van de totale opdracht aan de gemeente. Ook voorbede (voor kerk en wereld), dienstbetoon (diakonaal dienen van - primair - de eigen broederschap en van niet-christenen) en beoefening van gerechtigheid en rentmeesterschap behoren er toe.

3. Woordverkondiging mag niet uit het geheel van de roeping worden losgemaakt. Ook de andere aspecten moeten niet van elkaar worden geïsoleerd. Waar de samenhang wordt verbroken, dreigt het gevaar van 'lege woorden' óf van maatschappelijke betrokkenheid zonder bijbelse visie. Maar de volgorde van de diverse aspecten is afhankelijk van de situatie waarin het evangelie wordt verkondigd. Soms moet solidariteit zichtbaar zijn, soms is er geen andere mogelijkheid dan gebed.

4. Het Woord wordt sprekend door de daad en omgekeerd. Hulpverleningen woordverkondiging mogen niet tegen elkaar worden uitgespeeld.

5. Gemeenteleden hebben ook een roeping t.o.v. God en elkaar, niet alléén t.o.v. de wereld.

6. Evangelisatie is een proces. Einddoel is de komst van het koninkrijk Gods.

7. De veelvoudige roeping van de gemeente houdt niet in dat ieder lid op elk terrein een specifieke taak heeft. Er is verscheidenheid van gaven. Wel heeft iedere christen de taak in de kracht van de Heilige Geest een getuige te zijn van Christus.

8. De leiding van de gemeente neemt de taken niet over maar moet de gemeente tot haar taak toerusten: ieder lid helpen de eigen gave te ontdekken en voorwaarden scheppen om iedereen in het werk een aandeel te laten hebben.

9. In wezen wordt het werk van evangelisatie door Jezus Christus door de Heilige Geest gedaan. Maar christenen worden door Hem in de wereld gezonden, zoals de Vader Hem zond.

10. Evangelisatie richt zich op hen die Christus niet (meer) kennen en ook geen band met de gemeente hebben.

11. Incidentele akties kunnen van betekenis zijn, maar daarbij mag men niet met het evangelie omgaan alsof het een produkt is van ons verstand of onze vroomheid dat 'aangepraat' en 'verkocht' moet worden, Evangelisatie-akties moeten worden uitgevoerd met het evangelie waardige middelen en vooral ten doel hebben blijvende persoonlijke contacten mogelijk te maken.

12. Respect en liefde zijn nodig. Jezus dwingt niemand. Maar wie alléén respect heeft voor opvattingen van iemand anders (en hem daarom het getuigenis onthoudt) heeft niet waarlijk lief.

13. Kerken en christenen zijn medeschuldig aan veel nood en onrecht in de wereld. Wij belijden ons gebrek aan bewogenheid voor de naaste en tekort aan toewijding aan de zaak van het Koninkrijk van God. Ons is een dringende opdracht toevertrouwd, want zonder Christus is er geen behoud.

14. Evangelisatie wint aan geloofwaardigheid door onderlinge liefde. De EA roept tot die liefde, verbondenheid en samenwerking op: in Christus naam!

Eruit gelicht

Het zal ieder, die deze stellingen leest, duidelijk zijn, dat ze gebaseerd zijn op de Schrift en evenwichtig zijn opgesteld. Wat dat evenwichtige betreft licht ik uit het geheel van deze stellingen een drietal punten.

Allereerst de duidelijke uitspraak, dat het evangelie niet 'aangepraat' of 'verkocht' moet worden. Hierin ligt een duidelijke correctie ten opzichte van evangelisatieacties, die veel weg hebben van bliksemacties zonder dat er 'diepte van aarde' is, maar slechts spontane reacties voor een tijd als resultaat hebben. Mensen zijn - op z'n best - een ogenblik geroerd en een tijd(je) ge-enthousiasmeerd maar het is maar 'voor een tijd' (Mattheüs 13 : 21). Jaren geleden sprak Billy Graham voor een vol Feyenoord-stadion in Rotterdam. Velen kwamen naar voren om na de toespraak van Graham te getuigen dat ze waren gaan geloven. Men zou wel eens willen weten wat er van dit alles overgebleven is, al zal ik de laatste zijn om te beweren, dat er van blijvende vrucht geen sprake geweest kan zijn. Maar onder bepaalde vormen van evangelisatie groeien wonderbomen op, die geen stevige wortels hebben maar omvallen als de stormen komen. Het evangelie is dan ook geen koopwaar en de evangelist is geen marktkramer. Het gaat in het evangelisatiewerk ook om blijvende contacten, een daardoor opgenomen worden van mensen in de gemeente en een steeds diepere fundering in de Schrift en het daarin vertolkte geestelijke leven. Daarom heeft de gemeente een doorgaande evangelisatorische roeping.

In de tweede plaats wil ik onderstrepen, dat gesteld wordt dat in wezen het werk van evangelisatie door de Heilige Geest gedaan wordt. Ook in het evangelisatiewerk, alsook in de wekelijkse verkondiging binnen de gemeente, hebben we te maken met de vrijmacht van de Heilige Geest. Predikers kunnen week in week uit voluit de Schrift aan het woord laten komen en het werk van de Heilige Geest benadrukken in de prediking en tóch, de vrucht blijft uit, of lijkt uit te blijven (soms komt het na jaren pas naar buiten welke vruchten de prediking had). Ik bedoel daar niet mee te zeggen dat we het maar lijdelijk aan de Heilige Geest moeten overlaten, want de mens wordt in de Schrift ook in Zijn volle verantwoordelijkheid gesteld. Maar het kan zijn dat de ene prediker in een gemeente de akker bewerkte, het zaad strooide, terwijl de vrucht pas openbaar kwam bij een dienaar des Woords, die na hem kwam. Zo is het ook in het evangelisatiewerk. Ook daarin is sprake van de vrijmacht van de Geest. Er zijn in de loop van de tijd opwekkingen geweest, die niet te danken waren aan het charisma van bepaalde predikers of evangelisten (al worden óók bepaalde charismata door de Geest geschonken) maar die vrucht waren van de vrijmacht van de Geest, die in een bepaalde gemeente, in een bepaalde tijd, in een bepaald land krachtig ging werken. En daar wil de Heilige Geest ook om gebeden zijn, in de weg van de verootmoediging. Het gevaar dat altijd weer op de loer ligt - juist ook in het evangelisatiewerk is dat van een zeker Arminianisme. De mens wordt tot de gdoofsbeslissing geroepen, zonder dat de vrijmacht van de Geest benadrukt wordt. Dan kan de Heere God nog wel met Zijn Geest werken. Zo legde de grote Engelse opwekkingsprediker John Wesley (1703-1791) sterke nadruk op de menselijke verantwoordelijkheid en was daarom 'arminiaanser' dan zijn broeder in de opwekkingsbeweging van die tijd, George Whitefield, die als Calvinist veel meer de vrije genade verkondigde en derhalve ook de verkiezing zijn bijbelse plaats gaf. Evangelisatiewerk dat gereformeerd, zeg Calvinistisch is, zal dunkt me, op den duur toch meer diepgang blijken te hebben.

Het derde, dat ik zou willen onderstrepen, is dat in de stellingen van Project '82 heel duidelijk de éénheid van het leven wordt benadrukt. Het gaat niet alléén om de persoonlijke verhouding tot God, al is dat het eerste waarom het gaat, maar ook om de verhouding van mens tot mens en om de roeping van de mens in de wereld. Daarom is het goed dat op de gebedssamenkomst in Hilversum ook een zakenman en een politicus aan het woord waren. Want het christenleven moet juist in de praktijk van alle dag tot gelding worden gebracht; en hoe moeilijk is het dan niet om er met schone handen af te komen. Te leven in een geseculariseerde samenleving en dan toch daarin staan als mens, die zich verantwoordelijk weet tegenover God, is niet eenvoudig. Welke zakenman maakt geen vuile handen? Welke politicus moet wel eens niet van kwaden het beste kiezen. En zo is het door te trekken naar alle posten, die mensen bekleden. Evangelisatiewerk kan ook boven de werkelijkheid van elke dag uit willen stijgen, de mensen in een soort utopistische sfeer brengen, in een soor perfectionistische (werk) heiligheid, en vergeten hoe het ganse leven voor Gods Aangezicht gesteld wordt en hoe moeilijk het is dan in verantwoordelijkheid voor God wérkelijk gehoorzaam te zijn. Ook hier zal de verzoening van Christus over het hele leven moeten en mogen worden uitgezegd, vanwege de zonde die ons altijd en overal aankleeft. In een verslag dat ik las van de gebedssamenkomst in Hilversum zei drs. Van Leyenhorst het zo:

‘Als er één ding is, waar een mens houvast aan heeft, waarmee hij vooruit kan, dan is het wel dit: dat Jezus de wereld overwonnen heeft. Dat geldt niet alleen in geestelijke, maar ook in stoffelijke zin. Hij is Heere van de gehele schepping: van de mensen, de dieren, de dingen. Dat is de hoogste politieke wijsheid die er ook anno 1981 te verkondigen valt.'

‘Daar zouden de regeringen van alle landen - en ook alle politieke partijen hier - allereerst rekening mee moeten houden. Sterker nog: deze stand van zaken zou feitelijk uitgangspunt moeten zijn van elk beleid. Want dit is de basis waarop de volken tot elkaar komen, tot de echte vrede.'

Van Leijenhorst tekende de christen-staatsman als Daniël aan het hof van de koning van Babel, die gedwongen was 'vuile handen te maken', maar toch op zijn post bleef, overeenkomstig Gods gebod 'Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren en bid voor haar tot de Heere. In haar vrede zal uw vrede zijn'. Daniël heeft de sjaloom, het welzijn naar alle kanten, voor Babel gezocht.

Hoop?

Is er nog hoop? , staat boven dit artikel. Wat verwacht ik o Heere, mijn hoop is op U! (Psalm 39 : 8). Het gaat er ten diepste niet om wat wij 'nog' hopen. Het gaat erom of de Heilige Geest ook vrijmachtig vandaag nog een reveil wil geven. Dat heeft op verrassende wijze telkens weer in de geschiedenis plaats gevonden. Ook al weten we dat de eindtijd gekenmerkt zal zijn door grote afval, wij weten niet wanneer het einde definitief daar is, en derhalve weten we niet wat ook vandaag de Heilige Geest nog voor heeft met gemeenten, volkeren, werelddelen. De kandelaar kan ook worden verplaatst, jawel. Maar met al wat in ons is zullen we ook vandaag de van God vervreemde mens, en de van God weggegroeide samenleving moeten en mogen oproepen tot bekering. Intussen, waar geen leven in de gemeente is, waar geen levende gemeente is daar zal ook geen levend evangelisatiewerk zijn. Er wordt dan ook vaak niet aan evangelisatiewerk gedaan, tot schade van de gemeente zelf. We kunnen het volk toch ech­ter niet oproepen tot gehoorzaamheid aan de wet des Heeren - wat dan vaak wél gebeurt - als we niet bereid zijn het volk het evangelie bekend te maken?

En tenslotte de kern van de samenleving ligt nog altijd in de gezinnen. Wat kunnen godvruchtige ouders een stempel zetten op hun gezin, ze zóveel meegeven, dat de godsvrucht-van-huis-uit dienstbaar mag worden gemaakt in het evangelie. John Wesley - hierboven genoemd - kwam uit een gezin met vijftien kinderen. De moeder, een bekwame, vrome vrouw onderwees haar kinderen met strenge tucht. Dan gaat het om de levensheiliging. Maar ze nam ook elke dag één uur voor één van haar kinderen om ze te onderwijzen in het evangelie. De vruchten zijn in het leven van b.v. John zo zichtbaar geworden, dat hij voor een grote opwekking mocht worden gebruikt.

De vromen, de godvrezenden zijn nog altijd de kurken van de maatschappij. Bij de ware godvrezenden is alle activisme taboe maar is het getuigende leven, in ootmoed, vruchtbaar. Als er achter een evangelisatorisch jaar zo stille vromen in den lande met hun gebeden en hun getuigenis staan dan is er warempel ook hoop, omdat de Geest zich nog altijd laat verbidden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Is er nog hoop?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's