De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De sleutel past niet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De sleutel past niet

9 minuten leestijd

De sleutel die prof. Van Gennep hanteert om de Bond te vinden past niet in het slot.

Op zoek

In zijn bijdrage aan 'In de Waagschaal' van 3 oktober 1981, onder de titel 'Verbond met de 'Bond' ' doet prof. dr. F. O. van Gennep een poging de Gereformeerde Bond te 'vinden'. Hij maakt enige verkenningen waardoor hij wil bevorderen dat 'de plaats en betekenis van de Gereformeerde Bond binnen de Hervormde Kerk iets meer duidelijk wordt'. Hij vindt een dergelijke onderneming wel een hachelijke zaak 'voor iemand, die zozeer buiten het milieu en de sfeer van de Bond staat'. De afstand is immers groot. 'We worden gescheiden door een religieuze en sociale kloof', aldus prof. Van Gennep.

Zijn poging de Bond te verstaan is niet onsympathiek bij me overgekomen. Ik meen ook, dat hij het serieus probeert. Hij doet het niet zonder zelfkritiek en kritiek op 'de midden-orthodoxie'. Zo kan hij schrijven: 'Voor ons, Waagschaal-lezers, zou het een ramp zijn, als wij aan ons beschaafde linkse denken zouden zijn overgeleverd. Ook wij, middenorthodoxen, verworden zonder de Bond tot een bleke club van sociaal-en bloed-verwante nesthokkers, die elkaars grapjes begrijpen en er dezelfde smaak op na houden. Zo'n kerk is een soort rotary-club geworden, een gezelschap van mensen, die zeggen de gehele wereld te willen dienen en dat doen door een exclusieve cercle te vormen, waarbinnen zij elkaar de bal toespelen. Een Hervormde Kerk, die de Bond toe zou staan een 'ecclesiola in ecclesia' te zijn, dreigt zelf zo'n ecclesiola te worden'. Dat zijn behartigenswaardige woorden, die hopelijk hun uitwerking zullen hebben. Evenals wat helemaal tegen het einde is te lezen over 'noodzakelijke correcties op de vervlakking van het midden-orthodoxe geloofsleven en de neiging God Zelf anthropologisch te omsingelen'.

Pleidooi

Prof. Van Gennep pleit voor een verbond met de Bond. Voor de totstandkoming van dat verbond moet gestreden worden. 'We hebben geen andere keuze, niet alleen omdat we anders aan onze burgeroorlogen te gronde zullen gaan en niet meer kunnen leren van de sterke punten van de ander, maar ook omdat een kerk, waarin het niet tot een verbond komt, ieders aanspraak op katholiciteit heeft prijs gegeven'. De schrijver realiseert zich wel, 'dat bepaalde groeperingen binnen de Bond niet tot een dergelijk verbond bereid of in staat zijn'. Evenwel zal dit verbond er moeten komen. Het wordt niet helemaal duidelijk wie nu als de verbondspartner voor de bond is gedacht: zijn dat 'de mensen van 'de middenorthodoxie', de 'gematigde progressieven' en 'verlichte Bathianen van In de Waagschaal' óf is dat de Hervormde Kerk na aftrek van de Bond? Overigens staan deze beide mogelijkheden niet erg ver van elkaar, wanneer wij bedenken, dat de toon in de Hervormde Kerk wordt aangegeven door de midden-orthodoxie. Wat ook niet helemaal duidelijk wordt is hoe dit verbond, naar de visie van prof. Van Gennep moet worden gevuld. In elk geval wil hij de Bond, die zich naar zijn mening de laatste decennia steeds meer heeft ontwikkeld tot een 'schaduwkerk' vasthouden. Wij van onze kant zeggen steeds weer, dat wij juist vanwege Gods verbond aan de Hervormde Kerk vasthouden.

Prof. Van Gennep ondersteunt zijn pleidooi voor een verbond met de Bond met een zoekactie. Hij probeert de Bond te vinden, meer begrip voor de Bond te krijgen en te wekken. Deze poging nu, hoe goed bedoeld ook, moet ik evenwel als mislukt beschouwen. Waarom, dat hoop ik zo dadelijk uiteen te zetten. Eerst moet ik, bij wijze van tussenspel, nog enkele korte opmerkingen kwijt.

Tussenspel

1. 'We spreken elkaars taal niet en we lezen elkaars boeken en tijdschriften niet', aldus prof. Van Gennep in verband met de religieuze en sociale kloof tussen de Bond en 'de anderen'. Ik denk, dat het eerste wel, maar het andere slechts gedeeltelijk waar is. Als ik mij niet vergis zijn althans de predikanten die tot de Bond behoren redelijk goed thuis in de theologie van de midden-orthodoxie. Al was het alleen maar vanuit hun opleiding aan de Academie. De kennis van de gereformeerde theologie is daarentegen, voorzover mijn waarneming reikt, in midden-orthodoxe kring uitermate gering. En van serieuze belangstelling voor publicaties vanuit de Bond valt dan ook weinig te bespeuren.

2. Ook brengt prof. Van Gennep onze strategie te berde 'waardoor de Bond terrein wint in streken, waar zij (dit behoort taalkundig 'hij' te zijn, maar prof. Van Gennep schrijft steeds 'zij' en 'haar', LJG) tevoren niet of nauwelijks vertegenwoordigd was'. Hoe vaak zal nog gezegd moeten worden, dat de Bond op dit punt geen enkele strategie voert? Het zijn de gemeenten zélf, die, beu geworden van een prediking die de Schrift geen recht laat wedervaren en het hart onberoerd laat, de steven wenden. Het zijn de kerkeraden zélf, die, zat van de midden-orthodoxe prediking, een prediking gaan zoeken die brood biedt voor het hart. Het punt van de prediking blijkt steeds weer beslissend te zijn. Aan zo'n overgangsproces komt de Bond als organisatie in het geheel niet te pas.

3. De term 'innerlijk licht' is onder de gereformeerden in de Hervormde Kerk nooit gangbaar geweest. Deze werd en wordt misschien nog aangetroffen in mystieke kringen daarbuiten.

4. Vanaf de Reformatie heeft de vaderlandse Kerk een gereformeerde belijdenis. Het gaat de Bond om het recht van deze belijdenis. Vanaf de Reformatie is er een gereformeerd 'volk' in de vaderlandse Kerk. Ondanks Afscheiding en Doleantie is een deel daarvan in die Kerk gebleven. Als men het heeft over de Bond wordt vaak bedoeld dat gereformeerde deel van onze Kerk, hoewel dat maar zeer ten dele in de Bond is georganiseerd. Mij gaat het dan ook niet om de Bond als organisatie op zich. Het gaat me als gereformeerd belijder om de Kerk, opdat zij een gereformeerde Kerk zal zijn.

Ik wil aannemen, dat prof. Van Gennep, als hij het steeds heeft over de Bond, eigenlijk bedoelt het gereformeerde deel van onze Kerk.

De sociologie te hulp

Om het verschijnsel van de Bond te duiden roept prof. Van Gennep de hulp in van de sociologie. Dat is niet geheel verwonderlijk meer, omdat hij eerst gesteld heeft, dat er een religieuze én sociale kloof gaapt tussen de Bond en de anderen, wie hij dan ook precies met die 'anderen' moge beogen. Zeker, wel wordt opgemerkt, dat 'het verklarend vermogen van de socioloog uiterst beperkt (is)'. En dat deze hulpdienst niet meer kan zijn dan een poging tot begrip. Maar desondanks gaat prof. Van Gennep met behulp van de sociologie de weg op van de verklaring. Dat is jammer, want de sociologie kan geen echte bijdrage zijn tot begrip voor of verklaring van de Bond of de gereformeerde religie.

De sociologie ontspoort zodra zij verder gaat dan objectieve waarneming en beschrijving, voorzover deze überhaupt mogelijk zijn. Zij is niet in staat een bijdrage te leveren tot theologische conclusies. Wanneer met name in een (neo-)marxistische visie sociale posities, die via de sociologie op te sporen zijn, bepalend worden geacht voor de religie, verwerp ik dit uitgangspunt en dus ook de conclusies waartoe dit uitgangspunt leidt, hartgrondig. Noch het christendom in het algemeen noch de gereformeerde religie in het bijzonder zijn langs de weg van de sociologie verklaarbaar. Het geloof in de waarachtige God, de Vader van onze Heere Jezus Christus doorsnijdt elke maatschappelijke orde. Dan zijn de welgestelde Lydia in Filippi en de merendeels arme christenen in Corinthe lid van één en dezelfde Kerk.

Onterfden

Prof. Van Gennep beschouwt de Bonders als (nazaten van) onterfden, mensen die behoren tot de onderliggende groepen van de bevolking. In deze situatie komt geleidelijk enige verandering dankzij het emancipatieproces, dan vraag ik: wijzen b.v. naam en functie van de Bonders van het eerste uur in deze richting? Heeft de gereformeerde religie in Drenthe, met zijn 'slaven' in de veenkoloniën en plaggenhut-bewoners in de vorige eeuw, zo diep wortel geschoten? Moest dan de super-rijke mr. G. Groen van Prinsterer geen aarts-liberaal zijn geweest?

Een objectief en descriptief onderzoek naar de sociale posities van de gereformeerden in de Hervormde Kerk zou hoogstwaarschijnlijk aan het licht brengen, dat deze weinig verschillen van die van andere, meelevende Hervormden. Zijn de Hervormden in, om maar wat te noemen, Ede, zo achtergebleven bij die in Leeuwarden, die in Veenendaal zo achter op die in Alkmaar?

Al zijn in onze kring de adel en het patriciaat schaars vertegenwoordigd en de academisch gevormden niet zo talrijk, geheel ontbroken hebben zij nooit. En het is ons noch schande noch armoe, wanneer, naar de karakteristiek van prof. Van Gennep, 'dagloners en keuterboertjes, vissers en klompenmakers' in niet geringe mate deel uitmaken van het gereformeerde volk. Het is voor een echte bourgeois misschien nog iets onmogelijker dan voor dezen om de verschijning van de Heere Jezus, die zo nederig was, op te merken en lief te hebben.

Dat de ware godsvrucht niet in de eerste plaats in de huizen van de aanzienlijken te vinden was en is, zou wel eens te maken kunnen hebben met Gods voorkeur en verkiezing.

Erfgenamen

Niet alleen als onterfden, ook als erfgenamen beschouwt prof. Van Gennep de Bonders. Erfgenamen van een rijk verleden. Hij besluit zijn artikel met de woorden: '... juist in die hoedanigheid hebben zij ons veel te zeggen'. Inderdaad is ons een rijk erfgoed toevertrouwd. Dit te laten gelden voor het geheel van de Hervormde Kerk is het verlangen van de Bond. Laten sociologische hulpdiensten daarbij maar achterwege blijven. In de uitwerking daarvan door prof. Van Gennep brengen die ons geen stap nader tot elkaar. Als consequentie daarvan zou voor de hand liggen, dat het belijden van de gereformeerde religie eigenlijk teruggaat op een gebrek aan wetenschap en cultuur en aan ongunstige sociale omstandigheden. Het aanhangen van deze religie evenwel gaat terug op de keuze van het hart, dat geraakt is door Gods genade en vernieuwd door Zijn Geest.

Prof. Van Gennep deed een vriendelijke poging over de kloof te komen. Helaas was zijn aanloop te kort. Anders gezegd: de sleutel die hij hanteert om de Bond te vinden past niet in het slot. Hij zal niet de sleutel van de sociologie maar die van de theologie dienen te hanteren wil hij, naar zijn eigen woord, de Bond 'vinden'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De sleutel past niet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's