De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Elevatie of Reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Elevatie of Reformatie

Over het Avondmaal

7 minuten leestijd

Een gewichtig, zoal niet hét gewichtigste moment in een roomse misbediening, is dat van de elevatie.

Een gewichtig, zoal niet hét gewichtigste moment in een roomse misbediening, is dat van de elevatie. Het is het moment waarop de priester, die de mis bedient, met zijn aangezicht naar het volk gekeerd, het brood dat volgens de leer van de kerk van Rome door de consecratie (wijding) veranderd is in het lichaam van Christus, opheft en daarmee aan het volk toont.

Al vanouds ervaart het roomse kerkvolk dit als een hoogheilig moment. Het gebaar, dus deze elevatie, is pas opgekomen in de Middeleeuwen. Het houdt vanzelfsprekend rechtstreeks verband met de ontwikkeling die de sacramentsleer in de kerk van Rome gedurende die eeuwen heeft doorgemaakt.

Steeds nadrukkelijker ging men spreken van een 'wezensverandering'  (transsubstantiatie) van brood en wijn in het Avondmaal. Op het IV Lateraanse concilie is door paus Innocentius III deze wezensverandering officieel als dogma afgekondigd.

Aanvankelijk betrof de elevatie alleen het brood van het Avondmaal; later pleegde men hetzelfde gebaar ook met de wijn. In dat laatste geval was het de kelk die werd opgeheven. Sinds de 16e eeuw is dit gebruik in de roomse kerk. De elevatie werd in de Middeleeuwen zo hoog gewaardeerd, dat zij meermalen tevoren door klokgelui werd aangekondigd. Zij gaf vaak aanleiding tot zeer bijgelovige praktijken.

De Reformatie heeft het gebaar, zoals wel te verwachten viel, afgeschaft. Niet alleen vanwege die bijgelovigheden, maar ook omdat het sacrament in z'n geheel een andere betekenis kreeg.

In dat ene gebaar van de elevatie kan men heel Rome's sacramentsleer, maar verder ook heel de roomse vroomheid, of zoals men tegenwoordig wel zegt: Rome's spiritualiteit aflezen. En die beide zijn door de Reformatie radikaal afgewezen. Die heeft het sacrament weer hersteld, naar wat het is volgens het getuigenis van de Heilige Schrift.

Drie kenmerken van Rome's leer en vroomheid wil ik noemen die af te lezen zijn van dat ene gebaar van de elevatie, tijdens de misbediening.

In de eerste plaats: het Avondmaal is bij Rome een offer. De priester heft de hostie en de kelk omhoog om te laten zien: Zie, dat offeren wij aan God! Brood en wijn zijn hier dus offergaven. Gaven van de mens aan God. En het gaat via de priester, dus via de kerk. Welk een macht bezit die kerk! Wat Christus gedaan heeft op Golgotha, dat kan, op haar wijze, ook de kerk. In de Mis wordt Christus opnieuw, zij het onbloedig geofferd. Door de priester, die gewijd is door de kerk. De mens in de gestalte van de kerk blijkt tot dit offeren in staat te zijn. Hij kan dit. Zijn offer is een goed werk. Hoe meer offers, dat wil zeggen misvieringen, des te meer goede werken. Het is de roem der roomse kerk, dat zij, onder andere in haar misbediening, zoveel goede werken doet. In de tweede plaats: het gebaar van de elevatie getuigt van een vergoddelijking van het stoffelijke. Het is maar niet gewoon brood en het is maar niet gewone wijn die aan het volk worden getoond in de elevatie, het is goddelijk brood en het is goddelijke wijn. Het is Christus, dus God zelf. Het stoffelijke: brood en wijn, is vergoddelijkt. Hier is, naar rooms besef, Christus zelf aanwezig, niet alleen door de Geest, maar zeer reëel en substantieel, lichamelijk, met verheerlijkt lichaam. Het natuurlijke (brood en wijn) blijft bij Rome, in het sacrament niet natuurlijk, het wordt opgenomen in het bovennatuurlijke.

Dat is bij Rome niet alleen in het sacrament zo, dat is in alles zo. Het huwelijk blijft niet wat het is: een scheppingsordinantie, het wordt een sacrament en door het sacrament opgenomen in de bovennatuurlijke orde. De staat, een scheppingsordinantie Gods, krijgt slechts beperkte rechten toegewezen. De kerk, als instituut van het bovennatuurlijke leven, staat boven haar. Het is in onze moderne tijd niet meer te verwezenlijken, maar naar rooms besef moet de staat, élke staat, zich buigen onder het gezag van de kerk.

In de derde plaats: dat ene gebaar van de elevatie wijst er op dat heel het christelijke leven aangelegd dient te worden op de eenwording met God. Zoals het brood en de wijn Christus, dus God zijn geworden, zo moeten ook wij streven naar Godwording. Over alles in Rome gaat de wijkwast. Daardoor wordt het natuurlijke met het goddelijke vernist. De eenwording met God, dat is het grote doel van de roomse spiritualiteit. Daarom bloeit in de kloosters de mystiek. Daar wordt bij wijze van anticipatie die eenwording met God al beleefd.

Alles streeft bij Rome naar omhoog. De kerk wordt opgeheven, en dat gebeurt in een gebouw, de kerk, die als hij oud is, dat wil zeggen uit de middeleeuwen stamt, ook in heel haar stijl naar boven wijst. De gotische stijl der kerken is de typisch roomse. Talloze torentjes wijzen als pieken naar de hemel, en de grote toren doet het in het bijzonder. De ramen van die kerken zijn hoog en hebben spitsbogen. De hele architectuur wijst naar boven. Daarin zit, in steen uitgedrukt, het streven van de roomse spiritualiteit. Het streeft alles naar boven, naar God, naar de mystieke eenwording met God.

En nu de reformatie. Die heeft dat alles geheel omgekeerd. Daarom heeft zij zulke diepe sporen nagelaten. Met haar begon de kentering van de middeleeuwen naar een andere, nieuwe tijd.

De Reformatie was anti-mystiek. Haar vroomheid was gekenmerkt door het geloof, niet door de mystiek. Luther leerde de rechtvaardiging sola fide, dat wil zeggen: door het geloof alleen.

Het sacrament veranderde nu geheel en al. Toen Luther in 1520 in zijn boek over de Babylonische gevangenschap der kerk, brak met de roomse sacramentsopvatting, zei Erasmus: Nu is het tafellaken gescheurd. En dat heeft Erasmus goed aangevoeld. Vanaf dat moment was er geen weg meer terug.

Wat is er met het Avondmaal gebeurd? De elevatie verdween. Die kelk (om ons tot haar te beperken) die tevoren door de priester hoog werd opgeheven, werd nu, door Luther en alle andere hervormers, niet meer opgeheven, maar uitgereikt. Men liet haar rondgaan. Dat was totaal nieuw. En toch: het was al oud. Want zo stelde Christus zelf eenmaal het Avondmaal in. In plaats van een gave van ons, de priester, de kerk aan God, werd het Avondmaal nu een gave van God aan ons! Precies het tegenovergestelde dus. Wat tevoren een goed werk was, werd nu een genadegave Gods.

En brood bleef brood en wijn bleef wijn. Luther moge nog wat geaarzeld hebben - dat is een kwestie apart, de andere hervormers in ieder geval lieten brood gewoon brood en wijn gewoon wijn. Het natuurlijke werd erkend als schepping Gods. Brood en wijn zijn door God geschapen en als zodanig hebben zij een functie en doen zij dienst en verdienen zij alle eer. Zij behoeven niet 'vergoddelijkt' te worden om toch God te dienen. En met het huwelijk is het ook zo. Dat behoeft niet tot een sacrament te worden; het is te eren als een scheppingsgave van God. En met de staat is het ook zo. De overheid heeft een eigen taak en roeping. Zij is niet gebonden aan wat de kerk haar dikteert, zij is gebonden aan het Woord Gods. Zij heeft haar eigen recht, al zal een goede overheid wel de kerk beschermen. En tenslotte, in de Reformatie streeft niet meer alles naar een eenwording met God toe. Tot in eeuwigheid toe zal er onderscheid blijven tussen Hem en ons. Wij zijn schepselen en zullen dat blijven. Gods wezen zullen wij nooit aanschouwen en doorgronden. Wij blijven in onze kennis van God altijd gebonden aan Christus, die de Middelaar is.

Daarom bouwen wij ook andere kerken, ook al vinden wij de oude gotische gebouwen mooi. Kerken waarin in ieder geval de kansel centraal staat. De kansel met het Woord Gods er op.

Onze reformatorische vroomheid is bepaald door het Woord. Dat Woord dat gehoord en geloofd wordt. En dan zo dat het ons geheel, innerlijk en uiterlijk, doordringt en maakt tot discipelen en volgelingen van Christus. In de reformatorische vroomheid staat het geloof centraal. Maar dan zulk een geloof dat tegelijk kennis en vertrouwen is, en dat ons wederbaart, zodat wij nieuwe mensen worden, bestemd voor het rijk van God. De elevatie hebben wij afgeschaft, is er wat voor in de plaats gekomen? Zeker. Het brood en de beker gaan nu rond. Het leven uit de genade Gods, dat is er voor in de plaats gekomen!

Overgenomen uit 'De Schakel'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Elevatie of Reformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's