Bijbels taalgebruik
Het kan niet ontkend worden - dunkt me - dat er in de loop van de tijden binnen de kerken een taalgebruik is gekomen, dat gestempeld is door tradities,
Het kan niet ontkend worden - dunkt me - dat er in de loop van de tijden binnen de kerken een taalgebruik is gekomen, dat gestempeld is door tradities, door een zich ten opzichte van elkaar, gegeven de kerkelijke gedeeldheid en verscheidenheid, ook moeten afgrenzen. Nu is taal weliswaar levend. Daar zit door de tijd heen ontwikkeling in. Wij drukken ons vandaag anders uit dan in vorige eeuwen het geval was. Het is ook goed om eigentijds te spreken. Wie zich bedient van de taal van een verleden tijd wordt antiek, is niet écht, is ook zichzelf niet. Op de Pinksterdag hoorde ieder in eigen taal de grote werken Gods verkondigen. Ondanks de babylonische spraakverwarring nam de Heilige Geest de verschillende talen te baat om Gods werken aan de mensen door te geven.
Zo mag het ook vandaag. Zo moet het ook vandaag. In onze eigen, hedendaagse taal zal het werk van God worden verkondigd. Dat wij intussen kerkelijk zo uiteen gegroeid zijn, ook in taalgebruik, is op zich een zaak, die tot nadenken stemt. Want door de verschillende kerktaal, die gehanteerd wordt, verstaan we elkaar vaak niet meer. Kerktaal kan zelfs ghetto-taal worden; een zeer afgezonderd taaltje, dat alleen door de eigen kerk, de eigen groep wordt verstaan, maar door anderen niet meer begrepen wordt. En dat is in ieder geval niet de bedoeling van de Geest op de Pinksterdag geweest.
De bijbelse woorden
Het wordt intussen bedenkelijk als 'ons' taalgebruik het bijbels taalgebruik verdringen gaat. En dat gevaar is niet denkbeeldig. Bepaalde bijbelse begrippen gaan vervagen, verbleken of krijgen een andere gevoelswaarde, worden met een andere inhoud geladen. In de tijd van het Getuigenis (1971) voegde Piet Reckman, de schrijver van Sociale Aktie ('opnieuw bekeken') mij toe, dat de rechtvaardiging van de goddeloze voor hem behoorde tot een voorbij tijdperk. Het ging er vandaag om handen en voeten te gebruiken om in de wereld actief bezig te zijn in de wereldwijde sociale problemen. Velen, die het niet zo radicaal zullen zeggen, practiseren deze visie wel. De rechtvaardiging van de goddeloze, een diep bijbels begrip, in de Reformatie herontdekt, wordt niet meer gekend en dan ook niet meer beleefd. Allerlei bijbelse begrippen hebben in de moderne theologie een omduiding van waarde gekregen. Begrippen als hemel en hel, bekering en wedergeboorte, rechtvaardiging en heiliging, hebben een vaak aards-gerichte betekenis gekregen. Ze functioneren niet meer als gelóófstukken. Ze functioneren wettisch. Wij mensen moeten en wij zullen. Maar het Evangelie is er uit. Soms is aan deze theologie ook een ghetto-taal verbonden. In een zeer elitaire taal drukt men zich uit, zodat de gemeente, het 'volk' in de gemeente, het niet meer verstaat. Het is slechts verstaanbaar voor (universitair-geschoolde) ingewijden.
Ook in de Gereformeerde Gezindte
Toch komt het hierboven gesignaleerde verschijnsel niet alleen in de moderne theologie voor. Het komt ook in onze, wat mij betreft bloedeigen Gereformeerde Gezindte voor. Men krijgt soms artikelen onder het oog, waarvan men denkt: waar is nu het bijbelse spraakgebruik? Ook hier een ghetto-taal. Ook hier een taaleigen, dat zich niet verdraagt met de klare boodschap van de Schrift. De Reformatie heeft het Sola Scriptura beleden. Het Woord alleen! Maar hoezeer zijn we soms ook in reformatorische kring niet afgeraakt van het woordgebruik in het Woord. Hoezeer is soms niet het woordgebruik van de Schrift vervangen door een bepaald bevindelijk taalgebruik? Het begint dunkt me ook in hervormd gereformeerde kring veld te winnen.
Uitdrukkingen, die soms niets te maken hebben met het wezenlijke van het geestelijk leven, zoals de Bijbel ons dat tekent. Uitdrukkingen, die soms ook cultureel bepaald zijn, nét als die in de moderne theologie. Daar zijn authentieke, échte uitdrukkingen bij, die raken aan Schriftgegevens, die eigen zijn aan dimensies die in het Woord voorkomen. Ze zijn op een bepaalde wijze vertaald, doorgegeven aan de huidige generatie. Maar soms is het ook verwrongen; er is dan niet intact gelaten wat de Schrift zegt.
We zien hoe de Gereformeerde Gezindte juist ook in het taal-en woordgebruik uiteen gegaan is, en hoe het daarom nodig is dat een hèr-ijking van de taal plaats vindt. Want bevinding en taal worden nogal eens vereenzelvigd; terwijl wat bevindelijk is in verschillende talen kan worden uitgezegd.
Geloof
Als ik hierboven heb gezegd, dat ons taalgebruik het bijbelse taalgebruik verdringen kan, dan bedoel ik dit tenslotte nog inhoudelijker. Bijbelse woorden, die ook bijbelse begrippen, en daarom bijbelse (heils-) waarden zijn kunnen gaan verdwijnen.
Het woord 'wedergeboorte' komt sporadisch in de Bijbel voor. Het komt vele malen in de prediking, in meditaties, in artikelen aan de orde. Omdat het in de Schrift voorkomt zal dit Bijbelse begrip ook aan de orde moeten komen. Want zonder wedergeboorte zal niemand het Koninkrijk Gods ingaan. Het woord 'geloof' komt talloos vele malen in de Bijbel voor. Toch is er soms een huiver om dit woord te gebruiken. Geloven doe je en kun je niet zómaar. Dat zal waar wezen. De Reformatie heeft ook uit de Schrift het 'Sola Gratia', alléén de genade, opgehaald. Maar geloof is wél...geloof. En de Schrift spreekt ook van wedergeboorte door het geloof. Maar wanneer de Bijbel dan ook zó veelvuldig over geloof spreekt, dan mógen wij er niet over zwijgen. Velen in de Gereformeerde Gezindte menen, dat het geloof iets triumfantelijks heeft. Maar het geloof is: 'uit louter genade'; het is geschonken. Zo spreekt de Schrift erover. Zo mogen en moeten wij er ook vandaag over spreken.
En we zullen moeten bedenken, dat juist het geloof blijdschap schenkt, vreugde in God. Geloof is geen oppervlakkige zaak, het is een zaak van grote diepte, - omdat er genade achter staat. Liever, omdat Christus erachter staat. Hij was Borg voor het geloof!
Maar daarom is het een roven van Zijn eer wanneer wij vandaag het woord geloof zouden verduisteren, het zouden inruilen voor woorden, die niet uit de Schrift opkomen maar uit een buiten-bijbelse geheimtaal. Ik moet eerlijk zeggen dat het lezen van allerlei stukken in kerkelijke bladen, hoe Christocentrisch ze ook suggereren te zijn, mij soms doen twijfelen aan de bijbelgetrouwheid van bepaalde reformatorische scribenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1981
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's