1 Koningen 17:4
En het zal geschieden dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat ze u daar onderhouden zullen.
De geschiedenis van Elia en ook Elisa bevat veel wonderen. De gedachte kan wel eens boven komen: 'Waarom zijn die er niet meer? Wat zou het fijn zijn als er een wonder zou gebeuren, wat zouden er dan veel mensen in God gaan geloven!'
Zou het? In het volgende hoofdstuk wordt het grote wonder beschreven van het vuur van de Heere, dat van de hemel viel en op de Karmel het offer van Elia aanstak. Even zijn de Israëlieten onder de indruk en roepen zij: 'De Heere is God'. Maar men krijgt uit de volgende hoofdstukken niet de indruk dat er een blijvende bekering op is gevolgd.
Ook mag bedacht worden dat men niet kan zeggen: 'Een wonder kunnen we niet verklaren. Maar wat er verder in de natuur gebeurt is duidelijk'. De moderne wetenschap komt steeds meer tot de conclusie dat heel de schepping onbegrijpelijk voor ons is. Het is echt niet zo dat de wetenschap alles veel duidelijker gaat begrijpen en dat het gebied dat niet verklaard kan worden, steeds kleiner wordt. Integendeel. Diepgaandere studie voert tot steeds meer onbekend gebied.
En verder over wonderen gesproken: De psalmdichter bidt in de 119e psalm: 'En dat uw Geest mij ware wijsheid leer', mijn oog verlicht', de nevels op doe klaren; dat mijne ziel de wond'ren zie en eer', die in uw wet alom zich openbaren.'
De psalmdichter vindt het wonderlijk dat God spreekt en onderwijzing geeft. Dat God naar een dwalend schaap vraagt en het leven wil geven. Een zondaar verbaast er zich over dat de meerdere Elia, Jezus Christus, het Woord, naar hem wil omzien. Waarom ontfermt zich de Heiland over een mens die in zichzelf eigenlijk alleen maar een vijandig en boos hart vindt, dat uit zichzelf de Heiland niet zoekt? Wat voor aantrekkelijks heeft hij? En toch vraagt de Heiland naar hem, zoekt hem op en vergeeft hem. Een wonder van genade van die God, die zoekt diegenen die naar Hem niet vragen.
Daarom gebeurden er minder 'wondertekenen' in het zuidelijke Rijk. Daar was de dienst des Heeren niet zo bedreigd als in het Noorden. Daar waren nog godvrezende koningen. Daar werd uiterlijk in ieder geval, de dienst des Heeren in de tempel van Jeruzalem in ere gehouden. Daar gebeurde dan ook het grootste wonder, nl. dat God wilde wonen bij Zijn volk in de tempel, en de offers spraken van een heilig God die nochtans vergeven wil. Daar werden in het openbaar de Schriften gelezen. Net zoals u elke Zondagse kerkdienst als een wonder mag ervaren. Wie dat vanzelfsprekend vindt kent zijn eigen hart niet en God nog minder.
Daar bij de beek Krith houdt God Elia in het leven. Niet door deuren in de Hemel. Maar via raven en een beek. Dus via anderen. Zoals ook de Heere Israël in de woestijn in het leven behouden heeft door brood te geven, zij het langs een wonderlijke weg.
En ook nu houdt God ons in het leven. Ieder ogenblik moet dat gebeuren. Maar via de weg van de middelen, eten, drinken, slapen, enz. Deze natuurlijke weg is de door God gegeven weg waarin Hij met ons wil handelen.
Met het geloof gaat het ook zo. God geeft het geloof niet zo maar direct uit de hemel. God neemt middelen in Zijn dienst, waardoor het geloof wordt geschonken. Heidenen komen tot geloof via de zending. In de kerk kunnen we tot geloof komen via de prediking van het woord. Ook via de opvoeding van ouders, school, catechisatie en verenigingen. Wie tot geloof wil komen zonder deze middelen te gebruiken is onbijbels en verzoekt God.
Wat een aansporing voor de gemeente om zending te bedrijven in Nederland en daarbuiten. Wat een aansporing om als ouders met uw kinderen bezig te zijn, opdat u mede het middel zou mogen zijn waardoor uw kinderen tot bekering komen. Petrus zegt: 'Die een zondaar van de dwaling zijns weegs bekeert, zal een ziel van de dood behouden.' En wie nog geen vast geloof heeft, nog zoveel twijfelt, maar toch een heimwee heeft naar God om zich Zijn kind te mogen voelen, naar de blijdschap van het geloof en de verlossing van de schuld: God heeft middelen aangewezen om u dat te schenken: De prediking, de meditatie, het gebed, de omgang met Gods kinderen. Als u voortgaat deze middelen te gebruiken en u verlangt vurig naar de tijd van overvloediger genade, dan zult u die ontvangen. Dan zullen deze middelen als het ware de raven zijn die leven schenken. Meer nog, de raven gaven tijdelijk leven, maar de Heiland heeft beloofd: 'Die mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem opwekken ten uiterste dage'. Ook in dit opzicht mogen wij nog grotere dingen beleven dan Elia. Meer dan Elia. Jezus Christus geeft ons meer dan Elia ooit heeft kunnen ontvangen. De God van Elia leeft nog steeds en Zijn genade is niet minder geworden.
Elia heeft het niet makkelijk daar bij de beek. De beek droogt uit. Heel langzaam. Want het regent niet. Het regent ook niet om Elia heen. Zeker, de woestijn, de eenzaamheid kan een zegen zijn. Veel Van Gods kinderen weten dat. Zoals David, die alleen met de schapen was. Zoals Johannes de Doper, die tot aan zijn optreden in de woestijn was. Zoals ook de Heiland door de Heilige Geest in de woestijn geleid werd. Daar is veel te leren. Daar kan een mens zich helemaal op God richten, als al het andere zwijgt. Daarom kan ook in de avond en in de nacht een mens zich vaak beter op de dingen van God en Zijn koninkrijk richten.
De dichter van psalm 42 is, net als Elia, alleen bij een beek, aan de rand van het heilige land. Hij kan met niemand spreken over zijn God en dan verlangt hij naar de gemeenschap der heiligen, en met heimwee denkt hij eraan dat hij met de oudtestamentische gemeente kon opgaan naar Gods huis en daar samen zingen tot eer van zijn God. Daar ziet hij met ontzaggelijk verlangen naar uit. Zou Elia dat ook niet zo gevoeld hebben.
Zo heeft ook Elia te maken met de gevolgen van de zonde. Dat gaat aan Gods kinderen niet voorbij. De apostel Paulus zegt dat het ganse schepsel zucht en in barensnood is. Ook zij die de Heilige Geest ontvangen hebben zuchten mee. Maar het verschil met het zuchten van deze wereld is, dat Gods kinderen weten dat er toekomst is: 'Maar de Heer zal uitkomst geven. Hij, die 's daags Zijn gunst gebiedt, 'k Zal in dit vertrouwen leven'. Zonder die hoop zouden we omkomen in deze wereld. Maar alleen in vertrouwen op Zijn toekomst kunnen we veel doorstaan.
De Krith droogt heel langzaam uit. ledere dag is er wat minder levensvocht. Hoe moet Elia nu leven? Zou niet in zijn hart bovenkomen: 'Waar is nu uw God? ' 'Zouden Zijn beloftenissen verder haar vervulling missen? Zou God zijn gena vergeten, nooit meer van ontferming weten? '
Zo kunnen we als gemeente ons zorgen maken over een land dat steeds doder wordt en waar de stroom van genade lijkt afgeknepen te worden. Dat kan iedere christen denken als straks zijn levenskracht opdroogt. Hoe moet het nu verder? Waar loopt dit op uit? Op de dood en de verlorenheid?
Ja, zonder geloof in de God van Elia wel. Dan loopt het leven van de enkeling en van de wereld uit op de ondergang. Maar wie God vasthoudt, pleitend op Zijn beloften kan niet omkomen. Dan zal Hij altijd weer nieuwe wegen vinden. Dan vindt Elia het leven bij de weduwe te Zarfath. Dan mogen Gods kinderen denken aan de meerdere Elia, Jezus Christus, die gezegd heeft: 'Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn binnenste vloeien'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's