Geloofsmoeilijkheden (3)
Pastorale overwegingen
Het komt in het pastoraat nogal eens voor, dat men de vraag tegenkomt naar de heilszekerheid.
Wist ik het maar...
Hebben we de vorige keer op eenzijdigheden gewezen, waarbij men het geloof beurtelings beperkt tot het hoofd, het gevoel, of de handen, het komt in het pastoraat nogal eens voor, dat men de vraag tegenkomt naar de heilszekerheid. Nu zijn dat de minste gemeenteleden niet, die zich afvragen, of ze 'er echt wel bij behoren', of het heil óok voor hen is. Ze maken ernst met de dingen van de eeuwigheid, ook... met de mogelijkheid om eeuwig verloren te gaan. Zij tobben en worstelen, want, zeggen ze, 'het geloof is toch niet aller'. We mogen dat getob niet met een schouderophalen voorbij gaan, ook al kan er ook een soort 'mode-bekommernis' zijn. Soms lijkt ook een bepaalde prediking verkeerde invloed uit te oefenen. We hebben geen mensen in de bloemhoven te jagen en op valse gronden zalig te spreken! Maar evenzeer is het erg, wanneer men in bepaalde kringen, die voor diep-gelovig en bevindelijk willen doorgaan, het eigenlijk juist niet zeker mag weten. Toch wil ik proberen juist voor mensen met strijd iets te mogen zijn.
God sluit niemand uit
Ik zou er dan graag eerst op willen wijzen, dat de Heere niemand met name uitsluit. Hoe vaak komt de roepstem van God tot geloof en bekering in de Schrift niet voor in de vorm van een bevel. De Heere eist geloof en gebiedt bekering. Al hebben wij ons los gemaakt van God, daarom is Hij nog niet los van ons! Hij heeft en behoudt op ons aller leven Zijn recht! Vielen we nu daarvoor? Stemmen we dat hartelijk toe? Maar tegelijkertijd komt de Heere ook met Zijn zeer lieflijk evangelie, waarbij niemand behoeft te vragen: meent God dat wel? Hoe dringend klinkt Zijn nodiging, al gesproken door de 'vijfde evangelist', : wendt u naar Mij toe, alle gij einden der aarde... Kijk, het is zulk een groot verschil, of wij ons er zelf buitensluiten, of dat de Heere ons er doet buiten vallen met al het onze.
Mogelijke zelfbedrog
Bij iemand, die zegt, of klaagt 'wist ik nu maar zeker, dat het voor mij was en is', kan gevaarlijk zelfbedrog meespreken. O, neen, het gaat er niet om maar oppervlakkig te aanvaarden wat in de Bijbel staat en... we zijn er. Maar het komt voor, dat men een particuliere belofte van God wil hebben, een rechtstreeks antwoord, een teken, en dan zou men geloven. Ik vrees echter, dat er dan andere gronden worden gezocht. Een mens houdt zich zo graag op de been op goddeloze en zelfs, zeer vrome manier. Want eigenlijk... wil hij niet onvoorwaardelijk in de hand des Heeren vallen en omkomen met zichzelf... Velen willen eerst verzekerd worden of zijn van eigen behoud eer zij steunen op God en crediet oefenen op Zijn Woord. Anderen denken de grond al maar in zichzelf te moeten zoeken en vinden. Men moet wat hebben gevoeld, van binnen hebben gevoeld, wil het echt zijn. In dat verband las ik treffende woorden van R. Erskine uit 1742 reeds: 'velen bedriegen zich, die op hun gevoelige aandoeningen rusten en hun geloof omtrent de liefde Gods niet voornamelijk gronden op wat God Zelf gezegd heeft. Derhalve acht ik het een voorrecht, dat de Heere u onthoudt, wat ge noemt en zo graag zoudt willen, dat Hij het getuigenis Zijner liefde verzegelt aan uw hart, tot zolang, als ge gewillig gemaakt wordt om Hem de eer van Zijn waarheid te geven'.
Ik ben zo dor
Sommigen klagen, dat het met hen helemaal mis is, want ze verkeren in 'een dorre toestand'. Nu is het de vraag, of u dat mooi vindt, of... dat u er last van hebt! Is uw klagen ook... een aanklagen van uzelf? Men kan het er zo in uithouden, men draagt er geen leed over. Ontbreekt de smart over geesteloosheid en dorheid, is men dan niet veeleer dood in plaats van dodig? Breekt het verlangen, het heimwee naar God door en uit met alle verdriet over uw zonde, ontrouw, verdorven leven, wel dan blijkt, dat u niet dood bent of was, maar dodig. Kijk eens naar buiten, mogelijk wordt u weemoedig, hoewel de hersttinten zo prachtig zijn, want u ziet de bomen kaal worden, ontbladerd, het leven schijnt er geheel uit te zijn?
Toch bent u niet zo dwaas om, als ze in uw tuin staan, om te hakken. Waarom niet? Ze lopen immers straks uit... 't wordt toch zeker weer lente? Daarvan is echter nog geen enkel teken aanwezig. Maar gelooft u dan niet, dat de Heere u levend kan en wil maken? Als u zegt God moet het doen, gelooft u dan ook, dat God het doen wil? Of... blijft u liever maar zo dor, omdat dat 'beter klinkt' en u dan bij sommigen voor 'vol', of voor 'bekommerd' wordt aangezien? Wat erg toch, als we liever door mensen worden geprezen, dan door God worden eerlijk behandeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's