De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

1 Koningen 18 : 12b

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

1 Koningen 18 : 12b

8 minuten leestijd

'Ik, uw knecht nu, vrees de HEERE van mijn jeugd af.

De Godvrezende Obadja

God wil Zijn volk wel straffen, maar niet vernietigen. Zijn straf wil bekering bewerken, geen ondergang. Daarom wordt Elia door de HEERE weer naar Achab gestuurd. Alleen als zij elkaar weer zouden ontmoeten, dan zou er regen op de aarde komen.

Elia gaat naar Kanaan en op weg naar het paleis ontmoet hij Obadja. Hij vraagt of Obadja de koning zijn komst wil melden. Obadja aarzelt. Als hij met Achab zou terugkomen en Elia zou er niet meer zijn, dan zou hij het ongenoegen van de vorst op zijn hals halen. Dan zou de koning hem wellicht doden. En dat heeft hij toch niet verdiend? Hij staat aan de kant van Elia. Hij heeft 100 profeten van de HEERE verborgen en hen eten en drinken gegeven. Ook hij vreest de HEERE en wel van zijn jeugd af aan.

Obadja zegt niet: 'Ik ben vanaf dat ogenblik in mijn leven de HEERE gaan dienen'. Hij wijst niet op een omkeer. Hij kent niet een tijdstip waarvóór hij goddeloos was en daarna godvrezend. Zover hij terugkijken kan, heeft hij de HEERE altijd gediend. Als jonge man, als kind al, had hij liefde voor de dienst des HEEREN. Hij vreesde de HEERE, dat wil zeggen dat hij een groot ontzag had voor de heilige God, die groot en verheven is, die de Schepper is van hemel en aarde, en die het kwade haat. Maar wie deze God vreest, weet ook dat Hij een God is, gaarne vergevende en van grote goedertierenheid, allen die Hem aanroepen, en een overvloedige fontein van al het goede. Een God die Zijn Zoon gegeven heeft tot een verzoening voor de zonden van al Zijn volk.

Welnu, Obadja kent geen grote omkeer in zijn leven. Is hij daarom niet tot bekering gekomen? Er moet toch iets met een mens gebeuren'? Het doopformulier zegt dat wij van nature kinderen des toorns zijn en dat wij niet in het Rijk van God kunnen komen als wij niet wederom geboren worden. En de stokbewaarder in Filippi wist toch van een omkeer, in die nacht toen hij zelfmoord wilde plegen omdat hij dacht dat Paulus en Silas ontsnapt waren? En Obadja zegt hier maar zo dat hij niet zo'n omkeer kent. Is het mis met hem?

Nee. Een mens kan op verschillende manieren tot verandering en bekering komen. Plotseling, in één dag die je nooit vergeet. Dat is een geweldige ervaring. In iedere gemeente zijn er wel zulke mensen. Maar de omkeer kan ook heel geleidelijk aan gaan. Vooral bij kinderen die van jongsaf aan getrokken zijn door de Heilige Geest. Zoals Timotheüs van kinds af aan de HEERE vreesde zonder een duidelijke omkeer. Zoals God genoemd wordt de God van Abraham. Izaak en Jacob, terwijl je niet van een plotselinge bekering leest van Izaak.

Je leest wel wat anders van hem. Toen Eliëzer met een vrouw voor Izaak thuis kwam vonden ze Izaak biddend op het veld. Dat was hij gewend om elke avond te doen. Dat was een vrucht van zijn veranderd zijn. Het is beter op de vrucht van een boom te letten dan te speuren naar het eerste begin van de wortels. Dat is vaak verborgen voor onze ogen.

Zo heeft ook Obadja vruchten die erop wijzen dat hij een gelovig man is. In de eerste plaats kent hij Elia. Ze hoeven zich niet aan elkaar voor te stellen. Ze hebben een oude relatie. Gods kinderen zoeken elkaar op en willen samen spreken over de grote en genadige daden Gods, die zij in hun leven ondervonden hebben. 'Zeg mij wie uw vrienden zijn en ik zal zeggen wie u bent'. De vreze des HEEREN schept gemeenschap met elkaar. Men voelt elkaar aan, en men heeft soms maar een half woord nodig om elkaar te begrijpen.

In de tweede plaats heeft Obadja honderd profeten des HEEREN verborgen. Wat een moed. Hij trotseert Izebel en zet zijn leven op het spel, om niet te spreken van zijn functie. Wat zal het een moeite gekost hebben om in die tijd van honger nog honderd mensen extra te voeden! Hij moet alles op het spel gezet hebben. Zoals de apostelen alles verlaten hebben om de Heiland te volgen. Zoals de weduwe in de tempel al haar huishoudgeld, die twee kleine penningen, in de schatkist wierp. Ieder kind van God kent die onberekenbare liefde als Gods genade zijn hart vervult. Dan zou men in deze ogenblikken alles willen geven.

In de derde plaats gehoorzaamt Obadja het bevel van Elia, al lijkt dat nog zo gevaarlijk. Hij gaat de koning halen omdat hij vertrouwen heeft in het profetische woord, omdat hij dat een woord van God acht. Met dat Woord waagt hij het om naar Achab te gaan. Dat is voor hem het eind van alle tegenspraak. Dat heeft in het leven van Obadja het laatste woord.

Obadja kan geen plotselinge omkeer vertellen. Alleen maar dat hij de HEERE vreesde van zijn jeugd af aan. Maar dat kwam dan ook in zijn leven openbaar. En de grote vraag aan u is niet: 'Kunt u de dag aanwijzen waarop u bekeerd bent? ' Gelukkig als u het kunt. Maar dat zijn er in de gemeente maar enkelen. De vraag is wel: 'Vreest u de HEERE? ' Want dat is het allerhoogst en eeuwig goed. Dat geeft uw leven kracht, dat geeft moed, dat geeft voldoening, meer dan al het aardse geven kan. Want dat laat mensen innerlijk leeg. Dat is dood, al wordt er nog zo veel lawaai bij gemaakt. Als de verloren zoon elke dag vrolijk en prachtig leeft, dan kan God daar alleen maar van zeggen: 'Wat een dode boel'. Wie de HEERE vreest zou zich zijn leven niet zonder God kunnen voorstellen. Dan zou het leeg en zinloos zijn. En dat kan niet worden opgevuld met wat deze wereld te bieden heeft aan vermaak en welvaart. Daarom is Obadja bereid zijn geld en positie in de waagschaal te stellen voor de dienst des HEEREN. Hoe is dit in uw leven? Wat heeft u willen opgeven, mogen opgeven? Kunt u getroost leven en de HEERE niet vrezen?

Obadja en Elia

Zou Elia hebben kunnen leven in de plaats van Obadja? Men mag toch wel aannemen dat Obadja regelmatig Achab sprak, en op zijn tijd ook wel Izebel zal ontmoet hebben. En hoe vaak zal hij niet één van de honderden Baalspriesters tegen het lijf gelopen zijn? Als Elia aan het hof geleefd had, zou hij dan niet iedere keer hebben getuigd en vermaand en bestraft? Elke keer als we lezen van een ontmoeting tussen Achab en Elia dan vliegen de vonken eraf. Elia had het geen week, geen dag aan het hof kunnen uithouden.

En Obadja dan? Die zwijgt en doet zijn werk. En waarlijk niet uit lafheid. Obadja is een moedig man. Hij zwijgt ook niet omdat hij vrede heeft met de gang van zaken. Hij mag getuigen van zichzelf dat hij de HEERE vreest. En let op, Elia trekt dat niet in twijfel en vermaant hem ook niet om zijn positie op te geven.

Wat van Job (Lot) geschreven staat zal ook gegolden hebben van Obadja, nl. dat deze rechtvaardige man, wonende onder hen, dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld heeft door het zien en horen van hun onrechtvaardige werken.

Maar het is wel Obadja, die de profeten des HEEREN redt: Het leven van honderd kinderen Gods spaart. Heeft Obadja geen grote dienst aan het Koninkrijk Gods bewezen? Want die profeten zijn het, die na de dood van Izebel weer door kunnen gaan met het volk te onderwijzen en op te roepen tot de dienst aan de ware God. Israël heeft zowel Obadja's als Elia's nodig, die elkaar niet veroordelen, maar aanvullen.

Zo zullen velen van ons moeten leven in deze ontkerstende wereld. We zullen vaak onze ziel moeten kwellen door het horen en zien van goddeloosheden. En Amos heeft al gezegd:

'Daarom zal de verstandige te allen tijde zwijgen, want het zal een boze tijd zijn'. Alleen, als het maar geen zwijgen is uit lafheid, of een zwijgen uit onverschilligheid. En als we ook maar durven spreken als de HEERE daartoe de gelegenheid geeft. Wanneer spreken, wanneer zwijgen? Wanneer Obadja zijn, wanneer Elia? Het leven is zo ingewikkeld dat hier niet zo maar een aantal regels te geven is. Alleen de Geest van de Heiland kan ons leiden. Een nabij leven bij de Heere Jezus kan ons behouden bij het rechte pad. Daarom denken we weer aan het vers: 'Wie heeft lust de Heer te vrezen. God zal dan Zelf zijn leidsman wezen, leren hoe hij wand'len moet'.. Dan zal de Heilige Geest ons leren zwijgen en leren spreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

1 Koningen 18 : 12b

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's