Dienend getuigen (2)
Getuigen. Dit voert ons als vanzelf naar ons tweede onderdeel: de grootste dienst die wij onze naaste bewijzen is getuigen van de Heiland en Zijn heil.
Getuigen
Dit voert ons als vanzelf naar ons tweede onderdeel: de grootste dienst die wij onze naaste bewijzen is getuigen van de Heiland en Zijn heil.
Wat is getuigen eigenlijk? Het Griekse woord 'marture' is een juridische term. Wie getuigt legt een officieel getuigenis af aangaande feiten die hij heeft meegemaakt of aangaande bepaalde waarheden die voor hem vaststaan. 'n Belangrijk element hierbij is dat de getuigen persoonlijk bij de zaak betrokken is. (M. Greene, a.w., blz. 77). De grote getuige is God Zelf (Zijn Woord en Wet is: Zelfgetuigenis!). De geest getuigt én allen die door de Geest gevoed worden getuigen ook.
Nu is getuigen niet het enige woord in het Nieuwe Testament om de Evangelieverbreiding mee aan te duiden. Graag gebruikt het Nieuwe Testament ook: euangelizomai en kerussoo, resp. de goede boodschap brengen en proclameren. Alle drie de werkwoorden doelen op dezelfde bezigheid en inhoud: het boodschappen van Gods heil in Christus. Maar ze hebben alle drie een eigen accent. En dat accent ligt bij martureoo op de persoonlijke betrokkenheid bij en doortrokkenheid van de boodschap. Niet, alsof getuigen zou betekenen dat iemand aandacht voor zichzelf en zijn ervaring zou vragen, verre van dat. Een getuige eist juist alle aandacht op voor een Ander, maar dan zó dat zijn boodschap niet de afstandelijke koelheid heeft van die van een notaris die een acte voorleest, maar de 'bevindelijke' gloed van iemand die zelf uit het vuur is gered en nu niets liever wil dan allen die in levensgevaar zijn uit de brand weg te slepen. Ik geloof dat we het er op houden mogen dat juist aan dit getuigende, bevindelijke boodschappen van het Evangelie de meeste vrucht beloofd en verbonden is (vgl. M. Greene, a.w., blz. 84).
Nu komt het wóórd getuigen in onze pericoop niet voor, maar de zaak wel terdege. Immers, het eigenlijke geheim van de getuige is wat onze tekst noemt zijn oprechtheid: zijn doorschenen zijn door Christus en zijn doorzichtigheid tot op Christus.
Uit God
Voorts noemt de tekst nog een ander kenmerk, dat al even wezenlijk is voor het getuigen van Christus: wij spreken het uit God. Uit God!! Niet wij zijn op de gedachte gekomen om het Evangelie te boodschappen. Nog minder zijn wij op het Evangelie zélf gekomen. De oorsprong van het Evangelie ligt in Gods vredesgedachten, in de verborgenheid van Zijn eeuwig erbarmen. En Hij heeft die verborgenheid onthuld. En het behaagt Hem om daarbij mensen als getuigen te gebruiken die Zijn vredesinitiatief en heilswoord bedienen, uitdelen.
Dat geeft die unieke gedrevenheid en vastberadenheid aan ons getuigen. Wij getuigen de waarheid die uit God Zelf is. Wat wij spreken is uit God. Maar ook dat wij spreken is uit God. 'Al deze dingen zijn uit God - 2 Kor. 5:18 - Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd'. Uit de voorraadschuren van de hemel en op bevel van de Koning der koningen dragen wij het woord der verzoening uit. Zelf heeft Hij het in ons gelegd, - denk nog even terug aan de schat in het vat!
Dit mag ons wel heel bijzonder een hart onder de riem zijn: uit God spreken wij. Wij hebben het uit goede bron. Wij zijn niet de uitvinders van het Evangelie. Wij hoeven geen eigen vondsten te doen. Wij ontvouwen slechts wat God heeft gereed gelegd! Hij is onze Zegsman. Wij geven met gulle hand door wat wij uit Zijn handen ontvingen.
Wie tot deze dingen bekwaam is? Die niets te bieden heeft uit zichzelf, maar zelf van de bedeling leeft. Onzer Zijn brekende handen, wordt het Brood des Lévens eindeloos vermenigvuldigd! Uit die God - met grenzeloze rijkdommen! - leven wij en spreken wij.
In de tegenwoordigheid Gods
Waarom schrijft Paulus er nu onmiddellijk achter: in de tegenwoordigheid van God? Ik meen dat daar drie dingen mee gezegd zijn. In de eerste plaats is het een zegevierende uitspraak: God is erbij tegenwoordig. Alle krampachtigheid en overspanning is misplaatst. Laten wij niet denken dat wij de wereld te veroveren hebben. Hij gaat Zijn gang. Niet: wij gaan op kruistocht en hopen dat Hij achter ons staat... Maar: Hij voert Zijn triomftocht, en wij gaan achter Hem aan, in Zijn gevolg. Onvergetelijk rijk verwoordt Paulus deze notie in vs. 14! Daar roept hij uit: 'Gode zij dank. Die ons allen tijd in Zijn triomftocht meevoert in Christus' (zoals er eigenlijk staat). Op 't eerste gezicht: onwaarschijnlijke, wereldvreemde grootspraak! Weinig aanleiding kon Paulus tot deze uitbundigheid vinden in de omstandigheden. Wie de kaart van de toenmalige wereld bekijkt, en daarop de door en voor, Christus veroverde plekjes aankruist, zou veeleer komen tot de klacht: 'Wat moet er van terecht komen? ' dan tot het triomfantelijke 'Gode zij dank...' Temeer als je bedenkt dat letterlijk niemand uit zichzelf zat te wachten op het Evangelie: dwaasheid en ergernis achtte men het... En toch: Gode zij dank! En dat is geen verblinding of verbeelding van de apostel, maar helderziendheid van de Geest. Paulus ziet in de stelligheid van het geloof en in de heilige voorbarigheid van de hoop hoe God in Christus Zijn veroveringstocht, ja Zijn zegetocht gaat. Evenals een Romeins imperator na een overwinning in triomf Rome binnentrok en daarbij de overwonnen en gevangen koningen en onderdanen geboeid aan zijn zegekar mee liet lopen in een luisterrijke optocht, zo ziet Paulus zich als de gevangene mee optrekken, naast de zegewagen van de Koning van hemel en aarde. Met dit verschil: onze God is geen despoot, maar een zeer goedertieren Koning. Zijn gevangenen zijn bevrijden des Heeren! En Paulus acht het een eer deze Koning onderdanig te zijn. Hij gunt zijn Overwinnaar de glorie. En al loopt hij maar naast of achter de zegekar - hij bestuurt die persé niet zelf - wel deelt hij in de triomf. Zeker, Gods getuigen delen ook in de smaad die deze Koning vooralsnog ten deel valt. Als wij een eigen karretje gaan mennen en zelf een optocht organiseren van kerkisme, partijmacht, mode-theologie... dan zal de smaad van het Evangelie ons niet zo hinderen... Gaan wij achter Christus' zegewagen, gaat het door verlies en dood, maar tót de glorie en het leven.
Over dit laatste moet niemand inzitten. Dat is Gods eer te na! Hij gaat Zijn goddelijke gang. En zending en evangelisatie is niets anders dan: in deze gang meegenomen worden. Ons aandeel is daarbij puur instrumenteel. God triumfeert. Christus glorieert. De Geest arresteert. Het Woord grijpt krachtig om zich heen. Kijk, wij zien dat niet als we met kloppend hart voor een deur van een onkerkelijke staan. Maar de Heere is erbij. Hij gaat om zo te zeggen éérst naar binnen. Wij zijn nooit alleen.
Belofte
De engelse theoloog Newbegin heeft onze synode er nog niet zo lang geleden weer eens op gewezen dat zending niet primair gebod is, maar belofte! Wij zijn niet het subject van het zendingswoord, maar Hij. Een even verootmoedigende als bevrijdende gedachte! Hier ligt ook de bron van de vreugde in het evangelisatiewerk. Nooit in het 'succes' dat we zien, maar altijd in de belofte van Gods tegenwoordigheid die ons beloofd is. Al zal iedere vrucht op het werk de vreugde onderstrepen, de bron ligt dieper!
'Gode zij dank Die ons de overwinning geeft ddor onze Heere Jezus Christus' (1 Kor. 15 : 57). God is tegenwoordig. Dat bewaart voor mismoedigheid en paniek. Toen de apostelen van het Sanhedrin een zwijggebod kregen opgelegd onder scherpe dreigementen, klaagden ze niet en capituleerden ze niet. Zij hielden evenmin een commissievergadering om de strategie te bepalen. Zij gingen als gemeente in gebed: 'Heere, God van hemel en van aarde...' (Hand.4. Vgl. M. Greene, a.w., 215). Waarop God hoort: Hij vervult hen met de Heilige Geest en ze spreken het Woord met vrijmoedigheid.
Toch moeten wij, in de tweede plaats, nog een ander facet noemen van deze tegenwoordigheid Gods. Het geeft ons niet alleen vreugde en zekerheid, maar ook hoge ernst en een diep verantwoordelijkheidsbesef. Als God er immers bij is, is Hij ook onze eerste en voornaamste Hoorder! Dat moet ons bij de voortduur corrigeren. Zijn wij niet geneigd om te beginnen met: wat zeggen de mensen ervan? Voer menselijke keurmeesters plegen wij nogal ontzag te koesteren. Heilzaam is het woord van Calvijn: 'Niemand dan God Zelf is onze getuige en beoordelaar. Laten wij dus spreken wat God spreekt, gebieden wat God gebiedt, en weren wat God weert'.
Paulus laat even verder heel scherp zien dat deze ernst niet maar de boodschapper, maar vooral ook de boodschap zelf doortrekt en de hoorders vast wil grijpen. Er springen a.h.w. vonken af: Wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de, mensen tot het geloof' 2 kor. 5 : 11. En: Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege (Hem vertegenwoordigend), alsof God door ons bad...' (2 Kor. 5 : 20). Zo dat God door ons Zich biddend tot de wereld richt. Wij geven Zijn vermaan aan de wereld door: Laat u met God verzoenen'. Hier is het een getuige om te doen: niet om de mensen wat op te dringen, maar wel om bij hen aan te dringen op capitulatie, in de volmacht en opdracht van God Zelf.
In Christus
Tenslotte wij spreken het Woord in Christus. Beschouw deze twee woordjes niet als 'n clichee. Geef ze het volle pond. Want hierop komt alles aan. Paulus vat er heel het geheim van zijn getuigend diakonaat mee samen. Buiten Christus is al ons spreken en preken, bidden en bouwen voos en vruchteloos. Ons vuur is koud vuur. Maar in Hem en uit Hem gebeuren grote wonderen.
In Christus: dat is opgenomen in die geestelijke bloedverwantschap met Hem, in die innige gemeenschap van het geloof, die geborgenheid der hoop, die omgang der liefde met Hem. In Christus Die sprak: 'Ik ben de ware Wijnstok en gij de ranken'. En Die ten diepste maar één gebod geeft: 'Blijf in Mij' . Een veelbelovend gebod: 'en gij zult veel vrucht dragen'.
Is dit niet van een kostelijk bevrijdend ferment? Geen militant commando: Mars, maak je waar en annexeer de wereld. Maar: Blijf in Mij. Blijf waar je bent. Gebonden aan Mijn zegewagen. In Mij verbonden aan de Wijnstok. Ik schenk u levenssappen. En Ik doe de vruchten rijpen!
In Hem betekent dus: in Zijn gemeenschap. Dat vooral. In Hem, dat is vervolgens ook: in Zijn stijl en gezindheid. Dus: gunnend en goedgeefs, maar ook eerlijk en tot algehele navolging vorderend. Jezus deed dat immers ook. Uit zijn mond klonk het: 'Herwaarts tot Mij allen die vermoeid en belast zijt' (Matth. 11), maar ook schroomde Hij niet te zeggen: 'Wie niet verlaat alles wat hij heeft, die kan mijn discipel niet zijn' (Luk. 14).
In Hem: dat is tenslotte ook: in Zijn Naam, op Zijn kosten, in Zijn volmacht en in Zijn kracht. Paulus noemt zich dan ook gezant (2 K. 5 : 20). Een gezant had in de toenmalige wereld een sleutelpositie tussen, keizer en volk: hij maakte wet en wil van de soeverein aan de onderdanen bekend. Wee degene die zijn woord met ernstig nam! Die kreeg met de macht van de majesteit te maken... Maar wel hem die in het woord van de ambassadeur de sprake van de vorst vernam!
Een niet te dragen verantwoordelijkheid, behalve dan: als wij schuilen achter Hem, Die het Woord voert en wij louter instrument zijn. Dan mogen wij weten dat 'ons' getuigenis heilzaam dienstbetoon is aan de wereld, als ons woord doorzichtig is tot op Christus. Want de zaligheid is in geen ander!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's