Het was te voorzien
Handreiking Rome-Reformatie
Toen in 'Kernen van belijden' de kerk moest worden gedefinieerd werd gekozen voor een formulering, waarin de weg óók al open stond naar Rome.
In de discussie rondom de abortus provocatus en de legalisering ervan werd vaak de verwachting uitgesproken, dat de volgende stap zou zijn de euthanasie, de zelf-gekozen dood. We zien dat vandaag dan ook gebeuren. De discussie over deze verdere stap in beëindiging van menselijk leven komt nu allerwegen los. Prof. Speyer en zijn vrouw, die zelf steeds over dit thema gepubliceerd hebben, kozen ook zélf. En het ene geschrift na het andere verschijnt over dit thema.
Ik gebruik dit maar als opstapje voor wat ik in dit artikel aan de orde stel. Toen Samen-op-Weg (het éénwordingsproces van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken) op gang kwam, en toen met name de kernen van belijden aan de orde kwamen, is verschillende malen de verwachting uitgesproken, dat Samen-op-Weg een éérste stap in de Nederlandse oecumene zou zijn, maar dat daarachter lag de twééde stap, namelijk die naar de verbroedering van beide kerken met de Rooms Katholieke Kerk. We staan nu in feite voor deze tweede stap.
‘Onze gezamenlijke opdracht' zo luidt de titel van de handreiking, die, met het oog op het gesprek van de twee grootste protestantse kerken in Nederland met de Rooms Katholieke Kerk, diende op de gezamenlijke synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken.
Hoe kan het ook anders. In de Raad van Kerken wordt al broederlijk samengewerkt; en prof. dr. H. M. Fiolet (R.K.) is van deze raad secretaris. Toen dan ook in 'Kernen van belijden' de kerk moest worden gedefinieerd werd gekozen voor een formulering, waarin de weg óók al open stond naar Rome.
Controverse achterhaald?
In de nota, die voor de gecombineerde synode op tafel lag, wordt halverwege het volgende gezegd:
'Nu na zoveel eeuwen het tijdperk van contrareformatie en controverse-theologie achter ons ligt, dient de vraag gesteld te worden of deze tegenstelling (tussen Rome en Reformatie, v. d. G.) wel juist getaxeerd is! Met die tegenstelling wordt dan bedoeld de Traditie (met een hoofdletter geschreven), zoals die bij Rome funktioneerde en de Schrift alléén, zoals de Reformatie dat herontdekte. Met andere woorden: is de Bijbel alléén de norm voor ons mensen of komt de kerkelijke overlevering daar óók nog bij? Het rapport stelt achter de vraag of het hier om een absolute kwestie gaat een dik vraagteken. De twee-bronnen theorie (Schrift én traditie) zouden sinds het Tweede Vaticaans Concilie achterhaald zijn. En in het kader van de oecumene, zoals die in de Wereldraad van Kerken functioneert wordt, blijkens het document 'Geloof en Kerkenorde' (1963), de Schrift ook vanuit de traditie gezien. Oude antwoorden passen dan ook, volgens dit rapport, niet op nieuwe vragen.
Ik ga niet het hele rapport bespreken. Daarvoor is het te omvangrijk. Maar ik wil me graag beperken tot die verhouding van Schrift en Traditie.
Het rapport constateert, dat de standpunten van Rome en de Reformatie 'naar het inzicht van concilievaders en theologen' dichter naar elkaar toegeschoven zijn. Het loopt dan echter uit op de zogeheten 'ervaringstheologie' van vandaag. Eenvoudig gezegd: Wat ik vandaag geloof is waar! Het wordt allemaal niet zó concreet gezegd, maar in de verhouding van 'openbaring en geloofservaring' vinden vandaag protestanten en rooms-katholieken elkaar.
Het rapport zegt letterlijk:
'Het gesprek over het Schriftgezag is geen reformatorische aangelegenheid, hoezeer juist daar, dankzij het Sola Scriptura, de gespannen aandacht voor het "Alzo spreekt de Heer'' vaak de boventoon voert (men lette op het woord vaak, v. d. G.). Immers juist omdat het opnieuw in gebruik nemen en het nieuw vullen van het woord ervaring (curs. van mij, v. d. G.) zo'n hoge vlucht neemt, is te meer gewettigd het verlangen om met de roomskatholieke zusters en broeders te spreken over Hem van wie de Schrift getuigt en Die in dat Schriftgetuigenis zijn kerk niet alleen voedt en beheerst maar ook verdeelt!'
Op dit punt dienen - aldus het rapport - kritische vragen te worden gesteld door de reformatie vandaag aan Rome vandaag; maar het rapport zélf hult zich in nevelen als het om die beantwoording gaat. Vroeger ging het om Schrift en Traditie. Vandaag om Openbaring en Geloofservaring. Maar hier raken - aldus het rapport - Rome en Reformatie elkaar toch vandaag. Er is in Nederland namelijk een brede 'spirituele eenheid' gegroeid. Men kan niét of nauwelijks zeggen, dat er nog sprake is van een typisch katholieke of reformatorische benadering van het bijbelonderzoek...
'Terwijl er vroeger nog sprake was van grote 'diversiteit'' (verscheidenheid) van kruisverenigingen en konfessioneel bepaalde ziekenhuizen, zijn de grenzen langzamerhand aan het vervagen'. In de kritische (basis-)gemeenten vindt men elkaar. De gemengde huwelijken zijn voorlopers in de oecumene. En tenslotte - ik kan het maar kort aanstippen - wordt ook de positie van de Paus gerelativeerd, dat wil zeggen: voor Rooms Katholieken staat de figuur van de Paus niet meer op dezelfde hoogte als in het verleden (zijn positie is ook minder politiek beheerst) en protestanten groeien meer toe naar de Petrus figuur als een 'centrum van communicatie'. Maar hierover moeten Reformatie en Rome dan ook met elkaar in discussie zijn.
Geen schisma meer?
Ik stop met de weergave van enkele elementen uit het rapport. Het is door de gezamenlijke synodes zó nóg niet aangenomen, tot verdriet - zo las ik in een dagblad - van de oecumenicus dr. C. P. van Andel, die een belangrijk aandeel had in de tot-stand-koming van dit rapport. Enkele kanttekeningen plaats ik nog wél bij dit geheel:
1. Typerend is dat in positieve zin in dit rapport verwezen wordt naar het boekje van de generale synode van de Gereformeerde Kerken 'God met ons'. Daarin wordt uitgegaan van een relationeel waarheidsbegrip. De Waarheid is waar, voorzover of hoe ik deze ervaar. Het is dunkt me tragisch te noemen, dat dit rapport dienen moet ter ondersteuning van een nauwer samengaan van Rome en Reformatie vandaag.
2. Een rapport als dit ligt eigenlijk in het verlengde van de loskoppeling binnen onze kerk, en thans helaas ook binnen de Gereformeerde Kerken, van belijden en belijdenis. Als verwezen wordt naar de ervaringstheologie, dan betekent dit, dat vandaag al wat in de belijdenis voorhanden is ontkracht kan worden met een beroep op de situatie van vandaag, die een eigentijds belijden noodzakelijk maakt. Wij, Rome en Reformatie, leven dan in dezelfde geloofscrisis, in dezelfde cultuurcrisis, hebben met dezelfde ontkerkelijking en secularisatie te maken, hebben te doen met dezelfde wereldproblemen en moeten daarom vandaag tot zelfde antwoorden komen op de uitdagingen van onze tijd. Het vraagstuk van de confessie ligt achter ons. Deze sfeer ademt het stuk, dat nu ter synode diende.
3. Als 'listige' invalshoek is Israël genomen, als het gaat om toenadering van Rome en Reformatie. Van Rome en de Reformatie vormen in de verhouding Israël en de gemeente (in dit rapport) geen tegenstelling.
Hier zou veel over te zeggen zijn. Enerzijds is het zo, dat in een bepaalde (Messiaans-) politieke duiding van het Oude Testament moderne protestanten en rooms-katholieken elkaar vandaag vinden en dan ook concreet kunnen samengaan in een brede oecumene. Anderzijds is het zo dat in een bijbelse bezinning op de vraag van de verhouding van Kerk en Israël, zoals thans - dunkt me - ook binnen de Gereformeerde Gezindte geschiedt, de scheiding tussen kerk en Israël, uitkomend in het leven ónder de wet óf uit de gerechtigheid van Christus, aan de orde is. En op dit punt gaan protestanten die echt vanuit de Reformatie willen leven en rooms-katholieken ook vandaag grondig uiteen. De rechtvaardiging van de goddeloze was het geding tussen de eerste christelijke gemeente en Israël; het was ook het geding tussen Rome en de Reformatie; het is het geding tot op vandaag. Het offer van Christus behoeft niet meer (in de mis) te worden herhaald. Hij is ónze Borg-gerechtigheid. Als we de rechtvaardiging van de goddeloze in protestantse kring meer hadden bewaard, in het belijden en in de prediking, dan zouden we niet zo gemakkelijk toegekomen zijn aan een brede(re) samenwerking met Rome, waar nog steeds de mis wordt bediend, die we — met onze 'vaderen' - verwerpen als 'een vervloekte afgoderij'.
4. Een stuk als dit is volledig geschreven vanuit de sfeer van de hedendaagse oecumene. Het echte gereformeerde denken ontbreekt. Men komt zo al spoedig, in de sfeer van: wie christen heet is ook christen. Maar het rechte belijden wordt tevergeefs gezocht. De belijdenis van het Sola Scriptus (alléén de Schrift) verdraagt geen twee-bronnen leer, geen: én de Schrift én de Traditie of én de Openbaring én de Ervaring.
In dit licht bezien is Petrus ook geen voortrekker, geen éérste, maar een goddeloze, die ook - na de verloochening - van genade moest leven. Daarom is er ook geen plaats voor een Petrusfiguur als een Paus, die wereldreizen maakt met bepaald wél ook politieke bedoelingen en die bewierookt wordt door duizenden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's