De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jozef’s stervensgeheim

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jozef’s stervensgeheim

6 minuten leestijd

‘Door het geloof heeft Jozef, stervende gemeld van de uitgang der kinderen Israels, en heeft bevel gegeven van zijn gebeente'. (Hebr. 11 : 22)

Jozef is aan het eind van z'n leven gekomen. Hij moet maatregelen treffen voor de toekomst. Wij zouden zeggen: hij moet z'n testament gaan maken. U weet: een testament is een uiterste wilsbeschikking. Daar heeft het nageslacht zich aan te houden. Jozef staat nu op een tweesprong. Wat zal hij doen? Welke mogelijkheden liggen er? Egypte was het land van de dodertverering. De verering van de vorsten was vaak bij de dood nog gróter dan bij hun léven. Als staatsman van groot formaat (en diplomaat met vooruitziende blik) wist Jozef precies welke mogelijkheden er bij hem waren voor een indrukwekkende uitvaart, met militaire eer en op staatskosten. Hij kan zelfs een pyramide voor zich laten bouwen, waarin zijn stoffelijk overschot dan werd bijgezet, bewaard voor vele eeuwen. En als hij zich dan ook nog liet balsemen, zou hij nog zeer lange tijd gezien en bewonderd kunnen worden. Hij was immers de man, die door z'n machtige organisatie Egypte van de honderdood bevrijd heeft? !

Wat zal hij kiezen? De duivel kon hem ook' nog inblazen: Wil je je nageslacht bewaren voor anti-semitisme, dan moet je beslist een pyramide laten bouwen. Dan moet je na je dood je naam voor altijd aan Egypte verbinden. Want, als het straks fout loopt (en er haat tegen het volk van Israël ontstaat) zal deze pyramide zeggen: wil je met je handen van dat volk afblijven!!! Hier ligt een Jood begraven aan wie ons volk het leven heeft te danken. Was dit geen vleiende gedachte voor Jozef? Vorige week overdachten we hoe van alle kanten pijlen op Jozef afgevuurd werden tijdens z'n leven. Maar, bij het^naderen van de dood komt er ook nog een felle pijl op hem af. Wat zal Jozef kiezen? Hij maakt een keus door het geloof. Dat is altijd een beslissing tegen vlees en bloed in. Maar hier wordt het vleesgekruisigd en de Geest wint het. Als Jozef naar z'n vlees geluisterd had, had hij te horen gekregen: Wie heeft je méér voorspoed gebracht: Egypte óf Kanaan? In Kanaan heb je niks anders dan ellende beleefd. Egypte heeft je er toch maar bovenop geholpen. Moetje uit dankbaarheid daar voor dan niet in Egypte blijven? Maar Jozef zegt beslist: NEE! Eigenlijk moet ik zeggen: het gelóóf zegt néé. Het is opvallend, dat de schrijver van de Hebreeënbrief ü? ^ze episode van Jozefs leven er uit licht. Hij heeft het niet over z'n vernedering, z'n onschuldig lijden, z'n zware beproeving in de gevangenis, maar... over z'n geloofsbeslissing aan het eind van z'n leven. Dat gaf bij hem de doorslag. Hier komt hét cardinale ogenblik in Jozefs leven. Hier valt een beslissing met de meest vérstrekkende consequenties. Op de levenszee is de grote vraag niet: hoe vaart men af? maar: hoe komt men aan? Niet: wat is het begin van de reis, maar het eind? De vraag is ook niet: is de, reis plezierig, maar ^vat is de koers van mijn levensschip? Heb ik een haven in m'n gedachten waar ik op aan houd? Die haven had Jozef. In het aangezicht van de dood zegt hij: ik sterf, maar God zal u gewis bezoeken. En Hij zal u doen optrekken naar het land, dat Hij Abraham, Izak en Jacob gezworen heeft. In dat geloof gaat Jozef sterven. Hij legt z'n hoofd neer op Gods' beloften.

Hier is een zoon, die in het spoor van zijn vader, grootvader en overgrootvader gaat. Een zoon, die zich niet laat verleiden door rijkdom, - macht, éér en grootheid.

Dat gebeurt anders nog wel eens. Men is het geloof van de ouders helemaal kwijt, men is genarcotiseerd door de welvaart en rijkdom. Hoe hoger een mens klimt des te groter is de kans van duizeligheid. Maar... als je dan valt is het meestal met dodelijke afloop! Jozef was héél hoog geklommen, maar het heeft niet duizelig gemaakt. Op z'n.sterfbed is hij glashelder. Hij kijkt met ogen des geloofs. Ze kijken over de rand van dé eeuwigheid heen. Jozef zag hoger dan de hoogste pyramide in Egypte. Hij zag het land van Gods' beloften.

Het gaat er in ons leven om wat we zien voor de toekomst. De mens ziet aan wat voor ogen is. Maar het geloof is juist een bewijs der zaken, die men niet ziet. Het geloof heeft een scherpe verrekijker en ziet de haven des behouds. Met het kompas van het Woord koerst het op déze haven aan. Jozef besefte: met Egypte kom ik er niet en mijn nageslacht óók niet. Dit land heeft mij wel rijk gemaakt, maar het is geen blijvende rijkdom. Ziende op de God van het Verbond mocht hij zeggen: GIJ doet mij schatten erven, die nimmermeer vergaan. Hij hunkerde naar het land waarover GOD Zijn zegen had uitgesproken. In dat land wilde hij begraven worden. Hij weet het: in dat land zal het gebeuren. Jozef grijpt hier de heilsgeschiedenis vast. Sterk geconcentreerd gezegd: Jozef grijpt hier Christus vast. In het aangezicht van de dood ziet hij de ware Koning: Jezus. Van Zijn leven was hij een zwakke afschaduwing. Het zou nog eeuwen duren, maar dan zouden Bethlehem gaan spreken en Golgotha, de hof van Jozef van Arimathéa en de Olijfberg. Door ZIJN heilig lijden en sterven heeft Jezus de weg naar het hemels Kanaan gebaand. Jozef kon zijn volk het ware heil niet schenken, hij heeft er wél van geprofeteerd. En daar moest z'n volk geloof aan hechten. Maar Christus' graf is opengebroken, Hij heeft het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. Wij mogen vanuit het Nieuwe Testament de dingen van achter naar voren zien.

Intussen moeten we uit hetzelfde geloof leven als de Israëlieten in Jozefs' dagen. Het gaat altijd om het vertrouwen in wat GOD beloofd heeft. Toen het volk Israël het zo bitter moeilijk kreeg (in Egypte en in de woestijn) mocht het steeds de ogen gericht houden op de kist, waarin Jozef lag. Hij sprak immers nadat hij gestorven was? ! Die kist had iets sacramenteels. Ze vermaande verzekerd te blijven van Gods liefde en trouw. Hoe zwaar het leven ook werd, ze wisten wat die man gezegd had, wiens lippen op aarde voor goed gesloten waren. Ziende op Christus mogen we zeggen: Méér dan Jozef is hier. Ook nu komen zware beproevingen op ons af. Dagelijke nemen zij toe. Christus' gemeente blijft hier een volk onderweg. Niemand krijgt hier een vaste woonvergunning, alléén een dóórreisvergunning. En het blijkt dat de ware gemeente steeds minder geduld wordt. Maar Christus

zal (volgens Openb. 5) de geschiedenis tot een goed einde brengen. De zegels worden stuk voor stuk opengebroken. Straks blijkt: wat mensen ten kwade gedacht hebben, heeft God ten goede gedacht. Hij gaat Z'n koninklijke gang door de wereld.

De geschiedenis van Jozef heeft geleerd, dat nóch tegenspoed en verdrukking, noch rijk­ dom en voorspoed het werk van God in een mensenhart kunnen breken. Het schip komt in de haven. Het vergelegen land wordt gezien. Het ligt hoger dan de hoogste pyramide. Geef dat mijn oog het goed' aanschouw 't welk GIJ, uit onbezweken trouw Uw uitverkoor'nen toe wilt voegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Jozef’s stervensgeheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's