Het gebed
Het gebed is een teer onderwerp, maar evenzeer noodzakelijk.
In ons archief kwamen we nog een handgeschreven stuk tegen van wijlen ds. G. Boer, in die tijd voorzitter van de Gereformeerde Bond. Omdat een destijds geplande bundel, waarin ook dit stuk zou worden opgenomen, niet doorging, is het nooit gepubliceerd. Daarom geven we het nu alsnog een plaats in ons blad.
Het gebed is een teer onderwerp, maar evenzeer noodzakelijk. Vooral in onze tijd met haar toenemende verwereldlijking. Deze houdt gelijke tred met het gemis aan verborgen gemeenschapsoefening met God. Hoezeer zou b.v. Luther, die in het verborgene en in het openbaar zijn God aanriep als een waterstroom, deze gebedsloze tijd gegeseld hebben, en allen die bidden hebben geleerd met kracht opgeroepen hebben tot volharding in het gebed.
'Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen, en te onderzoeken in zijn tempel.' Het licht van Gods Woord willen wij nu laten vallen over de praktijk van het gebedsleven.
In Psalm 27 staat: 'Mijn hart zegt tot u: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht. Ik zoek Uw aangezicht, o Heere'. Hieruit blijkt, dat God zegt: zoek Mijn aangezicht. Dit is een vermaning. Het is niet genoeg om van God begrip te hebben. Hem verstandelijk te kennen en over Hem te spreken, maar nodig is de aanraking, het zielscontact met God, waarin Hij zich ontdekt. Zo alleen ontstaat een persoonlijke verhouding. Zoeken, dat is niet alleen van verre horen en bemerken dat Hij er is, zonder Hem in het aangezicht gezien te hebben. Nee, het is een niet rusten alvorens wij God gevonden hebben. Het is vlak voor Hem staan, in Zijn tegenwoordigheid verkeren en Zijn aangezicht zoeken. Het is zó zoeken dat wij persoonlijk God in het aangezicht, in Zijn genadeoog blikken en dat Hij ons in de ziel ziet. Op deze wijze ontsluit zich het mysterie der genade.
Gods aangezicht. Dat is de openbaring van Zijn hart, de 'buitenkant' ervan. In Zijn aangezicht laat de Heere een volheid van deugden kennen. Mozes bad: 'Toon mij Uw heerlijkheid'. Dat is een gehoorzame reactie op Gods bevel: 'Zoek Mijn aangezicht'. Deze opwekking Gods doet het verlangen ontstaan naar Zijn gemeenschap. Dan wordt het: 'Ik zoek Uw aangezicht'. Dat is de echo, de weerklank van het geloof. Hoe is nu Gods aangezicht te aanschouwen? Alleen in Christus. Genade is geen abstract begrip, maar levende werkelijkheid. De Naam Gods gaat alleen open in Christus.
Is dit nu geen onbeschrijfelijk rijke opwekking? Ze geschiedt tot allen. En toch, ware godsdienst is persoonlijk: 'Ik zoek Uw aangezicht'. De wekroep van Gods Woord wordt persoonlijk ontvangen. Ze dringt door in het hart. Haar klank doet de snaren van onze ziel trillen. En daaruit ontstaat het antwoord: 'Ik zoek Uw aangezicht'. Zo wekt Gods stem zelf de echo in ons leven op. Wanneer God door Zijn Geest het hart aanraakt, komt er leven en beweging. Dan is de ziel als een bloem die open gaat.
Na die aanraking van de Heilige Geest zeg ik niet meer: 'Ik zal de Heere eens gaan zoeken', maar: 'Ik zoek'.
Zoeken en leven zijn nauw met elkaar verbonden. Ons heil ligt in God. Het ware leven vindt in Hem zijn oorsprong en middelpunt. De keerzijde ervan is de verloochening van eigen leven. Gods aangezicht zoeken is in ootmoedigheid ingaan door de enge poort en wandelen op de smalle weg. Zoeken en leven hangen nauw samen. Beiden zijn ze genadegiften. Wij zijn immers krachteloos (Rom. 5) tot zoeken en bidden. Nergens wordt onze zondeval dieper ontdekt dan in het gebed. Waar dit niet wordt verstaan, ontstaan velerlei vormen van gebed die God meer tergen dan eren. We denken aan het onderscheid in het gebed van de Farizeeër en dat van de tollenaar. Twee mensen. Twee soorten van mensen. Beiden zondaren. Beiden verloren. Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Deze twee mensen waren in de tempel gekomen om te bidden. Maar de Farizeeër deed niets als danken. En dan met dien verstande dat God eigenlijk meer aan hem verschuldigd was dan hij aan God. Zijn hart zit vol van trotse eigengerechtigheid. Een scherp contrast met de tollenaar. Deze staat van verre. De ogen durft hij niet opheffen naar de hemel. Zijn hart loopt over van onwaardigheid. Hij slaakt slechts één verzuchting: 'O God, wees mij zondaar genadig'. Letterlijk staat er: Wees genadig jegens mij, de zondaar bij uitnemendheid! God staat in dit gebed bovenaan, de genade is het midden, hijzelf onderaan. Verzoening, daarin alleen kan hij rusten. Dat is gebed: persoonlijk, ootmoedig, met het verlangen naar genade alleen, uit de volheid van het hart; een doorbraak uit de diepste diepten van de ziel. De tollenaar oordeelde zichzelf. Hij brak de staf over zichzelf.
Tegen deze tollenaarsbede legt de Heilige God Zijn wapenen af. De heilige majesteit neemt een totaal onreine en schuldige man en schrijft hem in het boek des levens. Deze tollenaar had een diep inzicht in de heiligheid Gods en in de majesteit van Gods wet.
Verstaan wij dat? Hoe lang moet God vaak niet strijden met ons, alvorens wij ons gewonnen geven? Vonden we in deze bede van de tollenaar de vleugelen om op te varen tot de troon der genade? Wie zo bidt, zal ervaren, dat de helse Satan tandenknarsend zijn prooi moet loslaten.
En de engelen Gods zijn verblijd over één zondaar, die zich bekeert. In de hemel was blijdschap: deze ging af gerechtvaardigd in Zijn huis. Zie hier hoe groot de genade van het gebed is. Hoe begeerlijk is deze genade. Welnu, die troon der genade staat dag en nacht open. Deze genade brengt ons in de oefenschool van het gebed. Op de school van de Heere Jezus. De discipelen waren 's avonds en 's nachts soms hun meester kwijt. Dan bad Hij in de eenzaamheid. En deze gemeenschap met Zijn Vader was Hem tot versterking en toerusting tot Zijn middelaarsambt. Met verse olie werd Hij overgoten. Hij is de Leermeester van het gebed. 'Gij dan bidt aldus: Onze Vader...' Welk een heerlijke beloften gaf deze Leermeester: 'Bidt en zal gegeven worden. Zoekt en gij zult vinden. Klopt en u zal opengedaan worden'. En verder: 'Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede jaren te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven, die Hem bidden'.
We denken ook aan de gelijkenis van de arme weduwe en de onrechtvaardige rechter.
En hoe heeft Hij het gebedsleven verdiept! In Zijn Naam mochten de discipelen voortaan hun gebeden opzenden: 'Al wat gij de Vader bidden zult in Mijn Naam, dat zal Hij u geven'. En hoe heeft Hij zelf het gebedsleven beoefend: na Zijn doop, bij het graf van Lazarus, in Gethsemané, aan het kruis. Christus is de Bidder bij uitstek. Hij kan het ons leren! Wat is nu nodig voor een waarachtig gebed? De opheffing van het hart. Zoveel dingen zijn er die ons hart neertrekken. Psalm 119 weet daarvan: 'Hoe kleeft mijn ziel aan 't stof'. En Psalm 42 belijdt hetzelfde: 'Wat buigt gij u neder, o mijn ziel'. Wat wordt het innerlijke geestelijke leven bestreden. We zijn vaak zo ver van de Heere af: ongeestelijk, eigenwillig, zelfzuchtig. Daarom moeten we niet alleen Ieren bidden, maar we moeten vooral ook afleren. We hebben te smeken om verlost te worden van onszelf en te vragen om de Geest der genade en der gebeden. En het verootmoedigde hart dat de enige Naam Gods in vertrouwen aanroept, en zich opheft naar de levende God wordt niet beschaamd.
Op deze gebedsschool ervaren we vordering, vooruitgang. Maar deze houdt gelijke tred met de vernedering van onszelf. Waar de Heere voortgaat de diepten van het gebed te ontsluiten, daar legt Hij ook meer en meer de noden bloot. En in die mate ontsluit Hij de schatkamers der genade en deelt Hij gaven uit. Zo worden de gebedsbehoeften groter. Maar zo ook worden we gestaald tot de strijd en wordt onze blik op de volheid van Gods genade verruimd.
ds. G. Boer (overleden)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's