De predikant en zijn tijd (2)
Wij noemen in de derde plaats het indifferentisme. Dat is de geest van de totale onverschilligheid.
Wij noemen in de derde plaats het indifferentisme. Dat is de geest van de totale onverschilligheid. De geest van Gallis. Het is de pit van het praktische goddeloze leven. Dat overvleugelt alle hoger geestelijk streven. Een geest van diepe slaap komt over ons. Vele, ook van ónze gemeenten zijn in die slaperigheid verstikt. En nu kan men mooie woorden prevelen in overvloed; conferenties houden in eindeloosheid. Het indifferentisme zegt: laat de klok maar luiden. Wij willen deze geest ditmaal nu niet verder omschrijven. De lezer ga eens bij zichzelf te rade en doordenke eens in de diepten van eigen hart en leven hoe vaak zich deze geest meester maakt van ons natuurlijk leven. Hetzij in de gevoelszwijmeling, hetzij in de zogenaamde flinkheid van het zwaarmoedige leven - overal dringt zich deze geest in. Maar waar het op aankomt is dit, dat onze haan moet koning kraaien. Wij bukken en wij buigen niet voor de hoge God. Wij gevoelen ons braaf. Waar wij daarentegen eindelijk zijn omgevallen - zie - daar kan de Geest des vaders ons herscheppen tot een volkomen nieuw leven der genade.
De predikant moet al die tendenzen onderkennen, beoordelen en waarde geven. Zijn standpunt dient hij in deze nauwgezet te bepalen. En hoe zal hij nu deze grootse taak kunnen uitvoeren? Doordat hem tijd gelaten wordt. Hier bedoelen wij met het woord 'tijd' eenvoudig tijdruimte, de tijd van de klok. Een ouderling uit één onzer gemeenten gaf onlangs de diepe raad in een gesprek over deze zaken: voor allé arbeid is nodig: tijd in de eerste plaats, daarna liefde en vervolgens bekwaamheid. Waar geen tijd is, daar komt het werk niet af of mislukt het door gebrek aan tijd. Dat is een punt in het leven van vele pastores. De week is zo óm met vergaderingen, bezoeken, catechisaties en velerlei andere bijeenkomsten. Vaak ontleedt men na afloop van zulke samenkomsten het resultaat en komt dan tot de conclusie: het heeft niets betekend. De stilte voor de omgang met Gods Woord, het onderzoek van een uitlegkundig werk over een bepaald gedeelte van de Bijbel - het ontbreekt vóór en na. Zo verschrompelt het onderscheidend vermogen. Wij weten heel goed dat niet ieder het vermogen tot indringende studie bezit. Maar van een ieder pastor mag op zijn minst wel worden verwacht, dat hij zelfstandig, met raadpleging van verschillende bronnen, studeert. En juist voor dit werk in de stilte ontbreekt vaak elke gelegenheid. Het moge een tijd lang goed gaan, de predikant teert op zijn fonds tijdens zijn studie verkregen - maar gaandeweg wordt hij uitgeloogd en raakt uitgeput. Wie daar niet ingrijpt en met harde hand zijn tijdsindeling herziet, wordt misschien wel een meeslepende kanselbabbelaar en pastorale manager; hij blijft geen theoloog. Althans de theologie gaat in zijn binnenste een wisse dood tegemoet!
Waakzaamheid is derhalve nodig op het punt van tijdbeheersing. Maar vervolgens behoeven wij liefde. Waar liefde ontbreekt, daar gebeurt alles koud, harteloos en zielloos. Wij weten echter: liefde is een gave van de Heilige Geest. Deze gave schenkt talent om met mensen om te gaan. Juist de liefde doet verborgen onderstromen ontdekken; verbindingen ontvouwen wij waar wij ze tevoren nooit hadden vermoed. Echte warme liefde is als een zesde zintuig. Het opent de mogelijkheid om daar toegelaten te worden waar niemand anders komt. Oprechte liefde is wat anders dan vlotte populariteit en gewildheid. Een pastor kan stijf zich bewegen, stroef zijn in zijn manieren, maar eenvoudige gemeenteleden zien dwars door die houterigheid heen en voelen waar het hart klopt. Ontroerende voorbeelden hebben wij er van gezien, dat predikanten gedistinngeerde figuren waren in hun dagelijks leven, maar tientallen jaren lang in het geheugen van hun gemeente bleven gegrift om hun woord en werk en hun persoon. Vlotte beginners zagen even rond in de gemeente, werden bejubeld en... even snel vergeten als zij kwamen. Er herinnerde zich niemand zelfs maar één enkele preek. Het was de koudheid der ziel achter de vriendelijke lach. Die koudheid werd niet gezien, maar wel gevoeld.
Tenslotte is er nog de bekwaamheid. Deze moet niet alleen door de opleiding zijn verkregen, maar dient ook op peil gehouden te worden. Het ligt niet zozeer in het lezen van vele boeken, maar wel in het vele malen lezen van een enkel boek. De beroemde schrijver Stefan Zweig vertelt in zijn levensbeschrijving 'Die welt von gestern' van een diep ingeworteld wantrouwen tegen ieder akademisch bedrijf. Goede boeken vervangen de beste universiteit. Welnu, bij het ouder worden blijkt vaak dat men het meeste voor zijn vorming heeft te danken gehad aan boeken, die op de universiteit nooit of te nimmer werden genoemd, of zelfs met minachting werden bejegend. Zweig is er zelfs van overtuigd, dat men een uitstekend geleerde worden kan, zonder ooit een universiteit of zelfs een gymnasium te hebben bezocht. Daarmee veracht hij de opleiding aan de academie niet, maar is wel van oordeel dat individueel productieve naturen door de studie aan een universiteit kunnen worden belemmerd. Wij schrijven daarmee nu niet neer dat derhalve onze predikantenopleiding niet zou deugen. Verre van dat - wij willen alleen zeggen, dat het gedurig nadenkelijk lezen van onze klassieken het oordeel minstens evenzeer opscherpen en de bekwaamheid op peil houden kon als het najagen van het allernieuwste op boekengebied. Er zijn markante gemeenteleden, die maar weinig boeken gelezen hebben - maar wat zij lazen is doordacht en verteerd en soms hebben dezen het gebint van onze tijd veel beter door dan menig universitair geschoolde. Wij bedoelen dit: om met liefde de arbeid te kunnen verrichten is scholing nodig aan het begin en bij de voortgang.
Wij hebben de indruk dat velen in de overmaat van werk en bezigheid daar nooit meer aan toe komen. Wie in de gemeente komt vervalt al dadelijk in de rosmolen van iedere dag. Op deze manier zijn wij misschien wel hoogst actief, maar de uitholling komt onherroepelijk nabij. Gelukte dat nu maar regelmatig enige uren met goed lectuur bezig te zijn, er ware veel gewonnen. De wens mogen wij wel neerschrijven, dat ook de kerkeraden daarop toe zien, dat hun predikanten geen managers worden.
Tijd, liefde, en bekwaamheid dus. Ongetwijfeld zal dit punt ook op de eerstvolgende ambtsdragersvergaderingen wel aan de orde komen. Wie geregeld geven moet, dient ook eerst zelf te verzamelen en het is onze toenemende zorg, dat vele ambtsdragers aan deze zaak niet meer toekomen. Daarom is er zo weinig oorspronkelijkheid onder ons, zo weinig echte visie. Vaak durven wij het niet aan nieuwe initiatieven te nemen. De tijd ontbreekt om de liefde te voeden en te onderhouden en dat heeft weer tot gevolg een tanende bekwaamheid. Verwacht toch andere dingen dan populaire predikanten, vlotte sprekers, goede leiders van vergaderingen. Dat zijn allemaal wel schone zaken, maar het Woord wast in de stilte. Daar moeten wij allereerst de tijd voor afnemen. De rest komt vanzelf wel. Onze gemeenten zijn in doorsnee veel te groot en te bewerkelijk. De tijd is gekomen eindelijk eens in te zien dat het voor velen niet langer meer kan. Natuurlijk, er zijn vele goede uitzonderingen. Maar daar staat tegenover dat vele eenmansgemeenten inmiddels zo zijn uitgegroeid, dat alleen ten koste van roofbouw op de voorgangers wordt voortgegaan. Gewoonlijk zijn wij in de kerkelijke aangelegenheden veel minder eisend, dan de wereld en de aardse belangen in hetgeen zij vragen!
Waar de tijd gegeven wordt tot verdieping, wordt misschien een heleboel niet gedaan. Maar wat hindert dat? Er zijn vele bezigheden, die enkel uit luxe geschieden ep evengoed door anderen konden gebeuren. Een onbevangen blik kan die bezigheden zelf opspeuren. Wij geven dit slechts door tot lezing en vermaak. Het hoofddoel is te betogen dat de predikanten door vreugdevolle studie hun tijd beter leren doorgronden uitgaande van het Woord. De gemeente holt haar predikant uit en de predikant holt zijn gemeente uit. De mogelijkheid tot een vernieuwing en verdieping van de gemeente is pas dan gegeven, wanneer wij een totaal andere waardenordening durven invoeren. Wij zouden daarbij alles winnen en niets verliezen. De moeilijke concentratie op de Boodschap Gods en de doordrinking daarvan voor de situatie hier en nu zal intense gevolgen hebben voor de kerk. Nu gebeurt er heel veel, maar er geschiedt zo weinig. Warneer wij dat eens durfden, er zou een nieuwe lente dagen, een nieuwe tijd!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's