1 Koningen 17:1
En Elia, de Tisbiet, van de inwoners van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels leeft, voor wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
Achab de Koning
Achab heeft geen beste naam in de Bijbel. In het voorgaande hoofdstuk wordt gezegd dat hij kwaad deed in de ogen des HEEREN, meer dan allen, die voor hem geweest waren. Ook hij wilde de HEERE dienen op de manier van Jerobeam, dus een dienst waarin stierkalveren vereerd werden. Dat was een zonde tegen het tweede gebod. Net als bij het gouden kalf van Aaron had men de illusie die God dan te dienen die Israël uit Egypte had uitgeleid. Nog erger wordt het als hij de heidense prinses Izebel trouwt. Zij brengt honderden priesters van Baal mee, en Achab is wel zo vriendelijk voor zijn vrouw, die nu in een vreemd land woont, een tempel en een altaar voor Baal te bouwen. Dan zou zij zich meer thuis voelen en de zinnelijke vruchtbaarheidsfeesten van haar eigen God kunnen vieren. En Achab liet het toe. Hij deed meer om de HEERE tot toorn te verwekken dan alle koningen van Israël die voor hem geweest waren.
Als we alleen maar dit zeggen, staat Achab toch wel ver van ons af. Zo bont maken wij het niet.
Maar er is ook een andere Achab. Die Achab die alle drie zijn kinderen namen gaf, afgeleid van de naam van Jahweh, de God van Israël. En dat deed de koning, net als elke Israëliet, niet zo maar. Dat was een stukje belijdenis! Die Achab die respect had voor Elia, de profeet van de HEERE. Die aanwijzingen van andere profeten des HEEREN ontvangt en opvolgt. Die Achab die een oordeelspreek van Elia over de wijngaard van Naboth aanhoorde en zich vernederde voor Gods aangezicht. Die Achab die een godvrezende hofmaarschalk had, Obadja, en hem in zijn positie handhaafde.
Die Achab ook, die met Izebel trouwde, toch wel niet om de Baals te importeren, maar in de eerste plaats om Tyrus en Sidon aan zijn kant te krijgen. Die een verbond sloot met Juda, om zo vele kleine volken te verenigen en weerstand te kunnen bieden aan het machtige Syrië. Politieke motieven dus.
Er is een tweeheid in Achab. De band met de dienst des HEEREN niet geheel doorsnijden, maar je moest toch ook aan de troon en de politiek denken. Hinken op twee gedachten. Lauw zijn zoals in de gemeente van Laodicea. Van twee walletjes eten.
Zo bekeken is Achab niet een figuur die ver van ons verwijderd is. Er zijn veel Achabs. Mensen die wel aan godsdienst doen, en de band met het verleden niet willen doorsnijden. Die nog wel bidden of danken bij het eten, en ook wel naar de kerk gaan. Ook Achab hoorde Elia aan. Ook Herodes hoorde nog wel graag een preek van Johannes de Doper. Mensen die ook wel de namen van hun kinderen in de doop met die van God verbinden. Maar aan de andere kant denken aan hun positie. Met de wereld meedenken. Veel toelaten om niet op te vallen. Wat dreigen zo onze gemeenten overspoeld te worden met de Baals van deze tijd. Hoe rukken b.v. dans en het alsmaar zoeken van genot en weelde op in onze gezinnen, die misschien nog wel als kerks te boek staan.
Nu komt Elia in Achabs leven om hem het onmogelijke van zijn positie voor te houden en om het oordeel aan te zeggen. En over Achabs hoofd heen wordt ons gevraagd: 'Welke God dient u? De Baals van deze tijd? ' Zij antwoorden niet. Zij laten een mens alleen, nu en in het uur van onze dood.
Een beetje Baal en ook een beetje de Heere God? Dat kan niet, dat is lauw zijn en dat is nog erger dan helemaal koud. Of zou u de Heere God willen dienen maar merkt u dat het van ons uit zo moeilijk gaat. Dat we nog veel te veel meegezogen worden. Wel, er is maar een oplossing, het gebed van een andere koning, een man met ook veel zonden, namelijk David. Deze koning besefte: 'Ik kan alleen maar bij de dienst des HEEREN blijven door het voortdurend gebed: 'Heere, maak mij Uwe wegen door uw woord en Geest bekend. Leer mij hoe die zijn gelegen'. David zong dit nu. U mag het, moet het zingen.
Elia de profeet
Hij komt om Achab en het hele volk te dringen tot een keus. Zo kan het niet verder, dat leidt zeker tot de ondergang. Het is Gods genade dat God Elia naar Achab en het volk toezendt. Zij worden nog niet door God losgelaten. Het aanzeggen van de grote droogte die komen zal, is een bewijs van Gods liefde en trouw, waardoor Hij Zijn volk maar niet kan los laten. Hoe weet Achab nu dat Elia een ware profeet is, wiens woorden gewicht hebben. Immers Achab heeft ook te maken gehad met valse profeten. Een vraag die altijd actueel is, ook nu. Welke woorden zijn ernstig te nemen. Want niet alles wat zich als zodanig aandient, is luisteren waard.
Elia is een ware profeet omdat hij zich aansluit bij het woord Gods, dat al vóór hem geopenbaard is. Hij geeft door wat Mozes al in Deuteronomium gezegd had. Profeten die eigen ideeën of zichzelf verkondigen zijn volmaakt onbelangrijk.
Als het volk God zou verlaten zal er geen zegen meer zijn. 'De hemel die boven uw hoofd is zal koper zijn en de aarde die onder u is, zal ijzer zijn'.
Elia is een ware profeet, omdat hij het volk oproept tot bekering, tot breken met de zonde. Alleen in die weg is er zegen te verwachten. En die zal God schenken. Profeten die heil en zegen verkondigen zonder bekering zijn valse profeten.
De Heere Jezus heeft van zichzelf gezegd: 'Meer dan Elia is hier'. Ook hij sloot zich aan bij de wet en de profeten vóór Hem. Hij is gekomen om de profeten vóór Hem te vervullen.
De Heere Jezus roept ook op tot breken met het kwade en een persoonlijke keus. Als de rijke jongeling God en de mammon wil dienen zegt de Heiland: 'Ga heen, verkoop wat gij hebt en geef het de armen'. En wie kan dat? Wie kan die keus maken? Wie kan dan zalig worden? We kunnen het profetische woord alleen gehoorzamen als we bidden:
'Och, schonk Gij mij de hulp van Uwen Geest! Mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken! 'k Hield dan Uw wet, dan leefd' ik onbevreesd.'
In eigen kracht kunnen we God niet dienen.
Hoogstens wat lauw zijn zoals Achab. Maar ook als we wel de goede keus gedaan hebben, hoe vaak zijn we dan weer niet onbetrouwbaar, zondig en laf? Hoe vaak had David weer een terugval en moest hij zichzelf beschuldigen lauw te zijn.
Daar is maar één middel tegen. Dicht bij het Woord van God te blijven. Zich steeds daardoor te laten gezeggen. De psalmdichter zegt:
’Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten'. Dicht bij het woord blijven is dicht bij het vleesgeworden Woord Jezus blijven. Dan worden koude harten warm en trage handen actief. Dan dienen mensen God met blijdschap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's