Dienstverlening van de Nederlandse Zendingsraad aan de Evangelische Omroep
Het is ongehoord, en toch is het waar: sinds 16 september jl. heeft de Hervormde Raad voor de Zending, zonder daarvoor door de Evangelische Omroep gevraagd te zijn, haar diensten aan deze Omroep niet slechts aangeboden, neen, zonder meer verwerkelijkt.
Het is ongehoord, en toch is het waar: sinds 16 september jl. heeft de Hervormde Raad voor de Zending, zonder daarvoor door de Evangelische Omroep gevraagd te zijn, haar diensten aan deze Omroep niet slechts aangeboden, neen, zonder meer verwerkelijkt. En het Moderamen van de Hervormde Synode heeft - wat men ook allerminst verwachten zou - daarbij hand-en spandiensten verleend.
Moge iemand nog steeds de indruk hebben gehad, dat het Moderamen van de Synode en zeker de Zendingsraad nu niet bepaald gunstig oordeelden over de E.O., dan zal vanaf nu dat niemand meer kunnen volhouden. De bedoelingen die beide instanties gehad hebben, daar hebben wij het nu nog niet over, dat komt verderop, wij hebben het alleen over de feiten. Wat zijn dan deze feiten? In verband met de zendingsconferentie die van 12 tot 25 mei 1980 te Melbourne gehouden is, nodigde de E.O. een aantal sprekers uit om in de rubriek 'Theologische Verkenningen' iets over deze conferentie te zeggen. Dat is ook gebeurd. De sprekers waren de volgende personen: prof. dr. J. van Bruggen, drs. M. K. Drost, drs. W. van Heest, drs. A. G. Knevel, drs. W. van Laar, de heer A. Stringer, dr. C. A. Tukker en drs. J. A. E. Vermaat. De voordrachten door deze sprekers gehouden werden gebundeld en (gestencild) uitgegeven. Er werd getracht de theologische vraagstukken van Melbourne 1980 zelfstandig te bekijken en van het aldaar verhandelde een zo objectief mogelijk beeld te geven. Dat dat laatste nogal kritisch uitviel, kan moeilijk iemand, die de activiteiten van de Wereldraad van kerken en de daaronder resorterende Wereldzendingsraad kent, bevreemden.
Het blijkt nu dat men ook in de Nederlandse Zendingsraad zich met het rapport van de E.O. heeft beziggehouden.
En ds. R. J. van der Veen, de algemeen secretaris van deze Raad, is toen, naar ik aanneem met fiat van heel de Raad, in de pen geklommen, en heeft een stuk samengesteld. Hij ging de E.O. een dienst bewijzen. Wij allen als predikanten van de Hervormde kerk kregen het in de eerste dagen van oktober thuisgestuurd. Op heel mooi papier. Het moet de Zendingsraad een lieve cent gekost hebben. Ik heb steeds gedacht dat daar nogal gebrek aan geld was, nu blijkt het echter mee te vallen. In ieder geval, wie het stuk wil aanschaffen: het kost ƒ 1, 50. Het is zeker de moeite waard, want er worden u - wat maar zeldzaam voorkomt - twee dingen tegelijk aangeboden. Hele stukken uit de Melbourne-rapporten en hele stukken uit het E.O.-radioprogramma. En die staan steeds keurig naast elkaar. Al dat werk heeft ds. Van der Veen vast voor u gedaan. Het bespaart enorm veel tijd en moeite. De liefde van ds. Van der Veen (en van het Moderamen) voor de E.O. was mij eigenlijk gezegd tot nogtoe onbekend. Nu móet ik er haast wel in geloven.
'k Kan me voorstellen dat iemand mij de vraag voorlegt of ik er soms ook enig idee van heb, wat nu precies de bedoeling is van deze uitgave en dus van het monnikenwerk dat Van der Veen eraan besteed heeft.
Wel, die bedoeling is zo klaar als een klontje. Van der Veen wil aantonen dat Melbourne 1980 minstens zo bijbelgetrouw en orthodox is geweest als de E.O. is. Op een impliciete wijze fungeert de visie van de heer Knevel en van de andere sprekers voor de E.O. over Melbourne blijkbaar binnen de Zendingsraad als norm. Men kan het onmogelijk verdragen dat ook maar bij iemand zelfs de gedachte zou opkomen, dat er te Melbourne dingen gezegd zouden zijn die bij de E.O. en aanverwante kringen verkeerd konden vallen.
Denk bijvoorbeeld niet dat Melbourne op de horizontalistische lijn heeft gezeten - geen sprake van. Het was puur vertikalisme! Lees de rapporten. Dat vertikalisme is wel altijd de E.O. verweten, maar de Zendingsraad neemt het er nu ook voor op - zie Melbourne!
Mijn hartelijke wens is dat vele predikanten (die het gratis gekregen hebben) het stuk zullen lezen. Nauwkeurig de woorden en zinnen wegend. De E.O. zal het geen kwaad doen. De Zendingsraad misschien wel, maar dat is hun eigen schuld. En Melbourne nog het meest. Hoor maar, en nu word ik serieus.
Wat staat in het rapport van sectie 1.4? 'Aan allen die reikhalzen naar gerechtigheid en vergeving biedt Jezus Christus het discipelschap en de oproep dienstbaar te zijn'. Dat is de eerste zin. Is het wonder dat Knevel schreef: 'het horizontale Evangelie kreeg op deze zendingsconferentie toch wel verreweg de overhand.' Kan Van der Veen dan niet meer lezen? Heeft hij niet eens meer in de gaten dat hij alleen al door het citeren van deze eerste zin alle opmerkzame lezers naar de kant van Knevel trekt? Als het gaat over een aanbod van Jezus Christus aan hen die reikhalzen naar gerechtigheid en vergeving, wat kan dat aanbod dan anders zijn, volgens het getuigenis van de Schrift, dan verzoening en genade? Maar dat zegt het rapport van Melbourne niet! Neen, het verwijst de reikhalzenden naar zichzelf: zij moeten discipelen zijn en zij moeten dienstbaar zijn. Nu gaat het er niet over dat wij dat inderdaad óók moeten zijn, maar wat in het Evangelie het tweede is, dat is hier het eerste, en dat betekent dat het evangelie geen Evangelie meer is, maar Wet. En de verwettelijking van het Evangelie is hét kenmerk van het horizontalisme !
Zo zouden wij uit de rapporten van Melbourne wel tientallen zinsneden kunnen aanhalen die de kritiek die er op uitgebracht is, alleen maar rechtvaardigen.
Van der Veen behoeft echt niet deze vreemde jas aan te trekken van een goed bijbels en orthodox Melbourne, want die jas past hem toch niet.
En de lezers zullen dat wel ontdekken ook. Als zij tenminste werkelijk lezen kunnen. En dat hopen wij. Neen, dit stuk doet de E.O. geen kwaad. Het is - onbedoeld - voor de E.O. een pracht stuk propaganda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's